|
VS onduidelijk over lot vijf gearresteerde
Iraanse diplomaten
WASHINGTON, 30 maart 2007 - De westerse
media richten al hun aandacht op de vijftien Britse mariniers
die Iran sinds vorig weekend vasthoudt. Intussen blijft
het lot onduidelijk van vijf Iraanse diplomaten die al in
januari door Amerikaanse troepen in Irak werden gearresteerd.
De vijf Iraanse diplomaten zitten al meer
dan twee maanden in een van de Amerikaanse gevangenenkampen
in Irak. Ze werden op 11 januari in Arbil, de hoofdstad
van Iraaks Koerdistan, gearresteerd bij een raid van de
Amerikaanse troepen op een diplomatiek verbindingskantoor.
Daarbij namen de Amerikanen zes Iraniërs gevangen en
legden beslag op alle computers en dossiers. Eén
van de gearresteerden werd onmiddellijk vrijgelaten.
Volgens Iran zijn de gearresteerde landgenoten
diplomaten en genieten daarom volgens de Conventie van Genève
diplomatieke onschendbaarheid. De VS ontkennen dat. Volgens
hen gaat het om leden van de Iraanse Revolutionaire Garde
die opstandelingen in Irak betalen en bewapenen. Iraakse
officials geven toe dat de vijf nog geen geaccrediteerde
diplomaten waren, maar zegt dat ze wel hun accreditatiedocumenten
bij de Iraakse overheid hadden neergelegd.
De raid op het Iraanse diplomatieke kantoor
in Arbil was al de derde Amerikaanse aanval op Iraanse officials
in Irak sinds december vorig jaar en heeft de spanningen
tussen de VS en Iran de jongste maanden op de spits gedreven.
Volgens sommigen zou de arrestatie van vijftien Britse mariniers
door Iran vorig weekend daarmee te maken kunnen hebben.
Iran zou hen als 'ruilmiddel' willen gebruiken voor de vrijlating
van zijn vijf landgenoten.
De resolutie van de VN-veiligheidsraad
die officieel het einde van de Amerikaanse bezetting in
Irak betekende en de soevereiniteit aan de Irakese regering
overdroeg, behield voor de Amerikaanse strijdmacht het recht
om in Irak mensen gevangen te nemen omwille van de "veiligheid".
Maar zulke arrestaties moeten onderworpen zijn aan het Iraakse
recht. Dat zegt Scott Horton, die internationaal recht doceert
aan de Rechtenuniversiteit van Columbia.
De Iraniërs die in Irak worden
vastgehouden worden nergens van beschuldigd en worden dus
onwettig vastgehouden, aldus Horton. Volgens de Iraakse
wet moeten opstandelingen die "actief betrokken zijn
bij vijandigheden" berecht worden voor de burgerlijke
rechtbank. Ze mogen veertien dagen vastgehouden worden,
daarna moeten ze officieel in beschuldiging worden gesteld
en voor een magistraat worden geleid, of worden vrijgelaten.
Als men de verdachten langer wil vasthouden, moet dat worden
gerechtvaardigd.
Dat deze wettelijke bepalingen systematisch
met de voeten worden getreden door de VS niet alleen
in Irak, maar ook in Afghanistan en de bredere oorlog tegen
de terreur heeft bij mensenrechtenorganisaties en
(grond)wetspecialisten al heel wat kritiek ontlokt. Maar
de VS lijken zich daarvan niets aan te trekken.
In de Amerikaanse detentiekampen in Irak
zitten momenteel ongeveer 15.000 gevangenen. Volgens een
recent onderzoeksrapport van de Amerikaanse krant New
York Times worden de meeste onder hen, zoals Iraniërs,
maanden of zelfs jaren gevangen gehouden zonder officieel
in staat van beschuldiging te worden gesteld.
Op de regionale top half maart in Bagdad,
waar de Amerikaanse ambassadeur overleg pleegde met Syrische
en Iraanse diplomaten over de toestand in Irak, heeft Iran
de vrijlating gevraagd van zijn vijf landgenoten. De Irakese
delegatie stelde de VS de vraag om de omstandigheden te
onderzoeken waarin de Iraanse diplomaten worden vastgehouden.
Een woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse
Zaken verklaarde dat "het onderzoek nog niet afgerond"
is en dat de VS geen commentaar leveren op "lopende
onderzoeken".
Ook bij de Verenigde Naties blijft
het voorlopig stil. De secretaris-generaal van de VN wil
geen commentaar leveren op de arrestatie van vijftien Britse
mariniers door Iran en beschrijft beide incidenten als "disputen
tussen twee individuele staten". (IPS,
Khody Akhavi)
|