|
'Pentagon trekt Buitenlandse Zaken steeds
meer naar zich toe'
WASHINGTON, 7 maart 2008 - Het buitenlandse
beleid van de Verenigde Staten wordt steeds meer gedomineerd
door het Pentagon, en het Congres doet daar vrijwel niets
aan. Dat zeggen verschillende mensenrechtenorganisaties
in een nieuwe gezamenlijk rapport "Ready,
Aim, Foreign Policy".
De dominante positie komt er niet enkel
door de nieuwe militaire hulp en trainingsprogrammas
die door het Pentagon gecontroleerd worden, maar ook door
de groeiende macht van de combatant
commanders, topofficieren die de militaire
operaties in hele regios overzien.
Zo stelt Southcom,
het commando over militaire operaties in de Caraïben
en Latijns-Amerika, bijvoorbeeld voor om voortaan alle betrokken
agentschappen te coördineren, ook de civiele dus, om
tegemoet te komen aan alle uitdagingen die zich in
de regio stellen. De bevelhebber van Southcom,
Admiraal James Stavridis beschreef de rol van zijn dienst
eerder dit jaar als volgt: We willen als een grote
rol velcro zijn, waar andere agentschappen zich kunnen aan
vastklitten om samen te doen wat gedaan moet worden in deze
regio.
Het nieuwe rapport werd opgesteld door
het Washington Office on Latin America
(WOLA), het Centre for International
Policy (CIP), en het Latin America
Working Group Education Fund (LAWG). Het beschrijft
hoe de balans van de Amerikaanse invloed in Latijns-Amerika
steeds meer overslaat van civiele naar militaire agentschappen.
Niet enkel Latijns-Amerika
Maar volgens de drie groepen is de situatie
dezelfde in de rest van de wereld. Onze organisaties
focussen op Latijns-Amerika, dus we kunnen daar de meeste
voorbeelden van geven, stelt het rapport. Maar
de trend tast de hele buitenlandse politiek van de VS aan.
De organisaties roepen het Amerikaanse congres op om de
controle opnieuw bij de civiele instanties te leggen, zoniet
zal de controle van de bevolking, van het congres
en zelfs van de diplomatie verminderen, zullen de mensenrechten
in gevaar komen en zal de macht van de VS enkel nog op militaire
macht steunen.
Het is niet het eerste rapport dat waarschuwt
voor de toenemende militarisering van het Amerikaanse buitenlandse
beleid. In mei 2007 publiceerde ook het Centre
for Public Integrity (CPI) cijfers over de stroom
van miljarden dollars naar projecten van het Pentagon die
steun boden aan repressieve regimes zoals Pakistan, Djibouti,
Oezbekistan, en Ethiopië. Stuk voor stuk projecten
die het ministerie van Buitenlandse Zaken waarschijnlijk
niet goedgekeurd zou hebben. Het CPI toonde aan dat het
Congres weinig of geen overzicht had over de bestemming
van veel militaire steun.
Ook het Government
Accountability Office en zelfs de Senaatcommissie
voor Buitenlandse Zaken (SFRC) maken zich steeds meer zorgen
over de trend. Volgens het SFRC worden de invloed
en de operaties van het ministerie van Buitenlandse zaken
overspoeld door de initiatieven van het Pentagon, dat over
veel meer mankracht en middelen beschikt.
De verschuiving is inderdaad deels te
verklaren door het enorme verschil in middelen. Het Pentagon
beschikt over een jaarlijks budget van 600 miljard dollar,
meer dan alle andere buitenlandse strijdkrachten samen.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken moet het doen met
amper 30 miljard dollar.
Het verschil in schaal kwam pijnlijk
tot uiting in Irak, waar het Pentagon er zich over beklaagde
dat Buitenlandse Zaken en andere civiele agentschappen niet
genoeg personeel en expertise hadden om de heropbouw te
coördineren. Als gevolg daarvan vloeiden miljarden
dollars economische steun via het Militaire Ingenieurscorps,
en niet via het Amerikaanse Agentschap voor Internationale
Ontwikkeling (USAID). (IPS)
|