|
UITKERING WW NA WAO
Door mr Sjoerd Visser
"Voordat ik ME/CVS kreeg werkte ik 36
uur per week. Na een jaar Ziektewet werd ik in 1991 volledig
arbeidsongeschikt verklaard en kreeg ik een WAO-uitkering.
In 1995 kreeg ik een herkeuring, met als resultaat dat ik
volgens de verzekeringsarts 20 uur per week kon werken in
minder belastend werk. Daardoor werd ik gedeeltelijk arbeidsongeschikt
verklaard voor 65 tot 80 % en werd mijn WAO-uitkering verlaagd.
Ik heb toen aanvullend een WW-uitkering aangevraagd voor
de 20 uur die ik volgens de verzekeringsarts kon werken,
want ik kon geen werk vinden dat ik vol zou kunnen houden.
Die WW-uitkering heb ik gehad zolang ik daar recht op had.
Binnenkort moet ik herkeurd worden. Hoewel
het helemaal niet goed met mij gaat ben ik toch bang dat
ik dan volledig arbeidsgeschikt wordt verklaard. Mijn vraag
is: Heb ik dan nog recht op WW? Immers, ik heb in het verleden
een WW-uitkering gehad gebaseerd op 20 uur en niet op de
36 uur die ik werkte. Het lijkt mij redelijk dat ik dan
alsnog over die 16 uur een WW-uitkering ontvang, maar ik
heb van diverse instanties gehoord dat dat niet zo is en
dat ik mijn recht op WW heb opgebruikt. Hoe zit dat?
En hoe zit het als ik straks niet volledig
maar wel voor 30 uur arbeidsgeschikt wordt verklaard? Of
gaat het niet om het aantal uren, maar om het arbeidsongeschiktheidpercentage?
Ik weet namelijk dat vaak wanneer mensen gedeeltelijk arbeidsongeschikt
verklaard worden er helemaal geen urenbeperking wordt aangegeven."
Ik ga proberen deze vragen te beantwoorden.
Volgens de WW bent u werkloos geworden, als u tenminste
5 arbeidsuren per week bent kwijtgeraakt en ook het recht
op loondoorbetaling over die uren. Alleen als u een dienstverband
hebt van weinig uren per week, bijvoorbeeld 6 uur, en u
wordt raakt tenminste de helft van dat aantal uren kwijt,
bent u met minder dan 5 uren werkloos. Om werkloos in de
zin van de WW te zijn moet u zich ook beschikbaar stellen
voor arbeid. Dus: niet zeggen dat u in feite helemaal arbeidsongeschikt
bent, want daarmee verspeelt u uw uitkering WW. Intussen
kunt u wel gewoon doorgaan met bezwaar maken en beroep instellen
tegen uw afschatting WAO. De UWV mag dat niet tegen u gebruiken
bij hun beoordeling van uw aanspraak op uitkering WW.
U bent tenminste 5 arbeidsuren kwijtgeraakt
en u bent beschikbaar om arbeid te aanvaarden. Daarmee staat
dan vast dat u werkloos bent in de zin van de WW. En de
werknemer die werkloos is heeft recht op uitkering WW. Dat
recht hebt u niet zonder meer, maar alleen als u in de 39
weken die direct vooraf zijn gegaan aan uw werkloosheid
in tenminste 26 weken als werknemer hebt gewerkt. Let op:
u hoeft niet 26 volle weken te hebben gewerkt. Ook als u
in 26 weken één uur per week hebt gewerkt
voldoet u aan de voorwaarde. Daarnaast moet u in de 5 jaren
voorafgaande aan uw werkloosheid in tenminste 4 jaren over
tenminste 52 dagen loon hebben ontvangen.
Bij het tellen van de 39 weken worden
worden periodes van arbeidsongeschiktheid buiten beschouwing
gelaten. De 39 weken bestaat dus altijd uit een periode
waarin u kon werken. En bij het tellen van de 52 dagen in
4 jaren worden dagen met uitkering WAO meegeteld.
Na deze droge technische uiteenzetting
zou de conclusie moeten zijn: als u aan deze voorwaarden
voldoet krijgt u een uitkering WW. Dus als u lang genoeg
36 uur per week hebt gewerkt en daarna ziek bent geworden,
en de verzekeringsarts verklaart u weer geschikt voor 20
uur per week werken, krijgt u voor die 20 uur een uitkering
WW. En wordt vervolgens uw uitkering WAO helemaal ingetrokken,
dan gaat naast uw al lopende uitkering WW voor 20 uur een
nieuw recht op uitkering WW lopen voor de resterende 16
uur. Die nieuwe uitkering WW voor 16 uur heeft dezelfde
uitkeringsduur als de oude uitkering WW voor 20 uur. De
nieuwe uitkering eindigt dus ook zoveel later dan de oude
uitkering WW als de intrekking WAO later plaatsvond dan
de gedeeltelijke afschatting. Hetzelfde geldt als u voor
30 uur per week geschikt wordt verklaard, dan krijgt u een
nieuw recht op uitkering WW voor 10 uur.
