|
|
|
De Taliban zullen de prijs betalen, zwoer president George W. Bush terwijl Amerikaanse en Britse gevechtsvliegtuigen raketaanvallen uitvoerden op de belangrijkste steden in Afghanistan. De regering van de VS beweert dat Osama bin Laden verantwoordelijk is voor de tragische gebeurtenissen van 11 september. De oorlog werd verklaard tegen het zogenaamde internationale terrorisme, hoewel de bewijzen uitvoerig bevestigen dat de Amerikaanse regering vanaf de Koude Oorlog als onderdeel van de buitenlandse politieke agenda van Washington onderdak heeft verleend aan het Islamitische Militante Netwerk. Het is een bittere ironie dat de luchtmacht van de VS nu de trainingskampen tot doelwit heeft die in de jaren tachtig door de CIA in het leven zijn geroepen. De belangrijkste rechtvaardiging voor deze oorlog is volledig vervalst. Het Amerikaanse volk is door haar regering opzettelijk en doelbewust om de tuin geleid om steun te verlenen aan een gevaarlijk militair avontuur dat onze gezamenlijke toekomst beïnvloedt. OSAMAGATE Gezien het toenemend aantal bewijzen kan de Amerikaanse regering niet langer haar banden met Osama ontkennen. Hoewel de CIA toegeeft dat Osama bin Laden gedurende de Koude Oorlog een bedrijfsmiddel van de inlichtingendienst was, gaat die relatie waarschijnlijk veel verder terug dan dat. De meeste nieuwsberichten gaan ervan uit dat deze Osama/CIA-banden behoren tot de vervlogen tijd van de oorlog tussen de Sovjet-Unie en Afghanistan. Deze banden worden zonder uitzondering gezien als irrelevant voor een begrip van de huidige gebeurtenissen. In het spervuur van de recente geschiedenis wordt in de Westerse media de rol van CIA bij de ondersteuning en ontwikkeling van internationale terroristische organisaties tijdens de Koude Oorlog en de nasleep ervan achteloos genegeerd of gebagatelliseerd. Jawel, we hebben hem gesteund, maar Hij keerde zich tegen ons Een overduidelijk voorbeeld van mediavertekening is de zogenoemde boemerang-these: de bedrijfsmiddelen van de inlichtingendienst zouden zich hebben gekeerd tegen hun weldoeners; dat wat we hebben gecreëerd krijgen we recht in ons gezicht terug. (1) Met een verdraaide logica worden de Amerikaanse regering en de CIA geportretteerd als noodlottige slachtoffers: De geraffineerde methoden die de Muhadjeddien werden aangeleerd, evenals de duizenden tonnen wapens die de VS - en Groot-Brittannië - hen leverden, kwellen nu het Westen, in de vorm van het boemerangverschijnsel waarin een politieke strategie terugkaatst naar de ontwerpers ervan. (2) De media in de VS geven desalniettemin toe dat het aan de macht komen van de Taliban [in 1995] deels resultaat is van de steun die de VS in de jaren tachtig tijdens de oorlog tegen de Sovjet-Unie gaf aan de radicale Islamitische groep van de Muhadjeddien. (3) Maar de media vegen ook maar al te graag hun eigen feitelijke verklaringen van tafel en concluderen in koor dat de CIA er door een slinkse Osama ingeluisd is. Het is alsof een zoon opstaat tegen zijn vader. De boemerang-these is een verzinsel. Het bewijs bevestigt uitvoerig dat de CIA nooit haar banden met het Islamitische Militante Netwerk heeft verbroken. Sinds het einde van de Koude Oorlog zijn deze geheime banden van de inlichtingendienst niet alleen in stand gehouden, maar in toenemende mate ook verder ontwikkeld. Nieuwe geheime dienstinitiatieven werden in gang gezet in Centraal Azië, de Kaukasus en de Balkan, gefinancierd uit de drugshandel in de Gouden Maan. Het militaire en inlichtingenapparaat van Pakistan (geleid door de CIA) diende hoofdzakelijk als een katalysator voor de desintegratie van de Sovjet-Unie en de opkomst van zes nieuwe moslimrepublieken in Centraal Azië. (4) Het Iran Contragate patroon herhaald Herinneren we ons aan Ollie North en de Nicaraguaanse Contras onder de regering Reagan toen in de geheime oorlog van Washington tegen de Sandinistische regering wapens, die waren gefinancierd uit de drugshandel, naar