|
Vrijhandelszone van de Middellandse
Zee wordt strop voor zuiderburen
BRUSSEL, 19 november 2007 - De Europese
Unie blijft vastbesloten tegen 2010 een vrijhandelsakkoord
rond te hebben met de landen ten zuiden en ten oosten van
de Middellandse Zee. Een gezaghebbende studie die door de
EU zelf werd gefinancierd, doet uitschijnen dat de meeste
van die landen armer zullen worden door de overeenkomst.
Maar dat houdt de Europese Commissie niet tegen.
De elf betrokken landen - Albanië,
Algerije, Egypte, Israël en de Palestijnse Gebieden,
Jordanië, Libië, Marokko, Mauritanië, Syrië,
Tunesië en Turkije - zullen financieel verlies lijden
door het wegvallen van de invoerheffingen die Europese exporteurs
er nu moeten betalen, zegt de studie van het Instituut voor
Ontwikkelingspolitiek en Beheer in het Britse Manchester.
Het geld dat Libanon zal mislopen, komt neer op vijf procent
van het bruto binnenlands product van dat land, becijferde
de auteur, de Franse europarlementslid Kader Arif (PES).
Tunesië en Marokko moeten twee procent van hun bbp
inleveren.
In de landen ten zuiden en ten oosten
van de Middellandse Zee moet nu bijna een derde van de bevolking
rondkomen met minder dan 2 dollar (1,4 euro) per dag. De
situatie van die armen zal nog significant verergeren
als het vrijhandelsakkoord er komt zonder begeleidende maatregelen,
schrijft Arif. Als de betrokken regeringen minder geld uit
te geven hebben, is het bijvoorbeeld goed mogelijk dat ze
het mes zetten in programmas die arme bevolkingslangen
meer toegang moeten bieden tot onderwijs en gezondheidszorgen.
Er hangen nog meer risicos vast
aan het geplande vrijhandelsakkoord. De werkloosheid, die
nu al hoog is in de regio, kan significant stijgen, de lonen
zullen zakken, de voedselzekerheid van arme bevolkingslangen
zal achteruitgaan en het milieu in de steden zal nog zwaarder
onder druk komen te staan doordat nog meer mensen het platteland
gaan verlaten.
Maar de Europese Unie lijkt niet onder
de indruk door dat doemscenario. Benita Ferrero-Walner,
de Europese commissaris voor Buitenlandse Betrekkingen,
verheugde zich eerder deze maand over de vooruitgang die
al is gemaakt in de onderhandelingen over het vrijhandelsakkoord.
De overeenkomst zal een vrijhandelszone met meer dan 740
miljoen inwoners doen ontstaan, benadrukte ze.
Niet-gouvernementele organisaties verwijten
de Europese Unie dat ze doof blijft voor de waarschuwingen
in de studie uit Manchester. "De invloed van een vrijhandelsakkoord
zou op korte en middellange termijn negatief zijn,
oordeelt Kinda Mohamadieh van het Arabisch Ngo-netwerk voor
Ontwikkeling (ANND) in Beiroet. Volgens haar wil de Europese
Unie ervoor zorgen dat haar bedrijven zo snel mogelijk de
markt kunnen inpalmen. Er is een wedloop tussen de
EU en de VS aan de gang in de Arabische wereld; de twee
blokken proberen elkaar te vlug af te zijn en het voor het
zeggen te krijgen in belangrijke sectoren. De ANND
vindt dat de onderhandelingen moeten worden opgeschort,
zegt Mohamadieh.
"Als we naar de voorspellingen uit
Manchester kijken, moeten we ons toch wel afvragen of het
verstandig is ons zonder op- of omkijken naar volledige
handelsliberalisering tegen 2010 te haasten, zegt
ook Eugene Clancy, een campagnevoerder van de milieuorganisatie
Friends of the Earth. Onder
de huidige voorwaarden zal vrijhandel de regio van de Middellandse
Zee in economisch opzicht niet veel opleveren, terwijl de
milieuproblemen en de armoede nog zullen toenemen. Voeg
daarbij nog de verminderde financiële draagkracht van
de overheid in de betrokken landen en je hebt een recept
voor sociale onrust.
De auteur van het rapport zelf,
Kader Arif, vindt dat er bij de onderhandelingen in elk
geval meer aandacht moet worden besteed aan de gevolgen
voor sectoren die nu al zwak staan in de landen rond de
Middellandse Zee. Volgens hem moeten de gezondheidszorg,
het onderwijs, de drinkwaterdistributie en het openbaar
vervoer beschermd worden tegen privatisering en moeten er
ook maatregelen komen om ervoor te zorgen dat de landbouw
en jonge industriële sectoren geen schade ondervinden.
Handel moet ten dienste staan van ontwikkeling,
stelt Arif. (IPS)
|