|
Groene stroom breekt door in ontwikkelingslanden
BRUSSEL, 8 november 2005 - Samen met
de meeste industrielanden investeren China, Brazilië
en andere ontwikkelingslanden recordbedragen in zonne-energie,
windkracht en biobrandstoffen. 44 procent van de groene
stroom wordt in ontwikkelingslanden opgewekt. Vooral China
werpt zich op als een toekomstige reus op vlak van hernieuwbare
energie.
Hernieuwbare energie laat al jaren indrukwekkende
groeicijfers optekenen. Wereldwijd werd er vorig jaar 30
miljard dollar in hernieuwbare energie gepompt, een record.
Windturbines, zonnepanelen, kleine waterkrachtcentrales
en installaties om biomassa en aardwarmte om te zetten in
elektriciteit zijn nu goed voor 4 procent van het wereldwijde
vermogen stroom op te wekken. Dat becijferen de auteurs
van een rapport dat werd voorgesteld bij de start van een
internationale conferentie over hernieuwbare energie in
Peking.
Kassa
"Hernieuwbare energie is big business
geworden", zegt Eric Martinot, de hoofdauteur van 'Renewables
2005: Global Status Report'. Grote bedrijven
als Shell, BP, General Electric en Siemens verdienen al
veel geld met technieken die 10 jaar geleden nog als een
hobby van groene wereldverbeteraars werden beschouwd.
De groei blijft niet beperkt tot de rijke
landen. Minstens veertien ontwikkelingslanden voeren een
beleid om het gebruik van hernieuwbare energie te bevorderen
- de belangrijkste voorwaarde om de sector te doen groeien.
Brazilië is de onbetwiste marktleider
op het vlak van biobrandstoffen - ethanol en diesel die
uit planten wordt gewonnen. Ethanol maakt er al meer dan
40 procent uit van alle brandstof die niet-dieselvoertuigen
verbruiken. China en India beginnen net als sommige industrielanden
biobrandstoffen door de benzine en diesel te mengen die
in hun tankstations te koop is.
Reus China
Vooral China ziet het groot. Het land
loopt voorop in het gebruik van zonnecollectoren - installaties
waarin de zonnestraling water opwarmt. Peking huisvest dit
jaar ook de Renewables-conferentie,
nadat Duitsland als pionierland op het vlak van wind- en
zonne-energie vorig jaar de spits afbeet.
Op de bijeenkomst kunnen regeringen en
bedrijfsleiders uit de hele wereld ervaringen en nieuwe
ideeën uitwisselen rond hernieuwbare energie. China
trekt experts uit de rijke voorloperlanden aan om sneller
vooruit te komen. Martinot, de auteur van 'Renewables
2005: Global Status Report', is een medewerker van
het Amerikaanse WorldWatch Institute
maar nu ook docent aan de Tsinghua-universiteit in Peking.
China wil tegen 2010 een tiende van zijn
stroom uit hernieuwbare bronnen opwekken - grote waterkrachtcentrales
niet meegerekend. Ter vergelijking: België
hoopt tegen 2010 aan 6 procent te komen, Nederland mikt
op 12 procent. Vijf grote Chinese bedrijven uit de luchtvaartsector
en de productie van elektrische apparaten hebben zich op
de windenergie gegooid. Tegen oktober 2006 moet niet ver
van Peking een windturbinepark klaar zijn dat 400.000 gezinnen
van stroom kan voorzien. Het Chinese nieuwsagentschap Xinhua
hoorde minister van Nationale Ontwikkeling Zhang Guobao
zeggen dat China de komende 15 jaar 150 miljard euro wil
investeren in hernieuwbare energie.
Hulp
Heel wat landen in Latijns-Amerika en
Azië zetten in op zonne-energie om bewoners van afgelegen
gebieden eindelijk van stroom te voorzien. Brazilië
wil de komende jaren 200.000 gezinnen aan zonnestroom helpen.
Per jaar gaat ongeveer een half
miljard dollar aan ontwikkelingshulp naar projecten rond
hernieuwbare energie in de ontwikkelingslanden. Naast het
Global Environment Facility
(GEF) - een internationaal fonds dat speciaal is opgezet
om duurzame ontwikkeling te bevorderen - zijn de Wereldbank
en de Duitse ontwikkelingssamenwerking de grootste financiers.
Relatieve groei
In absolute cijfers blijft hernieuwbare
energie het kleine broertje op de internationale energiemarkt.
De wereld produceerde in 2004 bijvoorbeeld 33 miljard liter
ethanol en biodiesel, maar verbruikte dat jaar maar liefst
1200 miljard liter benzine.
Wereldwijd hebben nu ongeveer veertig
miljoen gezinnen zonnecollectoren op hun dak, en 400.000
de veel duurdere zonnepanelen die zonnestraling omzetten
in stroom. Nog eens twee miljoen gezinnen in arme landen
hebben eenvoudige lampen die op zonnestroom werken, en in
16 miljoen huizen wordt op aardgas gekookt.
Toch is de groei van de hernieuwbare energie
fenomenaal. De afgelopen vijf jaar groeide het totale vermogen
van alle wereldwijd geïnstalleerde zonnepanelen met
60 procent per jaar. Voorlopers zijn Japan, Duitsland en
de Verenigde Staten. Windenergie groeide vorig jaar met
28 procent. Duitsland blijft voorlopig het land dat het
meeste stroom opwekt met windturbines.
Hernieuwbare energie brengt geen
extra broeikasgassen in de atmosfeer; overschakelen kan
dus helpen de opwarming van de aarde tegen te gaan. Maar
het Internationaal Energieagentschap (IEA)
waarschuwt voor overdreven verwachtingen. Zelfs als alle
huidige doelstellingen om meer hernieuwbare energie te gaan
gebruiken worden gehaald, zou de CO2-uitstoot nog met 30
procent toenemen tegen 2030. De wereld verbruikt immers
ook nog steeds meer fossiele brandstoffen. (IPS)
|