de vrijheidsstrijders werden gesluisd. Hetzelfde patroon werd herhaald op de Balkan om de Muhadjeddien. die in de gelederen van het Bosnische moslimleger vochten, te bewapenen en uit te rusten in de strijd tegen de gewapende troepen van de Joegoslavische Federatie. Gedurende de jaren negentig werd de Pakistaanse Inlichtingendienst (ISI) door de CIA gebruikt als bemiddelaar -- om tijdens de burgeroorlog in Joegoslavië wapens en huursoldaten van de Muhadjeddien naar het Bosnische moslimleger te sluizen. Aldus een rapport van de International Media Corporation in Londen: Betrouwbare bronnen melden dat de Verenigde Staten op dit moment [1994] in strijd met de akkoorden van de VN actief deelnemen aan de bewapening en training van de moslimtroepen van Bosnië-Herzegovina. Diverse diensten van de VS hebben wapens geleverd die zijn gemaakt in China (PRC), Noord-Korea (DPRK) en Iran. De bronnen wezen erop dat Iran, met kennis en goedkeuring van de Amerikaanse regering, de Bosnische strijdkrachten voorzag van een groot aantal meervoudige raketlanceerinstallaties en een grote hoeveelheid munitie, waaronder 107 mm en 122 mm raketten van het PRC, en VBR-230 meervoudige raketlanceerinstallaties vervaardigd in Iran. Er werd tevens op gewezen dat 400 leden van de Iraanse Revolutionaire Garde (Pasdaran) met een grote voorraad wapens en munitie in Bosnië zijn gearriveerd. Er werd verklaard dat de CIA volledig op de hoogte was van deze operatie en dat de CIA veronderstelde dat sommige van de 400 werden gedetacheerd met het oog op toekomstige terroristische operaties in West Europa. Gedurende september en oktober [1994] is er een stroom van "Afghaanse" Muhadjeddien in het geheim neergestreken in Ploce, Kroatië (ten Zuidwesten van Mostar) waarvandaan zij met valse papieren verder reisden, alvorens te worden ingezet bij de Bosnische moslimtroepen in de gebieden rond Kupres, Zenica en Banja Luka. Deze troepen hebben recentelijk [eind 1994] in belangrijke mate militaire successen geboekt. Volgens bronnen in Sarajevo werden zij daarbij geholpen door het UNPROFOR-bataljon uit Bangladesh dat begin september [1994] een Frans bataljon afloste. De Muhadjeddien die aankwamen in Ploce werden volgens de berichten vergezeld door US Special Forces die waren uitgerust met technologisch hoogontwikkelde communicatiesystemen. De bronnen meldden dat de missie van de Amerikaanse troepen het opzetten is van een netwerk van commando-, controle- en communicatieposten en bases van de inlichtingendienst om daarmee offensieven van Bosnische moslims - in samenwerking met de Mudjaheddien en Bosnisch-Kroatische troepen - in Kupres, Zenica en Banja Luka te coördineren en te ondersteunen. Sommige offensieven zijn onlangs uitgevoerd vanuit door de Verenigde Naties ingestelde veiligheidszones in de regios rond Zenica en Banja Luka. De Amerikaanse regering heeft haar betrokkenheid niet beperkt tot de clandestiene schending van het VN-wapenembargo. Ze heeft in de afgelopen twee jaar [vóór 1994] ook drie hoge delegaties beschikbaar gesteld bij mislukte pogingen om de Joegoslavische regering op een lijn te krijgen met het beleid van de VS. Joegoslavië is de enige staat in de regio die niet is bezweken onder druk van de VS. (5) Uit de eerste hand Ironisch genoeg zijn de undercoveroperaties van de militaire inlichtingendiensten van de Amerikaanse regering volledig gedocumenteerd door de Republikeinse Partij. Een uitgebreid Congresrapport van het Comité van de Republikeinse Partij (RPC), gepubliceerd in 1997, bevestigt voor een groot deel de bevindingen van het rapport van de International Media Corporation, zoals hierboven geciteerd. Het RPC-rapport beschuldigt de regering Clinton ervan mee te hebben geholpen om van Bosnië een basis van militante Islamieten te maken, wat leidde tot de recrutering van enige duizenden Mudjaheddien uit de moslimwereld via het zogenoemde Militant Islamitische Netwerk: Het meest bedreigende voor de SFOR-missie - en, belangrijker: voor de veiligheid van het Amerikaanse personeel dat dienst doet in Bosnië - is misschien wel de weigering van de regering Clinton om ten overstaan van het Congres en het Amerikaanse volk eerlijk haar medeplichtigheid te bekennen aan de wapenleveranties vanuit Iran naar de moslimregering in Sarajevo. Dit beleid, door Clinton persoonlijk onder druk van Anthony Lake, aankomend directeur van de CIA (toenmalig de NSC-chef) en Peter Galbraith, VS-ambassadeur in Kroatië, in 1994 goedgekeurd, heeft volgens de Los Angeles Times (die geheime bronnen citeert uit de inlichtingensfeer) een centrale rol gespeeld in de dramatische toename van de invloed van Iran in Bosnië. In grote getale kwamen met de wapens ook Iraanse Revolutionaire Gardisten en spionnen van het VEVAK Bosnië binnen, samen met enige duizenden Mudjaheddien (heilige strijders) uit de gehele moslimwereld. Diverse andere moslimlanden waren erbij betrokken (zoals Brunei, Maleisië, Pakistan, Saoedie-Arabië, Soedan en Turkije) alsmede een aantal radicale moslimorganisaties. De rol van de Third World Relief Agency, een in Soedan gevestigde humanitaire organisatie, bijvoorbeeld is goed gedocumenteerd. De directe betrokkenheid van de regering Clinton bij de wapentoevoer behelsde onder andere ook de inspectie van Iraanse raketten door overheidsfunctionarissen van de VS. De Third World Relief Agency, een humanitaire neporganisatie, is een belangrijke schakel in de wapentoevoer naar Bosnië geweest. De TWRA heeft mogelijk connecties met de onlosmakelijk aan het netwerk van Islamitische terreur verbonden Sjeik Omar Abdel Rahman (het veroordeelde brein achter de bomaanslag op het World Trade Center in 1993) en Osama bin Laden, een welgestelde Saoedische emigrant die talloze militante groepen schijnt te financieren. [Washington Post, 9/22/96]" (6) Medeplichtigheid van de regering Clinton Met andere woorden, het rapport van het comité van de Republikeinse Partij bevestigt ondubbelzinnig de medeplichtigheid van de regering Clinton aan meerdere fundamentalistische Islamitische organisaties, waaronder Osama bin Ladens El Qaida. Indertijd wilden de Republikeinen er de regering Clinton mee ondermijnen. Maar in een periode waarin de ogen van iedereen onafgewend gevestigd waren op het Monica Lewinskyschandaal, verkozen de Republikeinen het ongetwijfeld geen voorbarige Iran/Bosnië-gate affaire te initiëren. Dat zou de aandacht van het publiek bovenmate hebben afgewend van het Lewinskyschandaal. De Republikeinen wilden Clinton in staat van beschuldiging stellen vanwege leugens naar het Amerikaanse volk met betrekking tot zijn affaire met Witte Huismedewerkster Monica Lewinsky. Voor wat betreft de belangrijkere buitenlandse leugens aangaande drugssmokkel en geheime operaties op de Balkan hebben zowel de Democraten als de Republikeinen eendrachtig besloten - ongetwijfeld onder druk van het Pentagon en de CIA - om niet uit de school te klappen. Van Bosnië naar Kosovo Het Bosnisch patroon, zoals beschreven in het congresrapport van het RPC in 1997, werd herhaald in Kosovo. Met medeplichtigheid van de NAVO en het State Department van de VS werden huursoldaten van de Muhadjeddin uit het Midden-Oosten en Centraal Azië gerecruteerd om in 1998-99 mee te vechten in de gelederen van het Kosovo Bevrijdingsleger, daarmee in belangrijke mate de NAVO ondersteunend. Het is door Britse militaire bronnen bevestigd dat de taak om het Kosovo Bevrijdingsleger te bewapenen en te trainen in 1998 was toegewezen aan de inlichtingendienst van de Amerikaanse Defensie (DIA) en aan de Britse Geheime Dienst MI6, samen met voormalige en dienstdoende leden van 22 SAS [het 22e regiment van de Britse Special Services] alsmede drie Britse en Amerikaanse privé detectiveondernemingen. (7) De Amerikaanse DIA benaderde MI6 om een trainingsprogramma op te zetten voor het Kosovo Bevrijdingsleger, aldus een Britse senior militair. MI6 heeft toen twee Britse privé detectivebedrijven