Handel tussen ontwikkelingslanden groeit
sneller dan internationaal gemiddelde
Interview met Supachai Panitchpakdi,
secretaris-generaal van de Unctad
NEW YORK, 11 november 2009 - Ontwikkelingslanden gaan steeds
meer economisch samenwerken. Volgende maand in Nairobi vindt
daarover een grote conferentie plaats. De Zuid-Zuidsamenwerking
zal de één-oplossing-voor-alles-formules
moeten vermijden, die de laatste jaren zoveel schade hebben
toegebracht aan de ontwikkelingssamenwerking, zegt
Supachai Panitchpakdi, secretaris-generaal van de VN-Handelsorganisatie
Unctad, in een interview met IPS.
In Afrika is er een voorstel voor een
Afrikaanse confederatie en een gemeenschappelijke markt.
Zuidoost-Azië wil tegen januari 2010 een vrijhandelszone
hebben. De golfstaten denken aan een eenheidsmunt. In Latijns-Amerika
werken de landen aan de oprichting van een wereldwijde Bank
van het Zuiden.
Supachai wijst erop dat zowel de handel
als directe buitenlandse investeringen (DBI) in ontwikkelingslanden
sneller groeien dan het wereldwijde gemiddelde. De
laatste twintig jaar is er een stabiele groei in alle aspecten
van economische Zuid-Zuidintegratie, zegt hij.
Monetaire en financiële samenwerking
is volgens Supachai de belangrijkste trend. Enerzijds
versterkt het de handelsintegratie, anderzijds is het een
reactie op de groeiende economische instabiliteit van de
internationale kasstroom.
Welke rol speelt China in de Zuid-Zuidfinanciering
en investeringen?
Supachai Panitchpakdi: Het is een
belangrijke speler, vooral in Azië. Handel met de Oost-Aziatische
buurlanden is goed voor 40 procent van de Chinese handelsbalans.
Buiten Azië is het de belangrijkste handelspartner
van onder andere Brazilië.
Sinds 2000 groeit de handel tussen
China en Afrika jaarlijks met ruim 30 procent. Met meer
dan honderd miljard dollar was het vorig jaar ook de grootste
partner van het gezamenlijke continent.
Hoe staat het met de Zuid-Zuidsamenwerking
in Oost-Azië, Latijns-Amerika en Afrika?
In Oost-Azië gaat de regionale
integratie van de handel gelijk op met de stijgende investeringsstromen.
Die spelen een grote rol in de stijgende DBI-stroom van
de ontwikkelingslanden.
Latijns-Amerika kent ook een groeiende
regionale handel, al is dat moeilijker omdat de regio vooral
landbouwgoederen produceert, naast producten op basis van
beschikbare grondstoffen en industriële niche-goederen.
"Grondstoffen domineren de Afrikaanse
uitvoer, waardoor de handel binnen de regio beperkt blijft.
Maar de handel met andere ontwikkelingslanden stijgt wel,
samen met ontwikkelingssamenwerking met China, maar ook
met Brazilië en India.
Welke gevolgen heeft de crisis voor ontwikkelingslanden?
Terugkeren naar business as
usual is geen optie voor de rijke landen. Ze moeten
economische en politieke veranderingen doorvoeren en dat
kan een hele tijd duren. Daardoor wordt de toegang tot traditionele
geldbronnen moeilijk, financiële hulpstromen zullen
stagneren of dalen en de geldzendingen vallen terug. Ook
toegang van ontwikkelingslanden tot buitenlandse markten
wordt beperkt, ook als we protectionisme kunnen vermijden.
Ontwikkelingslanden moeten nieuwe
groeikansen creëren om hun economische groei op lange
termijn te verzekeren. De uitdagingen verschillen van regio
tot regio.
Welke voorstellen voor verhoogde Zuid-Zuidhandel
zijn haalbaar?
Dat hangt af van de uitdagingen
die landen afzonderlijk het hoofd moeten bieden. De Zuid-Zuidsamenwerking
zal de één-oplossing-voor-alles-formules
moeten vermijden, die de laatste jaren zoveel schade hebben
toegebracht aan de ontwikkelingssamenwerking.
De landen moeten rekening houden
met verschillende factoren. Hoe groter de onderlinge economische
afhankelijkheid, des te belangrijker is collectieve besluitvorming
tussen de landen. Soms moet nationale zeggenschap losgelaten
worden om de gemeenschappelijke belangen te behartigen.
Ook de aard van de samenwerking
bepaalt de snelheid waarmee een project gerealiseerd kan
worden. Zo zijn vrijhandelszones gemakkelijker te realiseren
dan gemeenschappelijke munteenheden.
Hoe wil de Unctad de betrekkingen tussen
ontwikkelingslanden versterken?
In de toekomst moeten we vooral
het beleid op vlak van ontwikkelingsdoelstellingen en onderlinge
afhankelijkheid ondersteunen. Ook moeten we lidstaten adviseren
en bijstaan als ze dat vragen. Problemen en uitdagingen
die voortvloeien uit de klimaatsverandering en voedselveiligheid
moeten we ook gaan aanpakken. (Thalif
Deen, IPS)
|