|
Als discussiestuk n.a.v. dreigende afbraak
bescherming tegen ontslag (ontslagrecht) en de reeds versoepelde
arbeidstijdenwet e.d.
Het arbeidsrecht onder vuur!
Eind december 2006 liep het overleg binnen
de Sociaal economische Raad op de klippen over een rapport
voor een herziening van het ontslagrecht. De Nederlandse
vakbeweging wilde niet mee marcheren. Wat is er aan de hand?
Bij de Europese Unie is een offensief voor nog meer flexibiliteit
op de arbeidsmarkt ingezet.
Het is één van de wegen die genomen worden,
om de doelstellingen van de Lissabonstrategie te bewerkstelligen.
Het Groenboek van de Europese
kommissie verpakt dit als een eerlijke deal: het arbeidsrecht
biedt teveel bescherming aan vaste werkers en te weinig
aan de werkers met een flexibel contract. Er moet flexicurity
komen, flexibiliteit en zekerheid, is datgene wat ons wordt
voorgehouden.
In maart 2000 beslisten de 15 toenmalige
staats- en regeringsleiders van de Europese Unie in Lissabon
om een ambitieuze strategie te lanceren, die de Europese
Unie tegen 2010 tot de meest competitieve en dynamische
kenniseconomie ter wereld zou maken, die in staat is tot
duurzame economische groei met meer en betere banen en een
hechtere sociale samenhang.
Concreet betekent dit dat de Europese Unie de Verenigde
Staten moeten voorbijsteken, terwijl deze laatste heeft
gesteld in de 21ste eeuw geen enkele supermacht naast zich
te dulden. De VS houden hun superioriteit in stand door
militaire overmacht, die haar op haar beurt voorziet van
technologische voorsprong. Gigantische militaire uitgaven
trekken het wetenschappelijk onderzoek op gang en de meest
prestigieuze universiteiten werken intens samen met de oorlogsmonopolies.
De superioriteit van de VS is verder gebaseerd op een hoge
productiviteit, een zeer hoge flexibiliteit, een grote lage
loonsector en een zeer lage sociale bescherming. Geen vakbondsmacht.
Onderwijl staat de handelsbalans van de VS wel zwaar in
het rood.
Terwijl in Europa de krachten worden gebundeld om de VS
voorbij te steken, bundelen de VS alle krachten om hun voorsprong
te behouden.
Europa wil de flexibiliteit in een nog
hogere versnelling schakelen, omdat dat in de wedloop met
de VS de arbeidsmarkt één van de beslissende
factoren is. De Amerikaanse arbeidsmarkt wordt gekenmerkt
door een veel groter verloop en mobiliteit, minder afdankingsbelemmeringen
(hire and fire), langere werktijden,
minder sociale bescherming en dus ook veel lagere indirecte
loonkosten.
De Europese ondernemersorganisaties en hun lobbygroepen
hebben deze feiten reeds herhaaldelijk onder de aandacht
gebracht.
Onder voorzitterschap van Wim Kok, produceerde
een Europese werkgroep Werkgelegenheid een rapport
dat werd voorgelegd aan de Europese Raad. De werkgroep constateert
kort gezegd, dat er een tweedeling op de arbeidsmarkt is
ontstaan tussen insiders
en outsiders op de
arbeidsmarkt, insiders zijn diegenen met een relatief vast
arbeidscontract, outsiders zijn werklozen, mensen met onzekere
informele banen, mensen die buiten het arbeidsproces staan.
De Werkgroep adviseert nu om de verschillen tussen insiders
en outsiders te minimaliseren of op te heffen, door de standaardcontracten
te veranderen! Dit door de opzegtermijnen, kosten procedures
bij individueel en collectief ontslag drastisch te minderen,
door de definitie van onrechtvaardig ontslag te herzien
en zo nodige andere noodzakelijke veranderingen door te
voeren.
De oplossing om het verschil tussen in-
en outsiders op te heffen? De vaste jobs eveneens flexibel
maken, de vaste standaardcontracten flexibiliseren inzake
opzeg, kosten en procedures bij individueel en collectief
ontslag! Dat is tevens de grote boodschap van het Europese
Groenboek dienaangaande!
Met nadere woorden insiders ook outsiders maken!
Het Groenboek wil de aanpasbaarheid,
beschikbaarheid, mobiliteit en flexibiliteit tot ordewoorden
verheffen. De arbeidsmarkt volgens de Lissabonstrategie
en om dat maximaal te realiseren moet het arbeidsrecht gemoderniseerd
worden.
De werkende bevolking heeft enige bescherming
veroverd tegen ontslag, tegen onregelmatige en lange werktijden
en tegen mensonwaardige arbeidsvoorwaarden. Dit alles werd
vastgelegd in wetten, collectieve overeenkomsten en vaste
arbeidscontracten. Volgens het Groenboek
beantwoordt dit arbeidsrecht niet meer aan de noden van
vandaag. Het is te strak, te duur en biedt teveel bescherming.
