|
Hoe wint u een bezwaar- of beroepszaak?
Door mr Sjoerd Visser
Het is altijd een leuke bezigheid
om een artikel zoals dit te vullen met een bespreking van
rechterlijke uitspraken waarin ME/CVS-klachten zijn erkend,
welke redeneringen daarbij zijn gevolgd en hoe die andere
ME/CVS-patiënt dan toch uiteindelijk de uitkering heeft
gekregen waar hij of zij recht op had. Ook in dit artikel
ga ik dus weer een aantal van zulke rechterlijke uitspraken
bespreken. Maar daarnaast wil ik er nu eens de nadruk op
leggen, dat u in uw eigen contacten met UWV eigenlijk niet
zoveel hebt aan die rechterlijke uitspraken. De rechterlijke
uitspraken geven wel aan hoe UWV zich behoort te gedragen
bij het beoordelen van ME/CVS-klachten, maar UWV, en met
name de verzekeringsartsen van UWV, trekken zich daar niet
zoveel van aan. Hoe lost u dat probleem op?
Het medisch arbeidsongeschiktheidscriterium
In Rechtbank 's-Hertogenbosch
10 mei 2004 AWB 02/3689 WAO beoordeelt de beroepsrechter
een aanvraag WAO, die door UWV was afgedaan met de redenering:
er zijn geen objectief medische lichamelijke of psychische
beperkingen aangetoond, dus is er geen arbeidsongeschiktheid.
Dit is een nog steeds erg veel voorkomende benadering van
verzekeringsartsen. Zij vergeten echter het medisch arbeidsongeschiktheidscriterium,
als wettelijk voorschrift vastgelegd in het Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten: als er consistentie (logische
samenhang) is tussen stoornissen (medische klachten), beperkingen
(belemmeringen bij het verrichten van arbeid) en handicaps
(belemmeringen in iemands dagelijks leven) is kan daarmee
het bestaan van beperkingen op grond van ziekte of gebrek
aannemelijk zijn, ook als geen erkende diagnose is aan te
wijzen voor de klachten. Ook zonder zo'n diagnose kan dus
arbeidsongeschiktheid worden aangenomen. Deze consistentie
wordt meestal beoordeeld op grond van uw dagverhaal. Als
bijvoorbeeld uit uw dagverhaal blijkt dat u elke dag 's
middags enkele uren bedrust moet nemen, zou de verzekeringsarts
daaruit moeten afleiden dat u geen hele dagen kunt werken.
In feite is het medisch arbeidsongeschiktheids-
criterium een oude bekende regel, die sinds 2000 ook een
aantal keren is bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
Verzekeringsartsen doen bij beoordelingen echter nog steeds
alsof die oude bekende regel niet bestaat, en zijn van die
juridisch onjuiste benadering niet af te brengen. Als u
dus een verzekeringsarts treft, die tegen u zegt dat hij
bij u geen lichamelijke of psychische beperkingen kan vinden
en dat u dus niet arbeidsongeschikt bent, kunt u proberen
hem een kopie te geven van deze uitspraak van de Rechtbank
's-Hertogenbosch en hem voorhouden dat hij het medisch arbeidsongeschiktheidscriterium
had moeten toepassen. U krijgt dan waarschijnlijk een aantal
ontwijkende reacties te horen. Zoals: het medisch arbeidsongeschiktheidscriterium
is wel toegepast, maar impliciet (zonder dat in het rapport
te beschrijven). Meestal wordt er dan niet bij gezegd en
gemotiveerd, waarom de toepassing van het medisch arbeidsongeschiktheidscriterium
niet leidt tot het aannemen van arbeidsongeschiktheid. Of:
de situatie in de uitspraak van de Rechtbank 's-Hertogenbosch
is niet te vergelijken met uw situatie. Meestal wordt er
dan niet bij gezegd en gemotiveerd, waarom de beide situaties
zozeer van elkaar verschillen.
U krijgt dus niet direct gelijk van de
verzekeringsarts. En veel mensen laten het dan verder zitten
en berusten in het negatieve oordeel van UWV over hun arbeidsongeschiktheid.
Ook als u niet berust en een bezwaarschrift indient tegen
de UWV-beslissing, zult u merken dat UWV in bezwaar meestal
bij zijn standpunt blijft, ook als u daartegen steekhoudende
argumenten aanvoert. Wat betreft de beoordeling van ME/CVS-klachten
zijn bezwaarschriftprocedures dus meestal een wassen neus.
Het zelfreinigend vermogen van UWV, dus hun capaciteit om
zelf in een interne bezwaarschriftprocedure alle fouten
en onzorgvuldigheden uit de beoordeling te halen, is erg
klein. Maar u moet nu eenmaal eerst de bezwaarschriftprocedure
doorlopen, voordat u in beroep kunt gaan bij de rechtbank.
