Smash Fascism! DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
Fax/Voice mail/XOIP-nummer: 084 8333788
VCP.nu

Ingezonden

Artikel over de herdenkingsbijeenkomst slachtoffers Schipholbrand 1 november Amsterdam.

Is het weer oorlog?

Door Bert Bakkenes

AMSTERDAM, 2 november 2005 - Soms komt het voor dat je iets niet van plan bent, en dan komt het er door een bepaalde gebeurtenis toch van. Zo ging het dinsdagavond.

Ik was eigenlijk niet van plan om naar de herdenkingsbijeenkomst voor de slachtoffers van de brand vorige week in het uitzetcentrum op Schiphol te gaan. Niet dat ik me niet betrokken voelde, maar ik had al twee lange dagen achter de rug, en eigenlijk wilde ik gewoon naar huis. Maar toch kwam ik op die plek, een kerk in hartje Amsterdam, terecht, dankzij een politieactie in een trein bij het Muiderpoortstation waardoor alle treinen richting het oosten stil stonden. Omdat ik er niets voor voelde urenlang door CS te lopen, besloot ik toch maar naar de bijeenkomst in de Spuistraat te gaan. Toen ik naar binnenging was het al vrij druk, en de media was prominent aanwezig. De reden was al snel duidelijk. Er waren familieleden van de slachtoffers en overlevenden aanwezig. Dat vindt de pers natuurlijk prachtig. Maar goed, de vele camera's, microfoons aan lange stelen en de flitsende lampen waren vergeten toen de bijeenkomst van start ging.

De verhalen van de familieleden waren hartverscheurend. Sommige hadden hun geliefde nog, anderen hadden alles verloren. Verloren in een paar minuten in de stinkende onveilige cellen van de uitzetbajes Schiphol. Hoe iemand ondanks het verlies toch de kracht vindt om achter een microfoon te gaan staan is iets wat je tot het diepste van je ziel raakt. De verhalen waren erg persoonlijk, natuurlijk. Zo hoort het ook. Er waren verhalen van heldenmoed, van verwarring, van pijn en een schreeuw om begrip. En vooral een eis tot verandering. Aan het begin van de avond had een van de organisatoren gezegd dat het geen politieke bijeenkomst was, dat we hier waren om de slachtoffers te herdenken, om de 11 mannen die omkwamen een gezicht te geven. Dat gebeurde ook, maar het was tegelijkertijd de meest politieke bijeenkomst die ik in jaren heb meegemaakt. Want door alle verhalen, belevenissen en gedeelde tranen heen kwam een enorme aanklacht naar voren: het Nederlandse asielbeleid is een dodelijk beleid. Meestal maakt dit beleid slachtoffers in de verre landen waarheen mensen worden uitgestuurd, soms doormiddel van wanhoopsdaden van asielzoekers ergens in het land. Nu zijn 11 mensen in één keer dood, niet kilometers ver weg, maar op Schiphol, vlakbij onze eigen Amsterdam. Ja, het is een dodelijk beleid, dat bleek uit al de verhalen van betrokkenen die lijden onder het onbegrip, de afwijzing, de onverschilligheid. En vooral onder de hardheid van een overheid die geen enkele menselijke trek meer heeft. Steeds opnieuw werd er gevraagd: "Hoe heeft dit kunnen gebeuren?", "Hoe kunnen we voorkomen dat het weer gebeurt?" en "Hoe kunnen we dit dodelijke beleid, en de verharding in de samenleving veranderen?"

Vragen waren er te over, maar helaas geen antwoorden. Er sprak warmte uit de pleidooien, maar ik wist maar al te goed dat in de koude wereld buiten het gebouw deze pleidooien op het graniet van de overheid en de onverschilligheid in de maatschappij, ingebracht door die zelfde overheid, in duizenden stukken uit elkaar zouden vallen. Tegen het einde van de bijeenkomst kwamen er nog wat politici hun mening geven en medeleven betonen. Namen zijn in deze niet belangrijk, en ze zijn ook uitwisselbaar. Een enkele uitzondering daargelaten. Zo'n uitzondering was de woordvoerder van het FNV uit Rotterdam die zijn angsten en woede over wat er van Nederland is geworden uitdrukte in een paar regels van het John Lennon lied "Imagine". Wat hij zei kwam recht uit het hart, en dat was bij de anderen minder het geval. Bij de woordvoerder van de PvdA was het zelfs helemaal afwezig. Zo ging het programma langzaam ten einde. Maar allen die er bij waren zullen niet snel de verhalen en de wanhoop van de familieleden vergeten.