De Europese kommissie wil het referentiekader omkeren: het
zijn de noden van het kapitaal die de grenzen van het arbeidsrecht
moeten bepalen! Ondernemingen moeten snel kunnen inspelen
op de vraag, de loonkosten moeten competitief zijn, de bedrijven
moeten soepel kunnen aanwerven en vooral ook afdanken. Dat
is het hoofddoel van de flexicurity-agenda.
Wat dus op stapel staat is een massale
ingreep van de Europese instellingen in de sociale relaties
en een ongebreidelde deregulering van de arbeidsvoorwaarden.
Om de zaak beter te kunnen verkopen bedekt de Europese kommissie
haar ingreep met een laagje security.
Die security wil
een grotere flexibiliteit mogelijk maken om daardoor zogenaamd
meer arbeidszekerheid te verschaffen. Van de ene baan dus
in de andere stappen.
De werkers met een vast arbeidscontract kunnen zich verwachten
aan een offensief tegen ontslagbescherming, tegen lange
opzegtermijnen en hoge ontslagvergoedingen.
Hoofddoel is flexibilisering van het standaardcontract.
De security moet jobzekerheid
vervangen door werkzekerheid: je verliest sneller je job,
maar je vindt sneller terug werk. De redenering is: sneller
afdanken leidt tot sneller aanwerven. Al te beschermende
arbeidsvoorwaarden kunnen werkgevers ervan weerhouden mensen
in dienst te nemen, wanneer de economie opleeft.
De oorzaak van de werkloosheid wordt dus gelegd bij de bescherming
van diegenen die werk hebben! Het wordt voorgesteld alsof
de werkgevers niets liever doen dan aanwerven, maar dat
zij daarin belemmerd worden door de bescherming ingevolge
loodzware arbeidswetten!
Het Groenboek
legt daarbij de nadruk op het individuele aspect van het
arbeidsrecht en niet zozeer op de kwesties inzake het collectieve
arbeidsrecht.
Het is een duidelijke tendens om langs flexibilisering van
het individuele arbeidscontract, dat de betrekkingen tussen
de werkgever en de werknemer regelt, de collectieve rechten
te ondergraven! Het is echter even duidelijk dat het Groenboek
alle bronnen van het arbeidsrecht viseert, zowel de wetten,
de Caos als de arbeidscontracten. De herziening van
het ontslagrecht vraagt een aanpassing van de collectieve
bescherming!
Europese vakbonden hebben reeds terecht protest aangetekend
tegen het onttrekken van dergelijke materies aan het sociaal
overleg en het buitenspel zetten van de vakbonden. Hun standpunt
is duidelijk: in een toestand van groeiende onzekerheid
en nieuwe arbeidsrelaties moet in de eerste plaats bekeken
worden hoe de collectieve bescherming kan verstrekt worden,
hoe de minimumcriteria voor heel Europa kunnen opgetrokken
worden, hetgeen niet de opzet is van het Groenboek.
Flexicurity:
staat voor flexibiliteit en security.
Flexibiliteit voor wat betreft arbeidscontracten, werktijden,
statuten en ontslagregeling; een soepele arbeidsmarkt met
een maximum aan activeringsbeleid en levenslang van werk
veranderen.
Security: minimumregels voor
flexibele contracten, werktijden en ontslagregeling. De
activering moet er voor zorgen dat de afgedankte werknemers
weer snel een job hebben en de overgangsbarrières
die de overgang tussen jobs bemoeilijken moeten verdwijnen.
Dit laatste wil zeggen dat er bescherming moet blijven door
een aangepaste sociale zekerheid. Levenslang leren moet
worden aangemoedigd.
De Europese kommissie loopt hoog op met het security-aspect.
Wie afgedankt wordt moet zekerheid hebben dat
hij of zij opnieuw werk vindt en zijn sociale rechten behoudt.
Wie kan er immers tegen zijn dat werklozen snel werk vinden?
Wie kan er tegen zijn dat werklozen recht hebben op vorming
en begeleiding? De hele vraag is: welk werk, tegen welk
loon en voor hoelang? Vaste jobs worden onzekere jobs. Het
aantal onzekere jobs wordt groter! Levenslang leren, begeleiding
en vorming verwerpen? Natuurlijk niet, maar het huidige
activeringsbeleid staat niet garant voor een beter aanbod
van volwaardige arbeidsplaatsen. Dat is een centraal knooppunt
en dat heeft alles te maken met de economische wetmatigheden
van het kapitalisme.
Het activeringsbeleid zorgt inderdaad voor daling van de
werkloosheid, maar dan wel door het massaal scheppen van
onzekere en marginale jobs.
De Europese kommissie diept overigens
twee modellen op: Denemarken en Nederland! Elk model dient
om één specifiek aspect te promoten, niet
om de gehele complexiteit van het model en dus ook om zijn
reële sociale verworvenheden te kopiëren! In het
geval van Denemarken gaat het om versoepeling van het ontslagrecht
voor vaste werknemers, in het geval van Nederland om de
veralgemening van flexibele jobs, tijdelijke contracten
en deeltijds werk.