als onderaannemer aangenomen, die op hun beurt een aantal voormalige leden van het regiment (22 SAS) benaderden. Er werden lijsten samengesteld van wapens en materieel die het Kosovo Bevrijdingsleger nodig had. Terwijl deze geheime operaties plaatsvonden, werden de actieve leden van het 22e regiment van SAS, de meesten uit het eskader van Unit D, vóór het begin van de bombardementen van maart, eerst in Kosovo ingezet. (8) Terwijl de Britse SAS Special Forces het Kosovo Bevrijdingsleger trainden op bases in Noord Albanië, werkten militaire instructeurs uit Turkije en Afghanistan, gefinancierd door de Islamitische Jihad, samen om het Kosovo Bevrijdingsleger te trainen in guerrillatactieken en schijnbewegingen. (9) : Bin Laden had zelf Albanië bezocht. Hij was één van meerdere fundamentalisten die eenheden naar Kosovo had gezonden om er te vechten, ... Bin Laden zou in 1994 een operatie hebben uitgevoerd in Albanië ... Albanische bronnen zeggen dat Sali Berisha, die destijds president was, banden had met enkele groepen die later extreem fundamentalistisch van aard bleken te zijn. (10) Getuigenverklaringen uit het Congres: banden tussen het Kosovo Bevrijdingsleger en Osama Frank Ciluffo van het Globalized Organised Crime Program zegt in een getuigenverklaring voor de juridische raad van het huis van afgevaardigden het volgende: Wat grotendeels verborgen werd gehouden voor de publieke opinie was het gegeven dat het Kosovo Bevrijdingsleger een deel van zijn fondsen verkreeg uit de drugshandel. Albanië en Kosovo liggen in het hart van de Balkan route dat de Gouden Maan van Afghanistan en Pakistan verbindt met de drugsmarkten van Europa. Deze route is goed voor naar schatting 400 miljoen dollar per jaar en er wordt 80% van de heroïne bestemd voor de Europese markt verhandelt. (11) Ralf Mutschke van de criminele inlichtingendienst van Interpol, eveneens in een getuigenverklaring voor de juridische raad: Het State Department categoriseerde het Kosovo Bevrijdingsleger als een terroristische organisatie op grond van het gegeven dat het zijn operaties financierde uit de internationale heroïnehandel en uit leningen van Islamitische landen en individuen, waaronder naar verluidt Osama bin Laden. Een andere link naar bin Laden is het feit dat een militaire bevelhebber, de broer van een leider van een Egyptische Jihadorganisatie, leiding gaf aan een elitetroep van het Kosovo Bevrijdingsleger tijdens het Kosovo-conflict. (12) Madeleine Albright zet haar zinnen op het Kosovo Bevrijdingsleger Deze banden van het Kosovo Bevrijdingsleger met het internationale terrorisme en de georganiseerde misdaad zoals gedocumenteerd door het Congres van de VS werden volledig genegeerd door de regering Clinton. In feite was Staatssecretaris Madeleine Albright in de maanden voorafgaande aan het bombardement op Joegoslavië bezig een politieke legitimatie voor het Kosovo Bevrijdingsleger te onderbouwen. Het paramilitaire leger was, van de ene op de andere dag, verheven tot de status van bonafide democratische kracht in Kosovo. Op haar beurt dreef Madeleine Albright het tempo van de internationale diplomatie op: het Kosovo Bevrijdingsleger werd begin 1999 naar voren geschoven om een centrale rol te spelen in de vredesonderhandelingen van Rambouillet. Het Senaat en het Huis van Afgevaardigden bekrachtigen Staatsterrorisme Hoewel verschillende rapporten van het Congres bevestigden dat de Amerikaanse regering nauw samenwerkte met Osama bin Ladens El Qaida, weerhield dat de regeringen Clinton en later Bush er niet van om het Kosovo Bevrijdingsleger te blijven bewapenen en bevoorraden. De Congresdocumenten bevestigen tevens dat leden van zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden weet hadden van de relatie tussen de regering en het internationaal terrorisme. Om de verklaringen van de Republikein John Kasich van het Armed Services Committee te citeren: We verbonden ons [in 1998-99] met het Kosovo