|
WHO legt lat voor luchtvervuiling hoger
BRUSSEL, 6 oktober 2006 - De Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) heeft nieuwe, strengere normen gepubliceerd voor vervuiling
door stofdeeltjes, ozon en zwaveldioxide. Alleen al de voorgestelde
reductie van het niveau stofdeeltjes kleiner dan tien micrometer
kan volgens de WHO leiden tot 15 procent minder doden ten
gevolge van luchtvervuiling in de steden.
Luchtvervuiling ligt aan de basis van
2 miljoen vervroegde overlijdens per jaar, schat de WHO,
de helft daarvan in ontwikkelingslanden. De nieuwe, strengere
normen bieden een richtlijn voor beleidsmensen die iets
aan luchtvervuiling willen doen. Ze slaan zo twee vliegen
in een klap: minder longkankers, hart- en vaatziekten en
ontstekingen van de luchtwegen en minder uitstoot van gassen
die bijdragen tot klimaatverandering.
In vele steden ligt de concentratie van
stofdeeltjes kleiner dan 10 micrometer boven de oude norm
van 70 microgram per kubieke meter. Op basis van recent
onderzoek uit alle hoeken van de wereld stelt de WHO nu
een jaargemiddelde van 20 microgram voor als norm. Er
is weinig bewijs voor een drempel waaronder negatieve effecten
op de gezondheid kunnen worden uitgesloten, luidt
het.
Een norm van 20 microgram laat volgens
dr. Martin Neira, directeur van de afdeling Volksgezondheid
en Milieu, niettemin toe het aantal sterfgevallen met 15
procent te verminderen. In de Europese unie veroorzaken
stofdeeltjes kleiner dan 2,5 microgram, afkomstig van de
verbranding van fossiele brandstoffen, voor een gemiddelde
levensduurverkorting van 8,6 maanden.
Ook voor ozon haalt de WHO de norm naar
omlaag: van 120 naar 100 microgram per kubieke meter. Vooral
in ontwikkelingslanden is dat een uitdaging van formaat.
De overvloedige zonneschijn doet de ozonwaarden pieken,
wat leidt tot ademhalingsproblemen en astma-aanvallen.
De norm voor zwaveldioxide gaat tenslotte
van 125 naar 20 microgram per kubieke meter. De onderzoekers
lieten zich onder meer inspireren door Hongkong, dat een
dergelijke reductie op korte tijd realiseerde en kon uitpakken
met een lagere kindersterfte. Het is niet helemaal zeker
of zwaveldioxide de echte boosdoener is dan wel samen voorkomt
met een andere stof of ultrafijne deeltjes kleiner dan 0,1
micrometer. Voor die ultrafijne partikels publiceerde de
WHO geen richtlijn, in afwachting van meer onderzoek over
hun schadelijke werking op de gezondheid.
De WHO is zich ervan bewust dat
haar voorschriften om economische, technologische en politieke
redenen niet overal direct haalbaar zijn. Sommige landen
hebben helemaal geen normen, laat staan middelen om ze te
controleren. Daarom heeft ze voor elke vorm van vervuiling
interimdoelen geformuleerd die toelaten uit
te rekenen wat de impact is van de bestaande vervuiling
en wat de gezondheidsvoordelen zijn van een stapsgewijze
reductie. Het ultieme doel blijven echter de richtlijnen
zelf, besluit de VN-organisatie. (IPS,
Mattias Creffier)
|