|
Kapitalisme en catastrofe
door Marie-Jeanne Vanmol*
December 2005 - De gevolgen van de doortocht
van de orkaan Katrina in New Orleans hebben op een schrijnende
wijze de verwoestende gevolgen duidelijk gemaakt waarmee
de grote Amerikaanse steden hun zwarte en Spaanssprekende
gemeenschappen en hun infrastructuur aan hun lot overlaten.
Elk aspect van de catastrofe werd gestigmatiseerd door racisme
en armoede, door de ongelijkheid in klasse en ras. De ongelofelijke
incompetentie van het Federal Emergency
Management Agency (FEMA) bewijst dan weer de absurditeit
om een publieke verantwoordelijkheidspost van zo een vitale
federale instelling over te laten aan vriendjespolitiek.
Media en het probleem ras en armoede
In het begin negeerden de media het feit
dat het grootste aantal slachtoffers zwarten waren. De berichtgeving
van de eerste dagen focuste zich op plundering door zwarte
mensen die uit wanhoop en in paniek voedsel zochten voor
hun familie. De media brandmerkte hen als criminelen en
schoften. Ras was het onuitgesproken thema in dat soort
berichtgeving Het plaatje was volledig toen de gouverneur
Kathleen Blanco zei dat de soldaten zouden schieten om te
doden om de orde te herstellen. De focus van de berichtgeving
veranderde slechts na enkele dagen wanneer de lijken in
de straten dreven. Na vijf dagen was de bevolking uitgehongerd
en stierven babys en oudere mensen. Aangehouden aandacht
voor de uitgebreidheid van de tragedie, over de vraag wie
de verantwoordelijkheid had over de mensen opgesloten in
de Super Dome, over de gedwongen
migratie van mensen naar een overbevolkte plaats, dat soort
verhalen kwamen niet aan bod in de pers.
Volgens Pamela Newkirk, van de Cornell
Universiteit in New York gaf de reporter van NBC op een
bepaald ogenblik toe dat hij nog nooit zoveel armoede en
chaos had gezien. "De reporter sprak vanuit zijn hart,
over racisme en armoede; hij toonde een stuk Amerika waarvoor
de meeste Amerikanen de ogen sluiten. Dat hadden ze zich
niet kunnen voorstellen. De reportage was afschrikwekkend
en een uniek moment in de Amerikaanse berichtgeving."
Dat de zwarte bevolking in New Orleans geen uitgebreide
familiebanden buiten de stad of geen geld had om ergens
anders naar toe te gaan of dat de meeste zwarte families
in New Orleans sinds generaties arm zijn, dat soort perspectief
ontbrak volledig in de media. Amerika houdt er niet van
geconfronteerd te worden met rassenproblemen of hoe zwarten
de waarde van de huizen verminderen, hoewel ze alles doen
om ze netjes te houden. Als het woord racisme al viel dan
werden de zwarte wijken gestigmatiseerd als plaatsen van
criminaliteit, gettos gereed voor de afbraak. Het
feit dat de vele zwarte woonwijken ook de thuishaven was
van een diep gewortelde werkende, midden- en professionele
klasse ging totaal in de mist op.
Federale besnoeiingen
De Bush-adminstratie heeft systematisch
de dwingende noden van de staat Louisiana naast zich neergelegd.
Een belangrijk heropbouwplan van de kustmoerassen (Coast
2050) die de vrucht was van jarenlang onderzoek en onderhandelingen
werd op de lange baan geschoven en de administratie sneed
meerdere keren in de budgetten voor het onderhoud en de
bouw van de dijken. De infrastructuurwerken om het water
van het meer Pontchartrain binnen haar oevers te houden,
werden niet afgewerkt. De besnoeiing van de huidige administratie
in de budgetten voor de militaire genie tonen de prioriteiten:
belastingsvermindering voor de rijken, financiering voor
de oorlog in Irak, en ironische gezien, meer geld voor de
"binnenlandse veiligheid". Zonder de onderliggende
politieke bedoelingen mee te tellen: New Orleans is een
stad met overwegend zwarte burgers die tijdens de verkiezingen
de balans meestal ten gunste van de democraten laten doorslaan.
