Smash Fascism! DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
Fax/Voice mail/XOIP-nummer: 084 8333788
VCP.nu

HOME

De schaduw van de ster intro
Bespreking in Trouw (29/11/02) van
Yoram Stein
Reacties op de bespreking van Yoram Stein:

van Peter Edel
van Karel Glastra van Loon

Reactie van Peter Edel op de bespreking van Gie Van den Berghe in de FET:
van Peter Edel

De schaduw van de ster
Zionisme en antizionisme

Peter Edel

De schaduw van de ster analyseert de geschiedenis van het zionisme, van de oorsprong tot de tegenwoordige betekenis van deze nationalistische beweging. Een eeuw geleden gaf Theodor Herzl met zijn geschrift De Joodse Staat de stoot tot de zionistische beweging. Herzl en andere zionisten van het eerste uur baseerden zich deels op een raciale vertaling van het judaïstische thema over de uitverkorenheid van het joodse volk. Toen de uitgangsstellingen eenmaal betrokken waren, zorgde de onverbiddelijke logica van de geschiedenis voor de consequenties waarbij het doel, een Groot Israël, vrijwel ieder middel heiligde. De optie voor een zuiver joodse of door joden overheerste staat in het Arabische Palestina, kon alleen maar leiden tot een soort koloniale situatie en ten slotte tot een militair treffen tussen de twee bevolkingsgroepen. Na de stichting van de staat Israël in 1948 bleef het zionisme vasthouden aan de uitverkorenheid van het joodse volk. Het richtte dit principe tegen de autochtone bevolking in Palestina. Zionistische milities verdreven grote aantallen Palestijnen naar vluchtelingenkampen. In de jaren '60 maakten zionisten de holocaust tot boegbeeld van hun propaganda. Naar aanleiding van het proces tegen de nazi Adolf Eichmann werd de verantwoordelijkheid voor de judeocide op tegenstanders van de joodse staat geprojecteerd. Kritiek op Israël staat sindsdien voor zionisten op één lijn met de misdaden van de nazi's. De continuering van de confrontatie was een feit.

Met een voorwoord van Karel Glastra van Loon

"Waar het om gaat, zo valt het betoog van de antizionisten en van Edel samen te vatten, is het humanistische principe van de gelijkwaardigheid van alle mensen ook van toepassing te verklaren op joden en Palestijnen. In die zin begrepen is dit boek, zoals de auteur zelf in zijn inleiding schrijft, ondanks alles ook een optimistisch boek." - Karel Glastra van Loon.

Peter Edel (1959, Amsterdam) is fotograaf, beeldend kunstenaar en publicist. Er zijn van hem artikelen over Israël en de geschiedenis van het zionisme gepubliceerd in de Nederlandse tijdschriften Buiten de Orde, Kleintje Muurkrant, Ravage, Soemoed en Soera.

De schaduw van de ster
Isbn 90 6445 264 4
Paperback 15 x 22,5 cm - 328 p.
22,50 euro
september 2002

EPO


SP-denker: Israël gegrondvest op racistisch idee
door Yoram Stein
Trouw, 2002-11-29

In 'De schaduw van de ster' stelt de 'antizionistische' kunstenaar Peter Edel dat het jodendom een 'racistische' religie is en dat de 'joodse elite' mee verant woordelijk is voor de Holocaust. Schrijver en Socialistische-Partijman Karel Glastra van Loon schreef een aanbevelend voorwoord. De 'pijnlijkste feiten' moeten immers onder ogen worden gezien.

Karel Glastra van Loon in het voorwoord bij 'De schaduw van de ster': ,,Je hoeft niet over profetische gaven te beschikken om te kunnen voorspellen dat de auteur, Peter Edel, zal worden beschuldigd van antisemitisme''. Maar dat is voor hem geen reden om het boek niet aan te prijzen. Het is een 'pijnlijk', maar 'optimistisch', ja zelfs 'belangrijk' boek.

De schrijver van succesvolle romans als 'De passievrucht', adviseert het campagneteam van de SP; hij is bekend van de actie 'Stop de uitverkoop van de beschaving' en schreef, samen met Bob Fosko, het campagnelied 'Stem vóór! Stem SP!' én het voorwoord van Edels boek.

'Profetische gaven' waren inderdaad niet nodig om te vermoeden dat het boek verzet zou uitlokken. Edel had al een reputatie opgebouwd met zijn uitgesproken meningen over de Holocaust, jodendom en het zionisme. Zo schreef hij onder meer dat rijke Joden Hitler aan de macht hebben gebracht, dat de Holo caust her den king moet worden stopgezet, dat rabbijn Evers een 'discipel van het Vierde Rijk' is, en dat het Centrum Informatie en Documentatie Israël deel uitmaakt van een wereldwijd zionistisch netwerk met duistere, misdadige vertakkingen. Het Cidi spande een rechtszaak tegen hem aan wegens smaad, maar verloor deze.

Een andere rechtszaak tegen een van Edels stukken over zionistische complotten werd door de rechtbank niet ontvankelijk verklaard. Al jaren kan Edel daarom redelijk ongestoord zijn 'ideeën' ventileren in linkse actieblaadjes als Ravage en Kleintje Muurkrant. Nu heeft hij bij de extreem-linkse Belgische uitgeverij Epo een nieuw platform gevonden. Glastra van Loon is enthousiast over wat hij een ,,typisch postmoderne auteur'' noemt.

Edel stelt in zijn boek dat 'zionisten' de nazi's actief gesteund hebben. 'Zionisten' - door hem ook wel de 'joodse elite' genoemd - zijn niet alleen (mede) verantwoordelijk voor de massamoord op miljoenen Joden, maar ze profiteerden daarvan door het door hen gecreëerde antisemitisme te misbruiken als excuus voor het stichten van de staat Israël. Daarnaast hebben ze ook nog eens grote sommen geld durven eisen als schadevergoeding.

