|
Globalisering deelt armen op in winnaars
en verliezers
NEW YORK, 18 mei 2007 - De globalisering
maakt sommige arme mensen nog armer maar biedt anderen een
uitweg uit de ellende. Dat blijkt uit een studie van het
Wereldinstituut voor Onderzoek rond Ontwikkelingseconomie
(WIDER) in Helsinki.
De toenemende vervlechting van de wereldeconomie
kan een vloek of een zegen zijn voor de drie miljard mensen
op deze planeet die met minder dan 2 dollar per dag moeten
rondkomen, concluderen de onderzoekers. Globalisering biedt
arme landen kansen om hun economische groei aan te zwengelen
en de armoede terug te dringen, maar beleidsmakers die de
verkeerde keuzes maken, duwen hun bevolking nog dieper in
de bestaansonzekerheid.
Kenia en Zuid-Afrika zijn volgens de studie
voorbeelden van landen waar veel arme mensen uit de boot
vallen bij de globalisering. In Vietnam en Bangladesh plukken
dan weer ook veel minvermogenden er de vruchten van.
In China, Bangladesh en Vietnam waren
nijverheidssectoren met veel ongeschoolde arbeiders goed
voor het leeuwendeel van de export eind de jaren 90. In
Kenia en Zuid-Afrika maakten die bedrijfstakken niet meer
dan een vijfde van de export uit. In de twee Afrikaanse
landen profiteerde op die manier vooral de kleine groep
van geschoolde werknemers van de globalisering, terwijl
in de Aziatische voorbeeldlanden een veel groter deel van
de bevolking erop vooruit ging.
De expansie van de tuinbouw in Kenia,
een sector waar ook veel lagergeschoolden werken, vormt
een uitzondering die bewijst dat ook Afrikaanse landen de
globalisering naar hun hand kunnen zetten.
Exportsectoren als de tuinbouw in Kenia
en de textielproductie in Bangladesh en Vietnam bieden ook
kansen aan arme vrouwen en mensen van het platteland - doorgaans
de armsten van de armen. Die werknemers moeten wel genoegen
nemen met banen die veel flexibiliteit vergen en gekenmerkt
worden door lange werkdagen en slechte arbeidsvoorwaarden.
Volgens de studie zijn de nieuwe werknemers extreem kwetsbaar
- bij de minste tegenslag staan ze op straat.
Die kwetsbaarheid vinden we ook op grote
schaal terug bij de arme landen die de kaart van de globalisering
trekken. Door de internationale vervlechting kunnen financiële
en economische crisissen een veel hevigere uitwerking hebben,
zeggen Machiko Nissanke van de Universiteit van Londen en
Erik Thorbecke van de Cornell Universiteit, de auteurs van
het rapport. Die risico's blijken het grootst voor fragiele
ontwikkelingseconomieën en voor de armste bevolkingslagen.
Kan de globalisering helpen de armoede
in de wereld te halveren tegen 2015? Die uitdaging maakt
deel uit van de Millenniumdoelstellingen waartoe alle wereldleiders
zich in 2000 verplichtten. Volgens Thorbecke dringt de globalisering
de armoede in de wereld netto terug, maar is het "extreem
onwaarschijnlijk dat de krachten van de globalisering op
zich het aantal armen binnen negen jaar kunnen halveren."
Thorbecke raadt ontwikkelingslanden aan
een beleid uit te werken dat de negatieve effecten van de
globalisering voor arme bevolkingsgroepen verzacht en ervoor
zorgt dat meer mensen de positieve gevolgen voelen. In de
allerarmste landen blijft de landbouw essentieel. In Afrika
kreeg die sector in veel landen te weinig aandacht. Dat
leidde tot het stilvallen van de ontwikkeling. Alle landen
doen er verder goed aan de sociale bescherming van arme
mensen te verbeteren en meer te investeren in onderwijs
en gezondheidszorg voor achtergestelde groepen.
Intussen kunnen harde internationale
afspraken rond milieubescherming en sociale normen verhinderen
dat de toenemende internationale concurrentiestrijd nog
verder ten koste gaat van het milieu en de arbeidersrechten.
Weer zijn het immers de armsten die daarvan vooral de gevolgen
dragen. Ook de bescherming van kleinschalige landbouw en
gedragsregels voor multinationale ondernemingen kunnen helpen
verhinderen dat arme bevolkingsgroepen het slachtoffer worden
van de globalisering. (IPS, Thalif
Deen)
|