|
Koerdische politicus opnieuw bedreigt
met uitlevering aan Turkije
Amsterdam, 17 november 2006 - Op 1 augustus
2006 werd de Koerdische politicus Nedim Seven gearresteerd
in de buurt van Maastricht toen een auto uit België
door de politie werd aangehouden. De politie beweert dat
het hierbij om een routinecontrole ging, maar dit valt te
betwijfelen. Na zijn arrestatie werd de Turkse staat geïnformeerd
en stuurde de Turkse regering een verzoek om uitlevering.
Volgens de Turkse regering is Nedim Seven
lid van een terroristische organisatie en was hij betrokken
bij een aantal moorden en aanslagen. Echte bewijzen waren
er niet en het is bekend van andere zaken dat de informatie
die door de Turkse staat wordt uitgegeven op zijn minst
twijfelachtig is, en vaak verkregen door marteling.
Nedim Seven werd gevangen gezet in de
zwaar bewaakte gevangenis in Vught, waar de mensenrechten
van gedetineerden routinematig worden geschonden. Na weken
in deze gevangenis werd hij voor de rechtbank in Maastricht
gebracht waar het Turkse uitleveringsverzoek werd behandeld.
De rechter besliste dat het uitleveringsverzoek in de Engelse
taal zo gebrekkig was dat het als onbruikbaar moest worden
gezien. De rechtbank besliste dat Nedim Seven vrijgelaten
moest worden en dat hij in vreemdelingenbewaring moest blijven
tot hij naar Frankrijk gestuurd kon worden waar hij in de
asielprocedure zit.
Echter twee dagen later besloot het Ministerie
van Justitie om Nedim Seven opnieuw te arresteren met betrekking
tot hetzelfde uitleveringsverzoek. De Turkse staat werd
een nieuwe kans gegeven om het uitleveringsverzoek te verbeteren.
De beslissing van de rechtbank werd eenvoudigweg genegeerd.
Tegen alle regels in werd Nedim Seven opnieuw opgesloten
in Vught. Hij werd in een speciale afdeling geplaatst die
is gereserveerd voor de zwaarste criminelen. Opnieuw werden
alle regels geschonden die de rechten van mensen in hechtenis
moeten beschermen. Nedim Seven wacht nu een nieuwe rechtszaak
waar over het hernieuwde uitleveringsverzoek zal worden
beslist.
De Nederlandse regering weet maar al te
goed wat het lot is dat Koerdische activisten in Turkije
wacht. Marteling is nog steeds een standaardprocedure in
de gevangenissen en politiebureaus, en daarna volgen lange
gevangenisstraffen. Omdat Turkije geen rechtsstaat heeft
is het niet mogelijk voor aangeklaagden om in Turkije een
eerlijk en rechtvaardig proces te krijgen. In Europa is
dat allemaal bekend, en het is natuurlijk ook niet voor
niets dat Turkije nog steeds als ongeschikt wordt gezien
voor het lidmaatschap van de Europese Unie.
Ondanks deze kennis worden Koerdische
politici in Europa steeds opnieuw slachtoffer van arrestatie,
gevangenneming en het dreigement van uitlevering.
Door deze handelswijze wordt het werk
van de Koerdische politici die zich inzetten voor vrede
en een rechtvaardige oplossing van de Koerdische kwestie
steeds opnieuw verstoord en onmogelijk gemaakt. Vanaf 1
oktober 2006 heeft de Koerdische vrijheidsbeweging een nieuw
eenzijdig staakt-het-vuren afgekondigd in een nieuwe poging
om tot een dialoog en een duurzame oplossing van de Koerdische
kwestie te komen. Opnieuw heeft de Turkse staat geweigerd
op dit initiatief in te gaan. Maar er zijn delen van de
staat die wel interesse hebben in een dialoog. Door Nedim
Seven opnieuw te arresteren en te bedreigen met uitlevering
speelt het Ministerie van Justitie onbedoeld in de kaart
van de extremisten binnen de Turkse staat, die van de oorlog
profiteren en zich tegen iedere verandering verzetten. Zonder
meer een verkeerd signaal.
Ondanks het feit dat de Europese Unie
het nieuwe bestand heeft verwelkomd wordt de repressie tegen
Koerdische politici in Europa, waaronder Nederland, gewoon
voortgezet. De Koerdische gemeenschap in Nederland maakt
zich ernstige zorgen over deze gang van zaken. Wij vragen
de Nederlandse overheid om het uitleveringsverzoek van de
Turkse staat af te wijzen, en Nedim Seven in vrijheid te
stellen. Dit zou een duidelijk bewijs zijn, en een signaal,
dat de Europese autoriteiten een serieuze poging willen
doen om een bijdrage te leveren aan het oplossen van de
Koerdische kwestie. Het is ook de enige manier om het vertrouwen
van de Koerdische gemeenschap in het rechtsstelsel te herstellen.
Bron: Federatie Koerden in Nederland (Fed
Kom)
|