'De schaduw van de ster' stelt deze 'zionistische praktijken' aan de kaak. Dat doet de auteur door een 'antizionistische' geschiedschrijving van het joodse volk. In het boek illustreert 'kunstenaar' en Joden- en genocide-hobbyist Edel, aan de hand van willekeurig gekozen voorbeelden, hoe racistisch, xenofoob, machtsbelust en achterlijk het joodse volk is. Antisemitisme is evenals xenofobie en rassenhaat een puur joods-zionistische uitvinding. Het jodendom is in zijn diepste kern een racistische leer. Karel Glastra van Loon in zijn voorwoord: ,,De enige manier om af te rekenen met het idee dat Joden minderwaardig zouden zijn, is door ook het spiegelbeeldige idee te laten varen dat het joodse volk om welke reden dan ook anders, bijzonder of zelfs uitverkoren is.''

Geloven SP'ers ook dat racisme wordt uitgelokt door mensen die zeggen 'anders' te zijn? Is dit resoluut afwijzen van andere culturen en van het uitdragen van een eigen identiteit het standpunt van de SP? Kamerlid Harry van Bommel (derde op de SP-lijst) wil één ding onderstrepen: ,,Wat Karel schrijft, is op persoonlijke titel. Maar ik vind het altijd interessant om te lezen wat hij schrijft.''

,,Glastra van Loon is geen partij-ideoloog'', zegt Tiny Kox, algemeen secretaris van de SP. Toch lijkt hij voor de partij een expert voor de buitenlandse politiek. Zo schreef hij samen met lijsttrekker Jan Marijnissen een boek over de Navo-interventie in Kosovo. Zijn ideeën zijn ook niet onbelangrijk voor de SP, zegt Kox. ,,Hij denkt vrolijk mee in ons verkiezingsteam.''

De gedachte dat Joden de Holocaust zelf veroorzaakt hebben, was lange tijd een geliefd thema van extreem-rechts. Nu gelooft men ook in linkse kringen steeds vaker in 'zionistische samenzweringen en complotten'. Zo schreef de Canadese 'andersglobaliste' Naomi Klein dit jaar verontrust over het oprukkende antisemitisme in 'haar beweging', een beweging waarbinnen ook Glastra van Loon en de SP actief zijn. ,,Telkens als ik inlog op nieuwssites van activisten van Indymedia.org die 'open publishing' bedrijven, word ik geconfronteerd met een reeks joodse samenzweringstheorieën over 11 september en fragmenten uit De Protocollen van de wijzen van Sion.''

,,De schaduw van de ster is een antisemitisch boek'', zegt journalist Peter Zegers, die onderzoek doet naar antisemitische samenzweringstheorieën en op het internet waarschuwt voor het gedachtegoed van Edel (www.gebladerte.nl/g21.htm). ,,Onder het mom van antizionisme worden aloude antisemitische stereotypen opnieuw tot leven gewekt'', zegt hij. Het historisch materiaal waarop het boek zich beroept is volgens Zegers veelal naar willekeur bewerkt. Een en ander is ontleend aan een extreem-rechtse multimiljonair als de Amerikaan Lyndon H.LaRouche of afkomstig van bronnen als het Pamflet van de British Anti-Zionist Organisation/Palestine solidarity.

Maar Edels belangrijkste bronnen zijn zelf-kritische (anderen: 'zichzelf hatende') Joden als Norman Finkelstein en Israel Shahak. ,,Een methode die extreem-rechts ook lang hanteerde'', zegt Zegers. ,,Als een jood zelf zegt dat zijn volk en religie niet deugen, dan moet het wel waar zijn.''

Zionisme is racisme, zeggen de antizionisten. Volgens Edel staan ,,de eerste vormen van het zionisme al beschreven in het Oude Testament''. Dat de Joden eeuwen vóór Christus een massaslachting aanrichtten onder de Amalekieten, geldt als voorbeeld van het 'raciale jodendom' dat amateur-historicus Edel wil bestrijden. Al in de Middeleeuwen was het niet best toeven onder Joden, weet Edel. De rabbijnen predikten ,,met de Talmoed in de hand de superioriteit van het 'joodse ras' en het afhakken van lichaamsdelen was bij de middeleeuwse rabbijnen zeer in trek''. ,,Een pijnlijk boek'', oordeelt Glastra van Loon, ,,maar ondanks alles ook een positief boek.''

Glastra van Loon legt over de telefoon vanuit Thailand uit waarom hij 'De schaduw van de ster' zo 'positief' vindt. ,,Er werd mij gevraagd om er eens naar te kijken en te zeggen wat ik ervan vind. Toen dacht ik: dit is toch wel een opmerkelijk boek. Het is ongetwijfeld een controversieel boek, maar er stond wel ontzettend veel in waar ik geen weet van had. Bijvoorbeeld de contacten tussen zionistische organisaties met nazi's en nazi-Duitsland. Ik vond het schokkend.''

Peter Edel in zijn boek: ,,Het is zeker niet mijn bedoeling een zo negatief mogelijk beeld over Israël en het zionisme te schetsen. Als dat mijn intentie was, dan had het volstaan het accent te leggen op de in de naam van het zionisme gepleegde misdaden tegen het Palestijnse volk.'' Maar daar is al genoeg over gepubliceerd, schrijft Edel. Daarom legt hij het accent op de veel oudere 'misdaden' van de Joden. Hun grootste misdaad: verschil aanbrengen tussen Joden en niet-Joden. Glastra van Loon: ,,Waar het om gaat, zo valt het betoog van Edel en de antizionisten samen te vatten, is het humanistische principe van de gelijkwaardigheid van alle mensen ook toe te passen op Joden en Palestijnen.''

Glastra van Loon vanuit Thailand: ,,Aan het bestaan van de staat Israël ligt een idee ten grondslag dat in principe racistisch is, gebaseerd op een rassenonderscheid. Een zionistische lezing van de geschiedenis van de Joden weigert dit feit onder ogen te zien.''

Volgens Van Bommel is zijn partij niet antizionistisch. Ze wil weliswaar de sancties tegen Irak stopzetten en sancties tegen Israël invoeren, maar is 'vóór een twee-staten oplossing'.

Wat wil de SP doen tegen het door Glastra van Loon en Edel gesignaleerde 'racisme' in het jodendom? Van Bommel: ,,Verscheidenheid zie ik als een groot goed. Maar alles moet wel op integratie gericht zijn. Het is ongewenst dat groepen een uitzonderingspositie innemen en de gedachte koesteren dat ze boven andere groepen verheven zijn.''

