|
Alma, Lila en de Franse republiek.
Reactie op de hoofddoekdiscussie in Frankrijk.
Door Mimoun Boukiour (13 november 2003)
Aubervilliers, voorstad van Parijs. Het is
een ongewoon koude ochtend. Een trage zon verlicht een opmerkelijk
tafereel net buiten het Henri-Wallon Lyceum. Twee meisjes
staan snikkend voor de ingang. Chadors beschermen hun tegen
het gure weer, en alleen hun geloof beschermt hun tegen
de Franse gevestigde orde.
De discussie over hoofddoekjes heeft in
Frankrijk inmiddels een nieuw hoofdstuk gekregen. Nadat
de gezusters Alma (16) en Lila Levy (18) weigerden hun hoofddoek
af te doen op school, volgde schorsing. De hoofddoekjes
zouden een oproep zijn aan anderen om zich "te bekeren".
Bovendien bestaat de angst dat zichtbare religieuze tekens
op school zouden leiden tot polarisering met betrekking
tot cultuur of geloofsovertuiging. Onacceptabel in de Franse
republiek, die een strikte scheiding tussen kerk en staat
hanteert.
Minstens zo interessant als de achtergrond
van de meisjes, de vader is een gerenommeerde joodse advocaat
en de moeder is een katholieke Berber, is het toneel waarop
het debat gevoerd wordt. Vanuit feministische hoek is de
veelgehoorde klacht dat de hoofddoek een vorm van onderdrukking
is. Mensenrechtenactivisten leggen juist het accent op de
keuzevrijheid van de dames. Islamitische organisaties betichtten
de overheid van islamofobie. Een minister laat zich ontvallen
dat de Levy's vrij zijn om te vertrekken als ze niet van
Frans onderwijs gediend zijn. Vaderlief dreigt met rechtszaken.
En helemaal op de achtergrond is een speciale commissie
inmiddels bezig om te bekijken hoe het precies zit met de
scheiding tussen kerk en staat. De staat is immers zo heilig
dat er van bevlekking met geloof geen sprake mag zijn.
In een grijze ruimte verkondigen grijze mannen
hun grijze meningen. In hun handen ligt, behalve een glas
dure Marokkaanse wijn, ook het lot van de gezusters Levy.
De grijste van het stel realiseert zich dat hij uiteindelijk
verslag moet doen over de mate waarin religie het publieke
domein geïnfiltreerd heeft. Stiekem probeert hij zich
te herinneren wanneer hij voor het laatst gebiecht heeft.
Terwijl hij wederom een slok neemt, borrelt het gezegde:
"In vino veritas" in hem op.
Het is maar de vraag in hoeverre deze
commissie een weloverwogen oordeel kan vellen. Ze moet immers
manoeuvreren tussen overheidsbelangen, de publieke opinie,
menskrachtenactivisten en natuurlijk de grootste islamitische
gemeenschap van Europa. Bovendien is het maar de vraag of
de dames in kwestie daadwerkelijk inbreuk doen op de scheiding
tussen kerk en staat of dat de overheid hier schuldig aan
is. In hoeverre is zij gerechtvaardigd om inbreuk te doen
op de geloofsbelevenis van haar burgers? Kortom, een waar
wespennest.
In het geheel niet opmerkelijk is de manier
waarop de discussie in Frankrijk gevoerd wordt. Net als
in de rest van Europa, is deze zodanig vervuild geraakt
dat een zinnig resultaat bijna behoort tot het rijk der
fabelen. Mede door de politieke ontwikkelingen vervalt de
discussie vaak in ordinair getouwtrek. Er is ruimschoots
aanleiding om het integratievraagstuk, de criminaliteit,
vrouwenemancipatie en het asielbeleid aan te kaarten, schijnbaar
zonder enig ander doel dan stoom af te blazen. Niet alleen
in de oorlog, maar ook in emotionele discussies als deze
is de waarheid het eerste slachtoffer. En net als in de
oorlog zullen er waarschijnlijk alleen maar verliezers zijn.
Zijn hoofddoekjes wenselijk op een middelbare
school? Er zijn drie aspecten die hier een rol in spelen.