Bevrijdingsleger, dat een verzamelpunt was voor bin Laden. (13) In de nasleep van de tragische gebeurtenissen van 11 september hebben zowel de Republikeinen als de Democraten eensgezind hun volle steun verleend aan de President om oorlog te voeren tegen Osama. In 1999 verklaarde senator John Liebermann op gezaghebbende toon dat vechten voor het Kosovo Bevrijdingsleger vechten is voor mensenrechten en voor Amerikaanse waarden. (14) In de uren die volgenden op de raketaanvallen op Afghanistan van 7 oktober, riep deze zelfde Jo Lieberman op tot afstraffende luchtaanvallen op Irak: We zijn in oorlog met het terrorisme. We kunnen niet ophouden bij bin Laden en de Taliban. (15) Toch had senator Lieberman, als lid van het Armed Services Committee van de Senaat toegang tot alle documenten van het congres die relevant zijn voor de banden tussen het Kosovo Bevrijdingsleger en Osama. Terwijl hij bovenstaande verklaring deed, was hij zich er volledig bewust van dat zowel de Amerikaanse regering als de NAVO het internationale terrorisme steunden. De oorlog in Macedonië In de nasleep van de oorlog van 1999 in Joegoslavië werden de terroristische activiteiten van het Kosovo Bevrijdingsleger uitgebreid naar Zuid Servië en Macedonië. Ondertussen was het Bevrijdingsleger, inmiddels omgedoopt tot UÇK, opgetild tot het niveau van de Verenigde Naties, wat impliceert dat er legitieme bronnen van financiering werden erkend, zowel via de VN als via bilaterale kanalen, waaronder directe militaire steun van de VS. Nauwelijks twee maanden na de officiële inauguratie van het UÇK onder de vlag van de VN (september 1999) waren UÇK-bevelhebbers al bezig om, met gebruikmaking van hulpmiddelen en materieel van de VN, aanvallen op Macedonië voor te bereiden, als een logisch vervolg van hun terroristische activiteiten in Kosovo. Volgens het dagblad Drevnik uit Skopje had het UÇK een zesde zone ingesteld in het zuiden van Servië en in Macedonië: Bronnen die anoniem wensen te blijven beweren dat er reeds hoofdkwartieren van het UÇK zijn gevormd in Tetovo, Gostivar en Skopje. Er worden eveneens nieuwe hoofdkwartieren voorbereid in Debar en Struga [aan de grens met Albanië] en hun leden hebben gedragsregels voorgeschreven. (16) Volgens de BBC zijn speciale eenheden uit het Westen nog steeds bezig met het trainen van guerrillas, wat wil zeggen dat zij het UÇK helpen bij het instellen van de zesde zone in het zuiden van Servië en Macedonië. (17) Het Islamitische Militante Netwerk en de NAVO werken samen in Macedonië Onder de buitenlandse huursoldaten die op dit moment (oktober 2001) in Macedonië in de gelederen van het door zichzelf uitgeroepen Nationale Bevrijdingsleger vechten, bevinden zich Muhadjeddien uit het Midden-Oosten en uit de Centraal Aziatische republieken van de voormalige Sovjet-Unie. Er bevinden zich eveneens Amerikaanse militaire adviseurs vermomd als particuliere huurmoordenaars, maar in dienst van het Pentagon, alsmede avonturiers uit Groot-Brittannië, Nederland en Duitsland. Sommige van de Westerse huurlingen vochten eerder aan de zijde van het Kosovo Bevrijdingsleger en het Bosnische moslimleger. (18) Uit de uitgebreide documentatie van de Macedonische pers en uit verklaringen van de Macedonische autoriteiten blijkt dat de Amerikaanse regering en het Islamitische Militante Netwerk nauw met elkaar samenwerken bij de ondersteuning en financiering van het Nationale Bevrijdingsleger dat betrokken is bij de terroristische aanslagen in Macedonië. Het Nationale Bevrijdingsleger is een afvaardiging van het Kosovo Bevrijdingsleger. Omgekeerd zijn het Kosovo Bevrijdingsleger en het door de VN gesponsorde UÇK identieke instituties met dezelfde bevelhebbers en hetzelfde militaire personeel. UÇK bevelhebbers vechten, betaald door de VN, samen met de Muhadjeddien in het Nationale Bevrijdingsleger. Met een rare kronkel, want gesteund en gefinancierd door Osama bin Ladens El Qaida, worden het Kosovo Bevrijdingsleger en het