|
Landbouwsubsidies voor grootgrondbezitters
Door Tito Drago
MADRID, 20 maart 2005 - De hervorming
van het huidige systeem van landbouwsubsidies is niet alleen
slecht voor de ontwikkelingslanden, maar ook voor kleine
Europese boeren. Dat zegt ontwikkelingsorganisatie Intermón
Oxfam, de Spaanse tak van Oxfam International, in een nieuw
rapport.
Zeven grootgrondbezitters in Spanje ontvingen
in 2003 in totaal meer dan 14 miljoen euro aan Europese
subsidies, berekende Intermón Oxfam. Dat is ongeveer
hetzelfde bedrag dat 12.700 kleinere Spaanse boeren dat
jaar moesten verdelen, en eveneens een equivalent voor het
gecombineerde jaarlijkse inkomen van 90.000 boeren in Mozambique.
Tot de bedrijven die het meest profiteren
van het Europese subsidiesysteem, behoren die van de hertogin
van Alba (1,88 miljoen euro per jaar) en de broers Mora
Figueroa Domecq (3,6 miljoen euro per jaar). De concentratie
van de subsidies bij enkele grote bedrijven heeft volgens
Oxfam de kleinere Spaanse boeren, waarvan er 147.000 verdwenen
tussen 1999 en 2003, geschaad.
"De Europese subsidies moeten eerlijker
verdeeld worden", zegt Javier Sánchez Ansó,
directeur internationale relaties, strategie en ontwikkeling
van de Spaanse Federatie van Boerenorganisaties (COAG).
Zijn organisatie dringt al sinds 1990 bij de Europese Unie
aan op een verandering van het subsidiesysteem. "Momenteel
krijgt 4 procent van de ontvangers van 40 procent van het
geld. Dat is niet te rechtvaardigen", aldus Ansó.
Uit statistieken van de Europese Commissie
blijkt dat 76 procent van de subsidies naar 18 procent van
de Europese bedrijven gaat. De Spaanse multinational en
suikerproducent Ebro Puleva kreeg meer dan 20 miljoen euro
subsidie in 2003. In andere EU-landen is sprake van soortgelijke
situaties. In Groot-Brittannië krijgt de hertog van
Westminster jaarlijks omgerekend ruim 471.000 euro subsidie
en de hertog van Marlborough 537.000 euro. In Frankrijk
krijgt een kwart van de boeren helemaal geen steun, terwijl
van elke tien euro aan subsidie, zes euro naar 15 procent
van de grootste bedrijven gaat.
De politiek in de Verenigde Staten wijkt
niet veel af van die in Europa. Daar profiteert 60 procent
van de boeren helemaal niet van de 20 miljard dollar aan
overheidssubsidies. Tussen 1995 en 2003 ging 72 procent
van de steun naar de 10 procent grootste en vaak meest winstgevende
bedrijven, volgens een onderzoek van de Environmental Working
Group.
Gonzalo Fanjul, auteur van het Intermón
Oxfam-rapport, pleit voor een einde aan het subsidiemodel
waar vooral de grote bedrijven van profiteren. Ook doet
hij een beroep op de Spaanse socialistische premier José
Luis Rodríguez Zapatero om het voortouw te nemen
in een hervormingsbeweging die leidt tot "een landbouwbeleid
dat consistent is met zijn engagement met armoedebestrijding."
Het halveren van de armoede voor 2015
is een van de hoofddoelen in de Millenniumdoelstellingen
die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 2000
aannam. Momenteel leven wereldwijd 2,7 miljard mensen van
minder dan twee dollar per dag en 1,2 miljard mensen moeten
het met minder dan één dollar per dag doen.
"Als Zapatero en de EU de Millenniumdoelstellingen
willen halen, dan zullen ze een eerlijke landbouwpolitiek
moeten voeren", zegt Paloma Escudero van Oxfam.
Dit jaar wordt een belangrijk jaar voor
de landbouwsector. In september wordt in New York een VN-conferentie
over de Millenniumdoelstellingen gehouden, er staat een
hervorming van de Europese suikerregime op stapel en in
december is een ministerstop van de WHO gepland, waar naar
verwachting richtlijnen voor liberalisering van de wereldwijde
agrarische handel worden vastgelegd.
De onevenwichtigheden in het huidige Europese
landbouwbeleid zijn vooral zichtbaar in de suikerindustrie.
Volgens Oxfam ontvingen zes grote suikerraffinaderijen in
2003 819 miljoen euro exportsubsidies. Daardoor staat Europa,
tot ongenoegen van traditionele suikerlanden als Brazilië,
Ethiopië en Malawi, op de tweede plaats als grootste
suikerexporteur.
De meeste subsidie ging naar Tate &
Lyle uit Groot-Brittannië, het Franse Beghin-Say en
het Duitse Sudzucker, de grootste producent in Europa. Door
de exportsubsidies zouden de wereldwijde suikerprijzen met
naar schatting 20 tot 23 procent gedaald zijn. Malawi liep
door de lage suikerprijzen 42,8 miljoen dollar (ruim 32
miljoen euro) aan exportinkomsten mis. Dat is evenveel als
het jaarlijkse budget voor gezondheidszorg in het Afrikaanse
land, waar 15 procent van de bevolking is besmet met het
HIV-virus dat aids veroorzaakt.
In de Dominicaanse Republiek, die 30.000
kleine melkveehouders telt, verkoopt de EU gesubsidieerde
poedermelk voor een prijs die 25 procent lager ligt dan
die van de verse melk die de boeren ter plaatse produceren.
Ongeveer 10.000 boeren in de Dominicaanse Republiek moesten
daardoor de afgelopen tien jaar gedwongen met hun bedrijf
stoppen. In Honduras werden 20.000 rijstboeren werkloos
vanwege Amerikaanse dumpingpraktijken.
Intermón Oxfam pleit in het
rapport niet voor volledige afschaffing van de subsidies
voor Spaanse boeren, maar wel voor een eerlijker verdeling
met oog voor de belangen van de boeren in ontwikkelingslanden.
(IPS)
|