De schaduw van de ster intro
Bespreking in Trouw (29/11/02) van Yoram
Stein
Reacties op de bespreking van Yoram Stein:
van Peter Edel
van Karel Glastra van Loon
Reactie van Peter Edel op de bespreking
van Gie Van den Berghe in de FET:
van Peter Edel
De schaduw van
de ster
Zionisme en antizionisme
Peter Edel
De schaduw van de ster
analyseert de geschiedenis van het zionisme, van de oorsprong
tot de tegenwoordige betekenis van deze nationalistische
beweging. Een eeuw geleden gaf Theodor Herzl met zijn geschrift
De Joodse Staat de stoot tot de zionistische beweging. Herzl
en andere zionisten van het eerste uur baseerden zich deels
op een raciale vertaling van het judaïstische thema
over de uitverkorenheid van het joodse volk. Toen de uitgangsstellingen
eenmaal betrokken waren, zorgde de onverbiddelijke logica
van de geschiedenis voor de consequenties waarbij het doel,
een Groot Israël, vrijwel ieder middel heiligde. De
optie voor een zuiver joodse of door joden overheerste staat
in het Arabische Palestina, kon alleen maar leiden tot een
soort koloniale situatie en ten slotte tot een militair
treffen tussen de twee bevolkingsgroepen. Na de stichting
van de staat Israël in 1948 bleef het zionisme vasthouden
aan de uitverkorenheid van het joodse volk. Het richtte
dit principe tegen de autochtone bevolking in Palestina.
Zionistische milities verdreven grote aantallen Palestijnen
naar vluchtelingenkampen. In de jaren '60 maakten zionisten
de holocaust tot boegbeeld van hun propaganda. Naar aanleiding
van het proces tegen de nazi Adolf Eichmann werd de verantwoordelijkheid
voor de judeocide op tegenstanders van de joodse staat geprojecteerd.
Kritiek op Israël staat sindsdien voor zionisten op
één lijn met de misdaden van de nazi's. De
continuering van de confrontatie was een feit.
Met een voorwoord van Karel Glastra van
Loon
"Waar het om gaat, zo valt het
betoog van de antizionisten en van Edel samen te vatten,
is het humanistische principe van de gelijkwaardigheid van
alle mensen ook van toepassing te verklaren op joden en
Palestijnen. In die zin begrepen is dit boek, zoals de auteur
zelf in zijn inleiding schrijft, ondanks alles ook een optimistisch
boek." - Karel Glastra
van Loon.
Peter Edel
(1959, Amsterdam) is fotograaf, beeldend kunstenaar en publicist.
Er zijn van hem artikelen over Israël en de geschiedenis
van het zionisme gepubliceerd in de Nederlandse tijdschriften
Buiten de Orde, Kleintje Muurkrant, Ravage, Soemoed en Soera.
De schaduw van de ster
Isbn 90 6445 264 4
Paperback 15 x 22,5 cm - 328 p.
22,50 euro
september 2002
EPO
SP-denker:
Israël gegrondvest op racistisch idee
door Yoram Stein
Trouw, 2002-11-29
In 'De schaduw van de ster' stelt de 'antizionistische'
kunstenaar Peter Edel dat het jodendom een 'racistische'
religie is en dat de 'joodse elite' mee verant woordelijk
is voor de Holocaust. Schrijver en Socialistische-Partijman
Karel Glastra van Loon schreef een aanbevelend voorwoord.
De 'pijnlijkste feiten' moeten immers onder ogen worden
gezien.
Karel Glastra van Loon in het voorwoord
bij 'De schaduw van de ster': ,,Je hoeft niet over profetische
gaven te beschikken om te kunnen voorspellen dat de auteur,
Peter Edel, zal worden beschuldigd van antisemitisme''.
Maar dat is voor hem geen reden om het boek niet aan te
prijzen. Het is een 'pijnlijk', maar 'optimistisch', ja
zelfs 'belangrijk' boek.
De schrijver van succesvolle romans als
'De passievrucht', adviseert het campagneteam van de SP;
hij is bekend van de actie 'Stop de uitverkoop van de beschaving'
en schreef, samen met Bob Fosko, het campagnelied 'Stem
vóór! Stem SP!' én het voorwoord van
Edels boek.
'Profetische gaven' waren inderdaad niet
nodig om te vermoeden dat het boek verzet zou uitlokken.
Edel had al een reputatie opgebouwd met zijn uitgesproken
meningen over de Holocaust, jodendom en het zionisme. Zo
schreef hij onder meer dat rijke Joden Hitler aan de macht
hebben gebracht, dat de Holo caust her den king moet worden
stopgezet, dat rabbijn Evers een 'discipel van het Vierde
Rijk' is, en dat het Centrum Informatie en Documentatie
Israël deel uitmaakt van een wereldwijd zionistisch
netwerk met duistere, misdadige vertakkingen. Het Cidi spande
een rechtszaak tegen hem aan wegens smaad, maar verloor
deze.
Een andere rechtszaak tegen een van Edels
stukken over zionistische complotten werd door de rechtbank
niet ontvankelijk verklaard. Al jaren kan Edel daarom redelijk
ongestoord zijn 'ideeën' ventileren in linkse actieblaadjes
als Ravage en Kleintje Muurkrant. Nu heeft hij bij de extreem-linkse
Belgische uitgeverij Epo een nieuw platform gevonden. Glastra
van Loon is enthousiast over wat hij een ,,typisch postmoderne
auteur'' noemt.
Edel stelt in zijn boek dat 'zionisten'
de nazi's actief gesteund hebben. 'Zionisten' - door hem
ook wel de 'joodse elite' genoemd - zijn niet alleen (mede)
verantwoordelijk voor de massamoord op miljoenen Joden,
maar ze profiteerden daarvan door het door hen gecreëerde
antisemitisme te misbruiken als excuus voor het stichten
van de staat Israël. Daarnaast hebben ze ook nog eens
grote sommen geld durven eisen als schadevergoeding.
'De schaduw van de ster' stelt deze 'zionistische
praktijken' aan de kaak. Dat doet de auteur door een 'antizionistische'
geschiedschrijving van het joodse volk. In het boek illustreert
'kunstenaar' en Joden- en genocide-hobbyist Edel, aan de
hand van willekeurig gekozen voorbeelden, hoe racistisch,
xenofoob, machtsbelust en achterlijk het joodse volk is.