In Denemarken maken de werkgevers ten
volle gebruik van de vrijheid tot afdanken. Er bestaat in
Denemarken geen minimumloon, wie niet voldoet
wordt zonder verweer aan de deur gezet, een groot aantal
werkers komen terecht in zeer slecht betaalde jobs. De werkloosheidsuitkering
is 1 jaar en wie langer dan 1 jaar werkloos is krijgt een
gesubsidieerde baan, voor 6 maanden en wordt
daarna vervangen door een andere gesubsidieerde werker.
Denemarken is het land met de meeste verdoken werkloosheid.
Een brede groep van werknemers schommelt permanent aan de
rand van de arbeidsmarkt of erbuiten!
In Nederland bestaat nog een striktere
ontslagregeling maar die regeling wordt nu bedreigd.
De arbeidstijdenwet werd al flink versoepeld.
Nederland staat model voor de flexibele arbeidscontracten.
Nederland is een kampioen van het aantal deeltijdse banen.
Nederland koos in 1982 voor de weg van de lage lonen en
de deeltijdse arbeid. Deeltijdse banen zijn kleinere jobs
die evenwel niet noodzakelijk onzeker zijn. Nederland versoepelde
de wetgeving m.b.t. uitzendwerk in 1999 en ligt nu op kop
voor wat betreft tijdelijke contracten en is samen met het
Verenigd Koninkrijk de koptrekker van de uitzendarbeid in
Europa.
De Europese Unie probeert haar achterstand
tegenover de VS in te halen door liberalisering, privatisering
en de afbouw van het sociale stelsel. Voor de Europese sociaaldemocraten
is het een constante zorg om de mythe van de
welvaartstaat in stand te houden. Zij trachten de illusie
in stand te houden dat er uiteindelijk niet geraakt wordt
aan het Europese sociaal-model, dat enkel maar
gemoderniseerd wordt.
In Nederland werd per 1 april een nieuwe
arbeidstijdenwet aangenomen, in de praktijk betekent deze
wet dat er opnieuw zoveel uren mogen gewerkt worden per
week als in 1870!
Een versoepeling van de maximum arbeidsduur, van de overuren,
van het zondagwerk en van het nachtwerk De maximum werktijd
per dag wordt verhoogd van 10 naar 12 uur!
Het gevolg van het Europese beleid is
in de praktijk hoe dan ook een snelle veramerikanisering
van de arbeidsmarkt, de introductie van de Amerikaanse hire
and fire praktijken en de enorme uitbreiding van de flexibiliteit,
zowel intern in de bedrijven (arbeidstijden, tijdelijke
contracten) als extern (onderaanneming en uitzendarbeid).
Dit alles oefent druk uit op de lonen, de lage loonjobs
breiden snel uit en het Amerikaanse verschijnsel van de
working poor (ondanks een baan onder het minimum blijven)
steekt ook in Europa de kop op. Dan is er nog de groei van
een uitgesloten marginale laag in de maatschappij die in
totale armoede leeft; terwijl de kloof met de superrijken
alsmaar groter wordt.
Ondernemers, kapitaalbezitters, de multinationals
zijn al langer over de landsgrenzen heen georganiseerd en
mede daardoor zijn zij ook perfect in staat om de werkers
in de verschillende landen tegen elkaar uit te spelen. Zij
liggen aan de basis van het Verenigde Europa van het kapitaal,
het ligt aan ons om aan een Democratisch Verenigd Sociaal
Europa te werken!
Het in opbouw zijnde Europa zal, wanneer
er niet krachtig tegen wordt opgetreden, alles behalve een
democratisch en sociaal Europa worden. Bijna 70 procent
van de wetgeving wordt nu al op Europees nivo gemaakt, zonder
enige inspraak, in besloten kommissies. De Europese landen
moeten deze Europese kaderwetten in eigen land toepasbaar
maken. Het Europees parlement is in wezen een dure praatbarak
zonder veel inspraak. Democratie is helemaal niet wat het
huidige Europa werkelijk voor de ogen staat, integendeel!
De vrije meningsuiting en vrijheid van vereniging wordt
momenteel zelfs al bedreigd middels de zogenaamde antiterrorisme
wetgeving, een wetgeving die niet eens nodig is om terrorisme
echt te bestrijden. Vandaag wordt de meningsvrijheid en
de vrijheid van vereniging al bedreigd, morgen strafbaar?
Willen wij de mogelijkheden open houden
om de sociale voorzieningen of verworvenheden te behouden,
om de democratie te bewaren, om alsnog tegen de stroom in
betere sociale voorzieningen af te dwingen, dan is het noodzakelijk
om over de landsgrenzen heen te gaan organiseren, net zoals
dat nu al gedaan wordt door diegenen die ons een asociaal
Europa trachten op te dringen.
De vakbonden hebben bij dit alles een
belangrijke opdracht, een opdracht die vanuit de basis zal
moeten opgestart worden. Teveel is immers de huidige vakbondsleiding
vermengd met diegenen die ons het a-democratische Europa
van het kapitaal willen opdringen, daarom moet de vakbondsbasis
zich dringend roeren.
Wie vecht kan winnen, wie zich bij voorbaat gewonnen geeft
is bij voorbaat al verloren. Een andere wereld is mogelijk,
maar daar moet je wel wat voor doen!
Luk Brusselaers
20/09/07
|