Nationale Bevrijdingsleger ook gesteund door de NAVO en de UNMIK, de United Nations Mission to Kosovo. In feite maakt het Islamitische Militante Netwerk - dat ook het ISI, de buitenlandse inlichtingendienst van Pakistan, gebruikt als bemiddelaar met de CIA - nog steeds een integraal deel uit van de geheime militaire inlichtingenoperaties van Washington in Macedonië en in het zuiden van Servië. De terroristen van het Kosovo Bevrijdingsleger en het Nationale Bevrijdingsleger worden gefinancierd door Amerikaanse militaire hulp, uit het budget van de VN voor vredesmissies en via diverse Islamitische organisaties, inclusief Osama bin Ladens El Qaida. Tevens worden er drugsgelden gebruikt om met medeplichtigheid van de Amerikaanse regering de terroristen te financieren. De recrutering van Muhadjeddien om te vechten in de gelederen van het Nationale Bevrijdingsleger in Macedonië verloopt via meerdere Islamitische organisaties. Amerikaanse militaire adviseurs mengen zich onder de Muhadjeddien in een en dezelfde paramilitaire groep, en Westerse huurlingen uit landen van de NAVO vechten zij aan zij met Muhadjeddien uit het Midden-Oosten en Centraal Azië. En de media in de Verenigde Staten noemen dit een boemerang-effect waarin zogenaamde bedrijfsmiddelen van de inlichtingendienst zich keren tegen hun weldoeners! Dit heeft niet tijdens de Koude Oorlog plaatsgevonden! Dit gebeurt hier en nu in Macedonië. En het wordt door ontelbare persrapporten, ooggetuigenverslagen en fotografisch materiaal bevestigd, alsmede door officiële verklaringen van de minister-president van Macedonië die het Westerse militaire bondgenootschap ervan heeft beschuldigd de terroristen te steunen. Bovendien heeft het officiële Macedonische Persbureau (MIA) de betrokkenheid aangetoond tussen de Amerikaanse diplomatieke afgezant James Pardew en de terroristen van het Nationale Bevrijdingsleger. (19) Met andere woorden: de zogenaamde bedrijfsmiddelen van de inlichtingendienst dienen nog steeds de belangen van hun Amerikaanse weldoeners. Pardews achtergrond is in dit verband onthullend. Hij begon zijn carrière op de Balkan in 1993 als senior inlichtingenofficier voor de gezamenlijke Chefs Staf die verantwoordelijk waren voor het doorsluizen van Amerikaanse hulp naar het leger van Bosnische moslims. Pardew was belast met bevoorradingen van de Bosnische strijdkrachten middels luchtdroppings. In die tijd werden deze luchtbevoorradingen aangemerkt als burgerhulp. Later werd duidelijk - bevestigd door het Republikeinse Congresrapport - dat de VS daarmee het wapenembargo hadden geschonden. James Pardew speelde daarbij een belangrijke rol als onderdeel van een team van medewerkers van de inlichtingendienst dat nauw samenwerkte met de voorzitter van de National Security Council, Anthony Lake. Pardew was later betrokken bij de onderhandelingen over de akkoorden van Dayton (1995) als vertegenwoordiger van het Amerikaanse Ministerie van Defensie. In 1999, voorafgaand aan het bombardement op Joegoslavië, werd hij door president Clinton benoemd tot Speciale Vertegenwoordiger voor Militaire Stabilisatie en de tenuitvoerlegging daarvan in Kosovo. Een van zijn taken was om leiding te geven aan de steun voor het Kosovo Bevrijdingsleger, dat terzelfdertijd eveneens werd gesteund door Osama bin Laden. Pardew heeft in dit opzicht op instrumentele wijze in Kosovo en daarna in Macedonië het Bosnische patroon gekopieerd. Rechtvaardiging voor de oorlogsvoering De regering Bush heeft verklaard dat ze bewijzen heeft dat Osama bin Laden achter de aanslagen op het WTC en het Pentagon zit. In de woorden van de Britse premier Tony Blair: Ik heb absoluut krachtige en onweerlegbare bewijzen gezien van zijn [Osama] band met de gebeurtenissen van 11 september. (20) Wat Tony Blair vergeet te vermelden is dat diverse onderdelen van de Amerikaanse regering, waaronder de CIA, doorgaan onderdak te verlenen aan Osama bin Ladens El Qaida. De oorlog werd verklaard