Bij de rechtbank maakt u aanmerkelijk meer kans dat er goed
naar uw argumenten wordt geluisterd.
Alleen ingaan op lichamelijke, niet op
psychische klachten
In Centrale Raad van
Beroep 11 mei 2004, 01/3390 WAOCON had de verzekeringsarts
van UWV alleen de lichamelijke beperkingen onderzocht en
de ME/CVS-patiënt op grond daarvan geschikt geacht
voor zijn eigen werkzaamheden. In de bezwaarschriftprocedure
had de patiënt een psychiatrisch rapport overgelegd,
maar daar was UWV niet op ingegaan. De beroepsrechter schakelde
zelf ook nog eens een psychiater in als deskundige, en ook
uit diens rapport bleek dat er psychische beperkingen waren.
Omdat UWV met die beperkingen geen rekening had gehouden
werd de beslissing vernietigd en moest de verzekeringsarts
zijn beoordeling gaan overdoen.
Ook deze benadering passen verzekeringsartsen
vaak toe. Het slaat nergens op om alleen lichamelijke beperkingen
in aanmerking te nemen. Immers, ook psychische beperkingen
kunnen medisch aantoonbaar zijn en leiden tot arbeidsongeschiktheid.
Wel is het zo dat psychische beperkingen voor verzekeringsartsen
vaak moeilijker zijn vast te stellen. Maar ja, dan moet
de verzekeringsarts maar advies vragen aan een psychiater,
in plaats van op eigen kracht te zeggen dat hij geen psychische
beperkingen kan vinden. Een verzekeringsarts zegt ook nogal
eens, dat hij geen evidente psychopathologie kan vinden.
Met andere woorden: alleen hele ernstige psychische klachten
tellen mee. Ziektebeelden zoals depressie en ongedifferentiëerde
somatoforme stoornis, die vaak voorkomen in combinatie met
ME/CVS, horen daar dan niet bij. Terwijl een echte psychiater
met toepassing van het psychiatrische diagnosesysteem DSM-IV
juist ten aanzien van deze ziektebeelden wel komt tot een
objectief medische diagnose en beperkingen.
Het motto is dus: als de verzekeringsarts
niet een psychiater inschakelt kunt u dat maar beter zelf
doen. Zeker in beroep is een psychiatrisch rapport een probaat
middel om een zaak, die er op het eerste gezicht juridisch
kansloos uitziet, kansrijk te maken en te winnen. Schakel
daarbij wel rechtshulp in, want het vinden van de juiste
psychiater is lastig en het stellen van de juiste vragen
is iets wat erg nauw luistert.
Alle medische neuzen dezelfde kant op
In Centrale Raad van
Beroep 1 augustus 2003, USZ 2003/268 en Rechtbank Almelo
19 april 2004, 03/525 WAZ is de vraag aan de orde
of "alle medische neuzen dezelfde kant op" staan.
Daarmee bedoel ik de in de rechtspraak ontwikkelde regel,
dat als bij meerdere medisch deskundigen een vrijwel eenduidige,
consistente en naar behoren medisch gemotiveerde en verantwoorde
opvatting bestaat, dat arbeidsongeschiktheid voldoende aannemelijk
is, die arbeidsongeschiktheid wordt aangenomen ook als er
geen objectief medische beperkingen zijn te vinden of als
de deskundigen daarover van mening verschillen. Deze regel
wordt vaak door rechters toegepast naast het medisch arbeidsongeschiktheidscriterium.
En de regel wordt ook wel eens toegepast op de beoordeling
van de eigen medisch deskundige van de rechtbank. In dat
geval hoeft er dus maar "één medische
neus dezelfde kant op" te staan.
Als u zich wilt gaan beroepen op "alle
medische neuzen dezelfde kant op" zult u dus zoveel
mogelijk medische oordelen moeten verzamelen over uw toestand.
U zult dan ondervinden, dat behandelend artsen vaak niets
zeggen over uw beperkingen voor het verrichten van arbeid.
Stel hen dan aanvullend de vraag, of zij uw klachten reëel
en invaliderend vinden. Met een positief antwoord op die
vraag komt u een heel eind, zeker als een aantal artsen
deze vraag positief beantwoorden. Zoals gezegd, in de bezwaarschriftprocedure
zullen al deze medische oordelen het UWV meestal niet van
zijn negatieve standpunt af kunnen brengen. Maar in beroep
reageert de beroepsrechter op zulke oordelen meestal wel
door een eigen medisch deskundige te vragen u te beoordelen.
En als die ook vindt dat uw klachten reëel zijn en
dat u niet kunt werken, hebt u de beroepszaak praktisch
gewonnen.
|