|
Cubaanse schrijvers en kunstenaars tegen
fascisme.
Verklaring UNEAC.
Havana, 12 april 2003 - De Nationale
Raad van de Unie van Schrijvers en Kunstenaars van Cuba
(UNEAC) komt bijeen op een extreem gevaarlijk moment voor
de mensheid, waarin de wereld getuige is van de herrijzenis
van fascisme en haar brutale intenties om de planeet te
controleren. De veroveringsoorlog tegen het Iraakse volk
en de minachting die aan de dag wordt gelegd tegenover de
wereldwijde publieke opinie en de gemeenschap van volkeren,
doet ons herinneren aan de fascistische interventie in Spanje
in 1936, wat de voorbode vormde voor de Tweede Wereldoorlog.
In die donkere dagen testte het fascisme
haar massavernietigingswapens op plaatsen als Guerníca
en begon een voortdurende escalatie, die uiteindelijk culmineerde
in de invasie in Polen en een oorlog die aan 50 miljoen
mensen het leven kostte en een geheel continent verwoestte.
Vandaag staan we tegenover een veel groter
gevaar omdat, in tegenstelling tot die periode, het herrijzende
fascisme geen gewapende oppositie of verdedigingsfront tegenover
zich vindt en het over een oorlogsmachine en verwoestend
vermogen beschikt die in staat zijn elk land in de wereld
in kwesties van minuten te decimeren.
Met de invasie in Irak heeft de Amerikaanse
regering openlijk de principes van samenwerking tussen de
staten genegeerd, zoals vastgelegd in het Handvest van San
Francisco in 1945, die de hoop belichaamde voor een rechtvaardige,
evenwichtige en vreedzame orde binnen het systeem van de
Verenigde Naties. Zij heeft voor een interventionistische
politiek gekozen die in strijd is met alle verdragen inzake
internationaal recht en poogt de heilige principes van soevereiniteit
en zelfbeschikkingsrecht weg te vagen. In haar tijd en om
dezelfde reden verliet nazi-Duitsland de Volkenbond. Waar
we nu getuige van zijn, is de onheilspellende vervanging
van de rechtsorde voor de wetten van de imperiale heerser.
In de agressie herkennen we, duidelijk
en perfect geformuleerd, fascistische theorieën als
'preventieve oorlog' en 'snelle oorlog' (beter bekend als
Blitzkrieg) gecombineerd met een machtig propaganda- en
desinformatiesysteem.
Zonder twijfel is de erfenis van Goebbels
zeer levend aanwezig in het neofascisme. De propagandamachine
herhaalt doelbewust beschuldigingen, die nooit worden gestaafd
met bewijzen; presenteert het leger van het imperium als
'bevrijders' en als een 'coalitie'; roemt het 'democratisch'
karakter van het koloniale bestuur dat zal worden geïnstalleerd;
spreekt schaamteloos over 'humanitaire hulp' terwijl de
slachtoffers worden beroofd van hun identiteit, hun cultuur
en hun moraal; presenteert gefilterde beelden van de massaslachting
door systematisch informatie te blokkeren, zodat het bloed,
de duizenden doden onder de burgerbevolking, de slachtoffers
onder de agressors zelf en het verzet tegen de invasie door
de publieke opinie in de Verenigde Staten en de wereld niet
kunnen worden gezien en beoordeeld.
De mediamanipulaties worden onderbouwd
met de theoretische waanvoorstelling als zou het om een
botsing tussen culturen gaan, een strijd tussen civilisatie
en barbarij, wat niet anders als hetzelfde racistische masker
is dat sinds mensenheugenis is gebruikt bij veroveringsoorlogen
en kolonisatie.
De propagandamachine overspoelt de wereld
dagelijks met voortdurend herhalende berichten over de superioriteit
van de Verenigde Staten en hun rol als Messias en redder
van de mensheid, met een cartoonachtig en xenofobisch beeld
van de ander, in het bijzonder de Derde Wereld.
Tegelijkertijd concentreert het zich in
het bijzonder op het verdraaien van de geschiedenis, bijvoorbeeld
in de pogingen om het zogenoemde Vietnamsyndroom uit de
herinnering van het Amerikaanse volk weg te nemen.
