Smash Fascism! DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
Fax/Voice mail/XOIP-nummer: 084 8333788
VCP.nu

HOME

Ingezonden
Alma, Lila en de Franse republiek.

Reactie op de hoofddoekdiscussie in Frankrijk.

Door Mimoun Boukiour (13 november 2003)

Aubervilliers, voorstad van Parijs. Het is een ongewoon koude ochtend. Een trage zon verlicht een opmerkelijk tafereel net buiten het Henri-Wallon Lyceum. Twee meisjes staan snikkend voor de ingang. Chadors beschermen hun tegen het gure weer, en alleen hun geloof beschermt hun tegen de Franse gevestigde orde.

De discussie over hoofddoekjes heeft in Frankrijk inmiddels een nieuw hoofdstuk gekregen. Nadat de gezusters Alma (16) en Lila Levy (18) weigerden hun hoofddoek af te doen op school, volgde schorsing. De hoofddoekjes zouden een oproep zijn aan anderen om zich "te bekeren". Bovendien bestaat de angst dat zichtbare religieuze tekens op school zouden leiden tot polarisering met betrekking tot cultuur of geloofsovertuiging. Onacceptabel in de Franse republiek, die een strikte scheiding tussen kerk en staat hanteert.

Minstens zo interessant als de achtergrond van de meisjes, de vader is een gerenommeerde joodse advocaat en de moeder is een katholieke Berber, is het toneel waarop het debat gevoerd wordt. Vanuit feministische hoek is de veelgehoorde klacht dat de hoofddoek een vorm van onderdrukking is. Mensenrechtenactivisten leggen juist het accent op de keuzevrijheid van de dames. Islamitische organisaties betichtten de overheid van islamofobie. Een minister laat zich ontvallen dat de Levy's vrij zijn om te vertrekken als ze niet van Frans onderwijs gediend zijn. Vaderlief dreigt met rechtszaken. En helemaal op de achtergrond is een speciale commissie inmiddels bezig om te bekijken hoe het precies zit met de scheiding tussen kerk en staat. De staat is immers zo heilig dat er van bevlekking met geloof geen sprake mag zijn.

In een grijze ruimte verkondigen grijze mannen hun grijze meningen. In hun handen ligt, behalve een glas dure Marokkaanse wijn, ook het lot van de gezusters Levy. De grijste van het stel realiseert zich dat hij uiteindelijk verslag moet doen over de mate waarin religie het publieke domein geïnfiltreerd heeft. Stiekem probeert hij zich te herinneren wanneer hij voor het laatst gebiecht heeft. Terwijl hij wederom een slok neemt, borrelt het gezegde: "In vino veritas" in hem op.

Het is maar de vraag in hoeverre deze commissie een weloverwogen oordeel kan vellen. Ze moet immers manoeuvreren tussen overheidsbelangen, de publieke opinie, menskrachtenactivisten en natuurlijk de grootste islamitische gemeenschap van Europa. Bovendien is het maar de vraag of de dames in kwestie daadwerkelijk inbreuk doen op de scheiding tussen kerk en staat of dat de overheid hier schuldig aan is. In hoeverre is zij gerechtvaardigd om inbreuk te doen op de geloofsbelevenis van haar burgers? Kortom, een waar wespennest.

In het geheel niet opmerkelijk is de manier waarop de discussie in Frankrijk gevoerd wordt. Net als in de rest van Europa, is deze zodanig vervuild geraakt dat een zinnig resultaat bijna behoort tot het rijk der fabelen. Mede door de politieke ontwikkelingen vervalt de discussie vaak in ordinair getouwtrek. Er is ruimschoots aanleiding om het integratievraagstuk, de criminaliteit, vrouwenemancipatie en het asielbeleid aan te kaarten, schijnbaar zonder enig ander doel dan stoom af te blazen. Niet alleen in de oorlog, maar ook in emotionele discussies als deze is de waarheid het eerste slachtoffer. En net als in de oorlog zullen er waarschijnlijk alleen maar verliezers zijn.

