|
Amerikaanse haviken vinden nieuwe vijanden
WASHINGTON, 8 mei 2006 - Terwijl de publieke
steun voor de Amerikaanse aanwezigheid in Irak afneemt en
voorbereidingen worden getroffen voor een mogelijke militaire
aanval op Iran, pleiten enkele invloedrijke Amerikaanse
haviken voor een hardere confrontatie met Rusland en China.
De verbale aanval van de Amerikaanse vice-president
Dick Cheney op Rusland vorige week en de gretigheid waarmee
de haviken zich storten op deze 'nieuwe' vijanden, kan een
berekende poging zijn om de twee Euraziatische giganten
te intimideren. De VS en Europa zijn immers weer dichter
naar elkaar gegroeid in enkele belangrijke politieke kwesties,
te beginnen bij Iran. Rusland en China werden in eerste
instantie behandeld als bondgenoten in de "wereldwijde
strijd tegen de terreur". Nu vormen de landen echter
de twee grootste obstakels voor Washingtons pogingen om
via de VN-Veiligheidsraad sancties op te leggen aan Iran,
een topprioriteit in het huidige Amerikaanse buitenlandbeleid.
Hardliners geloven dat ze Rusland en China kunnen aanzetten
tot grotere flexibiliteit ten opzichte van de kwestie Iran.
Tegelijkertijd kan een agressievere houding
tegenover beide landen ertoe leiden dat ze dichter naar
elkaar worden gedreven in hun oppositie tegen Amerikaanse
geostrategische plannen. Het gaat dan in het bijzonder om
het isoleren van Iran en het verkrijgen van grotere controle
over olie- en gastransport uit Centraal-Azië en de
Kaukasus.
De Amerikaanse houding kan ook opnieuw
spanningen veroorzaken tussen West-Europa en de VS. De huidige
eenheid kan snel vervliegen als Washington zich niets aantrekt
van de wens van bondgenoten om Iran veiligheidsgaranties
te geven in ruil voor controleerbare bevriezing van het
nucleaire programma.
De houding van de Amerikaanse regering
ten opzichte van China en Rusland is de afgelopen jaren
geleidelijk verhard. Eén van de redenen daarvoor
lijkt de gezamenlijke strategie van de landen om de Amerikaanse
militaire bases weg te krijgen uit Oezbekistan en andere
delen van Centraal-Azië. Daarnaast onderhouden de landen
goede relaties met landen als Soedan en Wit-Rusland, die
door de VS worden beschouwd als 'schurkenstaten' en doen
ze weinig moeite om Iran en Noord-Korea te weerhouden van
nucleaire activiteiten. Ook trekken ze zich weinig aan van
Amerikaanse kritiek op het gebied van mensenrechten en handel.
Hoewel de Chinese leiders van minister
van Defensie Donald Rumsfeld confronterende statements hadden
verwacht, waren ze onaangenaam verrast toen minister van
Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice China in maart een "negatieve
kracht" in Zuidoost-Azië noemde. De voorkeur van
regering voor Japan en India als strategische bondgenoten
tegen China, deed ook weinig goed aan het onderlinge vertrouwen.
En dat een bekende Falun Gong-activiste twee weken geleden
tijdens een bezoek van de Chinese president aan de VS wist
te infiltreren tijdens de ontvangstceremonie bij het Witte
Huis, werd in China gezien als een opzettelijke poging van
de regering om de Chinese leider in verlegenheid te brengen.
De recente uitval van Cheney tegen China
tijdens een conferentie van de NAVO en de EU in Vilnius
(Litouwen), twee weken voordat de Russische president Poetin
gastheer van de G8-top in Sint Petersburg is, suggereert
dat de haviken opnieuw hun invloed willen laten gelden.
Cheney beschuldigde Moskou er onder meer van de macht over
energievoorziening tegenover buurlanden te gebruiken als
"intimidatie- of chantagemiddel". Ook zou Rusland
democratische bewegingen ondermijnen. "Rusland moet
een keuze maken", stelde Cheney in termen die sommige
waarnemers herinnerden aan de woorden die de voormalige
Britse premier Winston Churchill sprak in Missouri, bij
het begin van de Koude Oorlog. Sommige analisten verwachten
dat de invloed van de hardliners rond Poetin zal toenemen.
"Als je dit soort dingen zegt, dan
moet je altijd in je achterhoofd houden hoe de tegenpartij
daarop zal reageren. Ik kan me niet voorstellen dat Rusland
deze verwijten gewoon accepteert", zei Vyacheslav Nikonov,
een politieke analist in Moskou, in de krant Financial Times.
Aannemelijk is dat de confronterende houding van Washington
de hardliners in zowel Peking als Moskou in de kaart speelt.
Daardoor zou het juist moeilijker worden voor de VS om steun
van beide landen te verwerven in de strijd tegen Iran of
het "wereldwijde terrorisme".
Maar volgens Robert Kagan, een neoconservatieve
strateeg, staan er wellicht andere zaken op het spel. Kagan
stelde zondag in de Washington Post dat de Amerikaanse strijd
evenveel met ideologie als met controle energievoorziening
te maken heeft. "Tot nu toe was de liberale Westerse
strategie gericht op het integreren van deze twee grootmachten
in het internationale verkeer en ze in te passen in het
liberalisme", aldus Kagan, tevens medeoprichter van
de neoliberale denktank Project for
the New American Century (PNAC).
"Als Rusland en China in plaats daarvan de komende
decennia uitgroeien tot bloeiende steunpilaren van autocratie,
dan zullen ze de westerse visie waarin de menselijke vooruitgang
gekenmerkt wordt door een ontwikkeling naar democratie negeren",
aldus Kagan.
In lijn met hun eigen autocratische karakter,
werpen beide landen zich op als beschermers van een "informele
liga van dictators", waartoe volgens Kagan momenteel
landen als Wit-Rusland, Oezbekistan, Birma, Zimbabwe, Soedan,
Venezuela, Iran en Angola behoren. Net als de leiders van
Rusland en China, verzetten de leiders van deze landen zich
tegen elke buitenlandse inmenging in hun binnenlandse aangelegenheden,
via sancties of andere middelen.
"De vraag is hoe de Verenigde
Staten en Europa hierop reageren. Helaas is al-Qaeda vandaag
de dag niet de enige, en misschien wel niet eens de grootste
uitdaging waar het liberalisme voor staat", aldus Kagan.
(Jim Lobe, IPS)
|