|
De Rechtszaak tegen G.W. Bush.
Door Wietse Ratsma.
(4 december 2003)
De Amerikaanse weduwe Ellen Mariani heeft
George Bush en vele anderen in zijn kabinet aangeklaagd
bij het Gerechtshof in het District Oost van de staat Pennsylvania
in verband met de gebeurtenissen rond 11 september 2001
waarbij haar man Louis Mariani het leven verloor.
Behalve president Bush worden ook vice-president
Richard Cheney, procureur generaal John Ashcroft, minister
van defensie Donald Rumsfeld, CIA-directeur George Tenet,
veiligheidsadviseur Condolleezza Rice en nog een aantal
anderen in de aanklacht vermeldt zoals George H. Bush, de
vader van de president en zelf voormalig president en directeur
van de CIA.
Het lange document, wat in zijn geheel te vinden is op deze
website, gaat in op de vele vragen die tot nu toe onbeantwoord
zijn gebleven.
In paragraaf 4 vindt men de meest algemene
beschouwing van deze aanklacht, namelijk:
"De beklaagde George W. Bush (GWB)
heeft tegen de Amerikaanse bevolking, tegen dit Gerechtshof
en tegen de aanklaagster verklaard, dat de beruchte aanvallen
van '9-11' direct door Osama bin Laden en zijn Al Qaeda
Terroristen Netwerk (OBL) georganiseerd zijn. Hij zei dit
vrijwel onmiddellijk nadat deze aanval had plaatsgevonden.
Maar de beklaagde GWB is niet oprecht en eerlijk geweest
aangaande de voorkennis van zijn administratie voor zo'n
potentiële aanval en de aanklaagster poogt hierbij
de beklaagde GWB te dwingen om te rechtvaardigen waarom
haar man Louis Neil Mariani op 9-11 het leven verloor."
In de aanklacht staat verder dat beklaagde
GWB en anderen gefaald hebben te handelen op een manier
die de 9-11 aanvallen konden voorkomen. De aanklaagster
gelooft dat beklaagde GWB een oude procedure instelt waarbij
hij aanspraak maakt op 'nationale veiligheid' en 'executieve
voorrecht' om de basis van deze aanklacht te onderdrukken.
Volgens de aanklaagster moet het Gerechtshof door dit rookgordijn
heen zien. Vanaf het begin argumenteert de aanklaagster
dat de redenen waarom de 9-11 aanvallen plaatsgevonden hebben
niet langer een nationaal veiligheidsrisico zijn maar een
nationaal veiligheidsschandaal en tragedie.
De aanklaagster houdt, in tegenstelling
tot beklaagde GWB's verklaring dat OBL verantwoordelijk
is voor 9-11, voor dat onweerstaanbare bewijzen in deze
zaak zullen worden gepresenteerd door ontdekkingen, door
de macht van dagvaardingen door dit Gerechtshof en door
onder ede afgelegde verklaringen tijdens deze rechtszaak.
Dit zal leiden tot een onbetwistbaar feit, namelijk dat
de beklaagde GWB heeft gefaald te handelen om 9-11 te voorkomen,
terwijl hij wist dat deze aanvallen zouden leiden tot een
situatie waarin ons land een oorlog tegen het internationaal
terrorisme zou aangaan. Een oorlog die financieel zowel
als politiek voordeel zou opleveren voor de beklaagden.
De aanklaagster neemt de stelling in dat haar man op 11
september vermoord is en dat beklaagde GWB en vele leden
van zijn kabinet nu winst maken uit de oorlog tegen het
terrorisme. De aanklaagster zal bewijzen dat de 'familie
Bush' al jarenlang banden heeft met de federale regering
en met de familie van Osama bin Laden, connecties die een
grote vertrouwenskwestie veroorzaken onder de bevolking
en dat vragen naar voren brengt die nog steeds beantwoord
moeten worden. Dit geldt onder andere voor, maar is niet
beperkt tot, het feit dat beklaagde Cheney enorme winsten
maakt met zijn voormalige bedrijf dat exclusieve contracten
krijgt om Irak te herbouwen.
In andere gedeelten van deze aanklacht
worden Bush en anderen er van beschuldigd de gebeurtenissen
op 11 september 2001 doelbewust te hebben laten plaatsvinden
om verbolgenheid op te wekken onder de bevolking zodat die
een militair ingrijpen zou steunen. "Met iedere dag
die passeert leren we dat deze regering veel meer over deze
zaak weet dan ze ooit hebben toegegeven", aldus de
aanklacht. Het document grijpt zelfs terug naar de banden
die de familie Bush had met het voormalige nazi Duitsland
en de financiële winsten die zij door de oorlog wisten
te boeken, een zaak waar de Amerikaanse bevolking weinig
of niets van weet.
De aanklacht eindigt met de beschrijving
van een aantal situaties die op 11 september 2001 plaatsvonden
en waaruit talrijke vragen oprijzen, zoals Bush' verklaring
dat het onmogelijk is toen hij op de televisie het eerste
vliegtuig het Wereldhandelscentrum zag binnenvliegen. Ook
het niet opstijgen van luchtmachtvliegtuigen komt onder
de loep.
Op dit ogenblik is het niet bekend of,
en zo mogelijk wanneer, deze zaak door een jury gehoord
zal worden. Zonder twijfel zal er veel in het werk gesteld
worden door de beklaagden om dit te voorkomen.
|