|
Economische factoren en het ontwaken
van de Angst.
Van de redactie.
Amsterdam, 12 mei 2002 - Alle politici
en analisten pijnigen zich de hersens over de opkomst van
de beweging rondom wijlen Pim Fortuyn. Veel goede woorden
worden aan de persoon en zijn politieke analyses gewijd.
Maar de vraagtekens blijven overheersen: is de vergelijking
met de Berlusconi's van deze tijd nou echt op onwaarheid
berust. In de uitvoering en het besturen in ieder geval
wel, maar de achterban toont veel overeenkomsten.
Europa heeft na de val van de muur een
ongebreidelde economische groei meegemaakt. In de jaren
negentig was de sky de limit, de overwinning op het Oostblok
zou het tijdperk van gigantische individuele ontplooiing
en vrijheid inluiden. Overal in Europa was de leiding halverwege
deze periode in handen gekomen van de sociaal-democraten.
Schröder in Duitsland volgde als laatste toen het bolwerk
van Kohl sneuvelde. Als oorzaak heeft dit waarschijnlijk
de grote problematiek van de integratie van de DDR die niet
soepel verloopt en verliep. De Duitsers hadden voor het
oplossen van deze economische problemen niet al teveel vertouwen
in de SPD. Maar mede door het schandaal rondom Kohl konden
ook zij toetreden tot het centrum van de Europese macht.
Echter de idealen van al die sociaal-democraten
waren verandert. Waar ze vroeger de brug moesten slaan tussen
links en rechts om het kapitalisme draaglijker te maken,
wisten ze het niet meer. De echte linkse krachten waren
in verwarring of gedemonteerd. De sociaal-democraten omarmden
bij gebrek aan visie een voor een het ultraliberalisme.
In een tijd van economische voorspoed gingen zij bezuinigen
op de collectieve sector en privatiseren. Terwijl in een
periode van voorspoed je juist zou moeten investeren in
deze sectoren, het enige wat we aan hun politiek overhielden
waren de managers. Dat er relatief weinig weerstand was
in deze periode, wat er ontstond was de spontane en intellectuele
beweging tegen de globalisering, wordt gekenmerkt door de
uitspraak "dat we het allemaal beter krijgen".
Waar de vergelijking wel op waarheid berust
is veel simpeler. De wereldeconomie is niet meer over zijn
toeren. Sinds het najaar van 2000 zit de klad erin. Geen
grote winsten met aandelenpakketten, rendementen uit het
verleden geven geen garantie voor de toekomst. Net zoals
het afgelopen jaren gevoerde beleid. Nu het ultraliberalisme
tegen haar grenzen aan begint te lopen wordt de roep om
polarisatie groter. Werkgevers en politici wilden vorig
jaar al zo snel mogelijk van het poldermodel af. Er moet
immers drastisch gesaneerd worden om te kunnen overleven
en dat lukt niet in het coöperatieve model met de vakbonden.
Die stonden, samen met hun sociaal-democratische vrienden,
met lege handen en na dertien jaar wederom in verwarring
én zonder antwoorden voor de achterban. Nu realiseren
ze zich dat het afglijden naar het politieke rechtse midden
bijna het failliet van de sociaal-democratie heeft ingeleid.
Maar de rechtse geluiden die nu in Europa
opduiken zijn niet alleen de oorzaak van het falen van de
sociaal-democratie. Er is een veel fundamenteler principe.
Mensen onderkennen dat in de huidige economische omstandigheden
zij zich waarschijnlijk niet hun positie op de maatschappelijke
ladder kunnen handhaven. Het is veelal een subjectief gevoel
over wat de toekomst brengen zal; al hangt de sanering,
die het ultraliberalisme nu wenst, wel boven het hoofd.
De gewaarwording van deze omstandigheden zorgt voor het
zoeken naar veroorzakers, anders genoemd zondebokken. Dit
is van alle tijden; de problemen die de Oliecrisis in de
staatsfinanciën veroorzaakte, werden afgewenteld op
het potverteren door links. In de tijd van massaontslagen
die daar begin jaren tachtig op volgde kwamen extreemrechtse
partijen, die veel aanhang kregen in wijken met veel werklozen,
onder leiding van Janmaat in de Tweede Kamer. Vergelijkingen
met gebeurtenissen uit een verder verleden kunnen verder
achterwege gelaten worden.
Welke partij of politicus een zondebok
aanwijst, kan in periodes van economische teruggang op de
angst floreren. Daarin zit de overeenkomst tussen de verschillende
rechtse politici in Europa. Fortuyn gaf de mensen hun zondebokken,
paars en de vreemdelingen, logisch verklaart dit zijn grote
diverse aanhang. Veel verder zijn de volgelingen niet gekomen,
want het programma van LPF is juist die keiharde ultraliberalisering
waardoor ze die angst kregen. De moord op de lijsttrekker
heeft echter het wegzakken op de maatschappelijke ladder
voor hun aannemelijker gemaakt. Wat overblijft zijn uitingen
van woede en verdriet.
|