|
Hieronder treft u een ingezonden brief
aan inzake het pensioenstelsel in Nederland:
Maastricht 5 februari 2009
Aan: politieke partijen in Nederland
Betreft: het waarborgen van de belangen
van pensioengerechtigden
Geachte mevrouw/ mijnheer,
Worden 60+ en gepensioneerden als een
inferieure doelgroep gebrandmerkt? Deze vraag speelt bij
veel gepensioneerden, bijna gepensioneerden (60+) maar ook
bij jongere groep premiebetalers.
Wij vragen uw aandacht om de inhoud van
deze brief tot u te nemen en actie te ondernemen om de ongelijke
behandeling van de groep gepensioneerden en toekomstige
gepensioneerden recht te trekken. De (tijdelijke) recessie
lijkt een aanleiding te zijn om het pensioenstelsel structureel
te wijzigen. Los van het feit dat alle premiebetalers schade
ondervinden van onbehoorlijk bestuur van pensioenfondsen,
zijn het de gepensioneerden en 60+ die hiervan rechtstreeks
financiële schade van ondervinden zonder dat er op
termijn zicht is op herstel. Hiermee wordt voor een grote
groep niet werkende en 60+ groot onrecht aangedaan op korte
termijn en in de toekomst. Deze doelgroep is op dit moment
zwak georganiseerd en niet in staat om via de geëigende
kanalen hun stem te laten klinken. Politieke beloften die
in het verleden zijn gemaakt worden thans met voeten getreden.
De overheid en de pensioenfondsen als uitvoerder van beleid
gedragen zich als onbetrouwbare partners.
Het pensioenstelsel in Nederland heet
superieur te zijn in vergelijking met die van de meeste
landen in Europa. Maar de praktijk is dat het er op gaat
lijken dat werknemers na hun 65e of 70e weer net zo slecht
af zijn als vroeger. De destijds beloofde waarde- en welvaartvaste
pensioen dreigt niet te worden waargemaakt. De gepensioneerden
en de groep potentieel gepensioneerden, die binnen nu en
5 jaar met pensioen gaan (60+), kunnen wel eens een pensioen
verwachten, dat 50% lager kan uitvallen. Er treedt een cumulatief
effect op van kortingen die de pensioenuitkering in nog
geen 5 jaar tijd tot een armoedige uitkering reduceert.
De eerste versobering van de pensioenuitkering
is al ingetreden door de pensioenuitkering niet langer op
eindloon te baseren maar op middelloon. Daarna werd het
nabestaande pensioen van verlaagd van 70% naar 50% op basis
van het ouderdomspensioen. Dat was op zich al een enorme
aderlating.
Vervolgens worden de pensioenen niet meer gebaseerd op koopkracht,
zoals het geval is voor de actieve werknemer. Nog onlangs
werd door o.a. het ABP een variabele inflatiecorrectie toegepast,
die vaak onder het gemiddelde zat van die van de actieve
werknemers.
Ook de invoering van de euro heeft zijn negatieve sporen
achter gelaten op de koopkracht van de gepensioneerden.
Nederland met zijn hoge besparingen en lage schuldenlast
heeft de gulden goedkoop verkocht. De invoering van de euro
heeft daarom niet bijgedragen tot een evenredige waardevastheid
van salarissen en pensioenuitkeringen. Het omzetten van
de gulden in een ongunstige eurokoers heeft in eerste instantie
de salarissen, uitkeringen en pensioenuitkeringen op een
enorme waarde achterstand gezet. In het bedrijfsleven zijn
via een geleidelijke ophoging van de lonen deze verschillen
inmiddels gecompenseerd. De ambtenarensalarissen ijlen hierin
na. De pensioensuitkeringen worden echter niet gecompenseerd.
Dit probleem wordt onvoldoende onderkend, maar de gepensioneerden
zijn wel de dupe. Dit geldt overigens niet alleen voor gepensioneerden,
maar voor alle uitkeringsgerechtigden.
De gepensioneerden zijn op dit moment
de zwakste partij. Zij kunnen niet meer in staking gaan.
Bovendien zijn zij bijna nooit vertegenwoordigd op plaatsen
waar de dienst wordt uitgemaakt, zoals bij cao- onderhandelingen
en de besturen van pensioenfondsen. In de besturen van de
pensioenfondsen zitten alleen de vertegenwoordigers van
werkgevers en werknemers. De werkgevers zijn sterk geporteerd
voor het beperken van de loonkosten en de werknemers zijn
veel meer geïnteresseerd in hun loonsverhoging. Hun
pensioen lijkt nog erg ver weg.
Het is meer dan verbazingwekkend dat deze
besluitvormende gremia zo onevenwichtig zijn samengesteld,
terwijl de gepensioneerden en 60+ de grootste belangengroep
vertegenwoordigen. Samen zijn zij representatief voor een
vertegenwoordiging van 62%. De actieve werknemers daarentegen
maken slechts in 38% deel uit als belanghebbenden.