Antisemitisme is evenals xenofobie en rassenhaat een puur
joods-zionistische uitvinding. Het jodendom is in zijn diepste
kern een racistische leer. Karel Glastra van Loon in zijn
voorwoord: ,,De enige manier om af te rekenen met het idee
dat Joden minderwaardig zouden zijn, is door ook het spiegelbeeldige
idee te laten varen dat het joodse volk om welke reden dan
ook anders, bijzonder of zelfs uitverkoren is.''
Geloven SP'ers ook dat racisme wordt uitgelokt
door mensen die zeggen 'anders' te zijn? Is dit resoluut
afwijzen van andere culturen en van het uitdragen van een
eigen identiteit het standpunt van de SP? Kamerlid Harry
van Bommel (derde op de SP-lijst) wil één
ding onderstrepen: ,,Wat Karel schrijft, is op persoonlijke
titel. Maar ik vind het altijd interessant om te lezen wat
hij schrijft.''
,,Glastra van Loon is geen partij-ideoloog'',
zegt Tiny Kox, algemeen secretaris van de SP. Toch lijkt
hij voor de partij een expert voor de buitenlandse politiek.
Zo schreef hij samen met lijsttrekker Jan Marijnissen een
boek over de Navo-interventie in Kosovo. Zijn ideeën
zijn ook niet onbelangrijk voor de SP, zegt Kox. ,,Hij denkt
vrolijk mee in ons verkiezingsteam.''
De gedachte dat Joden de Holocaust zelf
veroorzaakt hebben, was lange tijd een geliefd thema van
extreem-rechts. Nu gelooft men ook in linkse kringen steeds
vaker in 'zionistische samenzweringen en complotten'. Zo
schreef de Canadese 'andersglobaliste' Naomi Klein dit jaar
verontrust over het oprukkende antisemitisme in 'haar beweging',
een beweging waarbinnen ook Glastra van Loon en de SP actief
zijn. ,,Telkens als ik inlog op nieuwssites van activisten
van Indymedia.org die 'open publishing' bedrijven, word
ik geconfronteerd met een reeks joodse samenzweringstheorieën
over 11 september en fragmenten uit De Protocollen van de
wijzen van Sion.''
,,De schaduw van de ster is een antisemitisch
boek'', zegt journalist Peter Zegers, die onderzoek doet
naar antisemitische samenzweringstheorieën en op het
internet waarschuwt voor het gedachtegoed van Edel (www.gebladerte.nl/g21.htm).
,,Onder het mom van antizionisme worden aloude antisemitische
stereotypen opnieuw tot leven gewekt'', zegt hij. Het historisch
materiaal waarop het boek zich beroept is volgens Zegers
veelal naar willekeur bewerkt. Een en ander is ontleend
aan een extreem-rechtse multimiljonair als de Amerikaan
Lyndon H.LaRouche of afkomstig van bronnen als het Pamflet
van de British Anti-Zionist Organisation/Palestine solidarity.
Maar Edels belangrijkste bronnen zijn
zelf-kritische (anderen: 'zichzelf hatende') Joden als Norman
Finkelstein en Israel Shahak. ,,Een methode die extreem-rechts
ook lang hanteerde'', zegt Zegers. ,,Als een jood zelf zegt
dat zijn volk en religie niet deugen, dan moet het wel waar
zijn.''
Zionisme is racisme, zeggen de antizionisten.
Volgens Edel staan ,,de eerste vormen van het zionisme al
beschreven in het Oude Testament''. Dat de Joden eeuwen
vóór Christus een massaslachting aanrichtten
onder de Amalekieten, geldt als voorbeeld van het 'raciale
jodendom' dat amateur-historicus Edel wil bestrijden. Al
in de Middeleeuwen was het niet best toeven onder Joden,
weet Edel. De rabbijnen predikten ,,met de Talmoed in de
hand de superioriteit van het 'joodse ras' en het afhakken
van lichaamsdelen was bij de middeleeuwse rabbijnen zeer
in trek''. ,,Een pijnlijk boek'', oordeelt Glastra van Loon,
,,maar ondanks alles ook een positief boek.''
Glastra van Loon legt over de telefoon
vanuit Thailand uit waarom hij 'De schaduw van de ster'
zo 'positief' vindt. ,,Er werd mij gevraagd om er eens naar
te kijken en te zeggen wat ik ervan vind. Toen dacht ik:
dit is toch wel een opmerkelijk boek. Het is ongetwijfeld
een controversieel boek, maar er stond wel ontzettend veel
in waar ik geen weet van had. Bijvoorbeeld de contacten
tussen zionistische organisaties met nazi's en nazi-Duitsland.
Ik vond het schokkend.''
Peter Edel in zijn boek: ,,Het is zeker
niet mijn bedoeling een zo negatief mogelijk beeld over
Israël en het zionisme te schetsen. Als dat mijn intentie
was, dan had het volstaan het accent te leggen op de in
de naam van het zionisme gepleegde misdaden tegen het Palestijnse
volk.'' Maar daar is al genoeg over gepubliceerd, schrijft
Edel. Daarom legt hij het accent op de veel oudere 'misdaden'
van de Joden. Hun grootste misdaad: verschil aanbrengen
tussen Joden en niet-Joden. Glastra van Loon: ,,Waar het
om gaat, zo valt het betoog van Edel en de antizionisten
samen te vatten, is het humanistische principe van de gelijkwaardigheid
van alle mensen ook toe te passen op Joden en Palestijnen.''
Glastra van Loon vanuit Thailand: ,,Aan
het bestaan van de staat Israël ligt een idee ten grondslag
dat in principe racistisch is, gebaseerd op een rassenonderscheid.
Een zionistische lezing van de geschiedenis van de Joden
weigert dit feit onder ogen te zien.''
Volgens Van Bommel is zijn partij niet
antizionistisch. Ze wil weliswaar de sancties tegen Irak
stopzetten en sancties tegen Israël invoeren, maar
is 'vóór een twee-staten oplossing'.
Wat wil de SP doen tegen het door Glastra
van Loon en Edel gesignaleerde 'racisme' in het jodendom?
Van Bommel: ,,Verscheidenheid zie ik als een groot goed.
Maar alles moet wel op integratie gericht zijn. Het is ongewenst
dat groepen een uitzonderingspositie innemen en de gedachte
koesteren dat ze boven andere groepen verheven zijn.''
Dit artikel van Yoram Stein vindt u hier.
