Smash Fascism! DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
Fax/Voice mail/XOIP-nummer: 084 8333788
Het is vandaag
VCP.nu

HOME

Steun voor Kyoto-aanpak verslapt

LONDEN, 6 november 2005 - Komen er na de eerste fase van het Protocol van Kyoto nog strengere internationale beperkingen op de uitstoot van broeikasgassen? De meeste wetenschappers dringen er op aan, maar grote landen en het bedrijfsleven tonen steeds minder animo.

De Amerikaanse president George W. Bush leek tot voor kort toenemend geïsoleerd in zijn verzet tegen de verplichtingen die het Protocol van Kyoto aan de industrielanden oplegt. Heel Europa, Japan en Rusland hebben het verdrag geratificeerd, en zelfs in de VS dwingen sommige deelstaten bedrijven hun uitstoot van broeikasgassen te reduceren.

Maar de weerstand tegen de Kyoto-aanpak groeit. Dat bleek onder meer uit een klimaatvergadering van milieuministers en andere vertegenwoordigers van 20 belangrijke industrie- en ontwikkelingslanden in Londen vorige week. De resultaten van de vergadering, die vooral over de nieuwste technische mogelijkheden handelde om op een milieuvriendelijke manier energie te produceren en bedrijven te doen draaien, werden niet publiek gemaakt. "Wat we opvangen is dat we ons weer verder weg bewegen van engagementen om harde doelstellingen te halen", zegt Camilla Toulmin, de directeur van het Internationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling.

De vergadering was een initiatief van de Britse regering, die de klimaatproblematiek hoog op haar prioriteitenlijstje heeft staan. Maar ook voor premier Tony Blair lijkt Kyoto niet meer heilig. "Blair lijkt de indruk te hebben dat doelstellingen en bindende engagementen mensen afschrikken. Daarom legt hij de nadruk nu veel meer op technologische oplossingen", oordeelt Toulmin.

Na de vergadering verklaarde Blair zelf dat de industrie "erg nerveus en erg bezorgd" is over de toenemende verplichtingen in verband met de klimaatproblematiek. Die zouden de economische groei kunnen lamleggen. "Ik denk dat we na 2012 betere en meer gevoelige instrumenten moeten vinden om dit probleem aan te pakken”, zei Blair. In 2012 loopt de eerste fase van het Protocol van Kyoto af. Volgens dat verdrag moeten de geïndustrialiseerde landen hun uitstoot van broeikasgassen tegen dan met gemiddeld 5,2 procent verminderen in vergelijking met 1990.

Over de periode na 2012 zijn nog geen afspraken gemaakt. De meeste industrielanden vinden dat grote ontwikkelingslanden als India en China dan ook hun uitstoot van broeikasgassen moeten beginnen in te perken. Maar die landen zijn in elk geval tegen harde reductiedoelstellingen en bindende verplichtingen. Ze vrezen dat de kost van de maatregelen die daarvoor nodig zijn, hun competitiviteit op de internationale markt zal aantasten.

"Omgekeerd maken de industrielanden zich zorgen over de concurrentie van China en India", stelt Toulmin vast. "Een gevolg daarvan is dat Europa en Noord-Amerika geneigd lijken milieubepalingen en andere regels af te zwakken uit vrees dat die hun concurrentiekracht verslappen." Maar volgens Toulmin is dat een ongegronde vrees. Volgens haar willen bedrijven in de eerste plaats duidelijkheid over de regels waaraan ze zich de komende jaren kunnen verwachten, zodat ze op middellange termijn kunnen plannen.

De bijeenkomst in Londen hielp de bakens uit te zetten voor de VN-conferentie over klimaatverandering die van 28 december tot 9 december in Montreal plaatsvindt. Op die vergadering kan al duidelijk worden of er een kans bestaat om China, India en andere grote ontwikkelingslanden mee in het bad te trekken voor verdere uitstootbeperkingen na 2012, of dat de industrielanden eerder zullen proberen zelf geen nieuwe verplichtingen aan te gaan.

Volgens Toulmin zou dat tweede scenario op termijn heel onverstandig zijn. "Klimaatverandering is één van die mondiale problemen waarvoor we samen onze verantwoordelijkheid moeten opnemen." Volgens haar kunnen de industrielanden India en China best vragen ook minder broeikasgassen uit te stoten, als ze die landen daar technisch bij helpen. "Er zijn uiteenlopende financiële maatregelen nodig om technologieën te ontwikkelen die groei mogelijk blijven maken in een economie die veel minder afhankelijk wordt van fossiele brandstoffen." (IPS)


ARCHIEF