|
Storm op komst in de polder.
Door Erik De Bruyn.
15 april 2002 - Een debat tussen de lijsttrekkers
Melkert (PvdA) en Dijkstal (VVD) op de Nederlandse televisie
enkele weken geleden zegt veel over de opkomst van Pim Fortuijn.
Voor het begin van het debat, dat blijkbaar in een of andere
VVD-club werd georganiseerd, werd gepeild naar de kiesintenties
van de zaal. Meer dan 50 procent van de aanwezigen was van
plan voor de VVD te stemmen, en ongeveer 27 procent voor
de PvdA.
Beide heren waren het er roerend over
eens dat men in deze tijden van crisis spaarzaam moet omgaan
met de centjes, maar Melkert wou iets meer investeren in
mensen, Dijkstal meer in infrastructuur. Na een aantal
rondjes slaapverwekkend vliegen vangen werd de zaal opnieuw
gepeild. Nog 22 procent voelde zich verleid tot een VVD-stem,
nog 24 procent tot de PvdA. Je moet het maar kunnen...
Nederland heeft lang gedacht immuun te
zijn voor extreem rechts. Enerzijds deed het land het niet
echt slecht: bovenop de gasbel verrees een boomende economie
aangedreven door bedrijven van multinationaal formaat. Anderzijds
heeft het land ook steeds een cultuur gehad van een betonnen
politieke correctheid. Misstanden in de wereld? Niet in
Nederland evenwel, waar men lang in de illusie leefde bijna
elk opkomend maatschappelijk probleem in de kiem te kunnen
smoren. Daarnaast was er zelfs nog tijd over om orde op
zaken te stellen in de rest van de wereld zo leek het. Geleidelijk
aan begon die illusie echter groter wordende barsten te
vertonen: fraudezaken, Srebrenica, de bolletjesslikkers
op Schiphol, de rampen in Enschede en Volendam enzovoort.
Het scepticisme tegenover de politieke overheid, brak in
Nederland halsoverkop door binnen een tijdsbestek van enkele
jaren.
Stress en frustratie.
Daar kwam nog bij dat het economische
succes van het poldermodel zijn tol heeft geëist. Nederland
kent een relatief lage werkloosheid maar heeft véél
meer ingeschrevenen bij de WAO. Stress, werkdruk, flexibiliteit,
en atypische contracten zijn er meer en meer doorgedrongen.
Dit alles onder dekking van een door de leiding van de grote
vakbonden opgelegde sociale vrede. De protesten bij de Nederlandse
Spoorwegen tegen het mismanagement bijvoorbeeld konden er
pas komen na de oprichting van werknemerscollectieven
die vaak het predikaat anarchistisch meekrijgen
omdat zij ageren onafhankelijk van de vakbondleiding. Maar
vaak bleek het de enige manier om de collaboratie tussen
management en vakbondleiding te doorbreken. Het om zich
heen grijpende gevoel van malaise en vervreemding barstte
in het recente verleden diverse malen uit in de vorm van
zinloos geweld en extreem asociaal gedrag.
Er zijn weinig landen in de wereld waar
het spanningsveld tussen aanzienlijke materiële en
technologische mogelijkheden enerzijds, en het gebrek aan
harmonie in de samenleving anderzijds, zo groot is als in
Nederland. Er stak een Nederland is vol-gevoel
de kop op, niet alleen vol migranten (zogezegd) maar vooral
vol stress en frustratie. Bij gebrek aan een links alternatief
zou dit braakliggende spanningsveld vroeg of laat toch in
cultuur worden gebracht door extreem rechts, daar ontsnapte
ook Nederland niet aan. Alleen was daar wel iets meer voor
nodig dan een Vlaams boereke zoals Filip De
Winter. Dat bewees de mislukte poging van Janmaat en zijn
kornuiten. Om aan de welbespraakte en niet voor één
gat te vangen Nederlander een extreem rechts gedachtegoed
te verkopen moet je toch wat meer in je mars hebben.
