"Vrije markt veroorzaakt hongersnoden"
Het beleid van de Wereldbank en het
Internationaal Monetair Fonds droeg bij aan de hongersnood
vorig jaar in Niger, stelt een rapport van het Oakland Institute.
BROOKLIN, 22 oktober 2006 - Wereldwijd verhongeren 852 miljoen
mensen, terwijl een miljard mensen lijdt aan overgewicht.
"Er is voedsel genoeg op aarde, maar veel mensen hebben
onvoldoende geld om het te kopen", zegt Anuradha Mittal
van het Oakland Institute, dat onderzoek deed naar de gevolgen
van de vrije markt op voedselzekerheid.
Terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie
obesitas (overgewicht) een wereldwijde ziekte van de moderne
tijd noemt, zijn honger en ondervoeding oude en hardnekkige
problemen. Volgens het VN-Voedselprogramma hebben momenteel
vijftig miljoen Afrikanen voedselhulp nodig. Meer dan 120
miljoen Afrikanen leven permanent "op de rand van noodhulp",
zegt de Britse organisatie CARE International. Jaarlijks
lopen driehonderdduizend kinderen in de Sahel-regio het
risico te sterven aan ondervoeding.
"Ruim 60 procent van de mensen in
Niger leeft van minder dan een dollar per dag", zegt
Anuradha Mittal van het Oakland Insitute, een Amerikaanse
denktank op het gebied van sociale, economische en milieukwesties.
Gebrek aan voedsel is het probleem niet, wel het gebrek
aan geld, zegt ze.
Honger is voornamelijk het gevolg van
armoede. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde
Naties (FAO), stelt dat er genoeg voedsel is om iedereen
in de wereld meer dan 2000 calorieën per dag te geven,
zegt Mittal.
Het Oakland Institute publiceerde deze
week een onderzoek naar de oorzaken van de hongersnood vorig
jaar in Niger. Dat land ligt in het hart van de Sahel-regio.
"Droogte en sprinkhanen waren niet de oorzaak van de
voedselcrisis in 2005, al werd dat wel beweerd", zegt
Mittal. "De crisis was een gevolg van ontwikkelingsstrategieën
van onder meer de Wereldbank, strategieën die gebaseerd
zijn op het vrijemarktdenken."
Vorig jaar leed meer dan een kwart van
de twaalf miljoen inwoners van Niger honger. Wereldwijde
aandacht en noodhulp kwam laat op gang en voor veel kinderen
te laat. De voedselproductie was dat jaar echter slechts
7,5 procent lager dan de benodigde hoeveelheid, stelt het
Oakland Institute in het rapport 'Sahel: Prisoner of Starvation'.
Acute ondervoeding is een chronisch probleem in Niger, het
armste land ter wereld. Tijdens de hongersnood vorig jaar
kostte een kilo gierst in Niger meer dan een kilo rijst
in een Europese supermarkt, legt Frederic Mouseau, co-auteur
van het rapport, uit. "De crisis in 2005 legt de tragische
beperkingen en tekortkomingen van het op de markt gebaseerde
voedselzekerheidsbeleid bloot", aldus Mousseau.
Een paar grote graanhandelaren die opereren
onder de vrijemarktcondities die de Wereldbank voorstaat,
beheersten de markt en verkochten hun graan aan de hoogste
bieders. Sommige van deze bieders kwamen uit andere landen,
aldus het rapport. Niger had vroeger een graanbank, een
grote reservevoorraad waarmee jaren met een slechte oogst
overbrugd konden worden. Ook kende het land in het verleden
een door de overheid gereguleerde graanmarkt. Dat systeem
werd verlaten na structurele hervormingen die werden opgelegd
door de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds
(IMF).
Soortgelijke vrijemarktfilosofieën,
zoals "de gebruiker betaalt", werden doorgevoerd
in de gezondheidszorg, met als gevolg dat armen zich geen
medicijnen kunnen veroorloven. Het heffen van schoolgeld
maakt de toegang tot onderwijs moeilijker, met als gevolg
dat slechts 17 procent van alle kinderen in Niger naar school
gaat. Dergelijk beleid heeft de bevolking van Niger verarmd
en geleid tot "vrijemarkthonger", aldus het rapport.
Toen de hongersnood in 2005 toesloeg in
Niger, kostte het niet-gouvernementele organisaties zoals
Artsen zonder Grenzen veel moeite om de tragedie onder de
aandacht van de wereld te brengen.
Internationale hulp arriveert vaak te
laat, is niet doelgericht en doorgaans een kortetermijnmaatregel
die het probleem niet bij de wortel aanpakt, constateerde
CARE International deze maand in een nieuw rapport. "Het
is een schande dat geld nog steeds te laat komt en dat het
voor zo'n korte periode bestemd is", zei Geoffrey Dennis
van CARE in een verklaring naar aanleiding van het rapport.
Dergelijke hulpverlening leidt alleen
maar tot meer hongersnoden, meent CARE. Vorig jaar troffen
hongersnoden 35 miljoen mensen in het zuiden en westen van
Afrika en in de Hoorn van Afrika, ondanks 5,6 miljard dollar
aan hulp. In Niger had een vroegtijdig geïnvesteerde
dollar per dag de ondervoeding onder kinderen kunnen voorkomen.
Vertraagde hulp betekent dat het tachtig dollar kost om
het leven van een ondervoed kind te redden, zegt het CARE-rapport.
Hulp moet vaker en structureler geboden
worden en meer gericht zijn op herstel en preventieprogramma's,
bijvoorbeeld op het gebied van zaaddistributie, verbetering
van diergeneeskundige diensten en training, aldus CARE.
Ethiopië kende sinds 1986 bijna elk
jaar een voedselcrisis. De uitgaven van de Verenigde Staten
om op lange termijn de oorzaken van die crises uit te bannen,
bedragen echter minder dan 1 procent van het miljoenenbudget
voor noodhulp.
Op korte termijn is het noodzakelijk dat
Niger en andere Sahellanden voorraden aanleggen, stelt het
Oakland Institute. Regulering van de markt is ook nodig
om voedselzekerheid te bevorderen. Hulp moet gericht zijn
op het steunen van kleine boeren en het aanmoedigen van
consumptie van traditionele gewassen. Ook zou goedkope import
van voedsel, die investeringen in de lokale landbouw ondermijnt,
beperkt moeten worden.
Mittal wijst erop dat de Verenigde
Staten en de Europese Unie voor honderden miljarden steun
geven aan hun eigen boeren. "De situatie in Niger staat
niet op zichzelf. Veel andere landen hebben met dezelfde
problemen te kampen", zegt ze. (IPS,
Stephen Leahy)
|