Geachte,
Het constante manipuleren van Ferry Mingele maakt mij bijzonder
boos.
Zijn olijke verschijning daarentegen heeft mij geïnspireerd
tot onderstaand gedicht:
Langs de hofvijverkant,
zat een kabouter
met een hengel in z'n hand.
De wind liet het belletje aan z'n mutsje tingelen.
Ik keek om en dacht; verrek het is Ferry Mingele.
Schreeuwend: "Ferry, wat doe jij nou daar ?"
Kom hier, wuift hij met een handgebaar.
Al die jaren heb ik jullie beetgenomen,
ik behoor tot het volk der Gnomen.
Wij beschikken over geheime krachten,
en lezen ieder zijn gedachten.
De ene politicus zegt dat, de ander dit,
maar niemand weet wat er tussen z'n oortjes zit.
U mag zijn preek dan wel hebben gehoord,
Volgens Ferry, bedoelt hij iets ander dan zojuist verwoord.
Ferry overtrad hiermee de ongeschreven wet der Gnomen,
nooit woorden te verdraaien die men zojuist heeft vernomen.
Koning Oberon zei: Ferry, je bent een bengel,
Ik verander je weer in die kabouter met zijn hengel.
Wil je in de toekomst Den Haag Vandaag nog presenteren,
Zul je het volgende moeten leren:
Luister gewoon naar wat elke politicus zegt,
Wat hij denkt, hoeft men van jou niet uitgelegd.
Frank Orlemans.
Tiel.
|