Smash Fascism! DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
Fax/Voice mail/XOIP-nummer: 084 8333788
VCP.nu

HOME

Economische factoren en het ontwaken van de Angst.
Voor de rijke bovenlaag.
Pim Fortuyn.
Linkerzijde kan nog wat leren van Pim Fortuijn.
Pim Fortuijn is niet gevaarlijk.
Een flauwe 1 aprilgrap die na 25 jaar pas leuk werd.
Stemmen winnen door stemmingmakerij.
Economische factoren en het ontwaken van de Angst.

Van de redactie.

Amsterdam, 12 mei 2002 - Alle politici en analisten pijnigen zich de hersens over de opkomst van de beweging rondom wijlen Pim Fortuyn. Veel goede woorden worden aan de persoon en zijn politieke analyses gewijd. Maar de vraagtekens blijven overheersen: is de vergelijking met de Berlusconi's van deze tijd nou echt op onwaarheid berust. In de uitvoering en het besturen in ieder geval wel, maar de achterban toont veel overeenkomsten.

Europa heeft na de val van de muur een ongebreidelde economische groei meegemaakt. In de jaren negentig was de sky de limit, de overwinning op het Oostblok zou het tijdperk van gigantische individuele ontplooiing en vrijheid inluiden. Overal in Europa was de leiding halverwege deze periode in handen gekomen van de sociaal-democraten. Schröder in Duitsland volgde als laatste toen het bolwerk van Kohl sneuvelde. Als oorzaak heeft dit waarschijnlijk de grote problematiek van de integratie van de DDR die niet soepel verloopt en verliep. De Duitsers hadden voor het oplossen van deze economische problemen niet al teveel vertouwen in de SPD. Maar mede door het schandaal rondom Kohl konden ook zij toetreden tot het centrum van de Europese macht.

Echter de idealen van al die sociaal-democraten waren verandert. Waar ze vroeger de brug moesten slaan tussen links en rechts om het kapitalisme draaglijker te maken, wisten ze het niet meer. De echte linkse krachten waren in verwarring of gedemonteerd. De sociaal-democraten omarmden bij gebrek aan visie een voor een het ultraliberalisme. In een tijd van economische voorspoed gingen zij bezuinigen op de collectieve sector en privatiseren. Terwijl in een periode van voorspoed je juist zou moeten investeren in deze sectoren, het enige wat we aan hun politiek overhielden waren de managers. Dat er relatief weinig weerstand was in deze periode, wat er ontstond was de spontane en intellectuele beweging tegen de globalisering, wordt gekenmerkt door de uitspraak "dat we het allemaal beter krijgen".

Waar de vergelijking wel op waarheid berust is veel simpeler. De wereldeconomie is niet meer over zijn toeren. Sinds het najaar van 2000 zit de klad erin. Geen grote winsten met aandelenpakketten, rendementen uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst. Net zoals het afgelopen jaren gevoerde beleid. Nu het ultraliberalisme tegen haar grenzen aan begint te lopen wordt de roep om polarisatie groter. Werkgevers en politici wilden vorig jaar al zo snel mogelijk van het poldermodel af. Er moet immers drastisch gesaneerd worden om te kunnen overleven en dat lukt niet in het coöperatieve model met de vakbonden. Die stonden, samen met hun sociaal-democratische vrienden, met lege handen en na dertien jaar wederom in verwarring én zonder antwoorden voor de achterban. Nu realiseren ze zich dat het afglijden naar het politieke rechtse midden bijna het failliet van de sociaal-democratie heeft ingeleid.

Maar de rechtse geluiden die nu in Europa opduiken zijn niet alleen de oorzaak van het falen van de sociaal-democratie. Er is een veel fundamenteler principe. Mensen onderkennen dat in de huidige economische omstandigheden zij zich waarschijnlijk niet hun positie op de maatschappelijke ladder kunnen handhaven. Het is veelal een subjectief gevoel over wat de toekomst brengen zal; al hangt de sanering, die het ultraliberalisme nu wenst, wel boven het hoofd. De gewaarwording van deze omstandigheden zorgt voor het zoeken naar veroorzakers, anders genoemd zondebokken. Dit is van alle tijden; de problemen die de Oliecrisis in de staatsfinanciën veroorzaakte, werden afgewenteld op het potverteren door links. In de tijd van massaontslagen die daar begin jaren tachtig op volgde kwamen extreemrechtse partijen, die veel aanhang kregen in wijken met veel werklozen, onder leiding van Janmaat in de Tweede Kamer. Vergelijkingen met gebeurtenissen uit een verder verleden kunnen verder achterwege gelaten worden.

Welke partij of politicus een zondebok aanwijst, kan in periodes van economische teruggang op de angst floreren. Daarin zit de overeenkomst tussen de verschillende rechtse politici in Europa. Fortuyn gaf de mensen hun zondebokken, paars en de vreemdelingen, logisch verklaart dit zijn grote diverse aanhang. Veel verder zijn de volgelingen niet gekomen, want het programma van LPF is juist die keiharde ultraliberalisering waardoor ze die angst kregen. De moord op de lijsttrekker heeft echter het wegzakken op de maatschappelijke ladder voor hun aannemelijker gemaakt. Wat overblijft zijn uitingen van woede en verdriet.


Meningen