Peter Edel:
reactie op de bespreking van Yoram Stein in Trouw van 29-11-2002.
Yoram Stein wil niet weten dat de
staat Israël gebaseerd is op een racistische ideologie.
In plaats daarvan verwerpt hij kritiek op zionisme als een
vorm van antisemitisme. Dat is precies wat hij doet in zijn
bespreking van mijn boek De schaduw
van de ster. Voor Stein gaat
geen middel te ver om een antizionist te belasteren. Zo
beschuldigt hij mij ten onrechte van antisemitisme, het
zionistische argument bij uitstek om kritiek op de apartheid
in Israël de mond te snoeren. Verder schrijft Stein
vooral veel zaken aan mijn boek toe die er niet in staan.
Waar baseert hij bijvoorbeeld de bewering op dat zionisten
naar mijn mening "(mede)verantwoordelijk"
zouden zijn voor de holocaust?
Ik heb - evenals de Encyclopedia
Judaica - beschreven hoe de
'World Zionist Organisation (WZO)' in de jaren dertig een
samenwerking aanging met het ministerie van Economische
Zaken van nazi-Duitsland, met de bedoeling joods vermogen
naar Palestina te verplaatsen. Verder heb ik gewezen op
pogingen van zionistische splinterorganisaties en individuele
zionisten om van de situatie gedurende de oorlogsjaren gebruik
te maken en verregaande voorstellen aan de nazi's te doen.
Ook heb ik mijn verbazing onder woorden gebracht over de
geringe aandacht van zionistische instanties in de VS en
Palestina voor het lot van joden in Europa tijdens de oorlogsjaren.
Onder alle omstandigheden bleef de opbouw van een joodse
staat in Palestina toen voorop staan en dat beleid heb ik
stevig bekritiseerd in mijn boek. Hetzelfde geldt voor de
zionistische politiek om antisemitisme en de holocaust als
argumenten te misbruiken voor de onderdrukking van Palestijnen
en de machtspolitiek van de staat Israël. Dit alles
heb ik in mijn boek beschreven. Wat ik niet heb geschreven
is dat zionisten (mede)verantwoordelijk waren voor de holocaust.
Wie De
schaduw van de ster (goed)
leest, zal inzien dat de WZO niet (mede)verantwoordelijk
voor de holocaust kan zijn geweest, door een samenwerking
aan te gaan met de nazi's. Dat laatste om de simpele reden
dat de holocaust nog niet in zicht was toen dit zogenaamde
'Ha'vara Abkommen' van start ging in 1933. Het was toen
wel al duidelijk dat Hitler en trawanten geen vrienden van
de joden waren; ook zionisten waren daar goed van op de
hoogte. Maar bij de mogelijkheid van een stelselmatige moord
stond destijds niemand stil. Tegen de tijd dat de Tweede
Wereldoorlog uitbrak, was er van de samenwerking tussen
de WZO en het nationaal socialisme geen sprake meer.
Op pagina 102 van De
schaduw van de ster staat
de volgende passage: "Door
het late tijdstip van het besluit tot de holocaust, konden
de ZVfD en de WZO begin jaren dertig niet voorzien dat het
antisemitisme van de nazi's uiteindelijk tot de dood van
meer dan vijf miljoen joden zou leiden." Verder
op dezelfde pagina staat: "Het
komt erop neer dat de zionisten van de WZO met vuur speelden
door in de jaren dertig met de nazi's in zee te gaan. Dat
zij daarbij stevig hun vingers hebben verbrand, is duidelijk,
want de holocaust was een enorme slag voor de zionistische
wereldbeweging." Ondanks
deze passages schrijft Stein dat zionisten volgens mijn
boek (mede)verantwoordelijk waren voor de holocaust. Dat
laatste kan ik alleen verklaren met de opzet aan zijn kant
om De schaduw van de ster
tegen iedere prijs in een kwaad daglicht te plaatsen.
En zo gaat het maar door. Zo heb
ik volgens Stein geschreven dat antisemitisme door zionisten
is bedacht. Hoe komt hij daarbij? De
schaduw van de ster beschrijft
hoe de middeleeuwse machtselite de joden in een penibele
positie dwong, waardoor zij een doelwit werden van boerenopstanden.
Verder heb ik beschreven dat het klassieke antisemitisme
vaak oplaaide als er veranderingen optraden in het economische
landschap. Daar konden joden niets aan veranderen, want
het was geen ontwikkeling waar zij invloed op hadden. Zo
heb ik laten zien hoe joden in Rusland aan het einde van
de negentiende eeuw -buiten hun macht- in het nauw gedreven
werden door het verval van het feodalisme en de opkomst
van het kapitalisme. Op dit alles ben ik in mijn boek uitgebreid
ingegaan, maar dat is niet hetzelfde als schrijven dat zionisten
het antisemitisme hebben gecreëerd.
Het joodse geloof zou in De
schaduw van de ster als een
racistische religie naar voren komen. Dat is onmogelijk,
want evenals andere religies kent het joodse geloof naast
een aantal xenofobische aspecten ook kanten die een vreedzame
samenleving met andere religies mogelijk maken; daar ben
ik in het nawoord uitgebreid op ingegaan. Op die verschijningsvorm
van het judaïsme leggen religieuze joden buiten het
zionisme vaak de nadruk. Zoals de orthodoxe joden van de
'Neturei Karta' beweging, voor wie Thora
en Talmoed
leren dat joden in harmonie met niet-joden kunnen leven.
Deze religieuze stroming binnen het antizionisme stelt zich
op tegen Israël, maar tegelijkertijd zijn er vrijwel
geen joden die meer toegewijd zijn aan hun geloof dan zij.
Alleen daarom is iedere poging om antizionisme per definitie
aan antisemitisme te verbinden, bij voorbaat mislukt.
Bij mijn conclusie dat een tweestatenconcept
nooit tot een rechtvaardige oplossing kan leiden en dat
een seculiere democratie met rechten voor alle inwoners
daarom op den duur noodzakelijk is, staat Stein niet stil.
Niet vreemd, want dan moet hij schrijven dat ik voor alles
naar een verbroedering tussen Israëli's en Palestijnen
streef in een land. En dat past niet bij de eenzijdige indruk
die Stein van mijn boek wil wekken. In plaats daarvan stelt
hij dat joden naar de mening van antizionisten "moeten
ophouden zich te beroepen op een eigen identiteit en geschiedenis."
