Smash Fascism! DeWaarheid.nu
VOLKSEDITIE VOOR NEDERLAND
VCP.nu

HOME

Ingezonden:

Lang Leve de Grieken!

Die Grieken, die weten wat hen te doen staat als hun land wordt leeggeroofd door grote ondernemingen. Die laten zich geen oor aannaaien wanneer Goldman Sachs en andere internationale banken samenzweren met de machtselite in eigen land en de economische cijfers vervalsen om zo miljarden te verdienen met wedden op de ineenstorting van de Griekse economie. Ze hebben een onmiddellijk en direct antwoord op de mededeling, dat er rigoureus in hun pensioenen en andere verworvenheden wordt gesneden: algemene staking! De straat op! Eruit met de ploerten! Nee, die Grieken kennen geen angst voor de ondubbelzinnige taal van de klassenstrijd: het is rijk tegen de arm, de kapitalist tegen het proletariaat.
En die taal komt niet uit de mond van uit het niets tevoorschijn komende leiders, die in de internationale pers en bij de heersers gemakkelijk als populisten weggezet kunnen worden en daarom verder niet serieus hoeven worden genomen. Het is de Griekse man en vrouw in de straat die man en paard noemt. En de rest van de wereld zwijgt. Althans daarover. Althans nog wel.
"Wat denken die Grieken eigenlijk wel met hun dertiende en veertiende maand", is daarentegen een veel gehoorde reactie. En die pensioenen kunnen ook wel minder. Eerder worden de lieflijk gefluisterde leugens van Sacha de Boer in het Acht Uur Journaal geloofd dan de simpele, directe waarheden van de straat. De Griekse staatsschuld van 13,6 procent van het Bruto Nationaal Product is niet ontstaan in de afgelopen paar jaar. Dat is de erfenis van de leugenachtige voormalige rechtse regering van Karamanlis, die glashard beweerde dat het tekort slechts 3.7 procent bedroeg. Die resterende 10 procent is verdwenen in de zakken van de Griekse elite en hun vriendjes. En de rest van Europa, onze leiders in Berlijn, Parijs en Den Haag, knepen welwillend een oogje toe. Politieke vrienden pak je liever niet te hard aan, zeker niet als je misschien wel voordeel aan ze hebt of je inlaat met dezelfde praktijken. De vraag is: welke katten zitten er nog in Spaanse, Portugese of Italiaanse zakken? Een tijd van grote onzekerheid en sociale onrust wacht ons.

Binnenkort verkiezingen in Nederland. De partij die het minste man en paard noemt, de VVD, is in de prognoses de grootste partij. "De schapen, ach de schapen ontevreden met hun scheerder, besloten nu maar naar de slager te gaan", aldus Berthold Brecht.
Onze waarden en normen vinden hun fundament bij de Grieken, beweren onze voormannen. Dat was toen en dat zou ook nu weer zo moeten zijn.
Kiezers, neemt een voorbeeld aan de Grieken!

Charles Braam


De crisis van de euro in tien vragen en antwoorden

De euro vermindert in waarde, de beurzen zijn in vrije val, de Griekse, Spaanse en Portugese werknemers, en misschien wij binnenkort, gaan gebukt onder besparingen. Waar komt die crisis vandaan? Moeten we vrezen voor de toekomst? Solidair formuleerde tien vragen over de crisis van de euro. Marxistisch econoom Henri Houben beantwoordde ze.

1. Speculanten vallen de euro aan. Maar wie zijn die speculanten?

De speculanten zijn vennootschappen van financiële investeerders die actief zijn op de financiële markten. Onder die speculanten bevinden zich banken (onder andere Belgische) die de Griekse staatsschuld opkopen om zichzelf terug te betalen. Het zijn immers de Europese banken die het grootste deel van de Griekse overheidsschuld in handen hebben. Maar er zijn vooral ondernemingen die op korte termijn spelen, hedge funds (speculatieve fondsen) bijvoorbeeld. Alleen multimiljonairs kunnen erbij aansluiten, want het startbedrag om te kunnen investeren ligt duizelingwekkend hoog.