Dit artikel van Yoram Stein vindt u hier.


Peter Edel: reactie op de bespreking van Yoram Stein in Trouw van 29-11-2002.

Yoram Stein wil niet weten dat de staat Israël gebaseerd is op een racistische ideologie. In plaats daarvan verwerpt hij kritiek op zionisme als een vorm van antisemitisme. Dat is precies wat hij doet in zijn bespreking van mijn boek De schaduw van de ster. Voor Stein gaat geen middel te ver om een antizionist te belasteren. Zo beschuldigt hij mij ten onrechte van antisemitisme, het zionistische argument bij uitstek om kritiek op de apartheid in Israël de mond te snoeren. Verder schrijft Stein vooral veel zaken aan mijn boek toe die er niet in staan. Waar baseert hij bijvoorbeeld de bewering op dat zionisten naar mijn mening "(mede)verantwoordelijk" zouden zijn voor de holocaust?

Ik heb - evenals de Encyclopedia Judaica - beschreven hoe de 'World Zionist Organisation (WZO)' in de jaren dertig een samenwerking aanging met het ministerie van Economische Zaken van nazi-Duitsland, met de bedoeling joods vermogen naar Palestina te verplaatsen. Verder heb ik gewezen op pogingen van zionistische splinterorganisaties en individuele zionisten om van de situatie gedurende de oorlogsjaren gebruik te maken en verregaande voorstellen aan de nazi's te doen. Ook heb ik mijn verbazing onder woorden gebracht over de geringe aandacht van zionistische instanties in de VS en Palestina voor het lot van joden in Europa tijdens de oorlogsjaren. Onder alle omstandigheden bleef de opbouw van een joodse staat in Palestina toen voorop staan en dat beleid heb ik stevig bekritiseerd in mijn boek. Hetzelfde geldt voor de zionistische politiek om antisemitisme en de holocaust als argumenten te misbruiken voor de onderdrukking van Palestijnen en de machtspolitiek van de staat Israël. Dit alles heb ik in mijn boek beschreven. Wat ik niet heb geschreven is dat zionisten (mede)verantwoordelijk waren voor de holocaust.

Wie De schaduw van de ster (goed) leest, zal inzien dat de WZO niet (mede)verantwoordelijk voor de holocaust kan zijn geweest, door een samenwerking aan te gaan met de nazi's. Dat laatste om de simpele reden dat de holocaust nog niet in zicht was toen dit zogenaamde 'Ha'vara Abkommen' van start ging in 1933. Het was toen wel al duidelijk dat Hitler en trawanten geen vrienden van de joden waren; ook zionisten waren daar goed van op de hoogte. Maar bij de mogelijkheid van een stelselmatige moord stond destijds niemand stil. Tegen de tijd dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was er van de samenwerking tussen de WZO en het nationaal socialisme geen sprake meer.

Op pagina 102 van De schaduw van de ster staat de volgende passage: "Door het late tijdstip van het besluit tot de holocaust, konden de ZVfD en de WZO begin jaren dertig niet voorzien dat het antisemitisme van de nazi's uiteindelijk tot de dood van meer dan vijf miljoen joden zou leiden." Verder op dezelfde pagina staat: "Het komt erop neer dat de zionisten van de WZO met vuur speelden door in de jaren dertig met de nazi's in zee te gaan. Dat zij daarbij stevig hun vingers hebben verbrand, is duidelijk, want de holocaust was een enorme slag voor de zionistische wereldbeweging." Ondanks deze passages schrijft Stein dat zionisten volgens mijn boek (mede)verantwoordelijk waren voor de holocaust. Dat laatste kan ik alleen verklaren met de opzet aan zijn kant om De schaduw van de ster tegen iedere prijs in een kwaad daglicht te plaatsen.

En zo gaat het maar door. Zo heb ik volgens Stein geschreven dat antisemitisme door zionisten is bedacht. Hoe komt hij daarbij? De schaduw van de ster beschrijft hoe de middeleeuwse machtselite de joden in een penibele positie dwong, waardoor zij een doelwit werden van boerenopstanden. Verder heb ik beschreven dat het klassieke antisemitisme vaak oplaaide als er veranderingen optraden in het economische landschap. Daar konden joden niets aan veranderen, want het was geen ontwikkeling waar zij invloed op hadden. Zo heb ik laten zien hoe joden in Rusland aan het einde van de negentiende eeuw -buiten hun macht- in het nauw gedreven werden door het verval van het feodalisme en de opkomst van het kapitalisme. Op dit alles ben ik in mijn boek uitgebreid ingegaan, maar dat is niet hetzelfde als schrijven dat zionisten het antisemitisme hebben gecreëerd.

Het joodse geloof zou in De schaduw van de ster als een racistische religie naar voren komen. Dat is onmogelijk, want evenals andere religies kent het joodse geloof naast een aantal xenofobische aspecten ook kanten die een vreedzame samenleving met andere religies mogelijk maken; daar ben ik in het nawoord uitgebreid op ingegaan. Op die verschijningsvorm van het judaïsme leggen religieuze joden buiten het zionisme vaak de nadruk. Zoals de orthodoxe joden van de 'Neturei Karta' beweging, voor wie Thora en Talmoed leren dat joden in harmonie met niet-joden kunnen leven. Deze religieuze stroming binnen het antizionisme stelt zich op tegen Israël, maar tegelijkertijd zijn er vrijwel geen joden die meer toegewijd zijn aan hun geloof dan zij. Alleen daarom is iedere poging om antizionisme per definitie aan antisemitisme te verbinden, bij voorbaat mislukt.

Bij mijn conclusie dat een tweestatenconcept nooit tot een rechtvaardige oplossing kan leiden en dat een seculiere democratie met rechten voor alle inwoners daarom op den duur noodzakelijk is, staat Stein niet stil. Niet vreemd, want dan moet hij schrijven dat ik voor alles naar een verbroedering tussen Israëli's en Palestijnen streef in een land. En dat past niet bij de eenzijdige indruk die Stein van mijn boek wil wekken. In plaats daarvan stelt hij dat joden naar de mening van antizionisten "moeten ophouden zich te beroepen op een eigen identiteit en geschiedenis." Dat laatste is pertinent onwaar. Joodse zionisten zouden zich mijns inziens juist veel meer op hun rijke religieuze traditie moeten concentreren. Want zoals ik zojuist al schreef maken de oude waarden van het joodse geloof een harmonieuze samenleving met niet-joden zeker mogelijk. Alleen is van die oude waarden weinig overgebleven in de karikatuur die het zionisme van het judaïsme heeft gemaakt.

