DE WAARHEID.nu

VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
 
Nederlandse Spoorwegen: personeel stelt directie aansprakelijk voor agressieve reizigers

van de redactie
Aan
De naamloze vennootschap Nederlandse Spoorwegen N.V. (NS), de naamloze vennootschap NS Group N.V. en haar beider bestuurders de heren T. Stelwagen, J.W. Huisinga, R.V.W.M. Lantain en M. Niggebrugge;
De (leden van de) Raad van Commissarissen van NS; De NS werkmaatschappijen;
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NS Reizigers B.V. en haar bestuurder NS Groep N.V. en de bestuurder daarvan NS, als mede haar directeuren de heer W.A.G. Döbken, mevrouw P.G. Boumeester, kantoorhoudend te Utrecht aan Laan van Puntenburg 100;
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NS Stations B.V. en haar bestuurder NS Group alsmede haar directeur A.R.A. van Engelen en ook M.C. Lagrand, kantoorhoudend te Utrecht aan Cathareinesingel 65;
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NedTrain B.V. en haar bestuurder NS Group als mede haar directeuren T. Stelwagen, R.A.A.M. Knipping, A.J.M. Valk, en H.P.M. Vencken, kantoorhoudend te Utrecht aan Stationshal 17;
alsmede alle netwerkdirecteuren;

alle voorgaande tezamen hierna te noemen geadresseerden:

A K T E  V A N  A A N S P R A K E L I J K S T E L L I N G
(versie 2.2, d.d. 7 juni 2001)

Geachte geadresseerden,

De NS en haar werk- en beheersmaatschappijen zijn sinds de privatisering van de spoorwegen, ieder afzonderlijke en tezamen, belast met en/of betrokken bij de exploitatie van het personenvervoer per trein in Nederland. Sinds 1998 geven zij uitvoering aan een, naar ons oordeel op winstmaximalisatie gerichte, reorganisatie van en binnen haar ondernemingen, onder de naam Bestemming: Klant. In dit verband gaat NS Reizigers thans de inhoud van het Basisakkoord van september 1999 uitvoeren. Dit houdt onder meer in dat NS Reizigers haar proces voor personeelsinzet in de rijdende dienst per 10 juni 2001 drastisch vereenvoudigt en dat NS Stations doorgaat met haar beleid om de bemensing van vrijwel alle stations te beëindigen. De gegeven reden voor het invoeren van procesvereenvoudiging, namelijk het terugdringen van vertraging, wordt niet door de daaraan ten grondslag liggende motivatie gedragen. De werkelijke reden voor het opleggen van procesvereenvoudiging en het sluiten van loketten op de stations, is naar ons oordeel in hoofdzaak gebaseerd op financieel-economische motieven. De besluiten maken, zo wordt gevreesd, tactisch onderdeel uit van een niet zichtbare strategie.

Het rijdend personeel heeft zowel de directie van NSR als de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van NS, sinds april 2000 op verschillende manieren en bij herhaling kenbaar gemaakt wat de gevolgen zijn van de invoering van de procesvereenvoudiging en het sluiten van stations. Het gaat daarbij met name over de verslechtering van de sociale- en spoorwegveiligheid (door bezuinigingen op het onderhoud). Het invoeren van procesvereenvoudiging veroorzaakt een substantieel personeelstekort.

De directie van NS Reizigers, NS stations en NedTrain heeft, ondanks alle op- en aanmerkingen van het personeel en de consumentenorganisaties, geen stappen ondernomen om de gevolgen voor het rijdend personeel en de reizigers te voorkomen of te verminderen. Door dit niet te doen, handelt de werkgever en ondernemer NS Reizigers en/of NS Stations, dan wel NedTrain welbewust in strijd met haar wettelijke zorgplicht en haar contractuele en wettelijke verplichtingen. Op grond van voormelde gedragingen kan de werkgever en ondernemer (en ook de overige geadresseerden) op grond van de wet, nu door deze akte de gevaren kenbaar zijn, expliciet aansprakelijk worden gesteld voor de materiële en zeer zeker ook immateriële (ideële) schade die elke van de ondertekenaars en al diegenen die op geldige wijze tot deze akte zullen toetreden, zullen lijden.

De ondertekenaars en al diegenen die op geldige wijze tot deze akte zullen toetreden, behouden zich expliciet het recht voor al die (rechts) maatregelen te nemen die hen in hun belang dienstig voorkomen.

Ter nadere onderbouwing wensen de ondertekenaars het navolgende op te merken:

De introductie van en het inzetten van zogenaamde treinsurveillanten, is naar ons oordeel een op winstmaximalisatie gerichte keus van de directie van NSR. Dat er op de arbeidsmarkt geen geschikte kandidaten voor de functie van hoofdconducteur voorhanden zijn, achten wij niet aannemelijk. De indruk bestaat dat locale werving opgedragen wordt alleen treinsurveillanten aan te nemen voor tweede mensdiensten en proces bijzondere taken. Terzijde kan opgemerkt worden dat een treinsurveillant enkele honderden guldens per maand voordeliger is en conducteursplaatsen verdringt op de trein. Gevreesd wordt dat de functie van treinsurveillant, anders dan toegezegd, niet van tijdelijke aard is

Iedere organisatie is gehouden in haar personeelscapaciteitsplanning rekening te houden met de te verlenen vrijetijdsaanspraken. Het verlenen van vrije dagen bij NSR is geen vanzelfsprekendheid. De onderneming NS Reizigers kan haar personeel reeds lang met moeite een vrije dag verlenen. Vierentwintig uur van tevoren, laat staan 28 dagen van tevoren bestaat over verlening van verlof dat 3 maanden (of langer) van tevoren is aangevraagd veelal geen zekerheid. Ook worden de verplichte Rust- en ADV-dagen, door personeelstekort lang niet altijd verstrekt. De invoering van procesvereenvoudiging veroorzaakt een extra vraag naar rijdend personeel van tenminste 250 fte's. Dit terwijl er nu al op veel standplaatsen een ernstig tekort aan personeel is. De directie wist dit en heeft 'niet kunnen slagen' voldoende personeel te werven. De directie is eerst kort geleden begonnen met het werven van de benodigde machinisten.