Ook namen velen het bedrukkende gevoel mee dat Nederland steeds meer op de rand van de afgrond balanceert. Geregeerd door harteloze leugenaars, omringd door politie, veiligheidswaanzin en een totaal gebrek aan solidariteit maken dat de toekomst een onzekere zaak is geworden. Niet alleen voor mensen zonder de juiste papieren, maar voor ons allemaal. En zelfs nu neemt de harteloosheid geen einde. De namen van de slachtoffers van de brand zijn nog steeds niet bekend gemaakt, tenzij dit wordt gedaan door familieleden, vrienden of steungroepen. De overheid wil niet dat haar slachtoffers een gezicht krijgen. Een van de slachtoffers, een Turkse Kurd die de naam Kemal Sahin droeg, zat pas een paar dagen op Schiphol nadat hij was gearresteerd toen hij zijn stempelplicht nakwam. Een andere man die in de vuurzee stierf hoorde helemaal niet in het uitzetcentrum. Hij had een geldig paspoort, alleen was hij het document even vergeten toen hij ging winkelen. Voor Verdonk en trawanten was dat genoeg om de man het land uit te zetten. Zo ver is het niet gekomen. Een minuut van vergeetachtigheid is de man fataal geworden. Er waren ook andere verhalen; over overlevenden die in handboeien werden afgevoerd nadat ze hun lotgenoten in de vuurzee hadden zien sterven. Een man die al vijf dagen in een isoleercel zit. Ook hij was maar net in leven gebleven. Ondanks alles ziet de Nederlandse overheid deze mensen nog steeds als criminelen die moeten worden opgesloten, geboeid, afgesloten van de buitenwereld. De politici, die waren komen opdagen, allemaal tweede garnituur, wisten het mooi te vertellen. Er moet nazorg komen voor de getraumatiseerde mensen, zeiden ze. Maar het bleven lege woorden. Niet een van deze druiloren richtte zich tot de families en beloofde daadwerkelijk iets te doen. Niemand riep op tot het ontslag van Verdonk, de hoofdverantwoordelijke in deze ramp. In het Nederland van 2005 mogen bewindslieden liegen, bedriegen, de wet overtreden en mensen levend laten verbranden zonder dat het ook maar hun positie voor een seconde in gevaar brengt. Maar hoe zit het dan met de rechtsstaat? Misschien bestaat er nog een stukje van. Ergens in een stoffig hoekje waar de harteloze oplichters, waar het kabinet Balkenende zo rijk aan is, nog net niet zijn geweest. Voor vluchtelingen en asielzoekers, voor mensen zonder papieren bestaat die rechtsstaat al lang niet meer. Binnenkort zullen we allemaal in diezelfde positie zitten. Het is immers bijna al zover.

Na afloop buiten kwam ik een kennis tegen die met een paar vrienden de bijeenkomst had bezocht. Ze hadden geen goed woord over voor de politieke miskleunen die het woord hadden gevoerd. Het hele gevoel van de avond werd nog het best verwoord door een vriendin van mijn kennis. "Ik heb het gevoel dat we weer in oorlog zijn." zei ze. "Ik herinner me de verhalen van mijn oma. Misschien is het verkeerd om deze parallel te trekken. Maar toen kon een stempel je het leven kosten. Dat is nu weer zo. Ik weet het zeker, we zijn weer in oorlog." Ik kon haar alleen maar gelijk geven en zeggen dat we ondanks alles de strijd moeten voortzetten. Nu meer dan ooit. Maar haar woorden gaven het enige echte beeld van Nederland 2005, gezien vanuit de Spuistraat in Amsterdam op een donkere dinsdagavond in november.


Meningen