Religieuze antizionisten zien het zionisme terecht als de hindernis voor vrede. Daarbij hebben zij het niet alleen over vrede in het Midden-Oosten, want het ligt voor de hand dat de positieve effecten van een echte vrede tussen joden en moslims zich niet tot het Midden-Oosten zullen beperken. Zo'n ontwikkeling kan zonder meer als inspiratiebron voor vrede en verdraagzaamheid in de rest van de wereld dienen. Als joden en moslims na zoveel jaren van geweld zo'n stap kunnen nemen, dan is vrede elders in de wereld eveneens een realistische optie. De zionisten staan daarmee voor een zeldzame historische keuze, niet alleen wat betreft het Midden-Oosten, maar ook voor de rest van de wereld. Ik geloof onvoorwaardelijk in een echte vrede. Dat geloof is mijn drijfveer geweest bij het schrijven van dit boek. Het is dan ook niet zonder reden dat Karel Glastra van Loon in zijn voorwoord heeft onderstreept dat De schaduw van de ster een optimistisch boek is.

Volgens een rabbi in mijn vriendenkring is de bron van alle problemen dat de zionistische haviken in Israël niet onder ogen wensen te zien dat joden zijn uitverkoren om vrede te brengen. Als zij dat wel inzagen, hadden zij hun moslim broeders en zusters al lang geleden als volwaardige medemens geaccepteerd. Dan was het bijvoorbeeld onverdraaglijk voor hen geweest dat de sterfte onder Palestijnse kinderen veel hoger ligt dan onder Israëlische. Gelukkig zijn er veel Israëli's's die daar niet verantwoordelijk voor willen zijn en er alles aan doen om Palestijnen te helpen. Maar de Israëlische regering wordt niet warm of koud van de humanitaire ramp onder de Palestijnen. Daar bekommert men zich alleen om de eigen stam en niet om andere inwoners van het land. Dat laatste is precies wat van de joodse staat een racistische staat maakt.

Antizionistische publicisten met een joodse achtergrond heb ik niet genoemd als alibi, maar omdat zij de zionistische ideologie aanvankelijk met de paplepel ingegoten hebben gekregen. Daardoor weten zij als geen ander wat de essentie van deze ideologie is en zijn zij voor mij de aangewezen bron. Om hen via een slinkse omweg met zelfhaat in verband te brengen, is erg ordinair. Stein ziet zelf wel in hoe ridicuul de beschuldiging van zelfhaat is. Daarom verzacht hij zijn standpunt door de beschuldiging van zelfhaat aan "anderen" toe te schrijven. Daarnaast heeft hij het over "zelf-kritische joden". Maar ondertussen is de toon gezet en dat is precies waar het om begonnen is in dit suggestieve artikel.

Met de aantijging van zelfhaat ben je natuurlijk overal gemakkelijk van af. Met hetzelfde recht was het mogelijk om iedere blanke die zich uitsprak tegen de apartheid in Zuid-Afrika van zelfhaat te beschuldigen. Als ik zie hoe breed het joodse protest in de wereld is tegen het Israëlische beleid, moeten er wel erg veel zelfhaters zijn. Maar de bedoeling is duidelijk, want ook de beschuldiging van zelfhaat is er anno 2002 vooral om de onderdrukking en discriminatie van het Palestijnse volk te legitimeren.

De Israëlische publicist Israel Shahak is zo'n zelfhater, waar ik van Stein kennelijk niet naar mag verwijzen. Shahak is niet de eerste de beste publicist. Hij werd voor zijn dood in 2001 op handen gedragen door publicisten als Gore Vidal, Christopher Hitchens en Noam Chomsky. Laatstgenoemde schreef mij over Shahak: ".....I haven't the slightest doubt about his integrity, courage, and remarkable scholarship." Als Chomsky's het zo stelt, is er voor mij geen reden om er vanuit te gaan dat Shahak niet betrouwbaar zou zijn als bron. Wat ene Yoram Stein of de anti-linkse agitator Peter Zegers daar van denken, laat me koud.

Kwaadaardig zijn de passages waarin Stein het linkse antizionisme aan extreem rechts en antisemitisme koppelt. Er zijn gekken die schrijven dat joden of zionisten de holocaust hebben veroorzaakt, zoals men ook wel schrijft dat de judeocide verzonnen is. Maar dan gaat het niet over antizionisme, maar over antisemitisme. De in mijn boek genoemde linkse antizionisten, beweren absoluut niets van deze aard. En zelf neem ik eveneens afstand van deze zienswijze. Eén van de redenen om De schaduw van de ster te schrijven was voor mij te laten zien dat antizionisme niet met antisemitisme verward kan worden. In de inleiding van het boek heb ik daar het volgende over geschreven: "Er bestaat een enorm verschil tussen een antizionist en een antisemiet. Het antisemitisme wenst de wereld van de joden te bevrijden, terwijl de antizionisten die ik eerder noemde naar precies het tegenovergestelde streven. Voor hen moet de wereld de joden bevrijden. Een groter verschil is bijna niet denkbaar."

Er is nog een andere reden waarom het opmerkelijk is dat zionisten kritiek vaak pareren door een verbinding tussen antizionisme en extreem rechts te suggereren. Want de twintigste eeuw toont een aaneenschakeling van contacten tussen zionisten en extreem rechtse kringen. Het hield niet op bij de samenwerking tussen de WZO en de nazi's in de jaren dertig. De oprichter van het moderne zionisme, Theodor Herzl, zocht aan het begin van twintigste eeuw al toenadering tot politieke leiders met extreem rechtse en antisemitische opvattingen. Sinds de oprichting van de staat Israël is er weinig veranderd. Zo is de joodse staat betrekkingen aan gegaan met tal van extreem rechtse onderdrukkingsregimes, zoals in Zuid-Amerika en Zuid-Afrika.

