Verborgen genocide:
Inheemse volkeren sterven versneld uit
BUENOS AIRES, 3 oktober 2006 - In de vijftiende eeuw waren
ze met 100.000 en regeerden ze over uitgestrekte gebieden
van wat nu Argentinië, Bolivia, Brazilië, Paraguay
en Uruguay is. Nu blijven er drie- tot vierduizend mensen
over. De afgelopen twee maanden stierven 21 kinderen. Nog
eens 13 liggen in het ziekenhuis. Ver van enige media-aandacht
lijkt deze crisis het einde in te luiden van de Argentijnse
Mbya Guaraní. Extra geld noch medicijnen en voedsel
van de regering halen iets uit.
"Er zijn altijd overlijdens geweest,
maar deze shockeren ons omdat ze zich op verschillende plaatsen
tegelijk voordoen: zowel in gemarginaliseerde stedelijke
gebieden als in het regenwoud", zegt het hoofd van
het Directoraat van Guaraní-zaken, Claudia Martínez.
De 21 kinderen stierven aan ademhalingsziekten en ondervoeding.
"Mogelijk zijn er zelfs meer kinderen gestorven. Deze
21 zijn de geregistreerde overlijdens", zegt Martínez.
Het Argentijnse parlement heeft het ministerie
van Gezondheid naar de oorzaak gevraagd van de sterfgevallen
in bijna elk dorp en de algemene gezondheidsachteruitgang.
Volwassen Guaraní zijn in ziekenhuizen opgenomen
met tekenen van tuberculose.
Nationale en provinciale regeringsfunctionarissen
vrezen dat de inheemse groep uit de noordoostelijke provincie
Misiones, zo'n 1.300 kilometer van Buenos Aires, volledig
aan het uitsterven is. Slechts 450.000 Argentijnen behoren
tot een inheemse bevolkingsgroep of stammen er in eerste
generatie van af, zo blijkt uit voorlopige gegevens van
een nieuw bevolkingsonderzoek. Dat is schokkend minder dan
de ruim een miljoen waarvan iedereen tot nog toe uitging.
Het ministerie voor Gezondheid heeft een
speciaal programma voor de gezondheid van de 25 inheemse
volkeren van Argentinië, en de fondsen voor Misiones
werden begin dit jaar verdubbeld. De dienst van Claudia
Martínez verdeelt stukken land, werktuigen, voedsel.
De inheemsen krijgen opleiding in landbouwtechniek, veeteelt
en artisanaat. Maar het lijkt allemaal niks uit te halen.
De levensverwachting van de Guaraní is gezakt tot
40 jaar en de kindersterfte ligt hoog.
Het is moeilijk gebleken inheemse mensen
die uit hun woongebieden werden verdreven naar de moderne
maatschappij te "assimileren", zegt Martínez.
"Het is alsof ze onze ergste zonden hebben overgenomen.
Ze raakten eraan gewoon te overleven van toelagen, en werden
alcoholist of bedelaar. Ze willen niet aan landbouw doen.
Sommigen emigreren naar Brazilië of Paraguay, maar
velen sterven."
De inheemsen zelf leggen de schuld van
de lage levensverwachting en het verlies aan levenslust
bij de ontbossing die hun oorspronkelijk land vernielt.
Houtbedrijven en papierfabrieken zijn erg actief in Misiones,
en ook tabak- en mate-plantages breiden uit ten koste van
het regenwoud.
"Als we ons woud verliezen, verliezen
we ook onze natuurlijke medicijnen. We moeten een beroep
doen op het ziekenhuis, dat niet altijd in de buurt ligt",
zegt Alejandro Méndez, het hoofd van de Mbya-geneenschap
in Yraká Mirí.
Méndez legt uit dat in hun wereld,
spirituele gidsen een diagnose stellen en medicijnen voorschrijven.
"We hebben altijd ziekten gehad, maar nu zijn er aandoeningen
die nieuw voor ons zijn, en de hulp van de buitenwereld
maakt de dingen soms erger. Dit jaar stuurden ze ons melk
die over datum was."
Raúl Montenegro, een bioloog
die in juni in het medische vakblad The Lancet samen met
een andere expert een rapport publiceerde over de gezondheid
van inheemse volkeren in Latijns-Amerika, deelt de visie
van Méndez. Hij spreekt van een "verborgen genocide".
Montenegro is directeur van de niet-gouvernementele Stichting
voor de Bescherming van het Milieu (FUNAM) en kreeg in 2004
de Right Livelihood Award van het Zweedse parlement, ook
bekend als de alternatieve Nobelprijs. (IPS,
Marcela Valente)
|