|
Italië verdeeld over militaire
rol in Afghanistan
ROME, 28 september 2006 - Na de dood
van een Italiaanse soldaat in Afghanistan wordt de regering
van premier Romano Prodi verscheurd door twijfels over haar
militaire aanwezigheid in dat land. De meeregerende groenen
en communisten vragen een "herziening" van de
vredesmissie. Dat is slecht nieuws voor de Navo, die meer
troepen wil sturen.
Italië heeft momenteel 1.700 soldaten
in Afghanistan als onderdeel van de internationale vredesmissie
(ISAF). Sinds Prodi in het voorjaar de nieuwe premier werd,
is de officiële mening over de aanwezigheid van Italiaanse
troepen in Afghanistan verdeeld.
De nieuwe slachtoffers dreigen het broze
evenwicht tussen de meerderheidspartijen helemaal te verstoren.
Militanten van de Taliban lieten dinsdag (26 september)
een bom ontploffen langs de weg toen een Italiaanse patrouille
voorbijreed. De 31-jarige Italiaanse soldaat Giorgio Langella
kwam daarbij om het leven, vijf andere soldaten raakten
gewond.
Paolo Ferrero, de communistische minister
voor Sociale Solidariteit, zei na het incident dat "Italië
opnieuw snel in een oorlogsscenario betrokken raakt in plaats
van deelt te nemen aan een vredesmissie." Deze woorden
kregen weerklank bij de groenen, die voorstelden om de troepen
uit Afghanistan terug te trekken. Zij willen op zijn minst
een "heroverweging" van de missie.
Groenen en communisten voelen zich gesteund
door de publieke opinie, die steeds vijandiger staat tegenover
de aanwezigheid van Italiaanse troepen in Afghanistan. Op
de Italiaanse televisie sprak Barbara Langella, de zus van
de overleden soldaat, de hoop uit dat "onze soldaten
binnenkort naar huis zullen terugkeren om verdere tragedies
te voorkomen".
Gianni Alemanno, voormalig minister van
landbouw voor de Nationale Alliantie, zei dinsdag in een
radio-interview dat alle twijfel een "belediging"
is voor de Italiaanse troepen, en bovendien politiek "onzinnig"
is.
Ook president Giorgio Napolitano voelde
zich geroepen zijn standpunt te verkondigen. Hij zei dat
"onze toewijding in vredesmissies noodzakelijk is,
omdat dit de EU de mogelijkheid geeft een internationale
vredesorde te stichten, ver buiten de eigen grenzen."
Hij steunt daarmee het beleid van premier
Prodi, die ervoor gekozen heeft om de Italiaanse soldaten
uit de oorlog in Irak terug te trekken en te gebruiken voor
vredesmissies, zoals in Afghanistan en Libanon. Met deze
politiek wil Prodi Italië herpositioneren tegenover
de unilaterale en offensieve aanpak van de Verenigde Staten
in het Midden-Oosten.
Ondertussen gaat het met de vredesmissie
in Afghanistan van kwaad naar erger. Volgens recente analyses
hebben de opstandelingen van de Taliban voordeel gehaald
uit het politieke vacuüm dat het nieuwe bestuur in
Afghanistan niet heeft kunnen opvullen. Stelselmatig heroveren
ze nu de macht in de meeste zuidelijke provincies.
Het aantal confrontaties tussen Navotroepen
en de Taliban is de voorbije maanden onrustwekkend gestegen.
In de maanden augustus en september werden alleen in de
provincie van Kandahar meer dan duizend rebellen gedood.
Dat wijst op veel intensievere gevechten.
Om de veiligheid in Afghanistan te kunnen
garanderen, heeft de Navo er enkele weken geleden in Brussel
bij de lidstaten op aangedrongen om meer troepen en vliegtuigen
te leveren. Maar dat verzoek vangt bij de meeste lidstaten
bot.
Nederland draagt sinds 2002 al met 650
militairen bij aan de internationale vredesmacht in Afghanistan.
Nederland heeft ook F-16s en gevechtshelikopters in
Afghanistan. Eind 2005 besliste het Nederlandse kabinet
1400 Nederlandse militairen in te zetten in Uruzgan, in
het zuiden van Afghanistan. De hoofdmacht vertrok in juli.
België heeft momenteel 300
soldaten in Afghanistan. Minister van Buitenlandse Zaken
Karel De Gucht (VLD) zegt dat er twee voorstellen op de
regeringstafel liggen om extra soldaten te sturen: een eskader
F16's of grondtroepen. Maar vooral de SP.A is zeer terughoudend.
Ten vroegste na de gemeenteraadsverkiezingen van 8 oktober
valt daarover een beslissing. (IPS,
Federico Bordonaro)
|