Waarom zou de huidige administratie aan haar tegenstrever
2,5 miljard dollar schenken nodig voor de constructie van
een beschermingssysteem tegen een orkaan categorie 5 in
New Orleans? Toen de chef van de genie, een vroeger republikeins
congreslid, in 2002 protesteerde tegen de besnoeiingen in
de budgetten dwong president Bush hem tot ontslag. Washington
besteedde wel ontzaglijke sommen in Louisiana voor infrastructuurwerken
die ten goede kwamen aan de haven en de maritieme bedrijven.
FEMA
Daarbij kwamen dan de besnoeiingen van
de FEMA. Ten tijde van Clinton, onder het directeurschap
van James Lee Lewit (die toen de rang had van minister),
was het FEMA een pareltje van de administratie. Bij de overstroming
van de Mississippi in 1993 en de aardbeving in Los Angeles
in 1994 werd de efficiëntie van deze overheidsinstelling
unaniem bejubeld. Bij het aantreden van de Bush-administratie
in 2001 snoeide de toenmalige directeur M. Allbaugh in menig
preventief programma tegen de overstromingen. Hij verliet
zijn post in 2003 en hij werd de rijkelijk betaalde adviseur
in dienst van firmas die in Irak op zoek waren naar
contracten. Hij duikt nu op in Louisiana waar hij zijn talenten
verkoopt aan Shaw Group en Kellog, Brown
& Root die hun deel van de winst willen opstrijken
in de contracten voor de opruiming en heropbouw. Bush benoemde
als opvolger Michael Brown, een expert in de verkoop van
sperma van volbloed Arabische paarden maar volledig onkundig
op het gebied van federale rampenbestrijding. Onder zijn
beleid en sinds het FEMA werd ondergebracht in het departement
voor binnenlandse veiligheid (DHS) werden ganse onderdelen
van het FEMA ontmanteld en stil gelegd voor de strijd tegen
het terrorisme en Al Qaida. Al de expertise van het Federaal
Agentschap ging grotendeels verloren.
Lokale onkunde
Gedurende de laatste 100 jaar werden ongeveer
1,2 miljoen acres (485 640 ha) vochtige grond voor een groot
deel opgeofferd voor zowel olie-, gasontginning en houtkap
en voor industriële, commerciële, agrarische en
residentiële ontwikkeling. Die ontwikkeling bracht
veranderingen in het landschap teweeg zoals de aanleg van
dijken, kanalen en de infrastructuur voor drainagewerken.
Die vochtige gronden waren een belangrijke beschermingsgordel
die als een spons de dreiging van stormvloeden opzoog. De
open wateroppervlaktes die nu in de plaats zijn gekomen
hebben de orkaan aangewakkerd. De nieuwe aangelegde compacte
gronden, het beton en de bestrating kunnen de storm of de
aanhoudende regens niet opzuigen en al het water stroomt
terug naar de Golf. Economische groei heeft zich vertaald
in meer water, meer gevaar en een grotere catastrofe.
De doodstrijd van New Orleans is grotendeels
te wijten aan de onkunde van de federale regering maar de
gouverneur en de burgemeester gaan ook niet vrijuit. In
laatste instantie was de burgemeester (een democraat), Ray
Nagin, een Afro-Amerikaan die een telecommunicatiebedrijf
leidt en verkozen werd met 87% van de stemmen van de blanke
kiezers (die 3% van het kiezerspotentieel uitmaken) verantwoordelijk
voor de veiligheid van zijn burgers waarvan een vierde te
arm of gehandicapt is om een voertuig te bezitten. Zijn
ongelooflijke onkunde om voldoende middelen bijeen te garen
voor de evacuatie van de niet gemotoriseerde burgers en
de patiënten van de hospitalen bewijst meer dan persoonlijke
incompetentie: het toont het egoïsme van de elite van
de stad, zwart of blank, die ongevoelig is voor het lot
van hun arme medeburgers in de arme vervallen wijken en
marginale regios.
Een gedeelte van de zwarte inwoners kunnen
de incompetentie van hun burgemeester in het licht zien
van de diepe raciale kloof die New Orleans karakteriseert.
Iedereen weet dat de lokale economische elite en hun acolieten
van het stadhuis ervan dromen om de armste zwarten uit te
drijven omdat aan de gemeenschap een hoog percentage van
delinquentie wordt toegeschreven. Hier en daar werden al,
voor de doortocht van de orkaan Katrina, populaire wijken
met de grond gelijk gemaakt en vervangen door luxueuze appartementen
en grootwarenhuizen. Er geldt ook de "nultolerantie":
de inwoners kunnen uit hun woning en uit de wijk gedreven
worden wanneer de kinderen de avondklok niet respecteren.
