|
Je vraagt je af...
Door Wietse Ratsma.
Nova Scotia, 1 december 2003 - Het zijn
heel kleine dorpjes daar in het noorden van de staat Nieuw
Mexico in de Verenigde Staten, dorpjes met slechts een paar
straten. Gelegen in een woestijnachtig gebied en sterk geïsoleerd
van de activiteiten en drukte van de grote steden zou men
misschien verwachten dat de mensen die daar wonen een rustig
bestaan leiden, ver verwijdert van het oorlogskabaal in
en over Irak. Maar dat blijkt niet zo te zijn, tenminste
niet voor diegenen die tegen de oorlog zijn en dat niet
onder stoelen of banken steken.
Zo las ik het relaas van een jezuïtische
predikant die verscheidene kerken in die dorpjes verzorgt.
Behalve deze taak is hij al jaren lang actief in organisaties
voor vredesdoeleinden en nucleaire ontwapening, activiteiten
waarvoor hij al meerdere malen tijdens demonstraties gearresteerd
is. Maar nu woont hij sinds 2002 in dit afgelegen gebied.
Niet ver van het dorpje waar hij naast
zijn kerk woont bevindt zich een militair opleidingscentrum.
Voor veel jonge mensen die in die dorpjes weinig of geen
werk kunnen vinden is het leger een aantrekkelijke werkgever
die redelijk betaalt en een soort zelfstandigheid en houvast
geeft. Het feit dat velen van hen van arme families komen
en weinig formele opleiding hebben ontvangen draagt daar
dan ook nog wel het zijne aan bij. En de meeste van hen
zijn nooit ver uit hun omgeving weggeweest, dus om iets
van de buitenwereld te zien te krijgen lijkt ook wel mooi.
Deze jongelui worden nu opgeleid om naar Irak te gaan. Hoeveel
van deze jonge mannen en vrouwen zullen echter iets weten
over de achtergronden, oorzaken en doeleinden van deze oorlog?
Het moet een vrij eenvoudige taak zijn voor hun trainers
om op hun patriottisme en onwetendheid in te spelen en hen
de juistheid van deze oorlog en een haat voor de vijand
in te pompen.
Dat bleek onlangs toen de eerder vermelde
predikant op een morgen om een uur of zes wakker werd van
een vreemd geluid. Het bleek een troep militairen te zijn
die door het dorp marcheerden en kreten uitriepen zoals
Kill! Kill! Kill!" en "Swing your guns from left
to right; we can kill those guys all night (zwaai je geweer
van links naar rechts; we kunnen deze kerels de hele nacht
doden).
Na een uurlang door het dorp gemarcheerd te hebben bleven
ze naast de kerk en vlak voor zijn huis staan en onder aanmoediging
van hun commandant schreeuwden ze daar hun strijdkreten
uit, klaarblijkelijk om van hun ongenoegen en afkeuring
over iemand die tegen oorlog is kennis te geven. Later bleek
dat deze locatie vlak voor zijn huis inderdaad voor dat
doel was uitgekozen.
De predikant begreep dat dit een nieuwe
tactiek was om hem te intimideren. In eerdere jaren was
hij al wel ongeveer 75 maal gearresteerd, was in het geheim
afgeluisterd, zijn telefoon afgetapt, lastig gevallen, gefouilleerd
op vliegvelden en gecontroleerd door politie. Maar ditmaal
was het - net zoals hij eerder in El Salvador en Guatemala
had meegemaakt waar mensen geconfronteerd en doodgeschoten
werden - een directe persoonlijke confrontatie met deze
rekruten die binnenkort zulke taken in Irak zullen gaan
uitvoeren. Hij werd gewoon als een trainingsdoel gebruikt.
Hij besloot deze uitdaging te beantwoorden en ging naar
buiten. Daar hielden ze meteen op met schreeuwen en keken
hem aan. Toen sprak hij hen toe en zei: "In Gods naam,
stop deze onzin en ga niet naar Irak. Jullie moeten allemaal
besluiten uit het leger te gaan en om de bevelen die jullie
krijgen om mensen te doden niet te volgen. Schiet niemand
dood. Ik wil dat jullie ook in leven blijven. Jullie moeten
het voorbeeld van Jezus volgen, van liefde en tegen het
gebruik van geweld. God zegent oorlog niet. Hij wil niet
dat jullie mensen doodschieten zodat Bush en Cheney hun
handen aan meer olie kunnen krijgen. God is tegen oorlog.
Stop met dit alles en ga naar huis. God zegen jullie".
Hun monden vielen open en hun ogen werden groot terwijl
zij daar naar hem stonden te kijken, geschokt en stil. Toen
begonnen ze ineens heel hard te lachen. Daarna liet de commandant
hen vertrekken.
En zo dringt de oorlog in Irak door tot
zelfs de kleinste gemeenten in de Verenigde Staten. Zij
die deze oorlog tegengaan en hun mening daarover uitspreken
worden beschouwd als lafaards en verraders van hun vaderland.
Zij moeten de wraak en haat van hun medemensen weerstaan
en besmeurd en uitgelachen worden. Zelfs zij die de godsdienstmantel
dragen en voor vrede werken en bidden. En dit in een land
dat verklaart meer godsdienstig te zijn dan vrijwel enig
ander, een land waar 45 procent van de mensen zegt "herboren
Christenen" te zijn, een land waarvan hun leider zegt
dat God niet onpartijdig is en aan zijn kant staat, een
land waar een vooraanstaande generaal zegt dat zijn (christelijke)
God sterker dan hun (Islamitische) God is en het over een
kruistocht tegen Islam heeft. Je vraagt je af...
|