|
Arme landen verliezen gevecht om goedkope
geneesmiddelen
GENEVE/BRUSSEL, 15 november 2006 - Precies
vijf jaar geleden spraken de leden van de Wereldhandelsorganisatie
(WTO) af dat arme landen patentregels opzij mogen schuiven
om hun bevolking aan goedkope geneesmiddelen te helpen.
Het was het eerste en tot dusver enige concrete resultaat
van de Doha-ontwikkelingsronde, en de beslissing werd geroemd
als een overwinning van gezondheidsnoden op commerciële
belangen. Maar de afspraak bleef een lege doos, zeggen Artsen
Zonder Grenzen en Oxfam in een nieuw rapport.
In 2001 weerklonk gejuich alom onder ontwikkelingslanden
en aids-activisten. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) bevestigde
dat elk land ter wereld voor de eigen markt goedkope kopieën
van gepatenteerde geneesmiddelen kan produceren als een
gezondheidscrisis dat rechtvaardigt. De verklaring specificeerde
de uitzonderingsmogelijkheden op de WTO-akkoorden die patentrechten
regelen. In 2003, net voor de mislukte WTO-ministerconferentie
in Cancún, werd beslist dat ontwikkelingslanden die
zelf niet in staat zijn hun eigen kopieën te produceren,
in geval van nood een beroep kunnen doen op geneesmiddelen
uit een ander land.
Maar vijf jaar na de "historische
verklaring" over Intellectueel Eigendomsrecht en Openbare
Gezondheidszorg, blijven de prijzen van geneesmiddelen stijgen,
zegt Tido von Schoen-Angerer, het hoofd van de campagne
voor toegang tot essentiële geneesmiddelen bij Artsen
Zonder Grenzen.
"Rijke landen hebben de geest van
de Doha-verklaring gebroken", zegt Céline Charveriat,
het hoofd van de Make Trade Fair campagne van Oxfam International.
"De verklaring heeft de juiste dingen gezegd, maar
er was nood aan politieke actie om de woorden om te zetten
in daden. Die politieke actie is er niet geweest. We zijn
achteruit gegaan in plaats van vooruit en veel mensen sterven
of lijden onnodig. Rijke landen hebben het recht hun nationale
wetgeving zodanig aan te passen dat bedrijven er kopieën
kunnen produceren voor uitvoer naar een ontwikkelingsland
dat daarom vraagt. Maar dat gebeurde vrijwel niet."
Ook de Gentse professor ethiek en expert
op vlak van patenten Sigrid Sterckx bevestigt dat het uitzonderingssysteem
waarover de ontwikkelingslanden in 2001 zo euforisch waren,
"nog altijd niet meer dan een stukje papier is".
"Landen maken veel te weinig gebruik van de flexibiliteit
in de patentregels", zegt Sterckx. "Dat geeft
te denken over de verantwoordelijkheid van de overheden
in deze landen. Een andere reden is dat landen door bijvoorbeeld
de Verenigde Staten en door hun plaatselijke merkindustrie
zodanig onder druk worden gezet, dat ze heel gemakkelijk
afzien van hun recht op de uitzonderingsregel. Ten slotte
missen heel wat ontwikkelingslanden de juridische expertise
om hun rechten goed te kennen."
Dankzij competitie van generische geneesmiddelen
zijn de prijzen van eerstelijns-aidsremmers gedaald van
zo'n 10.000 dollar per patiënt per jaar in 2000 tot
het huidige gemiddelde van 130 dollar, zegt Artsen Zonder
Grenzen. Maar na één of twee jaar wordt een
deel van patiënten resistent tegen de conventionele
aidsremmers en moeten artsen overschakelen op nieuwere middelen.
Patiënten en overheden in ontwikkelingslanden hebben
meestal geen geld om gepatenteerde middelen te kopen, en
dat betekent dat een hele reeks patiënten niet verder
behandeld kan worden.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie
[WHO] blijft 74 procent van de aidsremmers gepatenteerd,
terwijl 77 procent van de Afrikanen met HIV geen toegang
tot behandeling heeft en 30 procent van de bevolking geen
regelmatige toegang tot essentiële geneesmiddelen.
De VS blijven intussen handelsakkoorden
onderhandelen met zelfs strakkere regels dan die van de
Wereldhandelsorganisatie [WTO], zegt Charveriat van Oxfam.
Het akkoord dat ze momenteel bespreken met Colombia bijvoorbeeld,
zou het Zuid-Amerikaanse land verplichten tegen 2020 jaarlijks
940 miljoen dollar extra te besteden om de stijgende prijs
van geneesmiddelen te dekken. En in Peru, dat ook rond de
tafel zit met de VS voor een vrijhandelsakkoord, kunnen
geneesmiddelen op 10 jaar dubbel zo duur worden, zegt ze.
Artsen Zonder Grenzen en andere ngo's
maken zich ook ernstige zorgen over de ontwikkelingen in
India, voorlopig nog steeds een van de grootste producenten
van generische geneesmiddelen en de belangrijkste leverancier
van aidsremmers aan Artsen Zonder Grenzen. Het farmaceutische
bedrijf Novartis is daar een rechtszaak begonnen tegen de
Indiase patentwetgeving, die de TRIPS-akkoorden niet zou
eerbiedigen. Volgens de ontwikkelingsorganisaties doet het
land dat wel en probeert Novartis gewoon de flexibile mogelijkheden
uit Doha aan te vechten.
Het nieuwe Oxfamrapport 'Patents
vs. Patients: Five Years After the Doha Declaration' stelt
dat de Doha-verklaring alleen haar effectiviteit kan terugwinnen
als de Wereldhandelsorganisatie ze opnieuw onder de loep
neemt. De organisatie wil ook dat de VS stoppen druk uit
te oefenen op arme landen om hun rechten te laten schieten,
en roept alle rijke landen op om politieke en technische
steun te bieden aan ontwikkelingslanden zodat ze de bestaande
voorzieningen voor toegang tot betaalbare geneesmiddelen
kunnen gebruiken. (IPS, Gustavo
Capdevila en Ann De Ron)
|