Dat laatste is pertinent onwaar. Joodse zionisten zouden
zich mijns inziens juist veel meer op hun rijke religieuze
traditie moeten concentreren. Want zoals ik zojuist al schreef
maken de oude waarden van het joodse geloof een harmonieuze
samenleving met niet-joden zeker mogelijk. Alleen is van
die oude waarden weinig overgebleven in de karikatuur die
het zionisme van het judaïsme heeft gemaakt.
Religieuze antizionisten zien het zionisme
terecht als de hindernis voor vrede. Daarbij hebben zij
het niet alleen over vrede in het Midden-Oosten, want het
ligt voor de hand dat de positieve effecten van een echte
vrede tussen joden en moslims zich niet tot het Midden-Oosten
zullen beperken. Zo'n ontwikkeling kan zonder meer als inspiratiebron
voor vrede en verdraagzaamheid in de rest van de wereld
dienen. Als joden en moslims na zoveel jaren van geweld
zo'n stap kunnen nemen, dan is vrede elders in de wereld
eveneens een realistische optie. De zionisten staan daarmee
voor een zeldzame historische keuze, niet alleen wat betreft
het Midden-Oosten, maar ook voor de rest van de wereld.
Ik geloof onvoorwaardelijk in een echte vrede. Dat geloof
is mijn drijfveer geweest bij het schrijven van dit boek.
Het is dan ook niet zonder reden dat Karel Glastra van Loon
in zijn voorwoord heeft onderstreept dat De schaduw van
de ster een optimistisch boek is.
Volgens een rabbi in mijn vriendenkring
is de bron van alle problemen dat de zionistische haviken
in Israël niet onder ogen wensen te zien dat joden
zijn uitverkoren om vrede te brengen. Als zij dat wel inzagen,
hadden zij hun moslim broeders en zusters al lang geleden
als volwaardige medemens geaccepteerd. Dan was het bijvoorbeeld
onverdraaglijk voor hen geweest dat de sterfte onder Palestijnse
kinderen veel hoger ligt dan onder Israëlische. Gelukkig
zijn er veel Israëli's's die daar niet verantwoordelijk
voor willen zijn en er alles aan doen om Palestijnen te
helpen. Maar de Israëlische regering wordt niet warm
of koud van de humanitaire ramp onder de Palestijnen. Daar
bekommert men zich alleen om de eigen stam en niet om andere
inwoners van het land. Dat laatste is precies wat van de
joodse staat een racistische staat maakt.
Antizionistische publicisten met
een joodse achtergrond heb ik niet genoemd als alibi, maar
omdat zij de zionistische ideologie aanvankelijk met de
paplepel ingegoten hebben gekregen. Daardoor weten zij als
geen ander wat de essentie van deze ideologie is en zijn
zij voor mij de aangewezen bron. Om hen via een slinkse
omweg met zelfhaat in verband te brengen, is erg ordinair.
Stein ziet zelf wel in hoe ridicuul de beschuldiging van
zelfhaat is. Daarom verzacht hij zijn standpunt door de
beschuldiging van zelfhaat aan "anderen"
toe te schrijven. Daarnaast heeft
hij het over "zelf-kritische
joden". Maar ondertussen
is de toon gezet en dat is precies waar het om begonnen
is in dit suggestieve artikel.
Met de aantijging van zelfhaat ben je
natuurlijk overal gemakkelijk van af. Met hetzelfde recht
was het mogelijk om iedere blanke die zich uitsprak tegen
de apartheid in Zuid-Afrika van zelfhaat te beschuldigen.
Als ik zie hoe breed het joodse protest in de wereld is
tegen het Israëlische beleid, moeten er wel erg veel
zelfhaters zijn. Maar de bedoeling is duidelijk, want ook
de beschuldiging van zelfhaat is er anno 2002 vooral om
de onderdrukking en discriminatie van het Palestijnse volk
te legitimeren.
De Israëlische publicist Israel
Shahak is zo'n zelfhater, waar ik van Stein kennelijk niet
naar mag verwijzen. Shahak is niet de eerste de beste publicist.
Hij werd voor zijn dood in 2001 op handen gedragen door
publicisten als Gore Vidal, Christopher Hitchens en Noam
Chomsky. Laatstgenoemde schreef mij over Shahak: ".....I
haven't the slightest doubt about his integrity, courage,
and remarkable scholarship."
Als Chomsky's het zo stelt, is er voor mij geen reden om
er vanuit te gaan dat Shahak niet betrouwbaar zou zijn als
bron. Wat ene Yoram Stein of de anti-linkse agitator Peter
Zegers daar van denken, laat me koud.
Kwaadaardig zijn de passages waarin
Stein het linkse antizionisme aan extreem rechts en antisemitisme
koppelt. Er zijn gekken die schrijven dat joden of zionisten
de holocaust hebben veroorzaakt, zoals men ook wel schrijft
dat de judeocide verzonnen is. Maar dan gaat het niet over
antizionisme, maar over antisemitisme. De in mijn boek genoemde
linkse antizionisten, beweren absoluut niets van deze aard.
En zelf neem ik eveneens afstand van deze zienswijze. Eén
van de redenen om De schaduw
van de ster te schrijven was
voor mij te laten zien dat antizionisme niet met antisemitisme
verward kan worden. In de inleiding van het boek heb ik
daar het volgende over geschreven: "Er
bestaat een enorm verschil tussen een antizionist en een
antisemiet. Het antisemitisme wenst de wereld van de joden
te bevrijden, terwijl de antizionisten die ik eerder noemde
naar precies het tegenovergestelde streven. Voor hen moet
de wereld de joden bevrijden. Een groter verschil is bijna
niet denkbaar."
Er is nog een andere reden waarom het
opmerkelijk is dat zionisten kritiek vaak pareren door een
verbinding tussen antizionisme en extreem rechts te suggereren.
Want de twintigste eeuw toont een aaneenschakeling van contacten
tussen zionisten en extreem rechtse kringen. Het hield niet
op bij de samenwerking tussen de WZO en de nazi's in de
jaren dertig. De oprichter van het moderne zionisme, Theodor
Herzl, zocht aan het begin van twintigste eeuw al toenadering
tot politieke leiders met extreem rechtse en antisemitische
opvattingen. Sinds de oprichting van de staat Israël
is er weinig veranderd. Zo is de joodse staat betrekkingen
aan gegaan met tal van extreem rechtse onderdrukkingsregimes,
zoals in Zuid-Amerika en Zuid-Afrika.
