Stakingsactie
voortgezet onderwijs opgeschort
VO-Raad geeft toe aan ultimatum
'Stakingen in het voortgezet onderwijs'
Overleg cao voortgezet onderwijs vastgelopen
9 november 2007 - Vanwege de starre opstelling
van de werkgevers in het voortgezet onderwijs was het niet
mogelijk harde afspraken te maken over verlaging van de
werkdruk in het voortgezet onderwijs.
De werkgevers hebben niet begrepen
dat er twee problemen in het voortgezet onderwijs zijn:
te hoge werkdruk en een achterlopend salaris, aldus
Ton Rolvink namens de gezamenlijke onderwijsvakbonden AOb,
Abvakabo
FNV, CNV
Onderwijs en CMHF.
Zij dachten dat wij voor een paar tienden van procenten
verslechteringen op het gebied van de werkdruk zouden aanvaarden.
Dat is niet het geval.
De bonden hebben het overleg afgebroken
en gaan met hun achterban acties voorbereiden. In het voortgezet
onderwijs werken ruim 100.000 mensen op ongeveer 650 scholen.
De werkgevers in het voortgezet onderwijs
boden 8 procent aan loonsverhoging en eindejaarsuitkeringen
over een periode van 26 maanden, oftewel 7,4 procent in
twee jaar. De gezamenlijke onderwijsbonden eisten over die
twee jaar 7,8 procent. De hoogte hiervan was bespreekbaar
indien er harde afspraken gemaakt konden worden over vermindering
van de werkdruk. De bonden zien op dit moment namelijk een
omgekeerde beweging, namelijk dat scholen leraren méér
lessen willen laten geven, nu de overheid de totale onderwijstijd
strenger controleert.
Wat de onderwijsbonden van leden horen,
is dat zij meer klassen krijgen toegewezen, vaker moeten
invallen en minder vaak toestemming krijgen om cursussen
te volgen. De werkdruk neemt toe, waardoor de kwaliteit
van het onderwijs, waarover in de samenleving veel discussie
is, gevaar loopt. Maar de werkgevers weigerden algemeen
geldende afspraken te maken over het maximum aantal lessen
per week.
In het pakket afspraken boden de werkgevers
een op schoolniveau boterzachte regeling om de lestaak van
starters te verminderen en wilden daarnaast de bestaande
werkdrukvermindering voor ouderen halveren. Verder bleek
het onmogelijk om harde afspraken te maken over het maximum
aantal lesuren dat docenten moeten geven, zodat zij voldoende
tijd over houden voor het voorbereiden, nakijken en ontwikkelen
van het onderwijs.
De bonden begrijpen best dat scholen proberen
om aan de eisen voor onderwijstijd te voldoen. Volgens hen
is er maar één oplossing die voor elk bedrijf
geldt: als de openingstijden verlengd worden, zal men meer
personeel moeten aannemen. Zeker als de maatschappij wil
dat er kwalitatief goed onderwijs wordt gegeven, kan men
docenten niet nog meer belasten. In Nederland hebben leraren
in vergelijking met alle geïndustrialiseerde landen
al de hoogste lestaak en de volste klassen.
|