Bewustwording.
Zonder inzicht geen uitzicht.
Door Wouter ter Heide.
(02-09-'04)
In een opniniërend artikel in de
Stentor van 27 augustus, "Pacifisme lijkt vies woord
geworden", breekt antropoloog en vredesactivist dr.
Hans Feddema de staf over premier Balkenende en voormalig
secretaris van het Interkerkelijk Vredeberaad Mient Jan
Faber. Allebei voorstander van de "preventieve oorlog"
van Bush en Blair tegen Irak.
Daarin ziet Feddema terecht geen enkel
heil, omdat de geschiedenis zo langzamerhand wel heeft bewezen
dat oorlog en geweld geen geschikte middelen zijn om het
kwaad uit te roeien. Geweld leidt nu eenmaal niet tot geweldloosheid,
maar lokt juist groter geweld uit, getuige de preventieve
(sic!) oorlog die het terrorisme had moeten beteugelen.
Het onbegrijpelijke in deze is dat Balkenende en Faber,
ondanks hun universitaire scholing en christelijke levensovertuiging
(wie het zwaard opneemt, zal door het zwaard vergaan), geen
weet schijnen te hebben van deze ijzeren wetmatigheid. Nog
onbegrijpelijker is het dat onze premier, ondanks zijn onwetendheid,
het overgrote deel van onze volksvertegenwoordiging warm
heeft weten te maken voor de ongerijmde preventieve oorlogsgedachte,
die hem door zijn grote roerganger - George W. Bush - als
een vette kluif is voorgehouden.
Kortom, alle goede bedoelingen ten spijt,
stellen onze jongens en meisjes in Irak alleen zichzelf
in de waagschaal, hoe cru dit ook klinkt. Want hun inzet,
moed en doodsverachting brengt het alom beoogde vredesideaal
geen stap dichterbij. Integendeel! Het is dan ook een illusie
te denken dat zij een positieve bijdrage "kunnen"
leveren aan de noodzakelijke doorbraak van de ten hemel
schreiende diabolische geweldspiraal die de wereld met de
dag meer onder druk zet, onder aanvoering van Big Brother
America.
Dat neemt echter niet weg dat deze doorbraak
wel degelijk in het verschiet ligt. Daarbij doel ik op het
moment dat wij ons, als mensheid, bewust zullen worden van
het tijdsgewricht waarin wij leven. Wat dat betreft is het
nu al zonneklaar dat dit wordt gekenmerkt door mondialisering,
dus door toegroeien naar mondiale eenheid. Daarbij ga ik
er tevens vanuit dat dit onpersoonlijke mondiale eenwordingsproces
niet alleen door geen mens te stoppen is, maar bovendien
gericht is op het bereiken van gerechtigheid wereldwijd,
dankzij de alom onderschreven mensenrechten.
Vanuit mijn kijk op onze tijd, zou dit
universele vredesideaal dan ook overal de richting van de
politiek moeten bepalen. Regeren is immers vooruitzien!
Het behoeft geen betoog dat hier geen sprake van is, omdat
onze politieke kopstukken alleen maar oog hebben voor zichzelf,
maar niet voor het tijdsgewricht waarin wij "als mensheid"
verkeren. Vandaar dat vrede door onze partijpolitieke (mis-)leiders
als een onbereikbaar ideaal wordt weggezet, waardoor geen
onafhankelijke ideële maar louter tijd- en plaatsgebonden
materiële belangen de partijpolitieke korte termijn
agenda bepalen. Gelijk elke trend is ook deze gelukkig niet
eeuwig te handhaven, omdat óók partijpolitici
van het kaliber Balkenende en vredesactivisten van het kaliber
Faber, zich op zeker moment bewust zullen worden van tijdsgewricht
waarin wij leven en daardoor oog zullen krijgen voor de
implicaties daarvan.
Redelijkerwijs gesproken zal deze onvermijdelijke
bewustwording hen er op een goede dag dan ook toe brengen
zich ruiterlijk neer te leggen bij de politieke consequenties
daarvan, waarvan de maatschappelijke vertaling simpelweg
neerkomt op het voor eens en voor altijd afzweren van geweld
en oorlog ter bereiking van "het goede". De wereld
waarin de mensenrechten geen loze passie of dode letter
zijn maar daadwerkelijk worden gerespecteerd. Het vredesideaal
dat anno 2004 toch wereldwijd geldt als "het ultieme
politiek doel". De democratie in optima forma, waarin
elk weldenkend mens - waar ook ter wereld en van welke gezindte
en/of gezindheid dan ook - zich moet kunnen vinden. De wereld
waarin geen 18- en 19-jarige jongens en meisjes meer worden
uitgezonden voor het voeren van preventieve, heilige, rechtvaardige
of wat voor zinloze oorlogen dan ook.
Kortom, de mondiale samenleving zoals
die ons bij de proclamatie van de mensenrechten in 1948
voor ogen stond, als reactie op de verschrikkingen van WO-ll.
Het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties
te bereiken ideaal, voor de verwerkelijking waarvan 66 jaar
na dato de tijd gekomen is. Voor het bewijs daarvan zal
het politieke kompas zonder de gebruikelijke partijpolitieke
mitsen en maren slechts gericht moeten worden op de grondige
reorganisatie van de Verenigde Naties, waartoe artikel 109
van het Handvest de mogelijkheid biedt. De effectuering
daarvan, waartoe onze regering "als VN-lid" het
voortouw zou kunnen nemen, zal de uitzichtloze machtsverhoudingen
in onze volkerenorganisatie en daarmee in de wereld definitief
tenietdoen, met alle positieve consequenties vandien voor
"een ieder" op deze wereld. Dat dit hoogstand
initiatief het Nederlandse beleid een blijvende gouden notering
in de annalen van de wereldgeschiedenis zal opleveren (gelijk
zwemmer PvdH op het koningsnummer, eeuwige roem voor politiek
Den Haag) spreekt voor zich.
|