De familie Bush en nazi-Duitsland. (I)
[ deel I - deel
II ]
Hoe staalbaron Thyssen en grootvader Bush
Hitler groot maakten.
De familie Bush speelde een centrale
rol in het financieren en bewapenen van Adolf Hitler voor
zijn machtsovername in Duitsland. Ze hielp de kanonnenfabrikanten
de nazi-oorlogsmachine op te bouwen. In de eerste oorlogsjaren
streek de familie Bush de winst op van de slavenarbeid in
de ertsmijnen van Auschwitz. Ze hielp de theorie van de
'raszuiverheid' ontwikkelen. De banden van de familie Bush
met nazi-Duitsland.
Door Peter
Mertens, 3 oktober 2002*
Op het einde van de eerste wereldoorlog
ziet August Thyssen, de grootste militaire producent in
Duitsland, zijn staalrijk in gevaar. In het 'neutrale' Nederland
opent hij de Bank voor Handel en Scheepvaart, in Rotterdam.
Zo kan hij zijn oorlogsbuit van de August Thyssen Bank in
Berlijn op tijd versluizen tegen de schadeclaims van het
Versailles-verdrag. De oude August schenkt 100 miljoen dollar
en zijn industrieel imperium in het Ruhrgebied aan zijn
zoon Fritz. Die raakt in 1923 in de ban van Adolf Hitler,
de man die de Duitse industrie kan redden van de opstandige
arbeidersklasse. (1) De
staalbaron ontmoet Adolf Hitler en generaal Erich Ludendorff
en besluit 100.000 goudmark te geven aan de beginnende NSDAP.
Maar Hitlers partij heeft veel meer
fondsen nodig om de communistische beweging te verslaan.
Het oorlogsgeld in Rotterdam volstaat niet. En dus wil Thyssen
ook een Amerikaanse tak oprichten. In 1922 ontmoet hij in
Berlijn Averell Harriman, de topman van de investeringsfirma
W.A. Harriman & Co. "Harriman en Thyssen kwamen
overeen om een bank voor Thyssen op te zetten in New York.
Zakenvrienden van Harriman zouden dienen als directeur,
samen met Thyssen's agent H.J. Kouwenhoven die naar de Verenigde
Staten overkwam", aldus een officieel onderzoeksrapport
uit 1942. (2)
Duitse kanonnenfabrikanten doen beroep
op familie Bush.
Zo krijgt Thyssen naast Berlijn
en Rotterdam ook voet aan wal in de Verenigde Staten. Begin
1924 reist Kouwenhoven, directeur van de Bank van Handel
en Scheepvaart, naar New York om er samen met Averell Harriman
en George 'Bert' Walker de Union Banking Corporation (UBC)
op te zetten, in Broadway, op hetzelfde adres als Harriman
& Co. Achter de schermen is de Union Banking Corporation
eigendom van de Rotterdamse Bank, op haar beurt eigendom
van Fritz Thyssen. (3)

Op 10 januari 1925 krijgt de August
Thyssen Hütte een lening van 12 miljoen dollar van
een andere Amerikaanse bank, Dillon, Read and Co. Anderhalf
jaar later nog eens 5 miljoen dollar. Dillon is een oude
vriend van Sam Bush, de overgrootvader van de huidige Amerikaanse
president. Zijn bank wordt door Standard Oil, Ford, General
Electric, Du Pont en ITT gebruikt om Hitler te financieren.
Met de Amerikaanse dollars fusioneert de Duitse staalindustrie,
onder leiding van Fritz Thyssen en Friedrich Flick, tot
de Vereinigte Stahlwerke. (4)
"Er bestaat dus een taakverdeling:
Thyssens eigen vertrouwelijke rekeningen voor politieke
en aanverwante doelen werden geleid door de Walker-Bush
organisatie; de Vereinigte Stahlwerke daarentegen deed zijn
bankverrichtingen via Dillon Read." (5)
Op 1 mei 1926 besluit George Walker
het vice-presidentschap van Harriman & Co aan zijn schoonzoon
te geven, Prescott Bush, grootvader van George W. Bush jr.
In 1931 fusioneert Harriman & Co met een Britse investeringsmaatschappij.
Brown Brothers & Harriman verkrijgt een belangrijk aandeel
in de Poolse mijnindustrie, de Consolidated Silesian Steel
Corporation. Twee derde daarvan is in het bezit van Friedrich
Flick, (6) lid
van de 'Vriendenkring' van Heinrich Himmler. Hij gebruikt
een deel van zijn winsten om de terroristische Schutzstaffel
(S.S.) te financieren.
Prescott Bush krijgt als taak de
Vereinigte Stahlwerke van Thyssen en Flick te superviseren,
die Hitler blijven financieren tot hij aan de macht komt.
In 1932 organiseert Thyssen een bijeenkomst met Hitler in
het Park Hotel van Düsseldorf, waar hij de grote industriebonzen
uit het Ruhr-gebied over de streep trekt om Hitler te steunen.
De staalmagnaten worden het kloppend hart van de Duitse
oorlogsindustrie: de Vereinigte Stahlwerke produceren 50,8%
van het ijzer, 41,4% van de staalplaten, 35% van de explosieven
en 22,1% van de staaldraad van heel nazi-Duitsland.
(7)
Overgrootvader en grootvader Bush
hebben het goed uitgekiend. Via Brown Brothers & Harriman
investeren ze in nazi-Duitsland, via de UBC-bank van Thyssen
krijgen ze de bewapeningswinsten terug in de Verenigde Staten.
