|
De val van oorlogsarchitect Lewis Libby
WASHINGTON, 30 oktober 2005 (IPS) - Het
vertrek van Lewis 'Scooter' Libby, de stafchef van de Amerikaanse
vice-president Dick Cheney, is niet alleen een slag voor
de Amerikaanse regering, maar vooral voor de haviken die
aanstuurden op de oorlog in Irak. Libby speelde een belangrijke
rol in de aanloop naar die oorlog.
Lewis Libby werd vrijdag aangeklaagd voor
belemmering van de rechtsgang, meineed en het verstrekken
van valse informatie. Hij zou onder meer de identiteit van
een CIA-agente hebben gelekt naar de pers, wat in de Verenigde
Staten een misdrijf is. Vlak nadat de aanklacht bekend werd,
nam Libby ontslag.
Net als zijn baas, Dick
Cheney, greep Libby de aanslagen van 11 september aan
om het Amerikaanse buitenlandse beleid in de door hem gewenste
koers te dwingen. Libby's vriendschap met Cheney dateert
uit de tijd dat de vice-president diende als minister van
Defensie in de regering van president George H.W. Bush.
Libby verkeerde vaak in het gezelschap van Cheney en kwam
regelmatig op bezoek in Cheneys buitenverblijf in de Rocky
Mountains.
De goede relatie tussen Libby en Cheney
doet de vraag rijzen in hoeverre Libby handelde in opdracht
van zijn baas. Die vraag bleef bij de aanklacht vrijdag
onbeantwoord. Als Libby schuldig wordt bevonden, dan hangt
hem maximaal dertig jaar gevangenisstraf boven het hoofd
en de vraag is of tijdens de verdediging de mogelijke betrokkenheid
van Cheney zal worden aangevoerd.
Libby is een beschermeling van voormalig
onderminister van Defensie Paul Wolfowitz, die in de jaren
zeventig zijn docent was aan de Universiteit van Yale. Wolfowitz
benoemde Libby in de staf van het ministerie van Buitenlandse
Zaken tijdens de regering van president Ronald Reagan. Onder
Cheney was Libby zowel stafchef als adviseur inzake nationale
veiligheid. Hij zou ook goed liggen bij Bush en werd wel
de 'assistent van de president' genoemd.
Na de eerste Golfoorlog gaf Cheney Wolfowitz
en Libby de opdracht om een defensieplan, de Defence
Planning Guidance (DPG), te ontwikkelen. In dat plan
moest het Amerikaanse buitenlandbeleid voor de komende tien
jaar worden vastgelegd. Toen het plan voortijdig uitlekte
in de New York Times, bleek het
zo ambitieus en groots, dat de regering erdoor in verlegenheid
werd gebracht en de twee bijna ontslagen werden van hun
post.
In het plan gaven Libby en Wolfowitz de
voorkeur aan een nieuwe wereldorde gebaseerd op Amerikaanse
militaire macht boven collectieve veiligheidsmechanismen
zoals de Verenigde Naties. De Verenigde Staten moesten door
middel van samenwerking of militaire confrontatie voorkomen
dat ergens ter wereld een rivaliserende wereldmacht zou
ontstaan. Het Amerikaanse doel in het Midden-Oosten was
volgens Libby en Cheney "de positie van sterkste buitenlandse
macht in de regio" vasthouden.
In het plan werd ook gepleit voor preventieve
militaire actie tegen 'schurkenstaten' die nucleaire wapens
ontwikkelen en de inzet van 'ad hoc-coalities' bij militaire
operaties boven allianties zoals de NAVO.
De op deze ideeën gebaseerde unipolaire,
door de VS gedomineerde wereld, kreeg in 1997 een steun
in de rug in het oprichtingscharter van het Project
for the New American Century (PNAC),
dat ondertekend werd door 25 prominente neoconservatieven.