Door alle punten voornoemd en de hierna te bespreken agressie tegen het personeel, veroorzaakt NSR en NS een toename van het situatief ziekteverzuim. Ziekteverzuim leidt weer tot minder verlenen van vrijetijdsaanspraken, hetgeen weer tot situatief ziekteverzuim leidt. Het doordrukken van een reorganisatie, zonder het noodzakelijke draagvlak onder het uitvoerend personeel, benadeelt het product en de reiziger en schaadt op lange termijn de continuïteit van (een deel van de) onderneming.

En dan de agressie. NS reorganiseert haar ondernemingen, doch dit gaat, zo blijkt, gepaard met grote problemen.. Het reizigersbedrijf van NS is een a-typische onderneming. De aard van de onderneming vereist een, door een bekwaan management gefaciliteerde, uitvoering door vakmensen. Het noodzakelijke vakmanschap wordt, als overbodig en gedateerd, uit de (personen van) de organisatie gesneden. De bestaande en noodzakelijke structuren worden verbroken en nieuwe, in hoofdzaak, technocratische structuren worden 'gecreëerd'. De gevolgen voor de treindienst en de reiziger zijn evident en nemen reeds nu dramatische vormen aan. De reiziger ondervindt hiervan de meeste hinder en raakt geïrriteerd en gefrustreerd. Niet zelden leidt dit tot agressiviteit jegens het uitvoerend personeel.

Het rijdend personeel en ook de reizigers worden slachtoffer van agressie in de trein en op het station. Personeelsleden worden bovendien, immers herkenbaar aan hun uniform, van en naar huis lastig gevallen. Soms zelfs worden personeelsleden naar huis gevolgd en thuis lastig gevallen. Een van de gevolgen van de invoering van procesvereenvoudiging is het feit dat de persoon van het rijdend personeel nog meer herkenbaar wordt voor reizigers. Dat kan negatieve gevolgen hebben zoals stalking en bedreiging op het huisadres. De 'aangeboden' verhuisregeling voor het betreffende personeel en straatverboden voor zwartrijders, spant het paard achter de wagen en is te kwalificeren als symptoombestrijding. Bovendien getuigt dit van weinig respect voor de persoon van de werknemer. Zijn wij mensen van vlees en bloed of een verplaatsbaar en vervangbaar 'productiemiddel'?

Het inzetten van treinsurveillanten als 'tweede' man op de trein heeft tot gevolg dat de controlecapaciteit in de trein substantieel zal afnemen. Het gevolg hiervan is dat het grijs- en zwart rijden en daarmee de kans op agressie zal toenemen. In het kader van Bestemming: Klant is in januari 2000 nieuw beleid, inclusief protocol en tijdspad, overeengekomen met betrekking tot de sociale veiligheid. Tot op heden is hieraan weinig merkbare uitvoering gegeven, dit ondanks het feit dat uit onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken is gebleken dat conducteurs de meeste agressie moeten incasseren tijdens het werk. Door de invoering van procesvereenvoudiging neemt de, toch al grote, kans op agressie aanmerkelijk toe.

Door invoering van procesvereenvoudiging neemt de druk op de spoorwegveiligheid enorm toe. Door het frequent berijden van een baanvak ontstaan bij de machinist verwachtingspatronen. Naast onwenselijk, is bekend dat dit oorzaak nummer een van het rijden voorbij stoptonend sein is.

Door de reorganisatie is er sprake van een enorm materieeltekort. Treinen zijn vaak overvol en hierdoor is de noodzakelijke vluchtweg voor de machinist niet altijd beschikbaar. Het verzoek deze vrij te maken leidt niet zelden tot onverkwikkelijke discussies en zelfs agressie. Het standpunt van NSR inzake de capaciteit „zolang de deuren dicht kunnen is er capaciteit; de treinen zijn daarvoor geconstrueerd”, tekent de houding van deze directie. De feitelijke aandacht, dus niet die op papier, voor onderhoud en veiligheid van het materieel laat evenzeer te wensen over.

Door de reorganisatie is de functionele kwaliteit van de personen van de treindienstleiding en hun mogelijkheden enorm afgenomen. Het komt voor dat treindienstleiderstaken uitgevoerd worden door niet bevoegde personen.

Het voor de uitvoering van de treindienst noodzakelijke veiligheidsbesef ontbreekt niet zelden. Naast dat het management de kennis ontbeert, wordt nagelaten, middels actief monitoren en opleiding, een goed milieu te scheppen voor adequate borging van de veiligheid in het algemeen. Er zijn geen heldere en adequate communicatiekanalen voor het melden van (veiligheids)onregelmatigheden.

Ondergetekenden en diegenen die nog zullen ondertekenen, personeelsleden van NS Reizigers, de (vertegenwoordigers van de) reizigersorganisaties en de vakbonden, zijn van mening dat de geadresseerden aansprakelijk kunnen worden gesteld voor alle materiële en immateriële (vermogens)schaden, zowel direct als indirect die het gevolg zijn van het handelen in strijd met voormelde zorgplicht dan wel elke andere (rechts)plicht. De ondertekenaars stellen dat de in de wet en wettelijke regelingen opgenomen (zorg)plichten, beogen de werknemers in hun belang te beschermen en dat voormelde schade hun in dat belang treft.

 
Inhoud NS