Eveneens kwaadaardig is de wijze waarop Stein mijn boek aan de SP koppelt om deze partij te beschadigen. Daarbij baseert hij zich op het feit dat Karel Glastra van Loon het voorwoord heeft geschreven. In werkelijkheid zijn Karel Glastra van Loon noch ik zelf lid van de SP. Bovendien heeft die partij niets met De schaduw van de ster te maken. Dat betekent niet dat ik geen contact onderhoud met de SP, of er geen sympathie voor zou hebben. Ik spreek wel eens iemand van de SP, maar ook wel eens iemand van Groen Links, of van de PvdA. Ik heb er voor gekozen geen binding met een politieke partij aan te gaan en hetzelfde geldt voor Karel Glastra van Loon.

Als Stein mijn bronnen in diskrediet wil brengen, of wil beweren dat zionisten volgens mijn boek het antisemitisme hebben uitgevonden, moet hij vooral zijn gang gaan. Maar de bewijslast rust in dat geval bij hem. In de bespreking van mijn boek in Trouw is echter geen spoor van een citaat of een verwijzing naar de inhoud van mijn boek te vinden, waaruit zou blijken dat ik iets dergelijks geschreven heb, of dat mijn bronnen niet betrouwbaar zouden zijn. Omdat dergelijke verwijzingen ontbreken, zijn deze gevolgtrekkingen voor Stein's eigen rekening.

Ik weet niet of Stein een echte zionist is, of dat hij vooral de SP onderuit wil halen. Maar als hij een zionist is, is hij in ieder geval een domme zionist. Een slimme zionist had er voor gekozen mijn boek dood te zwijgen, in de hoop dat het onopgemerkt voorbij zou gaan.

Zo'n slimmerik heeft zich verleden week bij mijn uitgever gemeld. Deze zionistisch georiënteerde recensent vond mijn boek duidelijk gevaarlijk en wilde voorkomen dat het publiciteit zou krijgen. Daarom zag hij af van een bespreking. Als ik in zijn schoenen stond, had ik precies hetzelfde gedaan. Stein denkt daarentegen dat hij het publiek bij mijn boek weg kan houden met zware doch valse beschuldigingen. Hij beseft niet dat hij er juist daardoor meer interesse voor genereert. Want menigeen zal de transparante doelstelling van Stein op zijn juiste waarde weten te schatten. Zij zullen De schaduw van de ster nemen voor wat het is: een niets verhullende, doch gerechtvaardigde kritiek op een nationalistische ideologie die niet meer van deze tijd is.


Karel Glastra van Loon: reactie op de bespreking van Yoram Stein in Trouw van 29-11-2002.

Het is niet mijn gewoonte om publiekelijk te reageren op negatieve artikelen over mijzelf of mijn werk zeker niet als ik in een ver buitenland verblijf. Maar het stuk van Yoram Stein in Trouw van 29 november jl., met als kop 'SP-denker: Israël gegrondvest op racistisch idee', is niet alleen uitzonderlijk kwaadaardig, maar beschadigt behalve mijzelf ook anderen die met de kwestie niets van doen hebben.

Voor een goed begrip van wat Stein aan de orde stelt, is het nuttig als ik eerst iets zeg over de manier waarop ik invulling geef aan mijn schrijverschap. Waar het mij bij het schrijven om gaat is het volgende. Ieder mens vormt zichzelf een beeld van de werkelijkheid waarbij hij of zij zich het prettigst voelt. (Sommige mensen voelen zich heel prettig bij een zeer onprettig beeld van de werkelijkheid.) Tezamen vormen mensen zich bovendien ook nog eens collectieve beelden van de werkelijkheid, die sterk worden bepaald door religie, cultuur en historische achtergronden, en in toenemende mate door de massamedia. Dat wij ons dit soort beelden vormen, is noodzakelijk voor het aanbrengen van enige ordening in wat anders een volstrekt betekenisloze chaos blijft. Maar tegelijkertijd vormen deze beelden een reusachtige handicap bij het waarnemen van al datgene wat om welke reden dan ook niet goed in het beeld past. Zowel in mijn journalistieke werk als in mijn romans en verhalen ben ik steeds op zoek naar de dingen die wij niet willen zien omdat ze slecht passen in ons beeld van de werkelijkheid. Niet omdat ik denk dat die verdrukte werkelijkheid de enige ware zou zijn en ons beeld vals, maar omdat ik er van overtuigd ben dat een voortdurend besef van de betrekkelijkheid van ons wereldbeeld de beste garantie biedt voor vooruitgang in de volle betekenis van het woord. Bovendien biedt het bescherming tegen de ontmenselijking die onlosmakelijk is verbonden met elke vorm van fundamentalisme, of die nu joods, christelijk, islamitisch, communistisch of neoliberaal is. En dan nu de kwestie zelf. Aanleiding voor Steins artikel is een voorwoord dat ik schreef voor het onlangs verschenen boek 'De schaduw van de ster' van de Amsterdamse kunstenaar en publicist Peter Edel. Dat boek bevat een eigenzinnige en ongetwijfeld voor discussie vatbare analyse van het zionisme, gebaseerd op historische bronnen, waaronder talloze publicaties van zionisten en antizionisten. Wat Edel wil laten zien is dat het fundamentele probleem van het zionisme er wat hem betreft in schuilt dat het niet uitgaat van de gelijkwaardigheid van alle mensen, ongeacht ras of geloof, maar dat het daarentegen aan joden zowel in theorie als in praktijk een uitzonderingspositie toekent op grond waarvan zij andere rechten zouden mogen doen gelden dan niet-joden. Dit zionistische uitgangspunt, stelt Edel, is terug te vinden in het feit dat Israël een joodse staat is, waarin voor joden andere wetten en rechten gelden dan voor niet-joden. Het is een voor iedereen verifieerbaar feit dat een Russische jood die zich in Israël meldt als immigrant vanaf de allereerste dag meer rechten heeft dan de Arabische ingezetenen van Israël van wie de voorouders al generaties lang in het land wonen (al heette het toen anders). Een ander voorbeeld dat Edel geeft van zulke rechtsongelijkheid is het bestaan van een Israëlische wet die tot in de jaren negentig van de vorige eeuw toestond dat verdachten tijdens een verhoor werden gemarteld, mits die verdachten niet-joods waren.