Eveneens kwaadaardig is de wijze
waarop Stein mijn boek aan de SP koppelt om deze partij
te beschadigen. Daarbij baseert hij zich op het feit dat
Karel Glastra van Loon het voorwoord heeft geschreven. In
werkelijkheid zijn Karel Glastra van Loon noch ik zelf lid
van de SP. Bovendien heeft die partij niets met De
schaduw van de ster te maken.
Dat betekent niet dat ik geen contact onderhoud met de SP,
of er geen sympathie voor zou hebben. Ik spreek wel eens
iemand van de SP, maar ook wel eens iemand van Groen Links,
of van de PvdA. Ik heb er voor gekozen geen binding met
een politieke partij aan te gaan en hetzelfde geldt voor
Karel Glastra van Loon.
Als Stein mijn bronnen in diskrediet
wil brengen, of wil beweren dat zionisten volgens mijn boek
het antisemitisme hebben uitgevonden, moet hij vooral zijn
gang gaan. Maar de bewijslast rust in dat geval bij hem.
In de bespreking van mijn boek in Trouw
is echter geen spoor van een citaat of een verwijzing naar
de inhoud van mijn boek te vinden, waaruit zou blijken dat
ik iets dergelijks geschreven heb, of dat mijn bronnen niet
betrouwbaar zouden zijn. Omdat dergelijke verwijzingen ontbreken,
zijn deze gevolgtrekkingen voor Stein's eigen rekening.
Ik weet niet of Stein een echte zionist
is, of dat hij vooral de SP onderuit wil halen. Maar als
hij een zionist is, is hij in ieder geval een domme zionist.
Een slimme zionist had er voor gekozen mijn boek dood te
zwijgen, in de hoop dat het onopgemerkt voorbij zou gaan.
Zo'n slimmerik heeft zich verleden
week bij mijn uitgever gemeld. Deze zionistisch georiënteerde
recensent vond mijn boek duidelijk gevaarlijk en wilde voorkomen
dat het publiciteit zou krijgen. Daarom zag hij af van een
bespreking. Als ik in zijn schoenen stond, had ik precies
hetzelfde gedaan. Stein denkt daarentegen dat hij het publiek
bij mijn boek weg kan houden met zware doch valse beschuldigingen.
Hij beseft niet dat hij er juist daardoor meer interesse
voor genereert. Want menigeen zal de transparante doelstelling
van Stein op zijn juiste waarde weten te schatten. Zij zullen
De schaduw van de ster
nemen voor wat het is: een niets verhullende, doch gerechtvaardigde
kritiek op een nationalistische ideologie die niet meer
van deze tijd is.
Karel Glastra
van Loon: reactie op de bespreking van Yoram Stein in Trouw
van 29-11-2002.
Het is niet mijn gewoonte om publiekelijk
te reageren op negatieve artikelen over mijzelf of mijn
werk zeker niet als ik in een ver buitenland verblijf. Maar
het stuk van Yoram Stein in Trouw van 29 november jl., met
als kop 'SP-denker: Israël gegrondvest op racistisch
idee', is niet alleen uitzonderlijk kwaadaardig, maar beschadigt
behalve mijzelf ook anderen die met de kwestie niets van
doen hebben.
Voor een goed begrip van wat Stein aan
de orde stelt, is het nuttig als ik eerst iets zeg over
de manier waarop ik invulling geef aan mijn schrijverschap.
Waar het mij bij het schrijven om gaat is het volgende.
Ieder mens vormt zichzelf een beeld van de werkelijkheid
waarbij hij of zij zich het prettigst voelt. (Sommige mensen
voelen zich heel prettig bij een zeer onprettig beeld van
de werkelijkheid.) Tezamen vormen mensen zich bovendien
ook nog eens collectieve beelden van de werkelijkheid, die
sterk worden bepaald door religie, cultuur en historische
achtergronden, en in toenemende mate door de massamedia.
Dat wij ons dit soort beelden vormen, is noodzakelijk voor
het aanbrengen van enige ordening in wat anders een volstrekt
betekenisloze chaos blijft. Maar tegelijkertijd vormen deze
beelden een reusachtige handicap bij het waarnemen van al
datgene wat om welke reden dan ook niet goed in het beeld
past. Zowel in mijn journalistieke werk als in mijn romans
en verhalen ben ik steeds op zoek naar de dingen die wij
niet willen zien omdat ze slecht passen in ons beeld van
de werkelijkheid. Niet omdat ik denk dat die verdrukte werkelijkheid
de enige ware zou zijn en ons beeld vals, maar omdat ik
er van overtuigd ben dat een voortdurend besef van de betrekkelijkheid
van ons wereldbeeld de beste garantie biedt voor vooruitgang
in de volle betekenis van het woord. Bovendien biedt het
bescherming tegen de ontmenselijking die onlosmakelijk is
verbonden met elke vorm van fundamentalisme, of die nu joods,
christelijk, islamitisch, communistisch of neoliberaal is.
En dan nu de kwestie zelf. Aanleiding voor Steins artikel
is een voorwoord dat ik schreef voor het onlangs verschenen
boek 'De schaduw van de ster' van de Amsterdamse kunstenaar
en publicist Peter Edel. Dat boek bevat een eigenzinnige
en ongetwijfeld voor discussie vatbare analyse van het zionisme,
gebaseerd op historische bronnen, waaronder talloze publicaties
van zionisten en antizionisten. Wat Edel wil laten zien
is dat het fundamentele probleem van het zionisme er wat
hem betreft in schuilt dat het niet uitgaat van de gelijkwaardigheid
van alle mensen, ongeacht ras of geloof, maar dat het daarentegen
aan joden zowel in theorie als in praktijk een uitzonderingspositie
toekent op grond waarvan zij andere rechten zouden mogen
doen gelden dan niet-joden. Dit zionistische uitgangspunt,
stelt Edel, is terug te vinden in het feit dat Israël
een joodse staat is, waarin voor joden andere wetten en
rechten gelden dan voor niet-joden. Het is een voor iedereen
verifieerbaar feit dat een Russische jood die zich in Israël
meldt als immigrant vanaf de allereerste dag meer rechten
heeft dan de Arabische ingezetenen van Israël van wie
de voorouders al generaties lang in het land wonen (al heette
het toen anders). Een ander voorbeeld dat Edel geeft van
zulke rechtsongelijkheid is het bestaan van een Israëlische
wet die tot in de jaren negentig van de vorige eeuw toestond
dat verdachten tijdens een verhoor werden gemarteld, mits
die verdachten niet-joods waren.
