|
DE BEUL.
Door Wietse Ratsma.
16 oktober 2003.
De voornaamste hoofdpunten van
het Amerikaanse imperialisme zijn het terugbrengen van het
Verenigd Koninkrijk tot een ondergeschikte positie; de Sovjet
Unie te bedwingen of te vernietigen; China te onderwerpen
en tot satellietstaat brengen; Latijns-Amerika te reduceren
tot een semi-koloniaal stelsel van de Verenigde Staten;
controle te nemen over de internationale economieën
van Duitsland en Japan en verscheidene andere landen; de
Stille- en Atlantische Oceanen te beheersen met haar grote
vloot en luchtmacht - kortom, om Amerikaanse hegemonie te
vestigen over de andere volkeren en regio's van de wereld.
De voorgaande opmerking werd gemaakt
door William Z. Foster, destijds leider van de Communistische
Partij van de Verenigde Staten en werd gepubliceerd in het
Augustus 1946 nummer van 'Political
Affairs' (1).
Dit is nu 57 jaar geleden, geschreven
in een tijd toen de meeste mensen in de wereld opkeken naar
de Verenigde Staten als een eminent land, de zegevierders
over het gehate fascisme, als de bevrijders van een groot
deel van Europa en andere landen, als een volk dat bereid
was te helpen bij de wederopbouw van de verwoestingen die
door de Tweede Wereldoorlog aangebracht waren, als een land
van vrijheid en democratie. De Verenigde Staten stonden
op het hoogtepunt van hun populariteit. Klaarblijkelijk
zag William Z. Foster zijn land niet in dit licht.
Als we eens terugkijken op de wereld waarin
we nu leven is het wel duidelijk dat Foster het bij het
juiste eind had. Het Verenigd Koninkrijk heeft zijn macht
verloren en lijkt duidelijk ondergeschikt aan de Verenigde
Staten, vooral onder het beleid van de tegenwoordige minister-president
Tony Blair, die vaak afgebeeld wordt, en niet onterecht,
als het schoothondje van George W. Bush. De USSR bestaat
ook niet meer en vele van de voormalige sovjetrepublieken
staan onder invloed van de VS, terwijl sommigen zelfs Amerikaanse
troepen op hun grondgebied hebben. China is nog geen Amerikaanse
satellietstaat, maar het verlaten van het socialistische
pad naar een marktgeoriënteerde economie en de aanvaarding
van Amerikaanse multinationale bedrijven als zakenpartners
kan alleen gezien worden als een stap naar het accepteren
van het kapitalisme en een markt voor de Verenigde Staten
om te exploiteren.
Latijns-Amerika staat onder druk
van de VS om een vrijhandelsverdrag (Free
Trade Area of the Americas, FTAA)
aan te gaan dat zal garanderen dat de VS Noord- zowel als
Zuid-Amerika zullen domineren, en daarmede Latijns-Amerika
te reduceren tot semi-koloniale status. Duitsland en Japan,
de verslagen naties van de Tweede Wereldoorlog zijn allang
overvleugeld en vervangen door de VS als leidende economische
machten in de wereld en speciaal Japan is eigenlijk een
land gebleven dat bezet is door Amerikaanse troepen. En
de grote oceanen van de wereld worden continu gepatrouilleerd
door Amerika vanuit thuisbases zowel als buitenlandse bases,
op zee, in de lucht en vanuit de ruimte. Samengevat, William
Z. Foster was absoluut correct in zijn analyse van de Amerikaanse
objectieven waarvan we het bewijs nu wel duidelijk kunnen
zien.
Het vergt geen grote verbeelding
om te begrijpen dat het Amerikaanse volk in 1946 hun land
niet zagen zoals William Foster. Amerika koesterde zich
in de glorie van hun zegevierende oorlogsmachine, vierden
hun populariteit in de wereld en gaven uitdrukking aan hun
liefde en patriottisme voor hun vaderland dat geprojecteerd
werd als het beste, rijkste en meest succesvolle land ter
wereld en dat de afgunst was van ieder die buiten hun grenzen
woonde. Ongetwijfeld werd dit beeld ook gepropageerd door
de televisie en radiostations, door kranten en door tijdschriften.
