|
Artikel over de herdenkingsbijeenkomst
slachtoffers Schipholbrand 1 november Amsterdam.
Is het weer oorlog?
Door Bert Bakkenes
AMSTERDAM, 2 november 2005 - Soms komt
het voor dat je iets niet van plan bent, en dan komt het
er door een bepaalde gebeurtenis toch van. Zo ging het dinsdagavond.
Ik was eigenlijk niet van plan om naar
de herdenkingsbijeenkomst voor de slachtoffers van de brand
vorige week in het uitzetcentrum op Schiphol te gaan. Niet
dat ik me niet betrokken voelde, maar ik had al twee lange
dagen achter de rug, en eigenlijk wilde ik gewoon naar huis.
Maar toch kwam ik op die plek, een kerk in hartje Amsterdam,
terecht, dankzij een politieactie in een trein bij het Muiderpoortstation
waardoor alle treinen richting het oosten stil stonden.
Omdat ik er niets voor voelde urenlang door CS te lopen,
besloot ik toch maar naar de bijeenkomst in de Spuistraat
te gaan. Toen ik naar binnenging was het al vrij druk, en
de media was prominent aanwezig. De reden was al snel duidelijk.
Er waren familieleden van de slachtoffers en overlevenden
aanwezig. Dat vindt de pers natuurlijk prachtig. Maar goed,
de vele camera's, microfoons aan lange stelen en de flitsende
lampen waren vergeten toen de bijeenkomst van start ging.
De verhalen van de familieleden waren
hartverscheurend. Sommige hadden hun geliefde nog, anderen
hadden alles verloren. Verloren in een paar minuten in de
stinkende onveilige cellen van de uitzetbajes Schiphol.
Hoe iemand ondanks het verlies toch de kracht vindt om achter
een microfoon te gaan staan is iets wat je tot het diepste
van je ziel raakt. De verhalen waren erg persoonlijk, natuurlijk.
Zo hoort het ook. Er waren verhalen van heldenmoed, van
verwarring, van pijn en een schreeuw om begrip. En vooral
een eis tot verandering. Aan het begin van de avond had
een van de organisatoren gezegd dat het geen politieke bijeenkomst
was, dat we hier waren om de slachtoffers te herdenken,
om de 11 mannen die omkwamen een gezicht te geven. Dat gebeurde
ook, maar het was tegelijkertijd de meest politieke bijeenkomst
die ik in jaren heb meegemaakt. Want door alle verhalen,
belevenissen en gedeelde tranen heen kwam een enorme aanklacht
naar voren: het Nederlandse asielbeleid is een dodelijk
beleid. Meestal maakt dit beleid slachtoffers in de verre
landen waarheen mensen worden uitgestuurd, soms doormiddel
van wanhoopsdaden van asielzoekers ergens in het land. Nu
zijn 11 mensen in één keer dood, niet kilometers
ver weg, maar op Schiphol, vlakbij onze eigen Amsterdam.
Ja, het is een dodelijk beleid, dat bleek uit al de verhalen
van betrokkenen die lijden onder het onbegrip, de afwijzing,
de onverschilligheid. En vooral onder de hardheid van een
overheid die geen enkele menselijke trek meer heeft. Steeds
opnieuw werd er gevraagd: "Hoe heeft dit kunnen gebeuren?",
"Hoe kunnen we voorkomen dat het weer gebeurt?"
en "Hoe kunnen we dit dodelijke beleid, en de verharding
in de samenleving veranderen?"
Vragen waren er te over, maar helaas geen
antwoorden. Er sprak warmte uit de pleidooien, maar ik wist
maar al te goed dat in de koude wereld buiten het gebouw
deze pleidooien op het graniet van de overheid en de onverschilligheid
in de maatschappij, ingebracht door die zelfde overheid,
in duizenden stukken uit elkaar zouden vallen. Tegen het
einde van de bijeenkomst kwamen er nog wat politici hun
mening geven en medeleven betonen. Namen zijn in deze niet
belangrijk, en ze zijn ook uitwisselbaar. Een enkele uitzondering
daargelaten. Zo'n uitzondering was de woordvoerder van het
FNV uit Rotterdam die zijn angsten en woede over wat er
van Nederland is geworden uitdrukte in een paar regels van
het John Lennon lied "Imagine". Wat hij zei kwam
recht uit het hart, en dat was bij de anderen minder het
geval. Bij de woordvoerder van de PvdA was het zelfs helemaal
afwezig. Zo ging het programma langzaam ten einde. Maar
allen die er bij waren zullen niet snel de verhalen en de
wanhoop van de familieleden vergeten.