Het objectief schijnt een groot attractiepark te zijn om
de armen uit het zicht van de toeristen te houden door ze
naar caravans en gevangenissen aan de rand van de stad te
verdrijven.
Een blank New Orleans?
New Orleans toont al de eerste symptomen
van etnische zuivering. Zelfs toen de burgemeester opriep
voor een tweede evacuatie keerden vooral blanken terug naar
de drooggebleven wijken. Terwijl zij die geen huizen meer
hadden om naar terug te keren vooral zwarten waren. Dit
is geen samenzwering: het is pure demografie: een weerspiegeling
van het feit dat de rijkdom in New Orleans op de hoger gelegen
delen van de stad gevestigd is. In sommige drooggebleven
wijken zoals Algiers woonden voor de storm grote groepen
zwarten met een laag inkomen maar in al de budgetten voorzien
voor de heropbouw is geen geld voorzien voor de terugkeer
van de vluchtelingen vanuit de verafgelegen onderkomens
waar ze terechtkwamen. Zelfs wanneer de terugkeer mogelijk
wordt zullen er velen zijn die zich dat financieel niet
zullen kunnen veroorloven.
Katrina is dus een onverhoopte kans voor
de aanhanger van een blanker New Orleans. Een republikein
uit New Orleans verkondigde: "Eindelijk zijn de arme
woonwijken van New Orleans geleegd. Wat wij niet konden
doen heeft God voor ons gedaan." Hetzelfde voor de
burgemeester Nagin: "Voor de eerste keer is onze stad
gereinigd van drugs en geweld en we willen het zo behouden."
New Orleans dreigt een etnische zuivering te ondergaan wanneer
de federale regering en de lokale autoriteiten niet snel
werk maken van goedkope woningen voor de tienduizenden arme
inwoners die nu nog ondergebracht zijn in voorlopige schuilplaatsen.
Men spreekt al van de ombouw van enkele zeer arme wijken
die onder de zeespiegel liggen tot een opvangkuip om de
rijke wijken te beschermen. Wat de vorige inwoners van de
armste wijken belet ooit nog te kunnen terugkeren, was het
adequate commentaar van Wall Street
Journal.
De contracten voor de heropbouw
Congresleden van beide partijen onderzochten
begin oktober elk aspect van het antwoord van de Bush-administratie
op de orkaan Katrina. Ze richtten hun ongenoegen op verdachte
contracten ter waarde van honderden miljoenen dollars die
zonder openbare aanbesteding aan de vrienden van Bush werden
uitgedeeld. De New York Times
rapporteerde dat 80% van de tot nog toe door FEMA uitgegeven
contracten ter waarde van 5,1 miljard dollar zonder opbod
werden uitbesteed. De heropbouw van New Orleans staat vanaf
het begin in het teken van een ideologische obsessie: het
bouwen van een radicaal geprivatiseerde eigendomsmaatschappij.
Het is een obsessie dat vanaf het begin zijn greep had op
de rampenzone door hulp voor slachtoffers uitgedeeld door
het Rode Kruis, Wal-Mart,
en heropbouwcontracten voor Bechtel,
Fluor, Halliburton
en Shaw, dezelfde bende die erin
slaagde zich miljarden dollars te laten uitbetalen terwijl
het faalde in de heropbouw van de essentiële basisvoorzieningen
in Irak. Reconstructie, of het nu in Bagdad of in New Orleans
is: een blauwdruk voor een massieve ononderbroken transfer
van rijkdom van publieke naar privé-ondernemingen.
De visie werd op papier gezet door leden
van een republikeins studiecentrum, een groep van meer dan
100 conservatieve regeringsvertegenwoordigers. De groep
stelde een lijst op van "32 pro-free-Market
ideas for responding to Hurrican Katrine and High Gasprices".
waaronder de opheffing van de Davis Bacon wetgeving, de
rampen regio omvormen tot een vrije handelszone waar voorkeurstarieven
gelden voor de grote bedrijven en de ganse regio uitroepen
tot een economische competitieve zone.
Het lijkt erop dat de heropbouw van New
Orleans de slachtoffers van de storm voor een tweede maal
zal slachtofferen. De 10,5 miljard dollar van het congres
en de 500 miljoen dollar ingezameld door de privé
liefdadigheidsinstellingen zijn eigendom van de slachtoffers.
