|
'ING-personeel verliest arbeidsvoorwaarden'
Den Bosch, 6 maart 2007 - Het bedrijf
dat zevenhonderd werknemers overneemt van ING hoeft hen
niet precies dezelfde arbeidsvoorwaarden aan te bieden.
Dat heeft de voorzieningenrechter, mr. J.F.M. Strijbos,
van de rechtbank in Den Bosch maandag geoordeeld.
De werknemers treden per 1 april aanstaande
in dienst van Astron omdat hun bedrijfsonderdeel aan dit
Engelse bedrijf is verkocht. De werknemers eisten in kort
geding dat hun huidige arbeidsvoorwaarden behouden blijven.
Volgens de rechter kunnen verschillen tussen bedrijven er
toe leiden dat een volstrekt ongewijzigde overgang van arbeidsvoorwaarden
niet reëel is. Er is een grens aan wat in redelijkheid
door de werknemers van Astron kan worden gevraagd. Bovendien
hebben ING en Astron de instemming van de vakorganisaties
met de overgangsregelingen gekregen.
Een personeelscollectief van ING-werknemers
had bij de rechter geëist dat zij bij hun overgang
naar Astron letterlijk dezelfde arbeidsvoorwaarden zouden
behouden. In de wet staat dat werknemers dezelfde voorwaarden
houden bij overdracht naar een andere onderneming.
De rechter zei gisteren dat hij niet alle
individuele gevallen kon of wilde beoordelen (die informatie
was hem ook niet aangereikt), maar afgezien daarvan sprak
hij van 'een grens aan wat nog in redelijkheid van Astron
en ING kan worden gevraagd'. De rechter doelde daarmee op
het akkoord dat eind vorig jaar werd gesloten tussen de
vakbonden en de twee bedrijven. Dat akkoord een bondsvertegenwoordiger
sprak van een overeenkomst 'met een gouden randje'
is vervolgens goedgekeurd door een meerderheid van de vakbondsleden.
Het personeelscollectief DockING (Document
Services ING) ageert sinds het voorjaar van 2006 tegen de
uitbesteding.
De stelling van het collectief is dat
de compenserende regelingen in het akkoord (bijvoorbeeld
voor de 'bedrijfseigen' korting op hypotheekrente) soms
heel ongunstig uitpakken. Het beroept zich op een wetsartikel
dat rept van 'behoud van alle arbeidsvoorwaarden'.
"Dat standpunt gaat in zijn algemeenheid
te ver", zo vonniste de rechter echter. "De omstandigheden
van het geval kunnen meebrengen dat een zo strikte toepassing
van die regel niet kan worden aanvaard." Het vonnis
sluit niet uit dat op individuele basis werknemers erop
achteruit kunnen gaan, maar dat kan de kortgedingrechter
niet toetsen. "Daarvoor zult u zich per geval bij de
kantonrechter moeten melden."
Leden van het collectief reageerden zeer
teleurgesteld en aangeslagen. "Ik heb niet het gevoel
dat de wet goed is toegepast", zei woordvoerder Fred
Arends. "De rechter maakt zich er makkelijk van af,
door te verwijzen naar een andere rechter." Het collectief
stelt hoger beroep in.
"Het is echt heel erg wat hier gebeurt",
aldus een van de meegereisde echtgenotes. De verwijzing
van de rechter naar het akkoord van vorig jaar valt bij
haar verkeerd, want 'er is wat aan de hand' met de manier
waarop dat akkoord toentertijd is goedgekeurd. Het wantrouwen
is groot. "De bonden en ING hebben wat bekokstoofd",
is de conclusie.
Fred Polhout van FNV Bondgenoten
verwijst naar die sfeer als hij zegt de uitspraak van de
rechter 'niet als een overwinning' te kunnen zien. "Dit
is alleen maar triest", zegt hij. "Op de een of
andere manier komen we er niet door. We proberen telkens
weer te communiceren, maar dat lukt maar niet." (RN/VK)
|