In 'De schaduw van de ster' staan veel
van dit soort onaangename feiten onaangenaam voor diegenen
die, zoals ik, zijn opgevoed met een beeld van de staat
Israël als een eiland van verlichting in een zee van
islamitische (en antisemitische) duisternis. Zo staat Edel
vrij uitvoerig stil bij de contacten tussen vooraanstaande
vertegenwoordigers van de zionistische beweging en kopstukken
van Hitlers nazi-partij. Hitlers opvattingen over raszuiverheid
en de vermeende kwalijke gevolgen van rassenvermenging,
zo blijkt uit door Edel geciteerde documenten, sloten nauw
aan bij de ideeën die de betreffende zionisten hieromtrent
koesterden. Het is juist in de passages die Edel aan dergelijke
netelige kwesties besteedt dat hij mij het meest heeft overtuigd:
zowel van het belang van zijn boek, als van zijn integriteit.
In tegenstelling tot wat Stein suggereert is Edel zeer genuanceerd
in zijn oordeel. Hij schrijft regelmatig en expliciet dat
dit soort feiten niets afdoet aan de gruwelijkheid van de
jodenvervolging in Hitler-Duitsland, noch aan de verantwoordelijkheid
van de nazi's voor die gruwelijkheden. Dat er lieden zijn
die aan deze zelfde gegevens de conclusie verbinden dat
de joden de holocaust aan zichzelf te wijten hebben, is
uiteraard volstrekt verwerpelijk. Maar Edel trekt die conclusie
niet. Wat Edel ook werkelijk nergens in zijn boek beweert
of zelfs maar suggereert, is dat 'het joodse volk racistisch,
xenofoob, machtsbelust en achterlijk is', zoals Stein in
zijn artikel schrijft. Evenmin zegt hij dat 'antisemitisme
evenals xenofobie en rassenhaat een puur joods-zionistische
uitvinding zijn'. Had hij zich aan dit soort antisemitische
uitspraken schuldig gemaakt, dan zou ik zeker geen voorwoord
voor zijn boek hebben geschreven. Dat Stein zich verlaagt
tot een dergelijke kwaadaardige weergave van de inhoud van
Edels boek doet mij vrezen dat het hem aan redelijke argumenten
ontbreekt. De stelling dat 'De schaduw van de ster' een
antisemitisch boek zou zijn, wordt door geen enkel letterlijk
citaat geschraagd.Tegenover het schrikbarend tekort aan
inhoudelijke argumenten van Stein staat een al even schrikbarende
overvloed aan insinuaties en verdachtmakingen. Voortdurend
plaatst Stein woorden tussen aanhalingstekens om vooral
maar duidelijk te maken dat het geen zuivere koffie is die
hier wordt geschonken. Zo heeft Edel geen ideeën maar
'ideeën', is hij niet antizionistisch maar 'antizionistisch',
en is hij zelfs geen kunstenaar maar een 'kunstenaar' wat
we ons daar verder ook bij moeten voorstellen. Daarnaast
grossiert hij in kwalificaties die aan de ene kant zo algemeen
zijn dat het onmogelijk is om te bewijzen dat ze onjuist
zijn en tegelijkertijd specifiek genoeg om een indringende
geur van onbetrouwbaarheid te verspreiden. Zo is de uitgever
van 'De schaduw van de ster', het Belgische EPO, volgens
Stein 'extreem-links', terwijl het merendeel van Edels bronnen
juist weer 'extreem-rechts' zou zijn. De joodse critici
van het zionisme die aan het woord worden gelaten, zijn
uiteraard 'joodse zelfhaters' althans volgens 'anderen'.
En natuurlijk is het bijzonder saillant dat de schrijver
van het voorwoord bij Edels boek een 'SP-denker' is. Dat
zowel Tiny Kox (partij-secretaris van de SP), als Harry
van Bommel (SP-Kamerlid en buitenlandspecialist), als ikzelf
hem hebben verzekerd dat de SP met deze hele kwestie niets
van doen heeft, weerhoudt Stein er niet van zijn hele stuk
aan dit opmerkelijke feit op te hangen. Ik ben geen lid
van de SP, maar draag de partij wel een warm hart toe. Sinds
1993 maak ik deel uit van een groepje mensen dat meedenkt
en praat over alles wat met de SP en de media heeft te maken.
Dat men bij de SP openstaat voor de ideeën en inbreng
van mensen van buiten de partij is voor mij een van de redenen
waarom ik me er thuis voel. Het is ook juist, zoals Stein
schrijft, dat ik samen met Jan Marijnissen een boek heb
geschreven over de Joegoslavische oorlogen ('De laatste
oorlog'), maar dat maakt mij nog niet tot 'een belangrijke
buitenlanddeskundige van de partij'. Dat boek is een logisch
uitvloeisel van de manier waarop ik aan mijn schrijverschap
invulling geef. En het is precies in die invulling dat ook
de verklaring gezocht moet worden voor mijn bereidheid om
een voorwoord te schrijven bij het boek van Peter Edel.
Het mag duidelijk zijn dat ik mij bij
het schrijven nooit afvraag of wat ik beweer wel in overeenstemming
is met de partijlijn van de SP. Of dat ik ooit mijn geschriften
vooraf ter goedkeuring voorleg aan het partijbestuur, of
het partijbestuur zelfs maar op de hoogte stel van wat ik
heb geschreven. Zo ook in het geval van mijn voorwoord bij
'De schaduw van de ster'. Wie wil weten hoe de SP denkt
over het Israëlisch-Palestijnse conflict, kan eenvoudigweg
contact opnemen met de partij; in het boek van Peter Edel,
noch in mijn voorwoord is daarover een letter te vinden.
Tot slot. Natuurlijk geldt ook voor
mij dat mijn beeld van de werkelijkheid een handicap vormt
bij het waarnemen en onderkennen van zaken die niet passen
in dat beeld. Daarom probeer ik voortdurend de dialoog aan
te gaan met mensen die er een ander wereldbeeld op na houden.