Zijn hoofddoekjes wenselijk op een middelbare school? Er zijn drie aspecten die hier een rol in spelen. Het eerste aspect is natuurlijk de rol van de islam. Vrouwonvriendelijk is nog het meest aardige dat in veel reacties is terug te vinden. Vaak worden ook de belabberde mensenrechten in veel Arabische landen aangehaald waar veel vrouwen slachtoffer van worden. Men verdenkt veel moslima's ervan de hoofddoek onder sociale druk te dragen. Ook heerst een sluimerende angst voor antiwesterse propaganda en gewelddadige neigingen die de ronde doen in sommige islamitische kringen. Af en toe resulteert dat zelfs in de gedachte dat islam en democratie onverenigbare begrippen zijn.

Hoe terecht of onterecht deze sluimerende angst ook moge zijn, het is een volstrekt irrelevant argument in de discussie of hoofddoeken een toelaatbaar verschijnsel zijn op school. Eenieder is in staat zijn geloof te belijden zolang hij daarmee geen inbreuk doet op de vrijheid van een ander of op wettelijke bepalingen. Een grondwettelijke recht. Een hoofddoek zegt niets over iemands radicalisme of gewelddadige natuur. Daarnaast kan men het de dragers moeilijk aanrekenen dat het door sommigen gezien wordt als een "onderdrukkend artefact". Bovendien mag de situatie in andere landen geen rechtvaardiging zijn om bepaalde groepen hier te benadelen. Heel bot gezegd: omdat er in een aantal islamitische landen geen vrijheid is om een ander geloof te belijden, betekent dat niet dat men hier islamitische uitingen mag onderdrukken.

Rest de vraag of er binnen de islam gevallen zijn waarin vrouwen worden gedwongen om een hoofddoek te dragen. Het is niet uit te sluiten dat dit gebeurd. Hoe moeten we hiermee omgaan? Om dwang tegen te gaan kan men hoofddoeken op school gewoonweg verbieden. De kans bestaat dan echter dat dit kind thuis wordt gehouden, ondanks de leerplicht. Is het in zo'n geval dan niet beter dat zo'n kind gewoon op school blijft? De school is dan immers de enige uitweg: studeren vergroot het aantal mogelijkheden en kansen tot zelfstandigheid. Dus zelfs in de extreme gevallen, is het beter om iemand een schoolcarrière te bieden.

Het tweede aspect is de scheiding tussen kerk en staat en de implicaties hiervan op een publiek instituut als de school. De scheiding tussen kerk en staat is in het leven geroepen opdat eenieder, ongeacht geloofsovertuiging, zich kan vereenzelvigen met de overheid. Dat kan alleen als de overheid geen beslissingen neemt die een specifiek religieus karakter hebben. In deze situatie mag een overheid zich ook daadwerkelijk volksvertegenwoordiging noemen. Beleid dat een kerkelijk karakter heeft is uit den boze. Aan de andere kant geldt ook dat een publiek instituut niet gelegitimeerd is om als "kerk" te fungeren. Een school bepaalt dus met andere woorden niet hoe individuen dienen te geloven.

In het geval van de Levy's is het niet duidelijk wie de grens in dit opzicht overschrijdt. Er zijn scholen die een hoofddoek simpelweg verbieden en dat in het verleden ook altijd gedaan hebben. Maar alleen omdat het in verleden is gebeurd, betekent niet dat er sprake is van een eerlijke beslissing. Het Henri-Wallon Lyceum bood de zusjes een compromis aan. In plaats van een hoofddoek mochten ze wel een foulard dragen. De zusjes gingen hier niet op in en werden als gevolg geschorst. Hoe het ook zij, een ding is echter helder: de school is dan wellicht een seculier instituut, het kan haar leerlingen echter geen seculiere levenswijze opdringen. De staat is een seculier instituut maar mag niet van haar burgers verwachten om om die reden ook maar afstand te doen van religie.

Het derde punt dat in Franse discussie naar voren komt is de groepsvorming op school. De angst bestaat dat het dragen van "ostentatief" materiaal bijdraagt aan polarisering tussen de groepen. Gewelddadige roof van opvallende merkkleding onder leerlingen is geen onbekend fenomeen. Culturele of religieuze eigenheid benadrukken zou in die zin ook wel eens nare gevolgen kunnen hebben.

