|
Weerstand tegen CAFTA groeit in VS
WASHINGTON, 21 november 2005 - De Amerikaanse
regering kan zich verwachten aan zware oppositie als ze
de huidige plannen voor een vrijhandelsakkoord met Colombia,
Peru en Ecuador (AFTA) er in het parlement probeert door
te boksen. De onderhandelingen met de drie Andeslanden zijn
misschien deze week al rond.
Tegenwind tegen de plannen van de Amerikaanse
regering komt er van vakbonden, milieugroepen, ontwikkelingsorganisaties
en parlementsleden. Die alliantie ging eerder dit jaar al
indrukwekkend in het verzet tegen een vrijhandelsakkoord
tussen de VS, de Dominicaanse Republiek en vijf Midden-Amerikaanse
landen. Het CAFTA-DR-akkoord werd in juli met amper twee
stemmen op overschot goedgekeurd door het Huis Van Afgevaardigden.
Het geplande vrijhandelsakkoord tussen de VS en Colombia,
Peru en Ecuador bevat passages over arbeidsnormen, intellectuele
eigendomsrechten en de handel in landbouwproducten die vergelijkbaar
zijn met de bepalingen die de CAFTA-tegenstanders onder
vuur namen.
De Amerikaanse regering onderhandelt deze
week in Washington met vertegenwoordigers van Colombia,
Peru en Ecuador over de laatste moeilijke punten in de overeenkomst.
"We schieten op - de meningsverschillen worden kleiner",
zegt Neena Moorjani, de woordvoerster van de Handelsgezant
van de VS. Een akkoord lijkt nog deze maand mogelijk, misschien
zelfs voor Thanksgiving op 24 november.
De tegenstanders van de AFTA oordelen
dat vrijhandel meer kwaad dan goed doet in ontwikkelingslanden
en voor de arbeidersklasse in de VS. Volgens hen doen vrijhandelsakkoorden
banen verhuizen van de VS naar arme landen waar arbeiders
veel minder sociale bescherming genieten. Ze argumenteren
ook dat het Amerikaanse handelsdeficit er alleen maar groter
door wordt.
"Ons land kan zich niet nog eens
een handelsakkoord veroorloven dat landen met onderontwikkelde
sociale normen beloont", zegt de Amerikaanse volksvertegenwoordigster
Linda Sanchez. Amerikaanse vakbondsactivisten wijzen op
de beperkingen van het verenigingsrecht en het stakingsrecht
in de drie landen, en op de mensenrechtensituatie in Colombia.
"Dit handelsakkoord is gewoon onaanvaardbaar",
zegt Thea Lee van de grote Amerikaanse vakbondskoepels AFL-CIO.
"In Colombia zijn het afgelopen decennium meer vakbondsmensen
vermoord dan in alle overige landen in de wereld samen -
en dat land kiezen we dan uit als partner."
Andere tegenstanders voeren aan dat vrijhandel
met de VS de middenklasse en de arme bevolkingslagen in
Peru, Colombia en Ecuador nog armer zal maken. Dat kan de
illegale migratie naar de VS versterken. Onevenwichtige
afspraken over de landbouwhandel - de Andeslanden moeten
hun markt openstellen voor Amerikaanse boeren, terwijl de
VS niet verplicht worden hun landbouwsubsidies af te bouwen
- kunnen ook de cocateelt in de hand werken, het enige gewas
dat kleine boeren uit afgelegen streken nog iets zal opbrengen.
De regelingen in verband met intellectuele
eigendomsrechten kunnen dan weer de geneesmiddelen in de
drie Andeslanden duurder maken, een gevolg van een betere
bescherming van gepatenteerde medicijnen.
(IPS)
|