|
"Meer woorden dan daden in Europees
klimaatbeleid"
BRUSSEL, 26 november 2008 - Met het oog
op de VN-klimaatconferentie in Poznan, die op 1 december
begint, beschrijft Eurocommissaris voor Milieu Stavros Dimas
het Europees milieubeleid als wereldwijd het meest vooruitstrevende
pakket maatregelen in de strijd tegen klimaatverandering.
Maar volgens milieuorganisaties neemt Europa maar weinig
concrete maatregelen.
De milieubeweging vindt dat Europa te
weinig doet om de uitstoot van CO2 en andere kwalijke gassen
binnen zijn eigen grenzen te beperken. In 2007 spraken de
Europese leiders met elkaar af om tegen 2020 de uitstoot
van broeikasgassen in Europa met minimaal twintig procent
te beperken. Uit recente plannen blijkt echter dat maar
liefst 65 procent van deze beperking buiten Europa zal plaatsvinden.
Dat kan, omdat bij de klimaattop in Kyoto is afgesproken
dat landen hun CO2-reductie mogen uitbesteden aan ontwikkelingslanden,
door daar te investeren in projecten die de uitstoot verminderen.
Deze optie staat bekend als het Mechanisme voor Schone Ontwikkeling
(Clean Development Mechanism,
CDM)
Volgens Greenpeace-activist Joris den
Blanken halen Europese landen hun eigen doelen op deze manier
zelfs door de verminderde energieconsumptie die een aantal
zachte winters zouden kunnen veroorzaken. Maar daarnaast
werkt het Mechanisme voor Schone Ontwikkeling gewoon niet
goed, zegt hij. Uit onderzoek blijkt dat 40
procent van de maatregelen die onder het mechanisme vallen,
geen echte reductie oplevert.
Stephan Singer van het World
Wide Fund for Nature (WWF) stelt dat sommige ontwikkelingslanden
klimaatverandering serieuzer nemen dan de EU. Als voorbeeld
noemt hij China, dat wereldwijd de grootste investeerder
in hernieuwbare energie is.
Klimaatbanen
Vanuit het bedrijfsleven wordt flink gelobbyd
voor een afzwakking van het klimaatbeleid en de economische
crisis heeft er toe geleid dat ook sommige EU-lidstaten
vinden dat de gemaakte afspraken te veel kosten. Vooral
de regering van premier Silvio Berlusconi van Italië
maakt kabaal.
Maar de huidige crisis laat juist
zien dat overheden moeten investeren in duurzame industrie,
vindt Sonja Meister van Friends of the
Earth. Op dit moment zijn 150.000 mensen werkzaam
in de milieusector. Dit aantal zou verdrievoudigd kunnen
worden als overheden er voor kiezen om in duurzame industrieën
en projecten te investeren.
Recent onderzoek laat zien dat milieubescherming
loont. Verschillende analisten zijn tot de conclusie gekomen
dat in tijden van economische neergang hernieuwbare energie
en andere duurzame vormen van bedrijvigheid heel veel banen
kunnen creëren.
Hulp aan ontwikkelingslanden
De hulporganisatie Oxfam heeft berekend
dat er minstens 38 miljard euro per jaar nodig is, om ontwikkelingslanden
te helpen met klimaatverandering om te gaan. Zij doen een
beroep op de EU om dertig procent van dat bedrag beschikbaar
te stellen. Dat staat volgens Oxfam in verhouding met Europas
rijkdom en aandeel in de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen.
Elise Ford van Oxfam zegt dat de
verwachting is dat in 2020 250 miljoen mensen te kampen
hebben met een groot tekort aan drinkwater. De armste
landen van de wereld zijn niet de veroorzakers van klimaatverandering,
maar wel de landen die er het meest onder lijden. Europa
mag zijn verantwoordelijkheid niet langer uit de weg gaan.
(David Cronin, IPS)
|