In 'De schaduw van de ster' staan veel van dit soort onaangename feiten onaangenaam voor diegenen die, zoals ik, zijn opgevoed met een beeld van de staat Israël als een eiland van verlichting in een zee van islamitische (en antisemitische) duisternis. Zo staat Edel vrij uitvoerig stil bij de contacten tussen vooraanstaande vertegenwoordigers van de zionistische beweging en kopstukken van Hitlers nazi-partij. Hitlers opvattingen over raszuiverheid en de vermeende kwalijke gevolgen van rassenvermenging, zo blijkt uit door Edel geciteerde documenten, sloten nauw aan bij de ideeën die de betreffende zionisten hieromtrent koesterden. Het is juist in de passages die Edel aan dergelijke netelige kwesties besteedt dat hij mij het meest heeft overtuigd: zowel van het belang van zijn boek, als van zijn integriteit. In tegenstelling tot wat Stein suggereert is Edel zeer genuanceerd in zijn oordeel. Hij schrijft regelmatig en expliciet dat dit soort feiten niets afdoet aan de gruwelijkheid van de jodenvervolging in Hitler-Duitsland, noch aan de verantwoordelijkheid van de nazi's voor die gruwelijkheden. Dat er lieden zijn die aan deze zelfde gegevens de conclusie verbinden dat de joden de holocaust aan zichzelf te wijten hebben, is uiteraard volstrekt verwerpelijk. Maar Edel trekt die conclusie niet. Wat Edel ook werkelijk nergens in zijn boek beweert of zelfs maar suggereert, is dat 'het joodse volk racistisch, xenofoob, machtsbelust en achterlijk is', zoals Stein in zijn artikel schrijft. Evenmin zegt hij dat 'antisemitisme evenals xenofobie en rassenhaat een puur joods-zionistische uitvinding zijn'. Had hij zich aan dit soort antisemitische uitspraken schuldig gemaakt, dan zou ik zeker geen voorwoord voor zijn boek hebben geschreven. Dat Stein zich verlaagt tot een dergelijke kwaadaardige weergave van de inhoud van Edels boek doet mij vrezen dat het hem aan redelijke argumenten ontbreekt. De stelling dat 'De schaduw van de ster' een antisemitisch boek zou zijn, wordt door geen enkel letterlijk citaat geschraagd.Tegenover het schrikbarend tekort aan inhoudelijke argumenten van Stein staat een al even schrikbarende overvloed aan insinuaties en verdachtmakingen. Voortdurend plaatst Stein woorden tussen aanhalingstekens om vooral maar duidelijk te maken dat het geen zuivere koffie is die hier wordt geschonken. Zo heeft Edel geen ideeën maar 'ideeën', is hij niet antizionistisch maar 'antizionistisch', en is hij zelfs geen kunstenaar maar een 'kunstenaar' wat we ons daar verder ook bij moeten voorstellen. Daarnaast grossiert hij in kwalificaties die aan de ene kant zo algemeen zijn dat het onmogelijk is om te bewijzen dat ze onjuist zijn en tegelijkertijd specifiek genoeg om een indringende geur van onbetrouwbaarheid te verspreiden. Zo is de uitgever van 'De schaduw van de ster', het Belgische EPO, volgens Stein 'extreem-links', terwijl het merendeel van Edels bronnen juist weer 'extreem-rechts' zou zijn. De joodse critici van het zionisme die aan het woord worden gelaten, zijn uiteraard 'joodse zelfhaters' althans volgens 'anderen'. En natuurlijk is het bijzonder saillant dat de schrijver van het voorwoord bij Edels boek een 'SP-denker' is. Dat zowel Tiny Kox (partij-secretaris van de SP), als Harry van Bommel (SP-Kamerlid en buitenlandspecialist), als ikzelf hem hebben verzekerd dat de SP met deze hele kwestie niets van doen heeft, weerhoudt Stein er niet van zijn hele stuk aan dit opmerkelijke feit op te hangen. Ik ben geen lid van de SP, maar draag de partij wel een warm hart toe. Sinds 1993 maak ik deel uit van een groepje mensen dat meedenkt en praat over alles wat met de SP en de media heeft te maken. Dat men bij de SP openstaat voor de ideeën en inbreng van mensen van buiten de partij is voor mij een van de redenen waarom ik me er thuis voel. Het is ook juist, zoals Stein schrijft, dat ik samen met Jan Marijnissen een boek heb geschreven over de Joegoslavische oorlogen ('De laatste oorlog'), maar dat maakt mij nog niet tot 'een belangrijke buitenlanddeskundige van de partij'. Dat boek is een logisch uitvloeisel van de manier waarop ik aan mijn schrijverschap invulling geef. En het is precies in die invulling dat ook de verklaring gezocht moet worden voor mijn bereidheid om een voorwoord te schrijven bij het boek van Peter Edel.

Het mag duidelijk zijn dat ik mij bij het schrijven nooit afvraag of wat ik beweer wel in overeenstemming is met de partijlijn van de SP. Of dat ik ooit mijn geschriften vooraf ter goedkeuring voorleg aan het partijbestuur, of het partijbestuur zelfs maar op de hoogte stel van wat ik heb geschreven. Zo ook in het geval van mijn voorwoord bij 'De schaduw van de ster'. Wie wil weten hoe de SP denkt over het Israëlisch-Palestijnse conflict, kan eenvoudigweg contact opnemen met de partij; in het boek van Peter Edel, noch in mijn voorwoord is daarover een letter te vinden.