De instellingen zoals FEMA, het Rode Kruis en de andere
organisaties die dat geld ophalen zouden aan hen verantwoording
moeten afleggen. Een coalitie van Lage Inkomens in New Orleans
zegt dat ze niet bij de pakken zal blijven zitten omdat
de catastrofe als voorwendsel wordt gebruikt om hun huizen
te vervangen door nieuw gebouwde herenhuizen voor de midden-
en de hogere klassen. Op korte termijn heeft de stad voorzieningen
nodig die alleen de regering kan bieden: gas en elektriciteitsleiding
moeten hersteld, het drinkwater moet gezuiverd en de politie-eenheden
weer opgebouwd. Scholen en ziekenhuizen moeten weer functioneren.
Het grootste probleem is dat niemand de heropbouw schijnt
te leiden. In oktober stelde de burgemeester een 17 leden
tellende (biraciale commissie) aan maar die heeft geen enkele
macht.
Duurzame heropbouw met democratische inspraak
De reconstructie zou anders kunnen verlopen:
De opbouw van scholen en hospitalen zouden kunnen heropgebouwd
worden door en voor de bevolkingsgroep die het meest heeft
geleden. De heropbouw zou duizenden banen kunnen creëren
en aan talrijke mensen een opleiding bieden. The
Douglass Community zou de opbouw kunnen leiden. Deze
groep was voor de storm een samenkomst van ouders, leraars,
studenten en kunstenaars die de stad probeerden uit de armoede
te halen door de Frederick Douglass
Senior High School om te vormen in een model voor
een gemeenschapsschool. Ze deden al het moeilijke werk om
tot een consensus te komen over onderwijshervorming. Nu
dat er geld komt zouden zij niet in staat zijn om alle vervallen
scholen in hun buurt weer herop te bouwen vraagt Naomi Klein.
Om dit heropbouwproces mogelijk te maken
(en om te beletten dat nog meer contracten naar Halliburton
zouden gaan) moeten de geëvacueerden een centrale beslissingrol
toegedeeld krijgen. Maar de Afro-Amerikaanse bevolkingsgroep
kon op geen enkele ondersteuning van de regering rekenen.
Vele van de civiele organisaties zijn hun hebben en houden
kwijt. Ze hebben onze ondersteuning nodig. Een massieve
toevloed van cash geld en vrijwilligers zijn nodig om de
terugkeer van de geëvacueerden te bespoedigen die nu
verspreid zijn door 41 staten en om ze op te leiden tot
een politieke invloedrijke factor. De meest dringende vraag
is waar de geëvacueerden kunnen leven. Het gevaar is
groot dat ze een beetje liefdadigheid zullen ontvangen en
verder noordwaarts zullen trekken. Mohammed Curtis van de
Community Labor United eist het
recht op terugkeer. Als de geëvacueerden een perspectief
zouden hebben van huizen en scholen zouden ze zeker terugkeren
en ervoor vechten.
Terugkeer
Die terugkeer zou reeds kunnen beginnen.
Vele wijken in New Orleans stonden reeds leeg voor de komst
van Katrina. Volgens de census van 2000 stonden in het Lower
District 17,4% (702 huizen) leeg. Aangezien deze
wijk amper onder water kwam zouden de geëvacueerden
kunnen terugkomen in deze nog steeds leegstaande huizen.
In de French Quarter stonden
37% van de huizen leeg maar de eigenaars verkiezen hun woningen
vrijstaand te laten dan de huur te verlagen. Nog in andere
wijken die slechts weinig schade opliepen zijn er ten minste
11.600 lege appartementen en huizen. Als Jefferson
Parish er bij geteld wordt rijst het aantal tot 23.270.
Met drie mensen in elke eenheid zouden ongeveer 70.000 geëvacueerden
(op de 200.000) kunnen terugkeren. Leegstaande huizen kunnen
omgevormd worden tot betaalbare woningen. Volgens de democratische
vertegenwoordigster uit Houston kunnen de steden met een
administratieve aanpassing de huur voor de teruggekeerden
betalen totdat ze werk hebben gevonden. Naast het verschaffen
van onderkomen zou de maatregel de deelname van de zwarten
aan de beslissingen voor de heropbouw bevorderen. Zwarten
hebben volledig het recht om deel te nemen aan de beslissingen
voor de heropbouw. Maar dat zal een zware strijd worden.
*Dit artikel verscheen eerder in Vrede, Tijdschrift
voor Internationale Politiek (nr. 376).
|