Ook namen velen het bedrukkende gevoel
mee dat Nederland steeds meer op de rand van de afgrond
balanceert. Geregeerd door harteloze leugenaars, omringd
door politie, veiligheidswaanzin en een totaal gebrek aan
solidariteit maken dat de toekomst een onzekere zaak is
geworden. Niet alleen voor mensen zonder de juiste papieren,
maar voor ons allemaal. En zelfs nu neemt de harteloosheid
geen einde. De namen van de slachtoffers van de brand zijn
nog steeds niet bekend gemaakt, tenzij dit wordt gedaan
door familieleden, vrienden of steungroepen. De overheid
wil niet dat haar slachtoffers een gezicht krijgen. Een
van de slachtoffers, een Turkse Kurd die de naam Kemal Sahin
droeg, zat pas een paar dagen op Schiphol nadat hij was
gearresteerd toen hij zijn stempelplicht nakwam. Een andere
man die in de vuurzee stierf hoorde helemaal niet in het
uitzetcentrum. Hij had een geldig paspoort, alleen was hij
het document even vergeten toen hij ging winkelen. Voor
Verdonk en trawanten was dat genoeg om de man het land uit
te zetten. Zo ver is het niet gekomen. Een minuut van vergeetachtigheid
is de man fataal geworden. Er waren ook andere verhalen;
over overlevenden die in handboeien werden afgevoerd nadat
ze hun lotgenoten in de vuurzee hadden zien sterven. Een
man die al vijf dagen in een isoleercel zit. Ook hij was
maar net in leven gebleven. Ondanks alles ziet de Nederlandse
overheid deze mensen nog steeds als criminelen die moeten
worden opgesloten, geboeid, afgesloten van de buitenwereld.
De politici, die waren komen opdagen, allemaal tweede garnituur,
wisten het mooi te vertellen. Er moet nazorg komen voor
de getraumatiseerde mensen, zeiden ze. Maar het bleven lege
woorden. Niet een van deze druiloren richtte zich tot de
families en beloofde daadwerkelijk iets te doen. Niemand
riep op tot het ontslag van Verdonk, de hoofdverantwoordelijke
in deze ramp. In het Nederland van 2005 mogen bewindslieden
liegen, bedriegen, de wet overtreden en mensen levend laten
verbranden zonder dat het ook maar hun positie voor een
seconde in gevaar brengt. Maar hoe zit het dan met de rechtsstaat?
Misschien bestaat er nog een stukje van. Ergens in een stoffig
hoekje waar de harteloze oplichters, waar het kabinet Balkenende
zo rijk aan is, nog net niet zijn geweest. Voor vluchtelingen
en asielzoekers, voor mensen zonder papieren bestaat die
rechtsstaat al lang niet meer. Binnenkort zullen we allemaal
in diezelfde positie zitten. Het is immers bijna al zover.
Na afloop buiten kwam ik een kennis tegen
die met een paar vrienden de bijeenkomst had bezocht. Ze
hadden geen goed woord over voor de politieke miskleunen
die het woord hadden gevoerd. Het hele gevoel van de avond
werd nog het best verwoord door een vriendin van mijn kennis.
"Ik heb het gevoel dat we weer in oorlog zijn."
zei ze. "Ik herinner me de verhalen van mijn oma. Misschien
is het verkeerd om deze parallel te trekken. Maar toen kon
een stempel je het leven kosten. Dat is nu weer zo. Ik weet
het zeker, we zijn weer in oorlog." Ik kon haar alleen
maar gelijk geven en zeggen dat we ondanks alles de strijd
moeten voortzetten. Nu meer dan ooit. Maar haar woorden
gaven het enige echte beeld van Nederland 2005, gezien vanuit
de Spuistraat in Amsterdam op een donkere dinsdagavond in
november.
|