Tot slot. Natuurlijk geldt ook voor mij dat mijn beeld van de werkelijkheid een handicap vormt bij het waarnemen en onderkennen van zaken die niet passen in dat beeld. Daarom probeer ik voortdurend de dialoog aan te gaan met mensen die er een ander wereldbeeld op na houden. (Ook met Peter Edel verschil ik op een aantal belangrijke punten van mening.) Ik probeer dat te doen op basis van onderling respect en op voorwaarde dat beide partijen bereid zijn zich werkelijk te verdiepen in de standpunten van de ander. Steins heftige reactie laat zien dat het mogelijk is om Edels boek totaal anders te lezen dan ik dat heb gedaan, wat mij op zichzelf niet verbaast. Maar dat Stein als journalist in zijn stuk geen enkele moeite doet om zijn eigen visie op het boek en op Peter Edel met feiten en argumenten te onderbouwen, vind ik op zijn zachtst gezegd een ernstige tekortkoming. In mijn beleving confronteert Peter Edel zijn lezers met feiten en opvattingen die slecht passen in het beeld dat velen van ons in de Westerse wereld hebben van Israël en de Palestijnen. Hij laat zien dat Arabieren geenszins de 'eeuwige antisemieten' zijn voor wie zij nu vaak worden gehouden, maar dat er in de geschiedenis talloze voorbeelden zijn te vinden van een vredig samenleven van joden en Arabieren. Zoals hij ook laat zien dat noties over vermeende raciale superioriteit niet het exclusieve domein zijn van niet-joden, en dat dergelijke opvattingen onvermijdelijk leiden tot gruwelijkheden jegens 'de anderen'. De stichting van een joodse staat in Palestina kan na de gruwelen van de Tweede Oorlog nog zo vanzelfsprekend en nastrevenswaardig hebben geleken, dat doet niets af aan het feit dat met de komst van die staat de niet-joodse inwoners van het gebied (voor zover zij niet werden verjaagd), tot tweederangs burgers zijn gemaakt. De staat Israël is gebaseerd op de gedachte dat het onder bepaalde omstandigheden verdedigbaar is om onderscheid te maken tussen mensen op grond van hun ras. En dat is, hoe je het ook wendt of keert, een racistisch idee. Iedereen die nadenkt over een mogelijke oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict zal dat pijnlijke feit onder ogen moeten zien.

Karel Glastra van Loon - Mae Sot, Thailand - 3 december 2002.


Peter Edel: reactie op de bespreking van Gie van den Berghe in De Financieel-Economische Tijd.

Op zaterdag 9 november jl. verscheen in de Financieel-Economische Tijd een bespreking door Gie van den Berghe over mijn onlangs verschenen boek De schaduw van de ster (EPO, Berchem). Van den Berghe gaat volledig voorbij aan mijn belangrijkste stelling dat de houdbaarheidsdatum van het op negentiende-eeuwse principes gebaseerde zionisme ruim is overschreden. Mijn overtuiging dat de vestiging van een seculiere democratie in Israël noodzakelijk is om Israëliërs en Palestijnen voor een ramp te behoeden, negeert Van den Berghe volledig. Kennelijk wil hij daar niets over horen. Wellicht geeft hij de voorkeur aan het grote getto waar Israël momenteel in verandert.

Om de grote lijnen buiten beschouwing te kunnen laten, moet Van den Berghe zich ingraven door details onder vuur te nemen en uiterst selectief te lezen. Bijvoorbeeld: verwijzend naar het citaat van Hitler uit Mein Kampf over het zionisme, verdraait hij volledig de strekking van mijn boek. Daar heb ik benadrukt dat deze bewering van Hitler aanvankelijk zeker niet typerend was voor het beleid van de nazi's. In De schaduw van de ster staat dat de nazi-ideoloog Alfred Rosenberg zich aanvankelijk niets bij het zionisme kon voorstellen en dat hij deze nationalistische beweging met de 'joodse wereldsamenzwering' in verband bracht (p.84). Iedere aandachtige lezer zal dat erkennen, maar Van den Berghe heeft het voor het gemak over het hoofd gezien.

Pas echt fraai wordt het als Van den Berghe mij met holocaustontkenning associeert door te beweren dat een Engelse vertaling van het artikel van Dominique Vidal uit Le Monde Diplomatique afkomstig is van de website van het 'Institute for Historical Review'. Ik weet niet of het artikel hier te vinden is, want ik houd mij verre van negationistische kringen. In werkelijkheid vond ik het stuk van Vidal op de website van de marxistische historicus Norman Finkelstein uit de VS.

Ik heb in mijn boek beklemtoond dat de holocaust een historisch feit is waar geen vraagtekens bij geplaatst kunnen en mogen worden. De bedoeling van Van den Berghe is duidelijk. Hij brengt mij in verband met een gezelschap van notoire h olocaustontkenners in de hoop dat de lezer zal veronderstellen dat ik daarmee sympathiseer.

Van den Berghe gaat maar door. In De schaduw van de ster heb ik beschreven hoe het klassieke antisemitisme oplaaide toen joden in het nauw kwamen door het verval van het feodalisme en de opkomst van het kapitalisme, dat simpelweg geen ruimte openliet voor een oplossing van wat men in Rusland aan het einde van de negentiende eeuw het 'joodse probleem' noemde (p.61-62).

Aan het nationaal-socialistische antisemitisme lag een irrationele rassenwaan ten grondslag, ook daar heb ik in mijn boek bij stilgestaan. Maar dat nam niet weg dat bij de beslissing tot de stelselmatige moord op de joden een aantal rationele overwegingen ten grondslag lagen. Deze kwamen o.a. tot uiting in de discussie binnen de nazi-top of de joden direct vermoord moesten worden, of dat zij zich dood moesten werken ten behoeve van de Duitse oorlogseconomie. Het was in deze context dat de 'Wannsee-conferentie' plaatsvond. Er werd daar beslist de jodenmoord op geïndustrialiseerde wijze uit te voeren. Daarmee heb ik niet beweerd dat er voor die tijd geen joden werden vermoord. Dat gebeurde voor de Wannsee-conferentie al op grote schaal aan het Oostfront, ook al had het toen nog niet de geïndustrialiseerde vorm van Auschwitz, Chelmno en Treblinka. Dat er kort na de inval in Polen al joden werden vermoord, is nauwgezet door mij onder woorden gebracht. En hetzelfde geldt voor de moord op joden na de aanval op de Sovjet-Unie (p.98). Dat de nadruk voor de nazi's aanvankelijk op het vernietigen van het communisme lag, verandert niets aan het feit dat er in eerste aanleg al veel joden de dood vonden in het Oosten. Van den Berghe maakt van dit alles een onoverzichtelijke woordenbrij die absoluut niet representatief is voor wat ik in De schaduw van de ster heb geschreven.