2. Waar komt de 750 miljard euro vandaan die Europa vrijmaakt om de euro te beschermen tegen beursspeculatie?

Ten eerste gaat het om een kredietlijn. Indien niemand erom vraagt, zal het bedrag niet worden gebruikt. Verder is het hoofdzakelijk een plan voor de korte termijn. Indien een land wordt aangevallen op zijn overheidsschuld, moeten de speculanten weten dat ze een fondsenmacht van 750 miljard euro tegenover zich zullen hebben. Als dat krediet uiteindelijk wordt toegekend, zal het geld opbrengen. Hier schuilt een paradox in: landen als Duitsland, Frankrijk en België kunnen zelf geld lenen aan 3 à 4 % en dat geld op hun beurt uitlenen aan Griekenland, dat er 5 % interest op moet betalen. Een kleine winst dus. Maar als België geld leent, dan zal zijn staatsschuld oplopen. Men graaft dus een put om een andere put die dreigt onder te lopen, te dempen.

3. Hoe kunnen enkele honderden speculanten de hele economie bedriegen?

Speculeren gebeurt zelden zonder reden. Er schuilt een echte reden achter. Die speculatie profiteert van een situatie die ze vervolgens erger maakt door de beweging te versterken.
De kern in de Griekse crisis en die van de andere landen van de Middellandse Zee is het blijvende en zelfs toenemende niveauverschil tussen de landen van de eurozone. De economieën van Duitsland, Nederland en zelfs België zijn sterk op export gericht. Griekenland, Portugal en Spanje importeren enorm veel.
Normaal gezien zou de munt van de eerste landen in waarde stijgen, terwijl de munt van de tweede groep landen in waarde daalt. Dat is hier echter onmogelijk, omdat alle landen dezelfde munt hebben, namelijk de euro.
Die ongelijke situatie heeft ook een invloed op de lonen. Een geïmporteerd product wordt geproduceerd in het buitenland en levert dus in eigen land geen activiteit of lonen op. De staat kan dus ook geen inkomsten halen uit die lonen. Om dat te compenseren steken die landen zich in de schulden, tot de situatie in hun gezicht ontploft.
Achter die speculatie schuilt dus:
• de diepe ongelijkheid tussen de verschillende Europese regio’s (het rijkere Noorden en het armere Zuiden) die nooit werd opgelost.
• de onrechtvaardige verdeling van de rijkdommen tussen kapitaalbezitters en de andere sociale categorieën (werknemers, uitkeringstrekkers, kleine zelfstandigen) en dat in heel Europa.
• het concurrentiebeleid zowel op Europees niveau als van de sterkste landen zoals Duitsland (dat sedert vijftien jaar een loonmatigingsbeleid oplegt). Dat beleid versterkt de verschillen tussen de landen nog.

4. Waarom plooit de Europese Unie voor de speculanten? Moet de Europese Commissie niet meer macht krijgen?

Er is een duidelijk gebrek aan coördinatie op niveau van de Europese Unie. Duitsland speelt solo slim en wil zijn standpunt opleggen, dat wil zeggen van zijn dominante klasse.
Meer macht geven aan de Europese Commissie? De essentiële vraag is om wat te doen. Indien de Commissie of de Europese Centrale Bank hetzelfde standpunt innemen als Duitsland, dan is er strikt genomen niets veranderd. Dat is nu het geval met de beslissing van de Europese Unie om de stabiliteitspacten (die bepalen dat het overheidstekort niet meer dan 3 % mag bedragen), de besparingen en sancties tegen de lidstaten die niet tegemoetkomen aan die schema’s te versterken.

5. Waarom hebben de markten de euro aangevallen en niet de Amerikaanse dollar of het Britse pond?

De speculanten zoeken steeds de zwakke schakel. Die bevindt zich in Europa, omdat hier geen echt gemeenschappelijk beleid is. Er is geen enkele instelling die de euro verdedigt – ook niet de Europese Centrale Bank die bijna uitsluitend aan inflatiebestrijding doet. En de Eurogroep (de ministers van Financiën van de eurozone), die belast is met de euro, heeft weinig bevoegdheden. Dat hebben we onlangs duidelijk gezien. Er was vier maand nodig om een verdediging te organiseren en van een tegenzet was geen sprake.
Als speculanten de dollar in het vizier nemen, zullen ze te maken krijgen met de Federal Reserve (Amerikaanse Centrale Bank) en de Amerikaanse regering. Als ze het pond aanvallen, zullen de Bank of England, de Britse regering en de City reageren. Voor de euro daarentegen kregen ze te maken met een allegaartje dat in verspreide slagorde reageerde. Ideaal voor speculanten die inspelen op bewegingen op korte termijn. Toch is het niet uitgesloten dat in de toekomst ook het pond of de dollar onder vuur komen te liggen.