Niettemin, ondanks de enorme invloed van
de media-oorlog, zien we een groeiend anti-oorlogs en anti-imperialistisch
bewustzijn in de wereld groeien. Dit begon zich al te manifesteren
vanaf de aankondiging en voorbereiding van de genocide tegen
het Iraakse volk en kreeg een waardige uitdrukking in de
verklaring 'Not In Our Name' die door duizenden vooraanstaande
Amerikaanse kunstenaars en intellectuelen werd onderschreven.
We willen in herinnering brengen dat de
UNEAC vorig jaar de viering van de Vierde Juli heeft georganiseerd
om te benadrukken dat de Amerikaanse cultuur en het Amerikaanse
volk niets te maken hebben met de misdaden die door hun
regering worden gepleegd.
We hebben ook de andere verklaringen verwelkomd
die in verschillende landen met dezelfde intenties zijn
uitgebracht, zoals 'Against Barbarism' en 'Manifesto of
the International Committee of Intellectuals Against the
War', uitgegeven respectievelijk door onze collega's in
Europa en Latijns Amerika, die de weerspiegeling vormen
van de geest van verzet en rechtvaardigheid onder de mannen
en vrouwen uit de culturele sector.
Vandaag, zoals nooit eerder, gaan de mensen
de straat op om de monsterachtige misdaden te veroordelen.
Deze opleving heeft ertoe geleid dat de intellectuelen van
de wereld opnieuw hun plaats in de samenleving innemen en
deelnemen aan de vernieuwing van het humanistisch activisme
onder de volkeren. Dit was een van de meest betekenisvolle
ontwikkelingen in de huidige door stuiptrekking gekenmerkte
dagen, waarin vraagstukken van het overleven van de mensheid
centraal ter discussie staan.
De tragische en scherp te veroordelen
gebeurtenissen van 11 september 2001 zijn een voorwendsel
voor de toepassing van een vooraf ontwikkelde politiek van
universele dominantie en plundering. De veronderstelde oorlog
tegen terrorisme heeft de weg vrijgemaakt voor het gebruik
van ongekende hoeveelheden wapens, een goudmijn waar het
militair-industrieel complex lang van gedroomd heeft.
De oorlog tegen Irak is een fenomeen van
internationale betekenis. Vandaag gebeurt het daar, morgen
kan het overal in de wereld plaatsvinden. De expansionistische
plannen die achter deze agressie liggen, zijn opgesteld
door de ultrarechtse stroming in de Verenigde Staten, erfgenamen
van hen die in hun tijd met verbazingwekkend historisch
vooruitzicht zijn veroordeeld door José Martí.
Wat voor ons ligt is een plundering van
gebieden en rijkdommen van andere volkeren, erger dan wat
plaatsvond ten tijde van het kolonialisme, door het grootste
imperium uit de geschiedenis, dat beschikt over de meest
geavanceerde wapens van de 21ste eeuw. Wij zijn getuige
van een sinistere poging om een wereldwijde neofascistische
dictatuur in te stellen, die de controle van de supermacht
over alle markten, grondstoffen, energiebronnen, industrieën
en basisvoorzieningen op onze planeet moet garanderen.
Wij, schrijvers en kunstenaars van Cuba,
roepen alle mannen en vrouwen die met ons willen strijden
op om gezamenlijk een antifascistisch front te vormen, daarbij
vergelijkbare nobele initiatieven in herinnering brengend,
zoals het 'Congres voor Verdediging van Cultuur', dat in
1937 onder het vallen van de bommen in Spanje werd gehouden.
In het begin van de negentiende eeuw verklaarde
Simón Bolívar dat de Verenigde Staten leken
te zijn voorbestemd om uit naam van de vrijheid een plaag
van misère voor geheel Amerika te worden. Vandaag
hangt deze dreiging over elk gebied van onze planeet.
Het is een onontkoombare plicht om dit
met al onze kracht te bestrijden. Het zaaien van ideeën
en bewustzijn, zoals werd uitgeroepen op de herdenking dat
150 jaar geleden José Martí werd geboren,
moet onze allervoornaamste taak zijn.
Onderschrijf de oproep van UNEAC:
|