Het kopgeld van Rita Verdonk
Over joden en illegalen - Column
van Ad van Liempt *
1 oktober 2006 - In de prestatiecontracten
die de politie voor 2007 sluit met de regering staat een
nieuwe bepaling: de politie gaat door intensieve controles
proberen 12.000 illegalen op te pakken. Burgemeester Cohen
van Amsterdam haastte zich te verklaren dat er géén
jacht op illegalen zal losbreken, maar in een bijzin voegde
hij er tegen Business News Radio wel aan toe dat deze bepaling
in de contracten komt op uitdrukkelijk verzoek van minister
Verdonk.
Daar staan we dan. Het is sinds een jaar
of vijf verboden om overheidsbeleid te vergelijken met wat
er in ons land in de tweede wereldoorlog gebeurd is. Niet
volgens de wet, maar wel van de spraakmakende gemeente.
Thom de Graaff werd de woestijn ingestuurd nadat hij Anne
Frank erbij gehaald had toen Pim Fortuyn artikel 1 van de
grondwet ter discussie stelde. Jan Pronk werd gedwongen
het woord deportatie terug te nemen dat hij gebruikte in
het kader van het illegalenbeleid. Vandaar dat u nog nergens
heeft gelezen dat een prestatiecontract voor de politie
om illegalen op te pakken wel iets wegheeft van het premiesysteem
dat de nazi's in Nederland toepasten om de jacht op ondergedoken
joden te intensiveren.
Toch waag ik het er maar op.
Eerst maar even de verschillen. Iedereen
haast zich te verklaren dat het hier gaat om het uitvoeren
van goedgekeurd regeringsbeleid dat de instemming heeft
van het parlement. Voorzitter Bakker van de Raad van Hoofdcommissarissen
zei het vorige week, toen hij voor de radio werd geïnterviewd,
in elke zin: de regering beslist, de politie voert slechts
uit.
Burgemeester Cohen noemde nog een andere nuance: de politie
gaat jacht maken op criminele illegalen en als er dan (als
"bijvangst") ook nog een paar niet-criminele illegalen
tussen zitten is dat hooguit meegenomen. Ook dat is een
verschil met 1943/44: toen werd dat onderscheid niet gemaakt.
En verder zei voorzitter Bakker, grappenderwijs,
dat het geld dat de politie extra kan verdienen met het
oppakken van illegalen niet in de zakken van de korpschefs
verdwijnt, maar aan nuttige projecten zal worden besteed.
Ook dat is onmiskenbaar een verschil. Destijds mochten de
jodenjagers de verdiende premies zelf houden, de meesten
kochten er zwart drank en sigaretten van en gingen op ruime
voet leven. Nu dus nuttige projecten: de beschaving schrijdt
ontegenzeglijk voort.
Maar overeenkomsten zijn er ook. In maart
1943 stokten de deportaties van joden, waarna de nazi-top
in Den Haag besloot om premies ter beschikking te stellen
voor elke gearresteerde jood. Dat leidde ertoe dat het Bureau
Joodsche Zaken van de Amsterdamse politie speciale formulieren
kreeg waarop de agenten de gegevens van gearresteerde joden
konden noteren. Bij inlevering van die formulieren werd
7, 50 gulden per joodse arrestant uitbetaald. Het clubje
agenten dat hiervoor in aanmerking kwam was inmiddels al
losgeweekt uit het Amsterdamse korps en toegevoegd aan de
Sicherheitspolizei. De premies werden de maanden daarna
langzaam hoger; tegen de tijd dat de familie Frank uit het
Achterhuis werd gehaald (augustus 1944) was het tarief al
opgelopen tot 40 gulden.
Hoofdcommissaris Bakker spreekt natuurlijk
niet van premies, laat staan van "kopgeld" (de
term die in de oorlog gebruikt werd), maar in het BNR-interview
noemde hij de extraatjes voor de politiekorpsen toch "een
soort stimulans". Ze moeten ervoor zorgen dat de politie
actiever wordt bij het controleren van mensen die wel eens
illegaal in ons land zouden kunnen zijn. Het komt wel verdomd
goed uit dat we op 1 januari 2005 juist de identificatieplicht
hebben ingevoerd, waardoor die controles gemakkelijker en
effectiever worden. Ook die wetswijziging haalde een enorme
meerderheid in ons parlement en er is nauwelijks maatschappelijk
verzet geweest.
Er is, kortom, weinig aan de hand. Uitvoering
van breed gesteund beleid.
Maar het is toch verdomd smakeloos, om niet te zeggen pervers
om een financiële stimulans als beleidswapen in te
zetten bij het verminderen van de illegaliteit in Nederland.
De volgende stap ligt ook voor de hand: de illegalenjacht
privatiseren en uitbesteden aan een civiele organisaties
in de veiligheidssfeer. Sorry voor de vergelijking, maar
dat gebeurde in 1943 ook. De Colonne Henneicke arresteerde
toen ca 8500 joden in zes maanden - ook voor deze jodenjagers
gold het premiesysteem. Met het inzetten van een nieuwe,
gespecialiseerde dienst moet die "target" van
12.000 illegalen per jaar gemakkelijk haalbaar zijn.
Zou minister Verdonk deze geschiedenis kennen?
* Ad van Liempt
eindredacteur Andere Tijden
(auteur "Kopgeld, Nederlandse premiejagers op zoek
naar joden" - Balans, 2002)
|