|
Afghanistan.
Door Wietse Ratsma
(11-02-04)
Als de Verenigde Staten oprecht waren
geweest in hun bezorgdheid over het welzijn en de mensenrechten
van de Afghaanse bevolking dan zouden zij in 1978 steun
verleend hebben aan de regering van president Noor Mohammed
Taraki in plaats van zijn val te arrangeren.
Voor de bevolking van Afghanistan lijkt
het dagelijks leven in het jaar 2004 nauwelijks te zijn
verbeterd sinds 1978. Meer dan 25 jaar zijn verloren gegaan
met oorlogen, interne strijd en buitenlandse inmengingen
die het land verwoest hebben en de mensen in armoede en
wanhoop hebben achtergelaten.
De revolutie die in april 1978 plaatsvond
bracht de regering van president Noor Mohammed Taraki aan
de macht. Het beoogde doel van deze regering was een seculiere
staat in te stellen, inclusief vrijheid van godsdienst en
met een onafhankelijke buitenlandse politiek. Dit was geen
communistische overname van de staat (er was nooit een communistische
partij in Afghanistan geweest) en de regering bleef erbij
dat hun revolutie niet door buitenlanders geïnspireerd
was maar uitgevoerd was door Afghaanse nationalisten en
revolutionairen.
William Blum [1]
vertelt het zo: "Taraki's Democratische Volkspartij
erfde een achtergebleven land waar mensen een levensduur
van ongeveer 40 jaar hadden, een kindersterfte van minstens
25 procent, totaal primitief met verstrekkende ondervoeding,
meer dan 90 procent analfabeten, vrijwel geen hoofdwegen
en geen enkele trein. De meeste mensen behoorden tot nomadische
stammen of leefden als verarmde boeren in modderige dorpjes
en identificeerden zich meer met etnische groeperingen dan
met een groter politiek begrip, een leven dat nauwelijks
verschilde van dat van vele eeuwen geleden."
Het was wel duidelijk dat de regering
Taraki voor een monumentale taak stond om dit land in de
moderne tijd te brengen. Maar zij trachtten het te doen.
Hervormingen met een socialistisch kleurtje waren hun ambitie.
Dat hield zowel een landhervorming in (met behoudt van privé-eigendom),
controle over prijzen en winsten, versterking van de publieke
sector als scheiding van kerk en staat, het analfabetisme
bestrijden, legalisatie van vakbonden en de emancipatie
van vrouwen in een land dat bijna geheel Moslim was. Deze
doeleinden waren heel duidelijk in het belang van de Afghaanse
bevolking en als de Verenigde Staten echt de welvaart van
de mensen voorgestaan hadden, zouden zij steun verleend
moeten hebben aan deze hervormingen.
In mei 1979, dus na een jaar regering
Taraki, schreef de Britse politieke wetenschapper Fred Halliday
dat "er in het laatste jaar waarschijnlijk meer in
het land veranderd is dan in de voorgaande twee eeuwen".
De schulden van de boeren aan landeigenaren waren tenietgedaan,
het woekersysteem (waarbij boeren verplicht waren geld te
lenen tegen toekomstige oogsten, iets dat hen in eeuwige
schuld stelde bij de geldleners) was afgeschaft, en honderden
scholen en medische klinieken waren in het land in aanbouw.
Maar de Verenigde Staten zagen de hand
van Moskou verscholen achter dit alles en besloten Taraki's
programma te verijdelen. In een door de CIA (Central Intelligence
Agency) geïnspireerde coup d'etat werd Taraki van zijn
post verwijderd (kort daarna stierf hij of werd hij vermoord)
en vervangen door zijn voormalige assistent Hafizullah Amin,
die poogde sociale vooruitgang te bewerkstelligen zonder
acht te slaan op de tradities en autonomie van de verschillende
stammen. Met die acties versterkte hij de oppositie tegen
de hervormingen.
De Verenigde Staten waren ondertussen
druk bezig de oppositie steun te verlenen, inclusief de
toen (bij ons) nog vrijwel onbekende Osama bin Laden. Volgens
Zbigniew Brzezinski, president Carter's Nationale Veiligheidsadviseur,
"was het op 3 juli 1979 dat president Carter het eerste
document tekende voor geheime hulp aan de tegenstanders
van het pro-Sovjetregime in Kaboel. En nog diezelfde dag
schreef ik een notitie aan de president waarin ik hem uitlegde
dat in mijn opinie deze hulp zou leiden tot een militaire
interventie van de Sovjets. Die geheime operatie was een
uitstekend idee en had tot gevolg dat de Russen in de Afghaanse
val liepen."
De USSR hadden een 1600 kilometer lange
grens met Afghanistan en vreesden de vestiging van een islamitische
staat aan hun zuidelijke grens, een vrees die zeker achteraf
gezien volledig gerechtvaardigd bleek. Ook waren ze bevreesd
voor eventuele Amerikaanse aanwezigheid op hun zuidelijke
flank. Toen ze door Amin gevraagd werden troepen te sturen
(Aghanistan en de Sovjet-Unie hadden eerder al een verdrag
getekend voor wederzijdse effectieve hulp) liep de Sovjet-Unie
regelrecht in de door de Amerikanen opgezette val en kwam
verwikkeld in wat Brzezinski het "Sovjet Vietnam"
noemt.
Wat daarna volgde is bekend. Een tien
jaar lange verwoestende oorlog, tienduizenden doden en gewonden
en een land dat in ruïnes lag. Daarna volgden de jaren
van de Taliban, gevolgd door nog meer oorlog en uiteindelijk
de bezetting van het land door de VS en NAVO-troepen. Afghanistan
heeft nu een door de Verenigde Staten geïnstalleerde
regering in Kaboel en de rest van het land is in handen
van regionale 'warlords'. De sterkte van de Taliban neemt
weer toe en ze wachten op het juiste moment om de macht
weer over te nemen.
Wat betekent dit allemaal voor de Afghaanse
bevolking? Als de VS niet zo verblind waren geweest door
hun obsederend anti-communisme en in plaats daarvan de sociale
hervormingen van de regering Taraki hadden gesteund dan
zou de Afghaanse bevolking mogelijk van 25 jaar misère
bespaard zijn gebleven. Immers, als we de VS-NATO beloftes
van vandaag mogen geloven dan is hun doel vele van dezelfde
hervormingen in te voeren die de regering Taraki al in 1979
geïnstalleerd had of was begonnen. Dat wil zeggen het
bouwen van klinieken en ziekenhuizen, scholen voor de kinderen,
gelijke rechten voor vrouwen, de vrijheid om te werken en
het recht om al of niet de burka te dragen.
Vijfentwintig jaar..... en de strijd lijkt
nog lang niet over te zijn. Voor de Afghaanse mensen, gevangen
in de grip van een politieke machtsstrijd, moet dit wel
een eeuwigheid lijken.
[1] De historische feiten in dit artikel
zijn grotendeels gebaseerd op informatie uit hoofdtuk 53
van het boek "Killing Hope: U.S. Military and CIA Intervention
Since World War II", by William Blum. Meer...
|