|
Amerika, op afstand gezien.
Door Wietse Ratsma *
(Axis of Logic contributing writer)
20 maart 2004
- In november van dit jaar zullen Amerikanen naar de stembus
gaan om een president en een Congres te kiezen die het land
zullen regeren voor de volgende vier jaar. Met deze verkiezing
kiest Amerika niet alleen de mensen die hun land gaan regeren,
maar ook een president die enorme invloed uitoefent over
de toekomstige ontwikkeling en koers van de rest van de
wereld. In de hedendaagse wereld van globalisatie en economische
integratie hebben de beslissingen van de Amerikaanse president
op vrijwel alle mensen invloed, maar alleen Amerikanen mogen
bepalen wie die president zal zijn. Dat plaatst een heel
ernstige en serieuze verantwoordelijkheid op de Amerikaanse
bevolking om te verzekeren dat een harmonieus en wederzijds
heilzaam beleid zal zegevieren over een beleid van agressie,
confrontatie en oorlog.
Uit het gezichtspunt van iemand die buiten
de Verenigde Staten woont maakt de keuze tussen een Republikeinse
en een Democratische president fundamenteel weinig verschil,
tenminste wat betreft de buitenlandse politiek. Een voorbeeld
hiervan kan men bijvoorbeeld zien door de woorden van voormalig
president Lyndon B. Johnson te vergelijken met die van George
W. Bush.
Op 31 maart, 1968 sprak de toenmalige
president Johnson zijn volk toe [1] en verklaarde dat hij,
na 4,5 jaar als president, zichzelf niet verkiesbaar zou
stellen voor een volgende termijn.
Op een kalme en sombere toon gaf hij een
pijnlijke uitleg aan de bevolking hoe zwaar de verantwoordelijkheden
van het presidentschap waren en hoe moeilijk de ernstige
beslissingen die een directe invloed hadden op het dagelijks
leven van de mensen voor hem waren. Het was de tijd van
de oorlog in Vietnam, een oorlog die hem zeer zwaar viel
en waar geen eenvoudige uitweg voor te vinden was. En toch,
wanneer je naar die speech, nu 36 jaar later, nog eens luistert
dan wordt het duidelijk dat de uitleg en de verdediging
van deze oorlog grote overeenkomsten heeft met wat we nu
horen over de oorlogen in Afghanistan en Irak. Toen, zoals
nu, worden dezelfde woorden gebruikt:
"Wij willen deze oorlog niet, maar
we vechten voor de bescherming en de veiligheid van de Amerikaanse
bevolking, voor democratie en vrijheid en voor het bouwen
van een vreedzame wereld."
En in zijn beschrijving van de oorlog
in Vietnam gebruikte Johnson ook dezelfde taal als George
W. Bush nu gebruikt over Irak en Afghanistan. De Vietnamese
communistische 'invaders' (aanvallers) zijn nu de Irakese
'insurgents' (rebellen); het Zuid-Vietnamese leger, dat
'opgericht en versterkt' werd, is nu vervangen door het
Afghaanse leger en de Irakese politie die door de VS gerekruteerd
worden en 'steeds sterker worden', en zoals altijd staat
de vastberadenheid van Amerika om de zege aan de vijand
te onthouden buiten kwestie, hoeveel het ook in geld en
mensenlevens mag kosten.
Op dit moment ligt 1968 alweer ver achter
ons en de afloop van de oorlog in Vietnam is geschiedenis.
De vrede is inderdaad naar Vietnam teruggekeerd, maar niet
tot nadat de Amerikaanse troepen van dat land teruggetrokken
waren en Noord- en Zuid-Vietnam een herenigd land werd.
Uiteindelijk kwam er van de zo gevreesde voorspellingen
van dit resultaat niets uit. Honderdduizenden mensenlevens
gingen in die oorlog voor niets verloren en de na-effecten
van het gebruik van chemische wapens en de blindgangers
en mijnen die zijn achtergebleven worden tot de dag van
vandaag nog ervaren.
Ook de administratie van president Clinton,
met zijn bombardementen op Joegoslavië en Irak, evenals
de economische sancties tegen Irak die honderdduizenden
kinderen het leven kostte, heeft veel bloed aan zijn handen.
Helaas zijn de lessen van Vietnam niet alleen genegeerd
door eerdere en de hedendaagse regeringen, maar in hun blinde
jacht op wat zij zien als de Amerikaanse belangen in het
buitenland, zijn de fouten nog eens herhaald onder dezelfde
soort voorwendsels.