6. Halen we inderdaad niet beter nu de broekriem aan? Anders wordt het misschien nog erger…

Het systeem dwingt je eigenlijk tot een keuze tussen de pest en de cholera. Schuld ontstaat meestal omdat je geld leent om toekomstige projecten te realiseren. Dat valt te rechtvaardigen als het gaat om zware investeringen zoals voor infrastructuurwerken en gebouwen. Maar als die fondsen moeten dienen om een tekort aan inkomsten bij te spijkeren, dan stelt zich wel een probleem. Dat is wat zich bijvoorbeeld in de VS voordeed met de crisis van de subprimes, en wat zich vandaag afspeelt in Griekenland, Portugal en Spanje. In dergelijke gevallen stort je je snel in de opbouw van schulden omdat het krediet dat je opnam alsmaar meer gaat dienen om de interesten op eerder aangegane schulden te betalen, het zogenaamde ‘sneeuwbaleffect’. En dat is nu bij uitstek de bedreiging van het financiële systeem en vervolgens van de hele economie.
Anderzijds zullen de voorstellen om sterk te bezuinigen ons in een deflatoire spiraal storten. Deflatie is het ‘tegenovergestelde’ van inflatie. Bij inflatie gaan de prijzen geleidelijk omhoog. Bij deflatie gaan de prijzen omlaag, maar dat geldt dan ook voor de inkomens, voor de consumptie en dus ook van de economische activiteit. Maar als je de lonen verlaagt, gaan ook de fiscale ontvangsten achteruit en dat zorgt dan weer voor bijkomende besparingsrondes… Kortom: een eindeloze neerwaartse spiraal. Volgens de Franse econoom Patrick Artus zouden besparingsmaatregelen van 1 % op het bbp slechts een concreet effect van 0,5 % hebben op het begrotingstekort (t.o.v. het bbp). Hij vreest dus dat we aan de vooravond staan van inleveringen zonder einde.
Met andere woorden: wat men als oplossing naar voren schuift, zal de economie op korte tot middellange termijn de diepte injagen.

7. Sommigen beweren dat de Grieken al te lang boven hun stand hebben geleefd. Klopt dat?

Volgens de Europese statistieken bedraagt het gemiddelde jaarinkomen in Griekenland 23.000 euro per persoon. In Duitsland en België was dat in 2008 zo’n 29.000 euro. Het gemiddelde voor de hele eurozone bedroeg 27.000 euro[1]. Volgens de OESO werkt een Griek gemiddeld meer dan 2.120 uur per jaar, een Duitser 1.432 en een Belg 1.568 uur.
De schuldenberg van de Griekse gezinnen is fors toegenomen. Die schuld is explosief gegroeid sedert 2000. Die stijging begon zodra de centrale banken extreem lage interestvoeten voorstelden om strijd te voeren tegen de dreigende beurscrash en tegen de val van de technologieaandelen. Daardoor steeg de Griekse openstaande schuld van 10 % in 1999 naar meer dan 50 % in 2008[2]. De werkende Grieken hadden (en hebben) een lager inkomen dan het Europese gemiddelde, toch dacht de ‘modale Griek’ dat hij net zo goed van de lage interestvoeten kon profiteren als ‘de Amerikaan’ of ‘de Duitser’. Maar om dat te kunnen doen, moest hij zijn (gemiddelde) lage inkomen aanvullen met leningen… Een tragische fout omdat onder het kapitalisme alleen de rijken profiteren en niet de armen.

8. Welke gevolgen zal deze crisis hebben voor ons?

Als we de regeringen zomaar hun gang laten gaan, zal heel Europa binnenkort de meest absurde bezuinigingsmaatregelen moeten slikken. Men zou de salarissen kunnen verhogen om de consumptie aan te wakkeren en men zou kunnen investeren in infrastructuurwerken en in de openbare diensten om de druk van de crisis af te wenden. Men zou op die manier ook voor meer werkgelegenheid kunnen zorgen. Maar neen, men opteert voor drastische ingrepen in de economie door de werkgelegenheid in de openbare diensten af te bouwen. Men wil beknibbelen op elementaire diensten (gezondheidszorg, onderhoud van bruggen en wegen, basisonderwijs…). Die diensten zullen almaar duurder worden, omdat men er de reële kostprijs voor wil aanrekenen.
De ergste voorstanders van dit soort politiek zijn de verantwoordelijken van de Europese Commissie en de Duitse leiders. Zij willen dat alles om één enkel grondbeginsel draait: dat van het concurrentievermogen. En dat uitgangspunt is absurd, want het betekent dat er eindeloze, maar nutteloze herstructureringen aankomen, omdat iedereen wel ergens een concurrent zal vinden die goedkoper produceert. Concurrentievermogen betekent ook dat men streeft naar een handelsoverschot waarbij de export de import overstijgt. Die ambitie is op wereldschaal onmogelijk te realiseren, omdat alles wat geëxporteerd wordt uiteraard door een ander land geïmporteerd moet worden.