De winsten lopen in 1934 op tot honderden miljoenen die
ook naar Rotterdam en New York vloeien. In New York is Prescott
Bush ondertussen managing director van UBC. "De familie
Bush wist zeer goed dat Brown Brothers het Amerikaanse geldkanaal
naar nazi-Duitsland was en dat de Union Bank de geheime
pijplijn was om het nazi-geld via Nederland opnieuw naar
Amerika te brengen", schrijft John Loftus, voormalig
procureur van het US Departement Nazi War Crimes.
(8)
Slavenarbeid in de Poolse mijnen voor
Prescott Bush.
Consolidaterd Silesian Steel Corporation
is gevestigd bij de Poolse stad Oswiecim, één
van de rijkste minerale gebieden in Polen. In 1934 klaagt
de Poolse regering de maatschappij van Flick en Bush aan
voor fraude, fictieve boekhouding en belastingontduiking.
Overgrootvader Bush sluit het jaar daarop een compromis
af met de Poolse regering. Maar Consolidated Steel blijft
de mineralen uit Polen stelen waarmee in Duitsland de pantsers,
vliegtuigen en explosieven worden klaargestoomd die vijf
jaar later hetzelfde Polen zullen binnenvallen.
Precies in Oswiecim zal Hitler in
1939 het concentratiekamp laten oprichten dat berucht zal
worden onder de Duitse naam van het stadje, Auschwitz. Vanaf
eind 1941 wordt het concentratiekamp onder Himmlers SS ook
gebruikt voor slavenarbeid. (9)
De 'gezonde' gevangenen werken als
slaven in de mijnen en fabrieken van IG Farben en Consolidated
Steel. Tijdens de oorlog verkopen Thyssen en Flick Consolidated
Steel helemaal aan UBC. De maatschappij wordt herdoopt tot
Silesian American Corporation en komt onder de volledige
controle van Harriman en manager Prescott Bush. Grootvader
Bush en Harriman strijken het bloedgeld op van de duizenden
slaven die via Auschwitz in de mijnen werken. (10)
Na de aanval op Pearl Harbour in
1941 stelt de Amerikaanse regering de Trading with the Enemy
Act op, de wet tegen de handel met de vijand. Op 20 oktober
1942 wordt beslag gelegd op alle aandelen van de Union Banking
Corporation, ook die van Harriman en Prescott Bush. De regering
stelt vast dat de bank van Bush "gehouden wordt voor
de winsten van de Thyssen familie en eigendom is van leden
van een bepaalde vijandige natie." (11)
Harriman en Bush worden als collaborateurs
aangeklaagd. Een maand later neemt de Amerikaanse regering
ook de Silesian American Corporation over. Maar de maatschappij
mag blijven werken en Prescott Bush behoudt zijn functie
tot 1943, dank zij de beschermende hand van advocaat Allen
Dulles, de man die later de CIA zal oprichten. (12)
Bij de dood van Fritz Thyssen, in
1951, krijgen de aandeelhouders van Brown Bothers &
Harriman hun bloedgeld terug. Prescott Bush ontvangt 1,5
miljoen dollar voor zijn aandeel in UBC en helpt er datzelfde
jaar zijn zoon, George Herbert Walker Bush, mee om zich
te lanceren in de petroleumsector. (13)
Met het geld richt George Bush senior
de Bush-Overby Development Company op, actief in de oliehandel
en oliebrevetten. En twee jaar later creëert hij Zapata
Offshore Oil Company, de firma die de eerste oliebronnen
voor de kust van Koeweit zal aanboren en later als Pennzoil
Company belangen verwerft in Qatar en Egypte. (14)
Met het bloedgeld van de nazi's lanceert
de familie Bush zich in de petroleumsector, in het Koeweitse
koningshuis en in de eerste golfoorlog tegen Irak.
(15)
Noten:
1- Tony Rogers, Heir to the Holocaust.
Prescott Bush, 1.5 Million Dollars, and Auschwitz: How the
Bush Family Wealth is Linked to the Jewish Holocaust. In:
Clamor
Magazine, 6 mei 2002.
2- Memorandum to the Executive Committe
of the Office of Alien Custodian, 5 oktober 1942. Geciteerd
in: Georg Webster en G. Tarpley en Anton Chaitkin. George
Bush: The
Unauthorized Biografy. Hoofdstuk 2, blz 3.
3- John Loftus, The
Dutch Connection, How a famous American family made
its fortune from the Nazi's. 27 september 200, blz 6.
4- K.E. Von Schnitzler, Der Rote Kanal.
Uitgeverij Nautilus, 1992, blz 291.
5- Georg Webster en G. Tarpley en Anton
Chaitkin. George Bush: The
Unauthorized Biografy.
6- Georg Webster en G. Tarpley en Anton
Chaitkin. o.c.
7- Georg Webster en G. Tarpley en Anton Chaitkin. o.c.
8- John Loftus, o.c.
9- Arno J. Mayer, De hakenkruistocht tegen rood en jood.
Berchem, Uitgeverij EPO, 1999. Blz 210-215.
10- Tony Rogers, o.c.
11- Tony Rogers, o.c.
12- Tony Rogers, o.c.
13- Tony Rogers, o.c.
14- Eric V Thompson, Major Oil Companies in the Gulf Region.
University
of Virginia, Petroleum Archives Project, Arabian Peninsula
and Gulf Studies Program. Prepared with support from The
Kuwait Foundation for the Advancement of Sciences.
15- Chris Floyd, Blood Simple. In: Metropolis,
The
Moscow Times, 13 september 2002.
*Een artikel uit het weekblad Solidair.
|