|
Vriendschapsband tussen Japan en VS
veroorzaakt onrust in Azië
TOKIO, 28 november 2005 - De warme relatie
tussen Japan en de Verenigde Staten, die vorige week tijdens
het bezoek van Amerikaanse president George W. Bush aan
Azië een nieuwe impuls kreeg, wordt met argusogen gadegeslagen
door andere landen in de regio.
Tijdens de ontmoeting tussen de Japanse
premier Junichiro Koizumi en Bush werd de basis verbreed
voor een sterke Amerikaans-Japanse aanwezigheid in Azië,
zegt politiek analist Harumi Arima. "Maar daarmee zal
de gespannen verhouding tussen Japan en de Aziatische buurlanden
niet verbeteren."
Bush gebruikte zijn bezoek aan Azië
om zijn door de Irak-oorlog gehavende imago op te krikken.
Hij deed dat onder meer door aandacht te vragen voor mensenrechten
en zijn anti-terrorismecampagne. De Amerikaanse president
ging in Tokio zo ver om te zeggen dat Taiwan en Japan toonbeelden
zijn van democratie in Oost-Azië, zonder zich kennelijk
ten volle te realiseren wat het effect van die opmerkingen
kon zijn op Peking, een van zijn volgende bestemmingen.
China beschouwt Taiwan als een opstandige provincie.
Bush reisde na Tokio door naar Zuid-Korea,
voor een bezoek aan de top van de Asia-Pacific Economic
Cooperation (APEC). Daar klonken opnieuw lovende woorden
over "het vrije Japan", dat volgens de president
"geholpen heeft om de levens van anderen in de regio
te veranderen." Hij doelde daarmee op de Japanse ontwikkelingshulp
die bijdroeg aan het op gang brengen van verschillende Aziatische
economieën.
Zowel Japan als de VS ervaren de groeiende
macht van India en China als een bedreiging. Door de onderlinge
banden aan te halen kunnen de VS en Japan hun invloed in
de regio versterken. "Koizumi rekent erop dat goede
relatie met de VS bijdraagt aan het herstel van de beschadigde
relatie met de Aziatische buurlanden, maar ik denk niet
dat die strategie werkt", zegt Masao Okonogi, Noord-Korea-deskundige
aan de Keio Universiteit.
De vroegere bezetting van Zuid-Korea en
China door Japan hindert de betrekkingen met die landen
nog steeds. Door recente bezoeken van Koizumi aan de omstreden
Yasukuni-tempel, liepen de spanningen nog hoger op. In de
tempel worden de Japanse oorlogsdoden, waaronder ook oorlogsmisdadigers,
geëerd.
De Chinese ambassadeur in Japan, Wang
Yi, vergeleek het laatste bezoek van Koizumi aan de Yasukuni-tempel
in de Japanse media met "het wrijven van zout in een
open wonde." Een topontmoeting tussen Japan en China
is volgens hem zeer wenselijk, maar daarvoor moeten eerst
de "politieke obstakels" opgeruimd worden.
"In Azië heerst veel onrust
over de relatie tussen de VS en Japan", zegt Okonogi.
"De Japanse betrekkingen met Noord-Korea zitten op
dood spoor, aangezien de versterkte alliantie tussen Japan
en de VS ook betrekking heeft op de militaire banden. Koizumi
heeft ingestemd met uitbreiding van de Amerikaanse bases
in zijn land."
Het zeslandenoverleg over het nucleaire
programma van Noord-Korea verloopt moeizaam, omdat Noord-Korea
weigert mee te werken zolang de VS hun "vijandige houding"
ten opzichte van Pyongyang niet opgeven. Die houding dreigt
volgens Okonogi atoominspecties in Noord-Korea te blokkeren.
"Ik geloof dat de groeiende spanningen in Oost-Azië
alleen getemperd kunnen worden als Japan rechtstreeks in
gesprek gaat met China, in plaats van te leunen op een alliantie
met de VS", zegt Okonogi.
Een direct gevolg van de politiek
van Koizumi is de onenigheid over een Chinees-Japanse verklaring
voor de Oost-Azië-top die half december in Maleisië
wordt gehouden. Leiders van pro-Amerikaanse landen als Australië,
India en Nieuw-Zeeland zijn ook betrokken bij de voorbereidingen
voor die top. Zij zijn het niet eens met China, dat vindt
dat de nieuwe Oost-Aziatische gemeenschap alleen uit de
ASEAN-landen plus Japan, China en Zuid-Korea moet bestaan.
ASEAN (de Associatie van Zuidoost-Aziatische landen) heeft
tien lidstaten, namelijk Thailand, Cambodja, Laos, Vietnam,
Birma, Maleisië, Indonesië, Singapore, de Filippijnen
en Brunei. Dat Japan groot belang hecht aan de relatie met
de VS, blijkt ook uit de betrokkenheid van het land bij
de situatie in Irak. Japan bood Irak op 24 november aan
om 6,1 miljard dollar schulden kwijt te schelden. De kwijtschelding
maakt waarschijnlijk de weg vrij voor Japan, Iraks grootste
schuldeiser, om nieuwe leningen te verstrekken. En als Koizumi
de aanwezigheid van de 600 militairen van de Japanse Zelfverdedigingstroepen
na de deadline van 30 december 2005 verlengt, dan is Japan
daarmee een van de weinige landen die de Amerikaanse troepen
in Irak nog steeds steunt. (IPS)
|