Het eerste aspect is natuurlijk de rol van de islam. Vrouwonvriendelijk
is nog het meest aardige dat in veel reacties is terug te
vinden. Vaak worden ook de belabberde mensenrechten in veel
Arabische landen aangehaald waar veel vrouwen slachtoffer
van worden. Men verdenkt veel moslima's ervan de hoofddoek
onder sociale druk te dragen. Ook heerst een sluimerende
angst voor antiwesterse propaganda en gewelddadige neigingen
die de ronde doen in sommige islamitische kringen. Af en
toe resulteert dat zelfs in de gedachte dat islam en democratie
onverenigbare begrippen zijn.
Hoe terecht of onterecht deze sluimerende
angst ook moge zijn, het is een volstrekt irrelevant argument
in de discussie of hoofddoeken een toelaatbaar verschijnsel
zijn op school. Eenieder is in staat zijn geloof te belijden
zolang hij daarmee geen inbreuk doet op de vrijheid van
een ander of op wettelijke bepalingen. Een grondwettelijke
recht. Een hoofddoek zegt niets over iemands radicalisme
of gewelddadige natuur. Daarnaast kan men het de dragers
moeilijk aanrekenen dat het door sommigen gezien wordt als
een "onderdrukkend artefact". Bovendien mag de
situatie in andere landen geen rechtvaardiging zijn om bepaalde
groepen hier te benadelen. Heel bot gezegd: omdat er in
een aantal islamitische landen geen vrijheid is om een ander
geloof te belijden, betekent dat niet dat men hier islamitische
uitingen mag onderdrukken.
Rest de vraag of er binnen de islam gevallen
zijn waarin vrouwen worden gedwongen om een hoofddoek te
dragen. Het is niet uit te sluiten dat dit gebeurd. Hoe
moeten we hiermee omgaan? Om dwang tegen te gaan kan men
hoofddoeken op school gewoonweg verbieden. De kans bestaat
dan echter dat dit kind thuis wordt gehouden, ondanks de
leerplicht. Is het in zo'n geval dan niet beter dat zo'n
kind gewoon op school blijft? De school is dan immers de
enige uitweg: studeren vergroot het aantal mogelijkheden
en kansen tot zelfstandigheid. Dus zelfs in de extreme gevallen,
is het beter om iemand een schoolcarrière te bieden.
Het tweede aspect is de scheiding tussen
kerk en staat en de implicaties hiervan op een publiek instituut
als de school. De scheiding tussen kerk en staat is in het
leven geroepen opdat eenieder, ongeacht geloofsovertuiging,
zich kan vereenzelvigen met de overheid. Dat kan alleen
als de overheid geen beslissingen neemt die een specifiek
religieus karakter hebben. In deze situatie mag een overheid
zich ook daadwerkelijk volksvertegenwoordiging noemen. Beleid
dat een kerkelijk karakter heeft is uit den boze. Aan de
andere kant geldt ook dat een publiek instituut niet gelegitimeerd
is om als "kerk" te fungeren. Een school bepaalt
dus met andere woorden niet hoe individuen dienen te geloven.
In het geval van de Levy's is het niet
duidelijk wie de grens in dit opzicht overschrijdt. Er zijn
scholen die een hoofddoek simpelweg verbieden en dat in
het verleden ook altijd gedaan hebben. Maar alleen omdat
het in verleden is gebeurd, betekent niet dat er sprake
is van een eerlijke beslissing. Het Henri-Wallon Lyceum
bood de zusjes een compromis aan. In plaats van een hoofddoek
mochten ze wel een foulard dragen. De zusjes gingen hier
niet op in en werden als gevolg geschorst. Hoe het ook zij,
een ding is echter helder: de school is dan wellicht een
seculier instituut, het kan haar leerlingen echter geen
seculiere levenswijze opdringen. De staat is een seculier
instituut maar mag niet van haar burgers verwachten om om
die reden ook maar afstand te doen van religie.
Het derde punt dat in Franse discussie
naar voren komt is de groepsvorming op school. De angst
bestaat dat het dragen van "ostentatief" materiaal
bijdraagt aan polarisering tussen de groepen. Gewelddadige
roof van opvallende merkkleding onder leerlingen is geen
onbekend fenomeen. Culturele of religieuze eigenheid benadrukken
zou in die zin ook wel eens nare gevolgen kunnen hebben.
Kleding is zeer zeker een belangrijke
factor bij het ontstaan van subgroeperingen in een scholengemeenschap.