(Ook met Peter Edel verschil ik op een aantal belangrijke
punten van mening.) Ik probeer dat te doen op basis van
onderling respect en op voorwaarde dat beide partijen bereid
zijn zich werkelijk te verdiepen in de standpunten van de
ander. Steins heftige reactie laat zien dat het mogelijk
is om Edels boek totaal anders te lezen dan ik dat heb gedaan,
wat mij op zichzelf niet verbaast. Maar dat Stein als journalist
in zijn stuk geen enkele moeite doet om zijn eigen visie
op het boek en op Peter Edel met feiten en argumenten te
onderbouwen, vind ik op zijn zachtst gezegd een ernstige
tekortkoming. In mijn beleving confronteert Peter Edel zijn
lezers met feiten en opvattingen die slecht passen in het
beeld dat velen van ons in de Westerse wereld hebben van
Israël en de Palestijnen. Hij laat zien dat Arabieren
geenszins de 'eeuwige antisemieten' zijn voor wie zij nu
vaak worden gehouden, maar dat er in de geschiedenis talloze
voorbeelden zijn te vinden van een vredig samenleven van
joden en Arabieren. Zoals hij ook laat zien dat noties over
vermeende raciale superioriteit niet het exclusieve domein
zijn van niet-joden, en dat dergelijke opvattingen onvermijdelijk
leiden tot gruwelijkheden jegens 'de anderen'. De stichting
van een joodse staat in Palestina kan na de gruwelen van
de Tweede Oorlog nog zo vanzelfsprekend en nastrevenswaardig
hebben geleken, dat doet niets af aan het feit dat met de
komst van die staat de niet-joodse inwoners van het gebied
(voor zover zij niet werden verjaagd), tot tweederangs burgers
zijn gemaakt. De staat Israël is gebaseerd op de gedachte
dat het onder bepaalde omstandigheden verdedigbaar is om
onderscheid te maken tussen mensen op grond van hun ras.
En dat is, hoe je het ook wendt of keert, een racistisch
idee. Iedereen die nadenkt over een mogelijke oplossing
van het Israëlisch-Palestijnse conflict zal dat pijnlijke
feit onder ogen moeten zien.
Karel Glastra van Loon - Mae Sot, Thailand
- 3 december 2002.
Peter Edel: reactie
op de bespreking van Gie van den Berghe in De Financieel-Economische
Tijd.
Op zaterdag 9 november jl. verscheen
in de Financieel-Economische
Tijd een bespreking door Gie
van den Berghe over mijn onlangs verschenen boek De
schaduw van de ster (EPO,
Berchem). Van den Berghe gaat volledig voorbij aan mijn
belangrijkste stelling dat de houdbaarheidsdatum van het
op negentiende-eeuwse principes gebaseerde zionisme ruim
is overschreden. Mijn overtuiging dat de vestiging van een
seculiere democratie in Israël noodzakelijk is om Israëliërs
en Palestijnen voor een ramp te behoeden, negeert Van den
Berghe volledig. Kennelijk wil hij daar niets over horen.
Wellicht geeft hij de voorkeur aan het grote getto waar
Israël momenteel in verandert.
Om de grote lijnen buiten beschouwing
te kunnen laten, moet Van den Berghe zich ingraven door
details onder vuur te nemen en uiterst selectief te lezen.
Bijvoorbeeld: verwijzend naar het citaat van Hitler uit
Mein Kampf
over het zionisme, verdraait hij volledig de strekking van
mijn boek. Daar heb ik benadrukt dat deze bewering van Hitler
aanvankelijk zeker niet typerend was voor het beleid van
de nazi's. In De schaduw van
de ster staat dat de nazi-ideoloog
Alfred Rosenberg zich aanvankelijk niets bij het zionisme
kon voorstellen en dat hij deze nationalistische beweging
met de 'joodse wereldsamenzwering' in verband bracht (p.84).
Iedere aandachtige lezer zal dat erkennen, maar Van den
Berghe heeft het voor het gemak over het hoofd gezien.
Pas echt fraai wordt het als Van
den Berghe mij met holocaustontkenning associeert door te
beweren dat een Engelse vertaling van het artikel van Dominique
Vidal uit Le Monde Diplomatique
afkomstig is van de website van het 'Institute for Historical
Review'. Ik weet niet of het artikel hier te vinden is,
want ik houd mij verre van negationistische kringen. In
werkelijkheid vond ik het stuk van Vidal op de website van
de marxistische historicus Norman Finkelstein uit de VS.
Ik heb in mijn boek beklemtoond dat de
holocaust een historisch feit is waar geen vraagtekens bij
geplaatst kunnen en mogen worden. De bedoeling van Van den
Berghe is duidelijk. Hij brengt mij in verband met een gezelschap
van notoire h olocaustontkenners in de hoop dat de lezer
zal veronderstellen dat ik daarmee sympathiseer.
Van den Berghe gaat maar door. In
De schaduw van de ster
heb ik beschreven hoe het klassieke
antisemitisme oplaaide toen joden in het nauw kwamen door
het verval van het feodalisme en de opkomst van het kapitalisme,
dat simpelweg geen ruimte openliet voor een oplossing van
wat men in Rusland aan het einde van de negentiende eeuw
het 'joodse probleem' noemde (p.61-62).
Aan het nationaal-socialistische
antisemitisme lag een irrationele rassenwaan ten grondslag,
ook daar heb ik in mijn boek bij stilgestaan. Maar dat nam
niet weg dat bij de beslissing tot de stelselmatige moord
op de joden een aantal rationele overwegingen ten grondslag
lagen. Deze kwamen o.a. tot uiting in de discussie binnen
de nazi-top of de joden direct vermoord moesten worden,
of dat zij zich dood moesten werken ten behoeve van de Duitse
oorlogseconomie. Het was in deze context dat de 'Wannsee-conferentie'
plaatsvond. Er werd daar beslist de jodenmoord op geïndustrialiseerde
wijze uit te voeren. Daarmee heb ik niet beweerd dat er
voor die tijd geen joden werden vermoord. Dat gebeurde voor
de Wannsee-conferentie al op grote schaal aan het Oostfront,
ook al had het toen nog niet de geïndustrialiseerde
vorm van Auschwitz, Chelmno en Treblinka. Dat er kort na
de inval in Polen al joden werden vermoord, is nauwgezet
door mij onder woorden gebracht. En hetzelfde geldt voor
de moord op joden na de aanval op de Sovjet-Unie (p.98).
Dat de nadruk voor de nazi's aanvankelijk op het vernietigen
van het communisme lag, verandert niets aan het feit dat
er in eerste aanleg al veel joden de dood vonden in het
Oosten. Van den Berghe maakt van dit alles een onoverzichtelijke
woordenbrij die absoluut niet representatief is voor wat
ik in De schaduw van de ster
heb geschreven.