Het is onrechtvaardig om de uitkering van de reeds gepensioneerde
werknemers niet te indexeren, dus in reële zin te verlagen.
Het is bovendien discriminatoir om de lasten bij de zwakste
partij neer te leggen. Het is daarom noodzakelijk dat op
er korte termijn een representatieve besluitvormingsstructuur
binnen de pensioenfondsen wordt ingevoerd.
Gebleken is dat er door pensioenfondsen
onvoldoende inschatting is gemaakt van de kredietcrises
en de mondiale economische crises. Dit fenomeen wordt als
argument gebruikt om alle misstanden te verklaren of te
ontkennen, hetgeen pertinent onjuist is. Immers er zijn
voldoende alternatieven die een redelijke en weloverwogen
rendement opleveren.
In 2007 werd € 20 miljard aan premies
uitbetaald. Werknemers en werkgevers legden € 24 miljard
in, dus € 4 miljard meer. Uitgaande van een gemiddelde
levensverwachting van een gepensioneerde van 15 jaar, zou
€ 300 miljard moeten worden uitgegeven. Ook met een
verdubbeling van het aantal gepensioneerden en uitgaande
van handhaving van de koopkracht kan met de thans in kas
zijnde middelen de uitkeringen worden uitbetaald voor een
lange periode, zelfs als de groep gepensioneerden zou verdubbelen.
Probleem lijkt te zijn dat een groot deel van het uit te
keren vermogen voor langere tijd vaststaat, waardoor er
voor de korte termijn uitkeringen onvoldoende liquide middelen
blijken te zijn. Een behoorlijk bestuur moet toch met het
opstellen van economische beleggingsscenario´s dit
kunnen ondervangen. Als b.v. 2/3 van het vermogen wordt
belegd in lange termijn investeringen (aandelen, vastgoed
e.d.), dan moet ca. 1/3 van het vermogen toch als liquide
middelen kunnen worden vastgezet op een financieel risicoloze
wijze (staatsobligaties?) ten behoeve van de pensioenuitkeringen
en met behoud van koopkracht.
Op dit moment bedraagt de reserve ca.
90% in plaats van de 105%. In een periode van zon
30 jaar kan het totale kapitaal sterk fluctueren afhankelijk
van recessies, periodes van hoogconjunctuur en natuurlijk
ook de wijze van beleggen.
Nu is er een recessie, is dit zo plotseling?
Elke kwaliteitskrant in Nederland heeft hier jaren geleden
al op geattendeerd! Ook recessies maken nu eenmaal een onderdeel
uit van ons (mondiale) economische systeem. Maar er zijn
ook lange perioden van hoogconjunctuur geweest. Hoe zijn
toen de reserves verdeeld in tijden van overvloed? Blijkbaar
niet ten goede van de gepensioneerden of premie betaler;
waar zijn die reserves dan gebleven? Heeft de overheid hier
voordeel uit gehaald?
Er is helemaal geen reden tot paniek, maar de pensioenfondsen
moeten de tijd nemen en krijgen om reserves op te bouwen.
De overheid wil echter de pensioenfondsen verplichten om
op relatief korte termijn reserves weer op te bouwen. Waarom
en hoe is deze onwerkbare verhouding ontstaan tussen pensioenfondsen
en overheid ?
Immers het opbouwen van reserves kan over een langere periode
worden gespreid. Als men zo nodig de reserves op korte termijn
wil opbouwen dient premieverhoging te worden overwogen voor
de werkgever en/of werknemer. Premies kunnen flexibel worden
geïnd; zoals een hogere premie ten tijde van een recessie
en een lagere in geval van economische groei/stabiliteit
of omgekeerd.
Om aan de belofte van een waarde- en welvaartvast
pensioen tegemoet te komen mag er nimmer worden getornd
aan pensioen van mensen die 40 jaar lang aan de opbouw en
welvaart van Nederland hebben gewerkt. Het lijkt erop dat
gepensioneerden en 60+ als een wegwerpproduct worden beschouwd,
die na hun pensionering kunnen worden afgeschreven.
Wij kunnen ons daarom niet aan de indruk onttrekken dat
elke vorm van politieke visie ontbreekt en niet alleen over
dit onderwerp. De AOW, ingesteld door Minister Drees wordt
momenteel door menig bestuurder afgedaan als verouderd.
Vanuit een positieve zienswijze kan de AOW ook worden opgevat
als een structurele basis om de komen tot een wettelijke
oudedagsvoorziening voor elke werknemer. Dan hadden ook
de mensen die nu een slechts AOW ontvangen ook een betere
oudedagsvoorziening gehad. Maar de gepensioneerden, die
maandelijks een behoorlijke pensioenpremie hebben ingelegd
en de huidige premiebetalers, worden opgescheept met een
woekerpolis.
