|
Cubaanse ambassade doelwit van provocaties.
Van de redactie*
Op 18 maart was de Cubaanse ambassade
in Den Haag opnieuw het doelwit van provocaties van organisaties
en personen die in ons land de campagnes tegen Cuba organiseren.
Het CNV, Pax Christi, de bij de FNV aangesloten Nederlandse
Vereniging van Journalisten (NVJ) en Amnesty International
organiseerden een bijeenkomst tegenover de ambassade, om
te herdenken dat 1 jaar geleden 75 zogenaamde dissidenten
op Cuba werden gearresteerd en veroordeeld.
Hoewel er behoorlijk via internet publiciteit
was gemaakt en de organisaties toch over een flinke achterban
beschikken, bleek men niet in staat meer dan 25 mensen te
mobiliseren, nog minder dan de schamele opkomst van de vorige
twee protestacties, het afgelopen jaar. De hoofdpersonen
en woordvoerders van de bijeenkomst waren CNV- voorzitter
Terpstra en het PvdA-kamerlid Koenders. Het optreden van
deze lieden liet er geen twijfel over bestaan wat hun bedoeling
was: provocaties organiseren om de relaties tussen Cuba
en Nederland op scherp te zetten.
Met de politie was afgesproken dat de
actievoerders uitsluitend aan de overkant van de ambassade
zouden blijven en in geen geval voor de deur van de ambassadegebouw
mochten komen. Hoewel een politiefunctionaris andermaal
Terpstra en Koenders nadrukkelijk in kennis brachten van
deze afspraak en hen ten sterkste afraadde om zich naar
het ambassadegebouw te begeven, koos het tweetal voor de
provocatie en begaven zij zich, omringd door de aanwezige
media en gevolgd door het groepje 'actievoerders' naar de
ingang van de ambassade.
Voor de ambassade bevond zich een groep
van dertien Cuba-vrienden, die na kennis te hebben genomen
van de aankondiging van de demonstratie op de CNV-website
bijeen waren gekomen om een tegengeluid te laten horen tegenover
de aanwezige pers en belangstellenden. Bij aankomst van
Terpstra en Koenders werd ook door hen nog eens herhaald
dat het hen niet was toegestaan zich voor het ambassadegebouw
te bevinden, noch iets af te geven of in de brievenbus te
deponeren.
Ordinaire vertoning
Wat zich toen ontwikkelde laat zich alleen
omschrijven als een ordinaire vertoning van minachting en
arrogantie van beide heren, op een niveau dat ontluisterend
is. De man die genoemd wordt als toekomstig burgemeester
van Tilburg en de woordvoerder van de grootste oppositiepartij
die zegt op te komen voor vrede, democratie en mensenrechten
poogden zich met geweld toegang te verschaffen tot de deur.
Met duwen en zelfs trappen naar één
van de aanwezige Cuba-vrienden werd gepoogd een doorbraak
te forceren. Toen ze zagen dat zij geen kans kregen om een
envelop in de brievenbus te deponeren, restte Terpstra niets
anders dan over het hek van de tuin van de buren te smeken
of zij de brief wilde afgeven. Het gehele tafereel zou een
plaatsje verdienen op de website van Balkenende over normen
en waarden.
Opmerkelijk was het politieoptreden. De
vrienden van Cuba mochten geen leuzen roepen, terwijl de
manifestanten de beschikking hadden over een megafoon. Het
werd hen ook verboden om teksten uit te delen met het standpunt
van Cuba over de kwestie waarvoor de actie werd gehouden.
Het werd hen zelfs verboden om aan de overkant bij de manifestatie
te staan. Dat alles met de dreiging van aanhouding. Toen
Terpstra en Koenders - tegen de afspraken in - naar de ambassade
gingen, werd het hen wel ontraden, maar niet verboden.
Hoewel het aantal agenten met het kwartier
groter werd, traden zij ook niet op toen Terpstra en Koenders
op agressieve wijze toegang tot de ambassade wilden forceren.
Even werd het prestatiecontract opgezegd en werd nadrukkelijk
de andere kant op gekeken. Na afloop maakte de politie wel
duidelijk dat zij in de toekomst geen samenscholing van
de vrienden van Cuba zouden tolereren. Daarmee wordt door
de Haagse politie ruimte gegeven voor nieuwe provocaties.
