|
Tweehonderd 'dode zones' in oceanen
BROOKLIN, Canada, 6 oktober 2006 - Marinebiologen
stuiten op steeds meer oceaangebieden waar vervuiling bijna
alle leven heeft doen wijken. In 2004 waren er 150 van die
zones, nu al ongeveer 200. Dat zegt het VN-milieuprogramma
UNEP in een woensdag verschenen rapport.
Sommige troosteloze zeegebieden zijn 100.000
vierkante kilometer groot. Vissen en de meeste andere zeedieren
krijgen er geen kans omdat er bijna geen zuurstof in het
water zit. Die zuurstof is opgebruikt door algen die woekeren
omdat er veel stikstof in het water zit. Dat is dan weer
vooral het gevolg van vervuiling door meststoffen en menselijk
afval. "We schatten dat 80 procent van de vervuiling
in zee van het vasteland komt", zegt UNEP-directeur
Achim Steiner
Het probleem wordt erger omdat de bevolking
in veel kustgebieden almaar aangroeit. Veel arme landen
hebben de mogelijkheden niet om al hun afvalwater te behandelen,
en lozen 80 tot 90 procent zomaar in zee. "We vinden
dan ook steeds meer dode zones in de buurt van ontwikkelingslanden",
zegt Nick Nuttall, een woordvoerder van het UNEP. Maar ook
de industrielanden doen nog volop mee. Meer de helft van
het afvalwater dat in de Middellandse Zee terechtkomt, is
bijvoorbeeld onbehandeld.
30 stukjes plastic in maag Noordzee-meeuw
Algenbloei is niet het enige
probleem afkomstig van onbehandeld afvalwater. Bacteriën
en virussen kunnen ook zeedieren besmetten die op het menu
van mensen staan. In de Caribische zee werken afvallozingen
ook de verspreiding van koraalziektes in de hand.
Afvalwater bevat ook zware metalen, andere
giftige stoffen en resten van geneesmiddelen. De effecten
daarvan op het zeeleven zijn nog nauwelijks onderzocht.
De VN verwachten dat de bevolking in 's
wereld kustgebieden tegen 2050 nog zal verdubbelen. Er is
dus dringend een oplossing gevonden worden voor de vloedgolf
aan extra afvalwater dat de oceanen te verwerken zullen
krijgen. Dure waterzuiveringsinstallaties zijn niet de enige
oplossing, zegt Nuttal. Moerasgebieden en mangrovewouden
bij de kust zuiveren afvalwater ook. "Regeringen moeten
dergelijke gebieden beschermen en ervoor zorgen dat die
natuurlijke zuiveringsgebieden hun rol kunnen spelen".
Ook al het plastic dat in zee terecht
komt, heeft catastrofale gevolgen. Elk jaar stikken meer
dan een miljoen zeevogels en 100.000 zeezoogdieren en zeeschildpadden
in de ronddobberende troep. In de magen van dode zeeleeuwen,
dolfijnen en albatrossen worden vaak schroefdoppen, plastic
zakjes en piepschuim gevonden. Volgens een Nederlandse studie
uit 2004 heeft een meeuw aan de Noordzee gemiddeld dertig
stukjes plastic in zijn maag.
In 1982 kwamen er elke dag naar schatting
acht miljoen zakjes en andere stukken afval in zee terecht.
Nu ligt dat aantal ongetwijfeld nog veel hoger. In sommige
delen van de oceanen op het zuidelijk halfrond is de hoeveelheid
drijfgoed de voorbije tien jaar verdrievoudigd. En zelfs
in de poolgebieden slingert plastic rond.
Volgens het UNEP-rapport is er op sommige
vlakken wel verbetering merkbaar. Steden en industriegebieden
lozen veel minder afval dat afkomstig is van aardolieproducten.
Ook van pesticiden als DDT en andere "persistente vervuilers"
komt veel minder in het zeemilieu terecht.
Het UNEP maakt zich dan weer wel
zorgen over de opwarming van de zeeën en de stijging
van de zeespiegel. (IPS, Stephen
Leahy)
|