9. De liberalen willen een resolute sanering van de economie, terwijl de sociaaldemocraten de lasten willen spreiden in de tijd. Wie heeft gelijk?

De sociaaldemocraten gaan ervan uit dat een soberheidsbeleid de economische groei zal afremmen. De vraag is wat zij zullen kunnen en willen doen als ze in de regering zitten. De Europese Unie probeert elk land te dwingen om de regels van het stabiliteitspact strikt toe te passen en dreigt met boetes voor wie tegenspartelt. Zelfs Didier Reynders vindt dit overdreven. Maar wat gaan de Belgische traditionele partijen doen tegen die pro-patronale pletwals en hoe sterk willen zij zich daar tegen verzetten? Niet erg, valt te vrezen. Dat merk je overigens vandaag al aan wat de sociaaldemocratische partijen in Griekenland, Spanje en Portugal uitspoken en wat de liberalen partijen doorvoeren in Italië en Frankrijk.
Europees commissaris voor Economische Zaken, Rehn, zei onlangs nog dat ‘de criteria van het pact verankerd zijn in het graniet van de verdragen’. Het komt er alleen op aan ze te laten toepassen. Maar wie heeft die verdragen goedgekeurd? Wie vindt dat ze ook effectief moeten worden uitgevoerd? Het antwoord is simpel: de Europese liberale, christendemocratische en sociaaldemocratische partijen.

10. Valt er nog iets aan te doen? Zijn er alternatieven?

Ja, maar dan moet er wel een radicale ommezwaai komen in het Europese beleid. Dat is onmogelijk als er geen diepgaande hervorming komt van het huidige Europa en zijn instellingen. Vooral het economische systeem waar Europa voor staat moet worden aangepakt.
Er zouden op Europees niveau onmiddellijk vijf nieuwe, fundamentele richtlijnen moeten komen om de arbeiders tegen de crisis te beschermen:
• Hulp- en compensatiemechanismen in het leven roepen ten voordele van achtergestelde regio’s, vooral dan op het vlak van infrastructuur. In plaats van de regio’s als concurrenten tegen elkaar uit te spelen door de meest waanzinnige cadeaus te doen aan multinationals, moet de industriële ontwikkeling in achtergestelde regio’s worden gestimuleerd.
• De lonen op Europees vlak verhogen en tegelijkertijd de prijsstijgingen voor de consumenten binnen de perken houden.
• De openbare diensten verbeteren en promoten, vooral dan in de meest achtergestelde gebieden in Europa, omdat zij er de grootste behoefte aan hebben. De openbare diensten moeten een degelijke dienstverlening garanderen tegen een stabiele en betaalbare prijs voor iedereen.
• De banksector nationaliseren. De banken voldoen al geruime tijd niet meer aan de behoeften van de gewone man. Integendeel, zij ondermijnen vandaag de openbare financiën.
• En ten slotte, om een dergelijk programma te financieren: een miljonairstaks op grote fortuinen invoeren. Weet u dat er in 2008 in Europa 3,1 miljoen gezinnen waren die elk over een financieel patrimonium beschikten (d.w.z. zonder hun vastgoedvermogen in rekening te brengen) van meer dan één miljoen dollar? Een eenvoudige belasting van 2 % op die fortuinen zou ongeveer 100 miljard euro opbrengen.

Om weerstand te bieden aan het Europese beleid, om een alternatief af te dwingen zijn grote sociale bewegingen nodig. Vandaag zie je ze opduiken in Griekenland, Portugal en Spanje.
De strijd van het Griekse volk toont aan dat er een einde moet komen aan de weg die de Europese en Duitse leiders bewandelen. De opofferingen die men telkens van dezelfde mensen vraagt, zullen de situatie alleen maar verergeren. De strijd van de Griekse arbeiders bijt de spits af voor een andere politiek, voor een ander Europa en uiteindelijk voor een andere maatschappij.


[1] Gegevens van AMECO
[2] Bron: Berekeningen op basis van Eurostat.

David Pestieau
Solidair, 25 mei 2010


ARCHIEF