Afspraken worden geschonden met betrekking tot bescherming
van de ambassade en elke tegenactie wordt verboden.
Criminalisering
Ondanks de ruimte die de politie hen gaf,
beklaagden Terpstra en Koenders zich nog over de beknotting
van hun recht op meningsuiting. Koenders ging later tegenover
de media zelfs zo ver de Cubaanse ambassade te beschuldigen
van het 'inhuren van knokploegen'. Hij zou daarover vragen
gaan stellen aan de minister van Buitenlandse Zaken. Deze
aantijging aan het adres van een diplomatieke vertegenwoordiging
van een land waarmee Nederland al jaren normale betrekkingen
onderhoudt, maakt duidelijk dat de gehele actie alleen was
bedoeld om een politieke rel te provoceren en de relaties
met Cuba ter discussie te stellen.
De media hebben de bedrieglijke aantijgingen
klakkeloos overgenomen en zo bijgedragen aan de poging tot
het creëren van een hysterisch klimaat rondom de actie
van genoemde organisaties. Op geen enkele wijze is er journalistiek
professionalisme aan de dag gelegd en ook maar een enkele
poging ondernomen om de visie van de Cuba-vrienden te horen,
maar gezien de betrokkenheid van het NVJ was ook niet anders
te verwachten. In het Engels talige nieuwsbulletin NIS,
dat voor buitenlandse diplomatieke vertegenwoordigers wordt
uitgegeven, wordt zelfs gezegd dat Terpstra en Koenders
'hardhandig zijn verdreven door een bende misdadigers'.
Zo is de treurige gang van zaken in Nederland
met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting. De Cuba-vrienden
mogen geen pamfletten uitdelen en geen leuzen roepen, worden
gecriminaliseerd en publiekelijk uitgemaakt voor misdadigers
zonder ook maar enige mogelijkheid te krijgen zich te verweren
en krijgen van de politie te horen dat zij de volgende keer
niet meer getolereerd worden. Koenders en Terpstra daarentegen
kunnen ongestoord hun provocaties uitvoeren, niet gehinderd
door de politie en alle ruimte in de media. En dan beklagen
zij zich over 'gehinderd worden in hun recht op vrijheid
van meningsuiting'! Het is de wereld op z'n kop.
Door niemand van de aanwezige Cuba-vrienden
is ook maar met een vinger naar het tweetal gewezen, alleen
door hun fysieke aanwezigheid hebben zij verhinderd dat
het tweetal in hun plannen zou slagen. De aanwezige vrienden
van Cuba, waaronder verschillende mensen op hoge leeftijd,
hebben op geen enkele wijze tegen wie dan ook agressief
opgetreden. Wanneer dat wel zou zijn gebeurd dan had de
politie ongetwijfeld onmiddellijk ingegrepen.
De agressie kwam uitsluitend van Terpstra
en Koenders. Met dit optreden maakten zij op ontluisterende
wijze duidelijk dat wanneer de toekomst van het Cubaanse
volk afhankelijk is van lieden als Terpstra en Koenders,
we ons hart vast kunnen houden. Dat geldt trouwens ook voor
de toekomst van de bevolking van Nederland. De wijze waarop
de media zijn omgegaan met het gebeuren, laat zien wat voor
soort 'persvrijheid' men op Cuba nastreeft.
Isolement
Het optreden van Terpstra en Koenders,
geflankeerd door figuren die al sinds jaar en dag een anti-
Cubaanse beweging van de grond proberen te krijgen, maakt
duidelijk hoe diep deze lieden zijn gezonken. De arrogantie
en minachting van hun optreden, het niveau waartoe zij zich
verlaagd hebben, zegt veel over bepaalde krachten in het
politieke establishment van ons land. De haat tegen alles
wat in Cuba
de afgelopen jaren tot stand is gebracht en de minachting
voor de opvattingen van vele duizenden Cuba-vrienden in
Nederland kon niet duidelijker worden gedemonstreerd.