Behalve het inzetten van militaire macht
in het buitenland gebruiken de Verenigde Staten agressieve
economische strategieën om landen te dwingen het 'vrije
markt' beleid van de VS te volgen, of zij dat nu willen
of niet. Regeringen die zo'n politiek beleid niet volgen
en zich hiertegen keren omdat ze niet in het belang van
hun bevolking zijn, worden bedreigt met embargo's, boycotten
en andere soorten maatregelen, inclusief het ondermijnen
en omverwerpen van democratisch gekozen regeringen, zoals
bijvoorbeeld Chili, Nicaragua, Venezuela en Haïti.
Is het dan nog verbazingwekkend dat onder zulke omstandigheden
de populariteit van de VS in de wereld is gezonken tot wat
nu wel het laagste niveau ooit is?
Mijn land, Canada, deelt een 8.000 kilometer
lange grens met de VS. Wij zijn buren die (veelal) dezelfde
taal spreken, die een soortgelijke cultuur hebben en die
een enorme over-de-grens handel met elkaar bedrijven. Veel
mensen hebben familie en vrienden aan beide kanten van de
grens. Maar het aantal Canadezen dat op dit moment de agressieve
buitenlandse politiek van George W. Bush steunt is tot zo'n
15 procent van de bevolking teruggelopen. Hetzelfde beeld
ziet men in Europa en in de meeste andere landen die gewoonlijk
goede betrekkingen met Washington onderhouden.
Tegenwoordig is er vrijwel geen land ter
wereld wiens regering niet over de schouder kijkt om te
zien of haar beleid goed- of afgekeurd wordt door de VS.
In de praktijk zijn wij, de mensen buiten de Verenigde Staten
die onze eigen regeringen en beleid kiezen, blootgesteld
aan de goedkeuring van de president van een ander land.
Onderworpen aan de macht en invloed van een president die
wij niet gekozen hebben en waarvoor wij niet kunnen stemmen.
Soms zijn wij onder de indruk dat Amerikanen
daar niets om geven. Of misschien weten velen van hen niet
dat dit het resultaat van de politiek van hun regering is.
Canada is een vreedzaam land dat geen enkele bedreiging
vormt voor de Verenigde Staten. De meeste conflicten worden
door onderhandelingen opgelost. Maar dit is niet altijd
het geval in andere delen van de wereld en wanneer onderhandelingen
falen, worden andere methoden toegepast om hun onafhankelijkheid,
cultuur, geloof en levenswijze te verdedigen. Tegenwoordig
wordt dat meestal 'terrorisme' genoemd, maar er ligt een
dunne lijn tussen terrorisme en vechten voor de onafhankelijkheid
van het thuisland. Zo'n strijd is meestal van lange duur,
maar wordt uiteindelijk gewonnen door hen die op eigen terrein
vechten.
Als Amerikaanse kiezers in november naar
de stembus gaan hebben zij een zeer grote verantwoordelijkheid,
niet alleen voor henzelf, maar ook ten opzichte van de rest
van de wereld. Maar welke persoon zij ook tot president
zullen verkiezen, de grootste taak die hun voorstaat is
veel groter dan alleen het presidentschap of het Congres.
Ik kan niet geloven dat het Amerikaanse volk wil dat hun
land zich in de wereldgemeenschap gedraagt als de dwingeland
op het schoolterrein. U hebt het resultaat van dit laatste
al veel te vaak gezien en de gruwelijkheid en het lijden
dat daaruit voortkomt, moet zeker even verstorend zijn voor
Amerikanen als het voor ieder ander is. En juist zulk tiranniek
wereldwijd gedrag door hun regering veroorzaakt vergeldingsmaatregelen
en terreur op een schaal die veel groter is dan in de school,
zoals ook dat al gebeurt is en zoals iedereen wel weet.
In een democratie behoort de controle over politieke partijen,
over het Congres en over het presidentschap aan de gewone
mensen van het land. Ik ben van mening dat Amerikanen die
controle verloren hebben en dat het nu in handen is van
speciale belangengroepen die alleen belang hebben voor zichzelf
en hun nauwe gezichtspunten en doeleinden. De echte taak
voor het Amerikaanse volk is om die controle te hernemen,
want alleen dan kunnen wij beginnen een wereld van vrede,
veiligheid en welzijn op te bouwen, niet alleen voor Amerikanen,
maar voor alle mensen op moeder Aarde.
[1] President Johnson's 1968 toespraak
is hier
te horen.
* Wietse Ratsma kan bereikt worden op vic@axisoflogic.com
Website http://www.axisoflogic.com
|