|
"Betere regels nodig voor eerlijke
globalisering"
AMSTERDAM, 12 november 2006 - De vrije
markt kan ook voor arme landen gunstig zijn, als er betere
regels komen. Dat op dit moment meer geld van arm naar rijk
stroomt, komt doordat de politiek niet verder kijkt dan
de nationale belangen, zei Joseph Stiglitz, Nobelprijswinnaar
en voormalig topman bij de Wereldbank vrijdag tijdens de
17e Globaliseringslezing in Felix Meritis. Daardoor
krijgen we regels die in het belang van kleine groepjes
zijn.
Door het getij van globalisering
kunnen alle bootjes omhoog komen, zei Stiglitz, die
als econoom doceert aan de Columbia University. Althans
in theorie. In werkelijkheid slaan de kleine bootjes om,
doordat de regels zo slecht zijn. De voormalige vice-president
en chef-econoom van de Wereldbank, die werd ontslagen omdat
hij te kritisch was over het neoliberalisme, kent deze nationale
belangen als geen ander. In mijn tijd bij het kabinet
van Clinton spraken we openlijk over een eerlijke verdeling.
Maar zodra de minister van Handel naar het buitenland ging,
moest hij de beste deal voor de VS binnenhalen. Sterker
nog: de beste deal voor de partijen die de verkiezingskas
hadden gespekt.
Gerrit Zalm, Minister van Financiën,
co-referent in Felix Meritis, vond dat Stiglitz de positieve
kanten van globalisering te weinig benadrukte. Kijk
wat in India en China is gebeurd: een enorme groei.
Stiglitz wierp tegen dat juist die landen de globalisering
bijsturen. Ze bepalen zelf hun koers. Het hangt allemaal
af van de regelgeving die we zelf opstellen. Die is nu uiterst
slecht en leidt tot veel verliezers en een klein groepje
winnaars.
De wetgeving voor patenten, bijvoorbeeld.
Die zorgt ervoor dat kennis over medicijnen bij een
klein groepje partijen blijft. Het gevolg? Medicijnfirma's
besteden meer geld aan ziektes voor de rijken dan voor de
armen. Ze besteden meer geld aan lifestyle-ziektes dan aan
levensbedreigende ziektes. En ze besteden nog meer geld
aan reclame. Dat heeft niets meer met innovatie en efficiëntie
te maken. Als tweede voorbeeld noemde Stiglitz het
broeikaseffect. Het is heel economisch om slechte
dingen te belasten en goede dingen niet. Maar op dit moment
belasten we arbeid en niet vervuiling, in plaats van andersom.
Zalm gaf toe dat hij liever vervuiling
belast dan arbeid. Maar verder gaan dan andere landen, dat
wilde hij niet. Dan zouden we onszelf uit de markt
prijzen. We zitten in een prisoner's dilemma, en we kunnen
alleen iets doen als de grootste spelers meedoen.
Gerrit heeft geen gevoel voor urgentie, betoogde
panellid Jo Ritzen, voorzitter van het College van Bestuur
van de Universiteit van Maastricht en voormalig bewindvoerder
bij de Wereldbank. Ik wil de schuld niet leggen bij
China of de VS, de situatie is veel te urgent om zelf niets
te doen. Waar is Nederland? Tijdens de onderhandelingen
van de Wereldhandelsorganisatie hadden de enorme aantallen
Nederlandse ambtenaren maar één opdracht:
het beste voor ons eigen land eruit slepen. Nederland verschuilt
zich achter de consensus. Waarom slaat de EU niet met de
vuist op tafel om nu eens heel snel de OESO-regels voor
multinationale bedrijven door te voeren? Die hebben nu vrij
spel om te doen wat ze willen.
Stiglitz gaf Ritzen hierin gelijk. Veel
multinationals denken dat een mooie, groene website genoeg
is. Ondertussen ontduiken ze belasting via tropische eilandjes
en hebben ze geheime bankrekeningen. Dat moet verboden worden.
Ik zie echt leiderschap bij sommige bedrijven, meer dan
bij politici. Deze goede bedrijven vragen om meer regelgeving,
omdat ze anders worden gedwongen om ook mee te doen met
de 'race to the bottom'. Bedrijven die zich misdragen
in India, zoals Union Carbide, dat verantwoordelijk was
voor de giframp in Bhopal, worden in de Verenigde Staten
niet gestraft en ook niet uitgeleverd. Het lijkt op
de sheriff die de bandiet ziet staan, maar hem niet mag
arresteren omdat hij zich bevindt op een andere territorium.
Het is aan ons, zegt Stiglitz.
Globalisering heeft de potentie om veel goeds te doen,
maar het maatschappelijk middenveld moet de politici onder
druk zetten. Politici hebben dat nodig, kijk maar naar de
successen in de anti-landmijnwetgeving, of bij de schuldkwijtschelding.
Dat is gebeurd ondanks Amerikaanse tegenstand. We moeten
het democratisch gat opvullen.
Stiglitz won in 2001 de Nobelprijs
voor de Economie voor zijn onderzoek naar inefficiënt
werkende markten door imperfecte informatie. Zijn nieuwe
boek Eerlijke Globalisering is onlangs in het Nederlands
verschenen bij uitgeverij 'Het Spectrum'. (IPS,
Frank Mulder)
|