|
Filippijnse president Arroyo beschuldigd
van politieke moorden
DAVAO CITY, 17 oktober 2006 - Een Belgische
delegatie heeft tijdens een driedaags congres van een internationale
advocatenassociatie de regering van de Filippijnse president
Gloria Macapagal Arroyo beschuldigd van politieke moorden.
De Internationale Associatie van de Advocaten
van de Mensen (IAPL) groepeert advocaten, juristen en rechtenstudenten.
De conferentie ging van 12 tot 16 oktober door in Davao
City en had als thema "De rol van advocaten in de verdediging
van de democratische rechten van het volk". De locatie
is niet toevallig gekozen. Sinds maart 2005 werden al negen
advocaten en een rechter vermoord in de Filippijnen. Bovendien
wordt de rechterlijke macht steeds vaker het slachtoffer
van geweld en intimidatie. Vooral mensenrechtenadvocaten
en mensenrechtenactivisten zijn kop van jut. In augustus
2004 werd de bekende activist Jacinto Rashid Manahan gedood
in Davao City toen hij naar een congres over de doodstraf
zou gaan. Zijn dood staat symbool voor de autoriteiten die
falen om de wet en het respect voor mensenrechten na te
leven.
Jo Dereymaeker, een Belgisch lid van de
IAPL-delegatie, zei in The Inquirer,
een Filippijnse krant: "Het toont aan dat de Filippijnen
één van 's werelds slechtste plaatsen is voor
mensenrechtenactivisten. Europa en de rest van de wereld
zouden dit op de voet moeten volgen en moeten reageren."
Volgens haar verbieden internationale wetten de Filippijnse
overheid om geweld te plegen tegen burgers, om burgers te
ontvoeren of om ze te vermoorden. "De koelbloedige
moorden op activisten en onze collega-advocaten lijken deel
uit te maken van het anti-oproerprogramma van de overheid
dat geen enkel verschil maakt tussen strijders en niet-strijders."
Amnesty International erkent het recht van de overheid om
criminaliteit te bestrijden en de maatschappij te beschermen,
maar zegt dat dit nooit ten koste mag gaan van de mensenrechten.
De Belgische advocaat Rafael Jespers zei
tijdens het IAPL-congres dat Europa erg bezorgd was over
het politieke geweld. "Sinds de start van Arroya's
presidentsschap in 2001 zijn zevenhonderd mensen gedood,
dat zijn er tien per maand", aldus Jespers in The
Inquirer. Ook de verdwijning van kerkleiders, journalisten
en boerenleiders zorgt voor bezorgdheid. De IAPL houdt de
Filippijnse autoriteiten verantwoordelijk voor hun verdwijning.
Voor journalisten zijn de Filippijnen,
na Irak, het gevaarlijkste land ter wereld. Reporters
sans Frontières telde
dit jaar al negen moorden op journalisten. Het recentste
slachtoffer was Armando Pace, presentator bij een lokaal
radiostation en de 23ste journalist die vermoord werd sinds
Gloria Arroyo aan de macht kwam. Hij was erg kritisch over
lokale politici en bracht verslag uit over drugshandel.
Reporters sans Frontières
roept de politie op om de moord te onderzoeken: "Er
is een grondig onderzoek nodig om te ontdekken wie verantwoordelijk
was voor de moord en wat de motieven waren. Indien hij vermoord
werd voor iets wat hij op de radio gezegd heeft, dan moeten
de autoriteiten zich mede verantwoordelijk voelen door het
klimaat van straffeloosheid dat ze in de Filippijnen gevestigd
hebben." (IPS)
|