Volgens Van den Berghe heb ik de Israëlische
historicus Tom Segev niet goed geciteerd, als het om het
aantal holocaustoverlevenden gaat dat in de oorlog van 1948
vocht, dan wel sneuvelde. Aangezien de overlevenden van
de holocaust niet geschikt waren voor bijvoorbeeld administratieve
taken, raakten zij volgens Segev in verhouding vaker betrokken
bij gevechtshandelingen dan andere Israëlische soldaten.
Daarom ligt het voor de hand dat het aantal in 1948 gesneuvelde
holocaustoverlevenden op zijn minst in verhouding staat
tot het aantal onder hen dat in deze oorlog vocht.
Ik mag van Van den Berghe geen vragen
stellen over de historische authenticiteit van het Oude
Testament. Hij schrijft niet
dat dit geschrift in historisch opzicht betrouwbaar zou
zijn, want dat kan hij zich als zelfrespecterend wetenschapper
natuurlijk niet veroorloven. Daarom spreekt hij op zich
ook niet tegen wat ik in dit verband geschreven heb. Maar
als het over Israël en het zionisme gaat, mogen judaïstische
geschriften zijns inziens niet aan de orde komen. Dan gelden
voor Van den Berghe aparte regels en gaat hij zonder zich
zelf verder te verklaren over op het vergezochte argument
dat ik de Thora
als het Oude Testament
aanmerk (what's in a name).
Met zoveel subjectiviteit in zijn benadering verbaast het
mij dat Van den Berghe de indruk wekt stelling te nemen
tegen de agressieve politiek van de staat Israël. Neem
me even niet kwalijk dat ik daar op deze manier niet van
overtuigd raak. Hij schrijft over weerwerk tegen het ultra-zionisme;
de zionistische misdaden buiten dit vage begrip verontrusten
hem blijkbaar niet.
In De
schaduw van de ster heb ik
nadrukkelijk gesteld dat in de loop der eeuwen tal van negatieve
kwalificaties aan de Talmoed
zijn toegeschreven door antisemieten (p.31). Toch verwijt
Van den Berghe mij hieraan voorbij te zijn gegaan. Hij maakt
er een punt van dat ook antisemieten heben gewezen op de
negatieve beeldvorming over niet-joden in de Talmoed.
Maar verandert dat iets aan het feit dat dergelijke passages
in dit geschrift terug te vinden zijn?
Ik heb niet alle boeken van de Talmoed
gelezen, maar slechts vertalingen die ik kon vinden. Een
gebrek aan kennis van de Hebreeuwse taal maakt verdere Talmoedstudie
onmogelijk. Maar ik vertrouw wat dit betreft op de analyse
van de joods/Israëlische publicist Israel Shahak. Hij
heeft overtuigend laten zien wat voor xenofobische en racistische
elementen er in de Talmoed
staan. De schaduw van de ster heb ik geschreven als introductie
tot het denken van antizionisten als Shahak. Hij is overigens
ook de bron van de volgens Van den Berghe "domme redenering"
dat de Israëlisch leiders heel handig van de mythe
over De Protocollen van Zion
weten te profiteren.
Ik sta niet alleen met mijn vertrouwen
in Shahak. Publicisten van eer en naam als Gore Vidal, Christopher
Hitchens, Noam Chomsky en Lucas Catherine hebben hun respect
uitgesproken voor Shahak. In tegenstelling tot wat Van den
Berghe suggereert, bevind ik mij dus zeker niet in slecht
gezelschap.
Van den Berghe wil niet weten dat regels uit de Talmoed
nadrukkelijk van toepassing zijn
voor religieuze kolonisten in het moderne Israël. Misschien
moet hij zijn oor eens te luisteren leggen bij de radicale
rabbijn Isaac Ginzburg. Toen één van diens
volgelingen terecht moest staan voor de moord op een dertienjarig
Palestijns meisje, verklaarde Ginzburg aan de rechter dat
een jood naar zijn mening niet veroordeeld kon worden voor
de moord op een niet-jood. Daarbij beriep hij zich op de
in de Talmoed
beschreven wetten uit het klassieke judaïsme.
Van den Berghe begrijpt de essentie
van religieuze werken niet. Hij ziet niet in dat deze een
inspiratiebron tot vrede en verbroedering kunnen zijn, maar
dat dezelfde geschriften ook aan kunnen zetten tot haat
en bloedvergieten. Neem bijvoorbeeld de verwijzing naar
de massamoord op de Amalekieten uit het Oudtestamentische
boek I Samuel
(31:1-6). Honderden rabbijnen in Israël associëren
de Palestijnen tegenwoordig met de Amalekieten, waarmee
zij de weg openen naar genocide. Maar er staan ook heel
wat meer positieve zaken in het Oude
Testament. Hetzelfde geldt
voor de Talmoed.
Religieuze antizionisten verwijzen naar de zg. 'zeven wetten
van Noach' uit het Talmoedboek Sanhedrin
(56-b) om hun argument te onderbouwen dat het judaïsme
een vreedzame samenleving tussen joden en andere volken
niet uitsluit. Dat zionisten die kant van het judaïsme
zijn vergeten, neemt niet weg dat de Talmoed
er melding van maakt.
Kortom: religieuze geschriften als
het Oude Testament
en de Talmoed
zijn goed noch kwaad. Het is de mens die er een invulling
aan geeft, door de nadruk te leggen op de stamgerichte elementen,
of de humanistische aspecten die beide aan dergelijke werken
verbonden zijn. Maar daar wil Van den Berghe allemaal niets
van weten. In zijn bespreking over De
schaduw van de ster komt deze
Vlaamse heilige koe van de Holocaust-literatuur over als
iemand die vanuit zijn ivoren toren niet toestaat dat anderen
op zijn gebied komen. Hij wordt dan zo venijnig dat hij
passages uit een boek over het hoofd ziet of uit hun context
haalt. Ik vertrouw erop dat de lezers van de Financieel-Economische
Tijd dit staaltje egocentrisme
op zijn juiste waarde weten te schatten.
De bespreking van Gie Van den Berghe verscheen
op 9/11/2002 in de Financieel- Economische Tijd. Onder bepaalde
voorwaarden kunt u deze ook online raadplegen op www.tijd.be
(gebruik de zoekfunctie).
|