tegen het zogenaamde internationale terrorisme door een regering die als onderdeel van haar buitenlandse politieke beleid het internationaal terrorisme onderdak verleent. Met andere woorden, de belangrijkste rechtvaardiging voor deze oorlog is volledig vervalst. Het Amerikaanse volk is door haar regering opzettelijk en doelbewust om de tuin geleid om steun te verlenen aan een gevaarlijk militair avontuur dat onze gezamenlijke toekomst beïnvloedt. De beslissing om het Amerikaanse volk te misleiden werd genomen nauwelijks een paar uur na de terroristische aanvallen op het World Trade Centre. Zonder ook maar een enkel bewijs werd Osama al aangemerkt als hoofdverdachte. Twee dagen later, op donderdag 13 september, - toen de FBI nog nauwelijks met onderzoekingen was begonnen - zwoer president Bush de wereld naar de overwinning te leiden. De regering bevestigde haar plan om tegen Osama bin Laden liever een aanhoudende militaire campagne in te zetten dan een enkele dramatische actie. (21) Behalve Afghanistan werd een aantal andere landen in het Midden-Oosten genoemd als mogelijk doelwit, waaronder Irak, Iran, Lybië en Soedan. Diverse prominente Amerikaanse politici en media-autoriteiten hebben geëist dat de luchtaanvallen zouden worden uitgebreid naar andere landen die internationaal terrorisme onderdak verschaffen. Volgens bronnen van de inlichtingendienst heeft Osama bin Ladens El Qaida troepen in zon 50 tot 60 verschillende landen, wat meer dan voldoende excuus vormt om in diverse schurkenstaten in het Midden-Oosten en Centraal Azië te interveniëren. Meer nog: de Amerikaanse wetgevende macht - met maar één enkele eerlijke en moedige afwijkende stem in het Huis van Afgevaardigden - heeft stilzwijgend de beslissing van de regering om een oorlog te beginnen goedgekeurd. Leden van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat hebben via verschillende commissies toegang tot officiële vertrouwelijke rapporten en inlichtingendocumenten die zonder enige twijfel bewijzen dat de regering van de VS banden heeft met het internationale terrorisme. Ze kunnen nooit zeggen: Wir haben es nicht gewusst. Feitelijk zijn veel van deze bewijsstukken publiekelijk toegankelijk. De historische resolutie van het Congres die zowel door het Huis van Afgevaardigden als door de Senaat werd aangenomen op 14 september zegt: De president is gerechtigd om al het noodzakelijke en toepasselijke geweld te gebruiken tegen die naties, organisaties en personen waarvan hij vaststelt dat ze de terroristische aanslagen van 11 september hebben gepland, goedgekeurd, gepleegd dan wel eraan mee hebben geholpen, om zo welke toekomstige internationale terreurdaad dan ook tegen de Verenigde Staten door dergelijke naties, organisaties of personen te voorkomen. Hoewel er geen bewijs bestaat dat delen van de Amerikaanse regering de terroristische aanvallen hebben gesteund, bestaat er voldoende bewijs voor dat delen van zowel de Amerikaanse regering als van de NAVO sinds het einde van de Koude Oorlog onderdak hebben verleend aan dergelijke organisaties. Patriottisme kan niet gebaseerd zijn op leugens, vooral niet wanneer deze leugens het voorwendsel voor een oorlog vormen. De ironie wil het dat de tekst van de resolutie van het Congres tevens een boemerang-effect op de Amerikaanse weldoeners van het internationale terrorisme mogelijk maakt. De resolutie sluit op geen enkele wijze de mogelijkheid uit om een Osamagate-onderzoek uit te voeren. Evenmin sluit de resolutie uit dat er toepasselijke acties kunnen worden ondernomen tegen agentschappen en/of individuen van de Amerikaanse regering, die mogelijk hebben samengewerkt met Osama bin Ladens El Qaida. En het bewijs wijst onuitwisbaar onmiddellijk naar de regering Bush. Noten: 1. United Press International
(UPI), 15 September 2001. *Michel Chossudovsky is Professor Economie aan de Universiteit van Ottawa. Engelse URL van dit artikel http://globalresearch.ca/articles/CHO110A.html |