Er spelen echter ook andere factoren zoals nationaliteit,
huidskleur, muzikale voorkeur en materiële welgesteldheid.
Het geheel voorkomen van groepsvorming is een illusie. Juist
in hun schooltijd bouwen kinderen aan een identiteit. Een
deel van die identiteit wordt gehaald uit het deel uit maken
van een groep: een vriendenkring van mensen met dezelfde
voorkeuren. Daarbij hoort ook het uiten van die identiteit
door het hebben van dezelfde kleding, woordkeus, hobby's
etc. Daarnaast leven we in een maatschappij die juist individuele
keuzevrijheid propageert. Het is niet alleen tegenstrijdig
om dan met allerlei voorschriften te komen wat betreft leefwijze,
maar jongeren zullen veel meer van zich afbijten. De Levy's
zijn hier een voorbeeld van, maar elke ouder zal deze ervaring
kennen.
Belangrijker is echter dat het hier niet
zo zeer gaat om kledingkeus of het wel of niet dragen van
een hoofddoek. De angst van de school is er een van groeiend
onbegrip en toenemende vooroordelen tussen jongeren. Het
is een terechte angst die serieus genomen moet worden. Hierin
kan namelijk de kiem liggen van gewelddadige confrontaties.
Maar men bestrijdt de onderlinge frustraties niet door moslimmeiden
hun hoofddoek te ontnemen. Als de school voelt dat frustraties
toenemen tussen bepaalde subculturen dan heeft ze de verantwoordelijkheid
om daar op een structurele manier op te reageren. Dan moet
ze proberen begrip te kweken, vooroordelen weg nemen en
leerlingen te overtuigen. Uiteindelijk heeft de school de
zorg voor een open cultuur op het schoolplein waar elk kind
in staat is zich te ontplooien, ook Alma en Lila.
De deur opende zich zachtjes, maar viel opvallend
hard weer in slot. Zijn vrouw had hem vaker gewaarschuwd
dat hij niet met deuren moest slaan... maar hij bleef de
president, toch? Op zijn sjaal stond in gouden letters geborduurd:
J. Chirac, wat zijn gedachte bevestigde. Met beide handen
pakte hij zijn sjaal, spande hem om zijn kalend voorhoofd
en vouwde hem om zijn presidentiële nek. "Kijk..
Kijk.. Ik ben Lila Levy..", grinnikte hij zachtjes.
Een blik in de spiegel verried echter dat de sjaal zijn
aanblik in grote mate verbeterde
. Hmmmm
. Misschien
was het geen kwestie van verbieden maar van verplichten.
Terwijl hij zijn tandenborstel greep schudde hij dat idee
vastbesloten van zich af.
President Chirac lijkt zich bewust van
de moeilijke situatie waarin het debat plaats vindt. Terwijl
premier Raffarin zich al duidelijk heeft uitgesproken tegen
"politieke en religieuze propaganda op school",
houdt Chirac zich wijselijk op de vlakte en wacht het resultaat
van de commissie af. De gemiddelde Fransman verliest immers
steeds meer vertrouwen in de politiek. De hervormingen in
het pensioenstelsel stuiten op steeds grotere weerstand.
Het grote aantal doden tijdens de hittegolf heeft geleid
tot stevige kritiek op de lakse houding van de overheid.
Tijdens de parlementaire verkiezingen bleef één
op de drie kiezers thuis. Bij de presidentsverkiezingen
gebeurde het zelfs dat de extreemrechtse Le Pen het tot
de tweede ronde schopte, mede als gevolg van de historisch
lage opkomst. Dat Chirac nu nog in het pluche zit, heeft
hij vooral te danken aan de steun van politiek links toentertijd.
Dat besef weerhoudt Chirac er waarschijnlijk van te snel
kleur te bekennen.
Hoe het met de beide gezusters afloopt,
blijft gissen. Ruimte voor een zinnige discussie lijkt tussen
alle frustraties nauwelijks te maken. De Franse regering
is hierin geen neutrale partij. Seculier betekent niet automatisch
ook neutraal. Niet in Frankrijk, maar ook niet in Nederland.
Mimoun Boukiour
Faculteit der Gezondheidswetenschappen
Universiteit Maastricht
13 november 2003
|