|
Eerste Kamer moet nieuwe huurwet verwerpen
Amsterdam, 7 november 2006 - De Nederlandse
Woonbond doet namens drie miljoen huurders een klemmend
beroep op de Eerste Kamer om niet in te stemmen met de nieuwe
huurwet. Vandaag start in de Eerste Kamer de behandeling
van het wetsvoorstel 'Modernisering Huurbeleid 2007'.
Deze wet is eerder met een nipte meerderheid
van 72 tegen 63 stemmen door de Tweede Kamer aangenomen.
De wet tast de rechtsbescherming van huurders aan en leidt
tot een onaanvaardbare stijging van de huurlasten. Huurders
met een laag of bescheiden middeninkomen dreigen door forse
huurverhogingen in de knel te komen. Bovendien is de nieuwe
huurwet zo ingewikkeld dat bijna niemand het nog snapt.
Dat leidt tot grote onzekerheid bij huurders en zonder twijfel
tot een sterke toename van het aantal juridische procedures
over de hoogte van de huurprijs, de jaarlijkse huurverhoging
en de WOZ-taxatie.
Onder de nieuwe huurwet wordt de WOZ-waarde
van de woning gebruikt om een kwart van alle huurwoningen
op termijn te liberaliseren, wat inhoudt dat de verhuurder
er een markthuur voor mag vragen. Woningen met een WOZ-waarde
boven een door de minister aangegeven grenswaarde, komen
met ingang van 1 januari 2007 in een overgangsgebied terecht.
Voor deze woningen geldt dan een hogere jaarlijkse huurverhoging
en een hogere maximale huurprijs dan voor woningen die 'gereguleerd'
blijven. Als in een bepaalde regio de afgesproken nieuwbouwproductie
wordt gehaald, worden deze woningen bij leegkomst volledig
geliberaliseerd. Dat houdt in dat er geen wettelijk maximum
meer geldt voor de huurprijs en de jaarlijkse huurverhoging.
Verhuurders krijgen de komende jaren veel
meer ruimte voor extra huurverhogingen dan de afgelopen
jaren het geval is geweest. Dat geldt niet alleen voor de
woningen in het overgangsgebied, maar voor alle huurwoningen.
Daardoor krijgen huurders de komende jaren te maken met
sterk stijgende huurlasten, ook al omdat de inkomensontwikkeling
van huurders ver achterblijft bij de huurstijging. De huur
legt daardoor een steeds groter beslag op het inkomen.
Voor huurders in het overgangsgebied die
geen aanspraak maken op huurtoeslag stijgt het deel van
het netto-inkomen dat aan de huur moet worden besteed. Volgens
cijfers van VROM stijgt dat tot gemiddeld meer dan 35 procent
eind 2009. Ook de huurders in het gereguleerde gebied krijgen
te maken met steeds hogere huurlasten. Degenen onder hen
die geen beroep kunnen doen op huurtoeslag zijn binnenkort
gemiddeld bijna 30 procent van het netto-inkomen kwijt aan
de huur.
De Woonbond ziet als principieel bezwaar
dat de taxatiewaarden uit 2003, die in 2005 door gemeenten
zijn verzonden, bepalend zijn voor de rechtspositie van
huurders. De WOZ-waarde bepaalt immers welke huurprijs en
huurverhoging voor de woning kunnen worden gevraagd. Daar
hangt voor huurders dus heel veel van af. Honderdduizenden
huurders kunnen echter geen bezwaar meer maken tegen de
WOZ-waarde van 2005. Alleen als de WOZ-waarde van 2005 niet
meer dan vijf procent afwijkt van de door de minister vastgestelde
grenswaarde, krijgt de huurder nog de mogelijkheid alsnog
bezwaar aan te tekenen. Een meer praktisch bezwaar is dat
het jarenlang kan duren voor er duidelijkheid is over de
WOZ-waarde van een woning als de huurder wel bezwaar maakt.
Al die tijd weet de huurder niet welke rechten hij heeft,
ten aanzien van de huur, de huurverhoging en de huurtoeslag.
Het WOZ-waardecriterium in de nieuwe huurwet
is naar de mening van de Woonbond ook schadelijk voor de
volkshuisvesting, omdat het ruimtelijke segregatie in de
hand werkt. Woningen op een aantrekkelijke locatie en nieuwbouwwoningen
hebben over het algemeen een hogere WOZ-waarde, waardoor
ze in het overgangsgebied terechtkomen en op termijn geliberaliseerd
worden. Hetzelfde geldt voor woningen die worden gerenoveerd.
Huurders met een laag of bescheiden middeninkomen zijn dan
volledig aangewezen op nietverbeterde huurwoningen in minder
aantrekkelijke wijken en buurten. Randgemeenten met veel
nieuwbouw hebben ook veel geliberaliseerde huurwoningen.
En in de centra van de grote steden wonen in de naaste toekomst
alleen nog maar de huishoudens met een hoger inkomen.
Een ander probleem van woningen in het
overgangsgebied is, dat de huurder er in het algemeen geen
aanspraak meer kan maken op huurtoeslag. Dat kan alleen
nog maar als de betreffende huurder voor die woning in 2006
feitelijk huurtoeslag heeft ontvangen. Zo niet, dan kan
de huurder bij inkomensdaling door pensionering, werkeloosheid
of verlies van een partner geen beroep meer doen op huurtoeslag.
Verliest een huurder in het overgangsgebied bijvoorbeeld
zijn recht op huurtoeslag, omdat het inkomen vanwege een
tijdelijke baan te hoog wordt, dan kan hij die huurtoeslag
niet meer opnieuw aanvragen als de tijdelijke baan ophoudt.
Dit creëert een enorme armoedeval, want zo'n huurder
bedenkt zich natuurlijk drie keer voor hij een tijdelijke
baan accepteert.
Veel huurders worden straks dus gedwongen
te verhuizen naar een goedkopere (betaalbare) woning. Een
eerste probleem daarbij is dat die er niet zijn (en ook
niet worden gebouwd). Een tweede probleem is dat verhuizen
veel geld kost en dat heeft men nu juist niet. De Woonbond
zal huurders alleen al daarom adviseren zo snel mogelijk
huurtoeslag aan te vragen over het jaar 2006, om in elk
geval het recht op huurtoeslag voor de toekomst veilig te
stellen. Deze aanvragen kunnen worden ingediend tot 1 april
2007. Voor huurders die huurtoeslag ontvangen geldt altijd
een maximale huurprijs en voor hen is de jaarlijkse huurverhoging
lager dan die voor de andere huurders in het overgangsgebied.
Bron: Woonbond
|