Het beeld dat Foster zag van zijn land ontving weinig, en
dan nog alleen negatief, commentaar. Amerika accepteerde
een geïnflateerd gezicht van zichzelf vis-à-vis
de rest van de wereld, een beeld dat grotendeels nog steeds
bestaat. Maar wie anders dan de media moet verantwoordlijk
worden gehouden voor dit valse beeld? Is het niet de verantwoordelijkheid
van de media om de mensen te informeren over de echte staat
van zaken, om vragen te stellen en uitleg te eisen over
het beleid van de regering, om objectief onderzoek te doen
zo dat de waarheid naar voren komt? En is het niet de verantwoordelijkheid
van de bevolking om te verzekeren dat ze goed geïnformeerd
zijn door te lezen en verschillende opinies te evalueren
zodat zij verantwoorde keuzes kunnen maken? In een redactioneel
stuk dat op 14 oktober, 2003 gepubliceerd werd in de Halifax
Herald (2)
werd geschreven dat de kiezers van Californië onlangs
niet gestemd hebben op Arnold Schwarzenegger maar op zijn
filmbeeltenis als 'The Terminator',
want niemand weet eigenlijk wat voor politiek Schwarzenegger
voorstaat. Maar wie in de media heeft Arnold uitgedaagd
voor zijn uitgebreid handjesschudden en babykussen om duidelijk
te maken hoe hij de problemen van Californië wil aanpakken?
Hij werd gekozen door een slecht geïnformeerde bevolking
omdat hij de Terminator
was met de brede lach.
Om zulke dingen lijken de Amerikaanse
media niet veel te geven. George W. Bush gaf onlangs een
interview op FOX TV
dat werd vermeldt met commentaar op de website van 'The
Boston Channel' (3).
Bush verklaarde dat hij geen dagbladen leest en nauwelijks
naar de koppen kijkt. Hij krijgt zijn informatie van ingewijden
uit het Witte Huis, zoals van Condoleezza Rice en van chef-staf
Andrew Card. Kunnen die bronnen voor informatie dan echt
als objectief gezien worden? Volgens Bush wel. Hij zei:
Ik waardeer de opinies van mensen, maar ik ben meer
geïnteresseerd in nieuws. En de beste manier om nieuws
te verkrijgen is van objectieve bronnen. En de meest objectieve
bronnen die ik heb zijn de mensen in mijn staf die mij vertellen
wat er in de wereld gebeurt.
Blijkbaar hoeft Bush zelf niet te lezen
of te denken want hij wordt geserveerd met onbetwistbare
informatie door zijn betrouwbare stafleden. Het moet daarom
niet verbazen dat de Amerikaanse buitenlandse politiek constant
in conflict is met de rest van de wereld. In hetzelfde soort
licht moet het ook niet verbazen dat de Amerikaanse bevolking,
die op een permanent dieet staat van onkritische en regering
steunende nieuwsberichten door de media, een bevolking dat
vertegenwoordigt wordt in het Huis van Afgevaardigden en
de Senaat door een groep miljonairs zonder ruggengraat,
bang is de regering op een serieuze manier aan te pakken.
Het verbaasd niet dat Amerikanen slecht ingelicht zijn en
zelfs misleid zijn door een groot deel van hun media. Hoe
kan het anders uitgelegd worden dat opiniepoll na opiniepoll
uitwijzen dat Amerikanen massaal allang weerlegde meningen
hebben over de gebeurtenissen van 11 september en de invasie
van Irak, terwijl de hele wereld wel beter weet?
Wat moeten we dan maken van commentaar
door Helen Thomas van de grote krantenmagnaat Hearst die
op 'The Boston Channel'
vermeldde dat "de gevarieerdheid en de breedheid in
krantenartikelen er voor zorgen dat Amerikanen de best geïnformeerde
mensen in de wereld zijn".
Werkelijk? Dan zal het wel wezen dat óf
Amerikanen deze grote hoeveelheid krantenartikelen niet
lezen, óf Ms. Thomas is aan het dromen en wil ons
wat op de mouw spelden.
William Z. Foster was correct in 1946,
maar de Amerikaanse bevolking wist het niet. Ze wisten niet
wat de werkelijke belangen waren die de machten die hun
land regeerden nastreefden. Helaas lijkt er na 57 jaar nog
steeds niet veel verandert te zijn want zij herkennen de
waarheid over het programma van hun regeerders nog steeds
niet. Amerikanen lijken in een soort trance te leven met
een strop rond hun nek, onbezorgd, zelfbespiegelend met
weinig wetenschap en begrip voor de mensen in de rest van
de wereld. Maar onwetendheid is geen zegen. En op een zekere
dag zal, geheel onverwachts, de beul komen opdagen.
Noten:
(1) Zoals geciteerd in "Peace and the Cold War",
deel 1, pagina 123, door Ernie Trory.
(2) http://www.herald.ns.ca
(3) http://www.thebostonchannel.com
|