Nalatig valt ook te verwijten in het doorvoeren van een
wettelijke cao voor alle werknemers, waarbij voor topsalarissen
b.v. de Balkenende norm zou kunnen gelden. In
plaats daarvan worden aan vele onbekwame bestuurders bonussen
en afkoopsommen uitgekeerd die onverantwoord hoog zijn,
zelfs aan bestuurders van financiële instellingen die
als gevolg van staatsteun staatsbedrijf zijn geworden!
Maar ook aan de actieve werknemers wordt
er weinig zekerheid geboden.
In het verleden was er een maximum verbonden aan de het
aantal werkzame jaren (40 jaar). De huidige werknemers hebben
geen enkele zekerheid meer wanneer zij mogen stoppen met
werken. Natuurlijk is het makkelijk om als manager of bestuurder
uit te roepen dat mensen tot hun 70e jaar moeten werken.
Maar realiseert u zich wat dit betekent voor een eenvoudig
opgeleide werknemer die fysieke arbeid moet verrichten ?
En realiseert de politiek zich dat de groep 60+ vaak al
op 16-17 jarige leeftijd is gaan werken?
U zult begrijpen dat de premiebetalers
ofwel de eigenaren van de
pensioenfondsen zeer teleurgesteld zijn in de manier waarop
de topbestuurders (in algemene zin) in Nederland te werk
gaan. Zoals recentelijk algemeen aanvaard zullen topbestuurders
weer in het collectief belang moeten leren denken. Wij zien
dit graag al vertaald in de wijziging van pensioenstatuten
en regels en voorwaarden.
Welk belang hebben de premiebetalers
1. een gegarandeerd pensioen gebaseerd
op een 40 jarige inleg en met behoud van de overeengekomen
koopkracht gedurende de periode dat geacht mag worden
te kunnen profiteren van de ingelegde gelden;
2. laat de premiebetaler zelf de keuze bepalen of hij
risicodragend wil inleggen met als resultaat een hogere
dan wel lagere inleg op einddatum. En voor de onzekerheidsvermijdende
groep een pensioen dat een overeengekomen eindkapitaal
plus indexering garandeert! Nu wordt onvrijwillig door
de pensioenbestuurders gespeculeerd met het geld van al
haar premiebetalers;
3. de zeggenschap van de premiebetalers is ondoorzichtig
geregeld waardoor deze primaire belangengroep geen front
kan vormen om behoorlijk bestuur af te dwingen. Om in
de toekomst een weloverwogen besluit te nemen moet inzicht
worden geven hoe het stemrecht voor premiebetalers kan
worden geborgd;
4. er moet meer inzicht worden verschaft in de manier
waarop de totale vermogenspositie van de pensioenfondsen
is gerelateerd aan de jaarlijks uit te keren pensioenen
aan haar participanten. Wij hebben sterk de indruk dat
er geen rekening wordt gehouden met de (voor 80-90% planbare)
te prognosticeren jaarlijkse uitbetalingen. Hetgeen ertoe
leidt dat er telkens onzekerheid bestaat over het indexeren
van de pensioenuitkeringen. Voor zon, elementaire
bestaansvoorwaarde komt dit ridicuul over. Behoorlijk
bestuur zou moeten voorkomen dat indexering telkens een
discussiepunt is;
5. de premiebetalers zijn de eigenaars van de pensioenfondsen,
voor hen moet stemrecht en de medebesluitvorming worden
geregeld. Gebleken is dat de aanstelling van pensioenbestuurders
op dit moment niet door de eigenaars (premiebetalers!)
tot stand komt. Derhalve zien wij graag dat de bestuurders
worden aangesteld door de premiebetalers.
Los van nog vele overige vragen, meningen
en feiten verzoeken wij u deze brief binnen uw politieke
partij terdege ter harte te nemen en ons te berichten dan
wel te betrekken bij uw voorstellen om te komen tot een
rechtvaardiger pensioenbeleid. Zo zou een financiële
steunmaatregel door de overheid aan de pensioenfondsen,
analoog aan die voor de financiële instellingen al
een rechtvaardiging kunnen zijn.
Deze brief is verstuurd aan alle politieke
partijen en indien nodig wordt deze ook doorgesluisd naar
de pers.
Verwijzigen:
Artikel : NRC Handelsblad ; Prof.
dr. J.J.L. Derksen d.d.22-07-08
Artikel : NRC handelsblad; Maarten
Schinkel d.d. 8-01-09
Namens Belangengroep pensioenpremiebetalers
in oprichting
Hoogachtend,
A. J. Orgelist
H. Hendrix
|