Voor die doorbraak zorgde professor Fortuijn,
auteur van talloze boeken over het zielloze Europa, het
verwende volk, de verweesde generatie en de babyboomers,
waarin hij telkens met bravoure en welbespraaktheid de meest
reactionaire maar heldere, begrijpelijke en radicaal klinkende
oplossingen biedt aan de onlustgevoelens. Eigenlijk
komt het steeds neer op hetzelfde: is er een tegenstelling
tussen al die nominale democratie en vrijheid
waarover we beschikken enerzijds en de beperkte mate waarin
we met deze nominale vrijheden greep krijgen op onze samenleving?
Schaf dan die vrijheid toch af, ze leidt enkel tot excessen!
Reduceer die vrijheid tot de no-nonsense vrijheid van ondernemerschap,
en ontvet die staat, die toch maar op onze kosten leeft,
nog méér. Fortuijn is een middeleeuwse wonderdokter,
een charlatan die na een aderlating... een aderlating voorschrijft,
maar die het wel goed naar voren kan brengen.
Breekijzer voor rechts.
De echte aantrekkingskracht van Fortuijn
ligt daarom vooral in het feit dat hij, veel meer nog dan
De Winter (die eigenlijk maar één plaat kan
draaien, namelijk die van de migratie & onveiligheid)
de consensus in de politiek doorbreekt. De consensus die
de kleur paars heeft aangenomen. De consensus die een gapend
gat slaat in het politieke spectrum zoals het debat tussen
Melkert en Dijkstal aantoonde.
Er zit bovendien eenheid in de anti-consensualiteit
van Fortuijns ideeën, zijn taal en zijn imago: homoseksueel,
katholiek, excentriek. Geniaal, maar gevaarlijk. Kijk maar
naar zijn buitenlandse voorbeelden: niet Haider
of De Winter, wél Stoiber (rechterzijde CDU in Duitsland)
en... Berlusconi natuurlijk. De Fortuijn-kiezer zaait dus
een schokeffect, maar zal een sociale afbraakpolitiek oogsten
waarvan hij/zij zelf het slachtoffer zal worden. Maar er
is een psychologisch mechanisme in de mens dat hem er soms
toe aanzet om ten koste van alles recht te doen geschieden,
een einde te stellen aan onrechtvaardigheid, zelfs al snijdt
hij daarmee in het eigen vlees. Het ongeluk wil dat de kiezer
enkel recht kan doen geschieden door rechts te doen
geschieden. De consensus dreigt inderdaad te worden
doorbroken, maar naar rechts toe. Fortuijn wordt de hefboom
voor een nieuwe CDA-VVD regering, mét of zonder Fortuijn...
Het einde van de sociale vrede.
Politiek zit de zaak in Nederland, net
zoals in België momenteel muurvast. Niet alleen de
PvdA is bijna tot net rechts van het centrum opgeschoven,
ook de partijen die zogezegd links van de PvdA staan, zoals
Groen Links en de SP, verdedigen geen project meer van maatschappelijke
verandering. Daarin zal met het oog op de verkiezingen in
mei geen verandering meer komen.
De bal ligt derhalve in het kamp van de
vakbonden. Zij zijn het die in de komende periode in de
frontlijn zullen liggen van de op til zijnde politiek van
sociale afbraak. De sociale vrede zal de facto worden beëindigd,
is het niet door de vakbondstoppen, dan wel door de regering.
Om deze strijd voor het behoud van verworvenheden te winnen
zal het niet enkel noodzakelijk zijn massaal te mobiliseren.
Op de langere termijn zullen vakbondsleden opnieuw offensief
moeten leren denken: is er wel een rigide scheiding tussen
vakbonden en politiek? Moeten wij onze doelstellingen steeds
binnen het keurslijf blijven formuleren van de bestaande
samenleving? Dient de sociale strijd opgesloten te blijven
tussen de vier muren van mijn bedrijf, of is wat er hier
gebeurt maar een deel van een groter maatschappelijk fenomeen,
waartegen wij bondgenoten moeten zoeken, een alternatief
moeten in stelling brengen, met andere woorden politiek
moeten ageren?
Humane antwoorden op de malaise van de
huidige maatschappij zijn er alleen te vinden bij het socialisme.
Iedereen zal dan voor zich moeten uitmaken wat het meest
realistisch is: vechten voor het socialisme
of blijven voortmodderen in ons huidige tranendal?
(Bron: Marxistisch maandblad Vonk,
15-04-02).
|