|
Steun voor Kyoto-aanpak verslapt
LONDEN, 6 november 2005 - Komen er na
de eerste fase van het Protocol van Kyoto nog strengere
internationale beperkingen op de uitstoot van broeikasgassen?
De meeste wetenschappers dringen er op aan, maar grote landen
en het bedrijfsleven tonen steeds minder animo.
De Amerikaanse president George W. Bush
leek tot voor kort toenemend geïsoleerd in zijn verzet
tegen de verplichtingen die het Protocol van Kyoto aan de
industrielanden oplegt. Heel Europa, Japan en Rusland hebben
het verdrag geratificeerd, en zelfs in de VS dwingen sommige
deelstaten bedrijven hun uitstoot van broeikasgassen te
reduceren.
Maar de weerstand tegen de Kyoto-aanpak
groeit. Dat bleek onder meer uit een klimaatvergadering
van milieuministers en andere vertegenwoordigers van 20
belangrijke industrie- en ontwikkelingslanden in Londen
vorige week. De resultaten van de vergadering, die vooral
over de nieuwste technische mogelijkheden handelde om op
een milieuvriendelijke manier energie te produceren en bedrijven
te doen draaien, werden niet publiek gemaakt. "Wat
we opvangen is dat we ons weer verder weg bewegen van engagementen
om harde doelstellingen te halen", zegt Camilla Toulmin,
de directeur van het Internationaal Instituut voor Milieu
en Ontwikkeling.
De vergadering was een initiatief van
de Britse regering, die de klimaatproblematiek hoog op haar
prioriteitenlijstje heeft staan. Maar ook voor premier Tony
Blair lijkt Kyoto niet meer heilig. "Blair lijkt de
indruk te hebben dat doelstellingen en bindende engagementen
mensen afschrikken. Daarom legt hij de nadruk nu veel meer
op technologische oplossingen", oordeelt Toulmin.
Na de vergadering verklaarde Blair zelf
dat de industrie "erg nerveus en erg bezorgd"
is over de toenemende verplichtingen in verband met de klimaatproblematiek.
Die zouden de economische groei kunnen lamleggen. "Ik
denk dat we na 2012 betere en meer gevoelige instrumenten
moeten vinden om dit probleem aan te pakken, zei Blair.
In 2012 loopt de eerste fase van het Protocol van Kyoto
af. Volgens dat verdrag moeten de geïndustrialiseerde
landen hun uitstoot van broeikasgassen tegen dan met gemiddeld
5,2 procent verminderen in vergelijking met 1990.
Over de periode na 2012 zijn nog geen
afspraken gemaakt. De meeste industrielanden vinden dat
grote ontwikkelingslanden als India en China dan ook hun
uitstoot van broeikasgassen moeten beginnen in te perken.
Maar die landen zijn in elk geval tegen harde reductiedoelstellingen
en bindende verplichtingen. Ze vrezen dat de kost van de
maatregelen die daarvoor nodig zijn, hun competitiviteit
op de internationale markt zal aantasten.
"Omgekeerd maken de industrielanden
zich zorgen over de concurrentie van China en India",
stelt Toulmin vast. "Een gevolg daarvan is dat Europa
en Noord-Amerika geneigd lijken milieubepalingen en andere
regels af te zwakken uit vrees dat die hun concurrentiekracht
verslappen." Maar volgens Toulmin is dat een ongegronde
vrees. Volgens haar willen bedrijven in de eerste plaats
duidelijkheid over de regels waaraan ze zich de komende
jaren kunnen verwachten, zodat ze op middellange termijn
kunnen plannen.
De bijeenkomst in Londen hielp de bakens
uit te zetten voor de VN-conferentie over klimaatverandering
die van 28 december tot 9 december in Montreal plaatsvindt.
Op die vergadering kan al duidelijk worden of er een kans
bestaat om China, India en andere grote ontwikkelingslanden
mee in het bad te trekken voor verdere uitstootbeperkingen
na 2012, of dat de industrielanden eerder zullen proberen
zelf geen nieuwe verplichtingen aan te gaan.
Volgens Toulmin zou dat tweede scenario
op termijn heel onverstandig zijn. "Klimaatverandering
is één van die mondiale problemen waarvoor
we samen onze verantwoordelijkheid moeten opnemen."
Volgens haar kunnen de industrielanden India en China best
vragen ook minder broeikasgassen uit te stoten, als ze die
landen daar technisch bij helpen. "Er zijn uiteenlopende
financiële maatregelen nodig om technologieën
te ontwikkelen die groei mogelijk blijven maken in een economie
die veel minder afhankelijk wordt van fossiele brandstoffen."
(IPS)
|