Volgens Van den Berghe heb ik de Israëlische historicus Tom Segev niet goed geciteerd, als het om het aantal holocaustoverlevenden gaat dat in de oorlog van 1948 vocht, dan wel sneuvelde. Aangezien de overlevenden van de holocaust niet geschikt waren voor bijvoorbeeld administratieve taken, raakten zij volgens Segev in verhouding vaker betrokken bij gevechtshandelingen dan andere Israëlische soldaten. Daarom ligt het voor de hand dat het aantal in 1948 gesneuvelde holocaustoverlevenden op zijn minst in verhouding staat tot het aantal onder hen dat in deze oorlog vocht.

Ik mag van Van den Berghe geen vragen stellen over de historische authenticiteit van het Oude Testament. Hij schrijft niet dat dit geschrift in historisch opzicht betrouwbaar zou zijn, want dat kan hij zich als zelfrespecterend wetenschapper natuurlijk niet veroorloven. Daarom spreekt hij op zich ook niet tegen wat ik in dit verband geschreven heb. Maar als het over Israël en het zionisme gaat, mogen judaïstische geschriften zijns inziens niet aan de orde komen. Dan gelden voor Van den Berghe aparte regels en gaat hij zonder zich zelf verder te verklaren over op het vergezochte argument dat ik de Thora als het Oude Testament aanmerk (what's in a name).
Met zoveel subjectiviteit in zijn benadering verbaast het mij dat Van den Berghe de indruk wekt stelling te nemen tegen de agressieve politiek van de staat Israël. Neem me even niet kwalijk dat ik daar op deze manier niet van overtuigd raak. Hij schrijft over weerwerk tegen het ultra-zionisme; de zionistische misdaden buiten dit vage begrip verontrusten hem blijkbaar niet.

In De schaduw van de ster heb ik nadrukkelijk gesteld dat in de loop der eeuwen tal van negatieve kwalificaties aan de Talmoed zijn toegeschreven door antisemieten (p.31). Toch verwijt Van den Berghe mij hieraan voorbij te zijn gegaan. Hij maakt er een punt van dat ook antisemieten heben gewezen op de negatieve beeldvorming over niet-joden in de Talmoed. Maar verandert dat iets aan het feit dat dergelijke passages in dit geschrift terug te vinden zijn?
Ik heb niet alle boeken van de
Talmoed gelezen, maar slechts vertalingen die ik kon vinden. Een gebrek aan kennis van de Hebreeuwse taal maakt verdere Talmoedstudie onmogelijk. Maar ik vertrouw wat dit betreft op de analyse van de joods/Israëlische publicist Israel Shahak. Hij heeft overtuigend laten zien wat voor xenofobische en racistische elementen er in de Talmoed staan. De schaduw van de ster heb ik geschreven als introductie tot het denken van antizionisten als Shahak. Hij is overigens ook de bron van de volgens Van den Berghe "domme redenering" dat de Israëlisch leiders heel handig van de mythe over De Protocollen van Zion weten te profiteren.

Ik sta niet alleen met mijn vertrouwen in Shahak. Publicisten van eer en naam als Gore Vidal, Christopher Hitchens, Noam Chomsky en Lucas Catherine hebben hun respect uitgesproken voor Shahak. In tegenstelling tot wat Van den Berghe suggereert, bevind ik mij dus zeker niet in slecht gezelschap.
Van den Berghe wil niet weten dat regels uit de
Talmoed nadrukkelijk van toepassing zijn voor religieuze kolonisten in het moderne Israël. Misschien moet hij zijn oor eens te luisteren leggen bij de radicale rabbijn Isaac Ginzburg. Toen één van diens volgelingen terecht moest staan voor de moord op een dertienjarig Palestijns meisje, verklaarde Ginzburg aan de rechter dat een jood naar zijn mening niet veroordeeld kon worden voor de moord op een niet-jood. Daarbij beriep hij zich op de in de Talmoed beschreven wetten uit het klassieke judaïsme.

Van den Berghe begrijpt de essentie van religieuze werken niet. Hij ziet niet in dat deze een inspiratiebron tot vrede en verbroedering kunnen zijn, maar dat dezelfde geschriften ook aan kunnen zetten tot haat en bloedvergieten. Neem bijvoorbeeld de verwijzing naar de massamoord op de Amalekieten uit het Oudtestamentische boek I Samuel (31:1-6). Honderden rabbijnen in Israël associëren de Palestijnen tegenwoordig met de Amalekieten, waarmee zij de weg openen naar genocide. Maar er staan ook heel wat meer positieve zaken in het Oude Testament. Hetzelfde geldt voor de Talmoed. Religieuze antizionisten verwijzen naar de zg. 'zeven wetten van Noach' uit het Talmoedboek Sanhedrin (56-b) om hun argument te onderbouwen dat het judaïsme een vreedzame samenleving tussen joden en andere volken niet uitsluit. Dat zionisten die kant van het judaïsme zijn vergeten, neemt niet weg dat de Talmoed er melding van maakt.

Kortom: religieuze geschriften als het Oude Testament en de Talmoed zijn goed noch kwaad. Het is de mens die er een invulling aan geeft, door de nadruk te leggen op de stamgerichte elementen, of de humanistische aspecten die beide aan dergelijke werken verbonden zijn. Maar daar wil Van den Berghe allemaal niets van weten. In zijn bespreking over De schaduw van de ster komt deze Vlaamse heilige koe van de Holocaust-literatuur over als iemand die vanuit zijn ivoren toren niet toestaat dat anderen op zijn gebied komen. Hij wordt dan zo venijnig dat hij passages uit een boek over het hoofd ziet of uit hun context haalt. Ik vertrouw erop dat de lezers van de Financieel-Economische Tijd dit staaltje egocentrisme op zijn juiste waarde weten te schatten.

De bespreking van Gie Van den Berghe verscheen op 9/11/2002 in de Financieel- Economische Tijd. Onder bepaalde voorwaarden kunt u deze ook online raadplegen op www.tijd.be (gebruik de zoekfunctie).


Meningen