De werkelijkheid is helaas anders. In
een uitspraak van 23 maart 1999, RSV 1999/182, heeft de
Centrale Raad van Beroep een heel andere draai gegeven aan
het arbeidsurenverlies WW na herziening van de uitkering
WAO. De Centrale Raad plaatst het moment van het volledige
arbeidsurenverlies voor 36 uur per week vóór
de datum waarop de uitkering WAO voor het eerst wordt verlaagd.
Dat heeft als effect dat de uitkeringsduur van de hele uitkering
WW begint te lopen vanaf deze datum waarop de uitkering
WAO voor het eerst wordt verlaagd. Latere verlagingen of
intrekkingen leiden niet tot een verlenging van deze uitkeringsduur.
Bij een latere verlaging of intrekking van de uitkering
WAO wordt uw uitkering WW dus wel evenredig verhoogd, maar
niet verlengd in uitkeringsduur. Ook het voormalige Lisv
heeft hierover in een Besluit d.d. 14 mei 1997, Staatscourant
1997, 100 vastgesteld dat het moment van het algehele arbeidsurenverlies
WW ligt op de overgang van ZW-recht naar WAO-uitkering,
dus net vóór de eerste dag waarover u uitkering
WAO krijgt toegekend.
Waarom is dit zo geregeld ? WAO-gerechtigden
worden op die manier achtergesteld bij mensen die gedeeltelijk
werkloos worden zonder arbeidsongeschikt te zijn. Zij bouwen
bij iedere nieuwe gedeeltelijke werkloosheid wel steeds
een nieuw recht op uitkering WW op met een verlengde uitkeringsduur.
Tot nu toe gaat mijn verhaal over uren. Een arbeidsongeschiktheidspercentage
heeft echter niet altijd iets te maken met uren, maar kan
ook alleen maar gebaseerd zijn op verschil in salaris. U
verdiende bijvoorbeeld in uw vroegere werk € 2.000,-
per maand. De verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige vinden
dat u voor uw vroegere werk helemaal ongeschikt bent, maar
dat u nog wel ander, lichter werk kunt doen. Daarmee verdient
u echter minder, voor hetzelfde aantal uren werken krijgt
u nu € 1.000,-. Uw arbeidsongeschiktheidspercentage
is dan 50 %.
Dat betekent dus niet dat u bij vroeger
36 uur werken nu werkloos wordt voor 18 uur. U wordt werkloos
voor 36 uur en u dient zich voor uw recht op WW beschikbaar
te stellen voor 36 uur werken in de lichtere werkzaamheden
die de arbeidsdeskundige u heeft aangewezen. Alleen als
de verzekeringsarts duidelijk heeft aangegeven dat u een
medische urenbeperking hebt, dus dat u bijvoorbeeld maximaal
20 uur per week mag werken, geldt het verhaal over de uren.
De Centrale Raad en het voormalige Lisv hebben het ongewenst
gevonden dat afschattingen WAO op uren en loonkundige afschattingen
WAO verschillend behandeld zouden worden wat betreft de
gevolgen voor de uitkering WW. Zij hebben er daarom voor
gekozen de afgeschatte WAO-er onder de voor hem meest ongunstige
regeling te brengen, namelijk de regeling waarbij alleen
na de eerste afschatting een recht op uitkering WW ontstaat
met één uitkeringsduur, die niet verlengd
wordt naar aanleiding van volgende afschattingen. De uitkering
WW wordt dus wel evenredig verhoogd naar mate uw arbeidsongeschiktheidpercentage
WAO wordt verlaagd.
Deze behandeling van afgeschatte WAO-ers
is discriminerend ten opzichte van WW-gerechtigden die niet
arbeidsongeschikt zijn. De ANGO heeft hierop al eens gewezen
in een brief d.d. 22 mei 1997, maar dat heeft nooit tot
een herziening geleid. Deze discriminatie valt ook niet
onder de nieuwe Wet Gelijke Behandeling op grond van Handicap
of Chronische ziekte, die per 1 december 2003 in werking
zal treden. Uitkeringen op grond van de sociale verzekeringswetten
vallen buiten de werking van die wet. Voor zover deze discriminatie
wel in strijd is met andere wettelijke regelingen en verdragen
is het de vraag of de discriminatie niet gerechtvaardigd
wordt door het ongewenste onderscheid tussen afschattingen
WAO op uren en loonkundige afschattingen. Maar ja, de Centrale
Raad en het voormalige Lisv hadden er misschien beter voor
kunnen kiezen om bij alle afschattingen WAO de aanspraken
op uitkering WW gelijk te behandelen als bij niet-arbeidsongeschikte
uitkeringsgerechtigden WW. Dus met bij elke afschatting
steeds een nieuw arbeidsurenverlies en een dienovereenkomstige
verlenging van de uitkeringsduur.
|