Kleding is zeer zeker een belangrijke factor bij het ontstaan van subgroeperingen in een scholengemeenschap. Er spelen echter ook andere factoren zoals nationaliteit, huidskleur, muzikale voorkeur en materiële welgesteldheid. Het geheel voorkomen van groepsvorming is een illusie. Juist in hun schooltijd bouwen kinderen aan een identiteit. Een deel van die identiteit wordt gehaald uit het deel uit maken van een groep: een vriendenkring van mensen met dezelfde voorkeuren. Daarbij hoort ook het uiten van die identiteit door het hebben van dezelfde kleding, woordkeus, hobby's etc. Daarnaast leven we in een maatschappij die juist individuele keuzevrijheid propageert. Het is niet alleen tegenstrijdig om dan met allerlei voorschriften te komen wat betreft leefwijze, maar jongeren zullen veel meer van zich afbijten. De Levy's zijn hier een voorbeeld van, maar elke ouder zal deze ervaring kennen.

Belangrijker is echter dat het hier niet zo zeer gaat om kledingkeus of het wel of niet dragen van een hoofddoek. De angst van de school is er een van groeiend onbegrip en toenemende vooroordelen tussen jongeren. Het is een terechte angst die serieus genomen moet worden. Hierin kan namelijk de kiem liggen van gewelddadige confrontaties. Maar men bestrijdt de onderlinge frustraties niet door moslimmeiden hun hoofddoek te ontnemen. Als de school voelt dat frustraties toenemen tussen bepaalde subculturen dan heeft ze de verantwoordelijkheid om daar op een structurele manier op te reageren. Dan moet ze proberen begrip te kweken, vooroordelen weg nemen en leerlingen te overtuigen. Uiteindelijk heeft de school de zorg voor een open cultuur op het schoolplein waar elk kind in staat is zich te ontplooien, ook Alma en Lila.

De deur opende zich zachtjes, maar viel opvallend hard weer in slot. Zijn vrouw had hem vaker gewaarschuwd dat hij niet met deuren moest slaan... maar hij bleef de president, toch? Op zijn sjaal stond in gouden letters geborduurd: J. Chirac, wat zijn gedachte bevestigde. Met beide handen pakte hij zijn sjaal, spande hem om zijn kalend voorhoofd en vouwde hem om zijn presidentiële nek. "Kijk.. Kijk.. Ik ben Lila Levy..", grinnikte hij zachtjes. Een blik in de spiegel verried echter dat de sjaal zijn aanblik in grote mate verbeterde…. Hmmmm…. Misschien was het geen kwestie van verbieden maar van verplichten. Terwijl hij zijn tandenborstel greep schudde hij dat idee vastbesloten van zich af.

President Chirac lijkt zich bewust van de moeilijke situatie waarin het debat plaats vindt. Terwijl premier Raffarin zich al duidelijk heeft uitgesproken tegen "politieke en religieuze propaganda op school", houdt Chirac zich wijselijk op de vlakte en wacht het resultaat van de commissie af. De gemiddelde Fransman verliest immers steeds meer vertrouwen in de politiek. De hervormingen in het pensioenstelsel stuiten op steeds grotere weerstand. Het grote aantal doden tijdens de hittegolf heeft geleid tot stevige kritiek op de lakse houding van de overheid. Tijdens de parlementaire verkiezingen bleef één op de drie kiezers thuis. Bij de presidentsverkiezingen gebeurde het zelfs dat de extreemrechtse Le Pen het tot de tweede ronde schopte, mede als gevolg van de historisch lage opkomst. Dat Chirac nu nog in het pluche zit, heeft hij vooral te danken aan de steun van politiek links toentertijd. Dat besef weerhoudt Chirac er waarschijnlijk van te snel kleur te bekennen.

Hoe het met de beide gezusters afloopt, blijft gissen. Ruimte voor een zinnige discussie lijkt tussen alle frustraties nauwelijks te maken. De Franse regering is hierin geen neutrale partij. Seculier betekent niet automatisch ook neutraal. Niet in Frankrijk, maar ook niet in Nederland.

Mimoun Boukiour
Faculteit der Gezondheidswetenschappen
Universiteit Maastricht
13 november 2003


Meningen