Veel van hen, inclusief Cheney, Pentagon-baas Donald Rumsfeld,
Wolfowitz, Libby en gouverneur Jeb Bush uit Florida, zouden
topposities krijgen onder de tweede regering-Bush.
Libby had in die tijd zijn oude vak van
advocaat weer opgepakt en verdedigde onder andere zwendelaar
Marc Rich, een Zwitsers-Israëlische zakenman die onder
meer verdacht werd van belastingontduiking, het witwassen
van Russisch maffiageld en handel met de vijand.
Aan het einde van de jaren negentig was
Libby ook raadsman van het Cox Comité,
een onderzoekscommissie die zich bezighield met het verzamelen
van informatie over militaire en nucleaire spionage door
China. Het eindrapport dat het comité in 1999 publiceerde,
waar in stond dat de Chinese uitgaven voor defensie twee
keer zo hoog waren als de CIA schatte, werd door deskundigen
afgedaan als speculatie. Zij beschuldigden de auteurs van
het rapport van het verstrekken van foutieve informatie
om zo meer steun te verwerven voor verhoging van de Amerikaanse
defensie-uitgaven en een agressievere politiek ten opzicht
van China.
Libby keerde terug in het openbare leven
toen Cheney hem in datzelfde jaar benoemde als stafchef.
Hij speelde een belangrijke rol bij het doorvoeren van de
hoofdlijnen uit het DPG in de Nationale Veiligheidsstrategie
van december 2002 en in de aanloop naar de oorlog in Irak.
Libby zou een hoofdrol gespeeld hebben bij het manipuleren
van de informatiestroom van de inlichtingendienst CIA naar
beleidsmakers in het Witte Huis.
Het is gebruikelijk dat rapporten van
inlichtingendiensten eerst zorgvuldig gescreend wordt door
professionele analisten van onder meer de CIA, het ministerie
van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Defensie, voordat
ze naar het Witte Huis gaan. Toen het Pentagon de inlichtingendiensten
opdracht gaf om informatie te verzamelen over mogelijke
Iraakse banden met de terreurbeweging al-Qaeda en de aanwezigheid
van massavernietigingswapens in Irak, werden de bevindingen
volgens ten minste één waarnemer, de gepensioneerde
luitenant-kolonel Karen Kwiatkowski, direct gerapporteerd
aan Libby. Hij zou de informatie hebben doorgegeven aan
Cheney en het Witte Huis.
Libby en Cheney stonden erom bekend dat
ze geen hoge pet op hadden van de CIA, deels omdat de inlichtingendienst
er voor de Golfoorlog van 1991 niet in geslaagd was de gewenste
informatie te verzamelen over Iraks nucleaire programma.
Allebei bezochten ze de CIA geregeld om functionarissen
onder druk te zetten specifieke informatie aan te leveren.
Sommige functionarissen beweren dat deze druk, evenals de
informele informatiestroom van het Pentagon naar het Witte
Huis, het proces "verknoeid" heeft.
Cheney was de eerste hoge functionaris
die beweerde dat Irak zijn nucleaire programma weer had
opgepakt. Hij deed zijn beweringen in maart 2002, een jaar
voor de invasie in Irak. De CIA en andere inlichtingendiensten
waren in die tijd nog veel terughoudender over de kwestie.
In 2003 bereidde Libby een toespraak voor
over massavernietigingswapens in Irak, die de toenmalige
minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, moest houden
voor de VN-Veiligheidsraad. Naar verluidt zou Powell die
toespraak, nadat hij hem had doorgenomen met deskundigen
van de CIA en het ministerie van Buitenlandse Zaken, woedend
betiteld hebben als "complete onzin."
Op de dag dat Bagdad viel, twee maanden
later, zou Libby volgens de Washington Post zijn triomf
hebben gevierd tijdens een etentje bij Cheney thuis. Bij
dat etentje waren naast de Cheneys en Libby, ook Wolfowitz
en Ken Adelman, lid van de Amerikaanse Veiligheidsraad,
en zijn vrouw aanwezig.
|