|
Groningen, 4 mei 2001 - De Nederlandse jeugd
staat centraal in twee publicaties van het CBS die vandaag verschijnen:
het rapport Jeugd 2001, feiten en cijfers en het blad Index. In deze publicaties
wordt de leefsituatie van de jeugd beschreven aan de hand van een aantal
onderwerpen zoals de positie van jongeren in het onderwijs en op de arbeidsmarkt,
de woonsituatie van jongeren, hun gezondheid, maatschappelijke participatie
en vrije tijdsbesteding.
Minder jeugd
Op 1 januari 2000 telde Nederland 4,8 miljoen personen
jonger dan 25 jaar. Zij vormen dertig procent van de bevolking. Ongeveer
een generatie eerder maakte de jeugd nog bijna de helft van de bevolking
uit. Volgens de bevolkingsprognose van het CBS zal het aandeel jongeren
de komende vijftig jaar nagenoeg gelijk blijven.
De ervaring van het gezin
Ondanks de sterke toename van het aantal echtscheidingen
is het aandeel kinderen dat is opgegroeid in een gezin waarvan de ouders
vaak meningsverschillen hadden stabiel gebleven. De toename van het aantal
kinderen dat een echtscheiding heeft meegemaakt duidt dus niet op een
verslechtering van de gezinssituatie. Vroeger bleven de ouders bij elkaar,
al waren veel huwelijken minder harmonisch dan ze leken.
Merendeel jongeren woont bij ouders
Negen van de tien jongeren van 18 jaar wonen nog
bij hun ouders. In totaal woont nog zestig procent van de 18-24 jarige
jongeren bij hun ouders. Van de 24-jarigen heeft bijna driekwart het ouderlijk
huis verlaten. Vrouwen gaan eerder uit huis dan mannen. Op 23-jarige leeftijd
woont van de mannen de helft nog bij de ouders, terwijl van de vrouwelijke
leeftijdsgenoten dat nog maar een kwart is.
Traditionele en moderne jongeren
Financiële en maatschappelijke zekerheid zijn
voor veel jongeren belangrijk. Ook houden jongeren erg van plezier maken
en van genieten van het leven. Daarmee zijn ze de meer traditionele waarden
niet uit het oog verloren. Zeven van de tien jongeren hechten aan een
gelukkig gezinsleven en de helft van de jongeren noemt zichzelf nog kerkelijk.
Meisjes vaker een vervolgdiploma op zak
Ruim drie miljoen jongeren nemen deel aan het voltijdonderwijs.
Bijna de helft van hen bezoekt de basisschool. Meisjes verlaten het voltijdonderwijs
vaker met een diploma op zak dan jongens. Jongens maken vaker de keuze
om zonder (vervolg)diploma de arbeidsmarkt te betreden.
Jongeren verdienen graag wat bij
In 2000 had 44 procent van alle jongeren van 15-24
jaar een betaalde baan van tenminste twaalf uur per week. Veel scholieren
en studenten hebben naast hun opleiding een bijbaan. Bijna zes van de
tien onderwijsvolgenden verdienen wat bij, meestal gaat het dan om baantjes
van minder dan twaalf uur per week. Vooral hbo- en wo-studenten verdienen
vaak bij.
Jongeren leven niet erg gezond
Jongeren roken en drinken veel. Ruim vier van de
tien jongeren van 18-24 jaar rookt. Een op de drie van hen wordt tot de
zware rokers gerekend omdat ze meer dan twintig sigaretten per dag roken.
Bijna negen van de tien 18-24 jarigen drinken alcohol. Van hen behoort
eenderde tot de zware drinkers. Veel jongeren bewegen te weinig en een
flink deel is te zwaar. Psycho-sociale klachten en werkgerelateerde klachten
zoals RSI en burnout komen relatief veel voor onder jongeren.
Jong en gelukkig
Jongeren zijn zeer tevreden met hun leven. Ze zijn
nauwelijks eenzaam en zijn erg te spreken over hun vriendenkring. Ook
staan ze met beide benen in de maatschappij: ze gaan vaak uit en zijn
actief in het verenigingsleven en het vrijwilligerswerk.
Technische toelichting
De publicatie Jeugd 2001, feiten en cijfers is
een onderdeel van de Landelijke Jeugdmonitor, een project van de interdepartementale
Commissie Jeugdonderzoek onder leiding van het Ministerie van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport (VWS). Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het
CBS brengen in samenwerking om het jaar een publicatie over de jeugd uit.
|