Het is interessant te moeten vaststellen
dat de anti- Cuba campagnes niet van 'rechts' komen, maar
juist van zich links en progressief noemende partijen en
organisaties. Want ook GroenLinks blaast stevig mee op de
anti-Cubaanse trompet. Je zou verwachten dat deze 'oppositiepartijen'
tijd tekort hebben om de rampzalige politiek van de regering-Balkenende
te bestrijden, zoals we dit ook van het CNV zouden verwachten.
Maar nee, over oppositie tegen de afbraak van voorzieningen
en inkomen van de mensen horen we weinig. Wel als het gaat
om de in hun ogen 'verderfelijke relaties' met Cuba.
In december waren het de PvdA en GroenLinks
die een motie in de Tweede Kamer indienden om Nederland
op de lijn van Washington te brengen en de contacten met
Cuba te verbreken. Op die wijze geven beide partijen inhoud
aan wat de ideologen van New Labour het 'humanitair imperialisme'
noemen. Niet de vermeende schending van mensenrechten op
Cuba vormt de drijfveer voor hun handelen, maar uitvoering
geven aan wat de Verenigde Staten van de EU verlangen: meedoen
aan de blokkade van Cuba om een gewelddadige machtswisseling
op het eiland te bevorderen.
De gehele actie heeft alleen laten zien
hoe hopeloos geïsoleerd deze lieden staan, zowel in
Nederland als daarbuiten. De schamele opkomst van 25 'actievoerders',
hoofdzakelijk betaalde functionarissen en enkele lieden
die nauw in contact staan met de Amerikaanse regering, heeft
pijnlijk duidelijk gemaakt dat er in Nederland geen draagvlak
is voor anti- Cubaanse campagnes.
Dat gemis aan draagvlak blijkt overigens
niet alleen uit de bedroevende opkomst op de 18de. Een korte
blik op de website van het CNV laat zien hoe groot de problemen
zijn bij het steun verwerven voor hun acties. De eerder
groots aangekondigde verkoop van een CD in de platenzaken,
o.a. in de Free Record Shop, waarvan de opbrengst naar de
zogenaamde dissidenten zou gaan, blijkt een pure leugen.
Bij navraag bij het CNV kregen we te horen dat geen platenzaak
de CD wilde verkopen. Ook een 'actielijst' op hun website
blijkt te zijn verwijderd.
Europa
Ook in Europa blijkt een draagvlak voor
acties tegen Cuba steeds moeilijker te creëren. De
Vlaamse regering heeft haar banden met Cuba versterkt en
heeft het eiland hulp geboden. Ook in Engeland en Duitsland
zien we ontwikkelingen dat de krachten die voor normale
betrekkingen met Cuba zijn en die de Amerikaanse wurgpolitiek
afwijzen, zich meer laten gelden. Van belang is verder te
zien wat voor koers de nieuwe Spaanse regering zal varen,
maar de nederlaag van de met de rum-maffia verbonden Aznar
is hoopgevend.
In Nederland zien we bij het establishment
helaas een volharding in de slaafse houding ten opzichte
van de Amerikaanse regering. Terwijl uit andere Europese
landen ministers en parlementsdelegaties met regelmaat Cuba
bezoeken, volharden de Nederlandse parlementariërs
in hun zelfverkozen isolement van boycot. Nederland heeft
zelfs nog nimmer een minister gestuurd. Verder dan een staatssecretaris
durfde (of mocht) de regering niet te gaan. De enige uitzondering
die genoemd kan worden is het bezoek van Prins Claus, enige
jaren geleden, die zijn sympathie voor Cuba ook niet onder
stoelen of banken heeft gestoken. En dat bezoek moest vanwege
de 'politieke gevoeligheid' in volstrekte stilte plaatsvinden.
Het Nederlandse establishment munt niet
uit in dapperheid. Dat hebben we in het verleden diverse
malen kunnen constateren. Het enige waar het goed in is,
is het volharden in het misbruiken van progressieve idealen
voor een misdadige politiek. Dat is ook het enige wat Terpstra
en Koenders duidelijk hebben weten te maken.
* Dit artikel verschijnt in het aprilnummer
2004 van TARGETS
en Cuba
Hoy.
|